Nieuwe aflevering Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid (2016/2) / New Issue, Journal for Religion, Law and Policy

Tijdschrift voor Recht, Religie en Beleid

Redactioneel

Hulp gevraagd maar handen af

Auteurs Maurits Berger
Maurits Berger
Artikel

Religieuze instellingen en de participatiesamenleving

Trefwoorden scheiding van kerk en staat, Participatiemaatschappij, religie, Verzorgingsstaat
Auteurs Drs. Gert-Jan Buitendijk, Prof. dr. Christoph Hübenthal, Prof. dr. Frans Wijsen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie
The Dutch policy of the ‘Participation Society’ intends to return many societal responsibilities to civil society. As religious organizations traditionally had undertaken that task, an increase in their participation is expected. However, the separation of state and religion often proves an obstacle. Also, there is quite some scepticism among religious organization regarding the role that a state should have in its caring duties. This contribution contains several insightful and critical articles on this subject: the introduction is by Gert-Jan Buitendijk, director-general with the Ministry of Interior, who is involved in the policy-making process of the Participation Society policy, followed by brief reflections by two scholars of religion and theology, and two representatives of the Islamic and Catholic communities. These contributions were the outcome of a lustrum symposium organized by the Journal for Religion, Law and Policy in november 2015, where academics, policy makers and representatives of religious organizations discussed the effects of the ‘Participation Society’ policies and laws in the Netherlands.
Drs. Gert-Jan Buitendijk
Drs. G-J Buitendijk is vanaf 1 april 2016 directeur-generaal Bestuur en Wonen op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en voordien vanaf 2011 directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties. Hij was van 1992-1995 verbonden aan de Erasmus Universiteit en werkt sinds 1995 bij de rijksoverheid, eerst bij het ministerie van Financiën en vanaf 2006 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van 1998 tot eind 2006 was hij tevens wethouder in Strijen.
Prof. dr. Christoph Hübenthal
Prof. dr. C.W. Hübenthal is hoogleraar Systematische theologie aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit. Hij studeerde theologie, filosofie en sportwetenschap aan de Eberhard-Karls-Universität Tübingen en promoveerde daar ook.
Prof. dr. Frans Wijsen
Prof. dr. Wijsen is hoofd van de afdeling Empirische en praktische religiewetenschap en vice-decaan aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit.
Drs. Marianne Vorthoren
Drs. M.H. Vorthoren is sinds 2001 werkzaam bij Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR), de regionale koepelorganisatie van moskeeën en sociaal-culturele islamitische organisaties, sinds 2012 als directeur. Daarnaast is ze voorzitter van de Stichting Veelkleurige Religies Rotterdam, van waaruit verschillende praktische activiteiten voor interreligieuze ontmoeting worden georganiseerd, met name bezoeken aan de diversiteit van gebedshuizen in Rotterdam.
Dr. Erik Sengers
Dr. E. Sengers is godsdienstsocioloog en theoloog, en werkt als stafmedewerker voor de Dienst Caritas van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Sengers is docent in het hoger onderwijs en publicist over vraagstukken betreffende religie en samenleving/caritaswetenschap/christelijke sociale leer. Eerder was hij voorzitter van de WMO Adviesraad in het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost.
Artikel

Nederland en kinderhuwelijken

Trefwoorden kinderhuwelijken, informele huwelijken, religieuze huwelijken, gedwongen huwelijken
Auteurs Prof. dr. Susan Rutten
SamenvattingAuteursinformatie
Current developments and recent research findings reveal that the Netherlands have to cope with the existence of child marriages. In this article it will be examined whether the modifications that were introduced by the Dutch marriage law that entered into force at the end of 2015, can be expected to contribute to the improvement of issues on child marriages.
Prof. dr. Susan Rutten
Prof. dr. S.W.E. Rutten is bijzonder hoogleraar Islamitisch familierecht in een Europese context aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Een kerk spreekt zich uit over de democratische rechtsstaat

Trefwoorden democratische rechtsstaat, kerk/religie, godsdienstvrijheid,, publiek domein, Verlichting
Auteurs Prof. dr. Leo Koffeman
SamenvattingAuteursinformatie
This article presents a summary of a report of the (mainline) Protestant Church in the Netherlands on democracy and the rule of law (see: www.protestantsekerk.nl/Lists/PKN-Bibliotheek/The-church-and-the-democratic-constitutional-state.pdf), including an evaluation. It starts from the presumption that modern plural society rightly expects religious communities to present their views in this regard explicitly and clearly. The report presents an interpretation of what ‘the separation of church and state’ entails, as well as an analysis of recent developments in the public domain. The church expresses its critical solidarity with the modern state. It points to the risk of democracy turning into a market rather than a forum.
Prof. dr. Leo Koffeman
Prof. dr. L.J. Koffeman is buitengewoon hoogleraar Kerkrecht aan de theologische faculteit van de Universiteit van Stellenbosch (Zuid-Afrika). Hij is sinds september 2015 emeritus hoogleraar Kerkrecht en oecumene van de Protestantse Theologische Universiteit (Amsterdam), en is tevens verbonden aan de theologische faculteit van de Universiteit van Pretoria (Zuid-Afrika).
Artikel

Paus Benedictus XVI: onvermoed rechtsfilosoof?

Trefwoorden Rechtsfilosofie, paus Benedictus XVI, achtergrondcultuur, Rechtspositivisme
Auteurs Mr. dr. Richard Steenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie
During his pontificate pope Benedict XVI held five important speeches on democracy and law. In a new study, edited by Marta Cartabia and Andrea Simonici, it is argued that these speeches constitute a papal legal philosophy on the foundation of law. This book review explores that claim. Did emeritus pope Benedict XVI have a distinctive legal philosophy? May be, but the material covered in the book might not be enough to fully support the status of pope Benedict XVI as a legal philosopher. What is needed is a more integral study that includes other papal statements on the principles of law (for instance to the Roman Rota) on the one hand, and the work of the theologian Joseph cardinal Ratzinger before he became pope Benedict XVI on the other hand.
Mr. dr. Richard Steenvoorde
Mr. dr. R.A.J. Steenvoorde O.P. is lid van de Orde der Predikers (dominicanen) en woont en werkt in Oxford (Blackfriars Hall). Hiervoor was hij onder andere secretaris van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) en jurist ad extra voor het Secretariaat van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland.
Artikel

Conservatisme onder Nederlandse evangelische christenen: een hedendaagse ‘religion gap’?

Trefwoorden economisch conservatisme, cultureel conservatisme, orthodoxe christenen, pro life issues
Auteurs Dr. Paul Vermeer, Prof. dr. Peer Scheepers en Drs. Joris Kregting
SamenvattingAuteursinformatie

Deelnemer, brainstorm ‘Kerk en rechtsstaat’, Protestants Landelijk Dienstencentrum, 5 september 2008, Utrecht

logo

Lees hier het bericht over de nota, die de synode van de Protestantse Kerk in Nederland onder eindredactie van Prof. dr. Leo Koffeman (PThU) uiteindelijk vastelde over dit onderwerp:

‘Synode 12 t/m 14 november 2009: Synode kiest voor de democratische rechtsstaat

13 november 2009 De Protestantse Kerk in Nederland kiest zonder voorbehoud voor de democratische rechtsstaat. Zij herkent in de rechtsstaat belangrijke noties uit de Bijbel. Dat is de kern van de bespreking in de generale synode vrijdag over de nota ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling’. Deze positiebepaling houdt onder andere in dat de kerk zich sterk wil maken om haar bijdrage aan deze democratische rechtsstaat te leveren.

​Vrijheid van godsdienst

Ook wil de kerk zich inzetten voor de waarden die daarmee gegeven zijn: recht en gerechtigheid, mensenrechten, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Vrijheid, gelijkheid, duurzaamheid, participatie, veiligheid en solidariteit zijn belangrijke waarden en uitdagingen voor de kerk zelf en voor politiek en samenleving.

Scheiding tussen kerk en staat

Met de herkenning en erkenning van de democratische rechtsstaat hecht de Protestantse Kerk ook veel belang aan de scheiding tussen kerk en staat. Ze aanvaardt de democratische rechtsstaat principieel en is niet uit op politieke macht. Ze is dankbaar dat ze in vrijheid haar eigen kerkelijk leven mag inrichten en dat dit grondrecht ook voor andere religieuze groeperingen geldt.

Voor de wet is iedereen gelijk en er is scheiding tussen Kerk en Staat. Maar de concrete betekenis van dat uitgangspunt is regelmatig stof van discussie. Er is bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst en dat kan in botsing komen met andere grondwettelijke grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting.

Behoefte aan standpunt

Het moderamen had om de nota gevraagd omdat er een dringende behoefte gevoeld werd aan een protestants standpunt over de verhouding tussen kerk en staat en over de rol van religie in de samenleving. Er was de laatste jaren veel discussie over: Mag een gemeenteraad financieel bijdragen in de bouw van een gebedshuis? Moet de overheid nog langer christelijke scholen subsidiëren? Mag een religieus leider zich negatief uitlaten over bijvoorbeeld homoseksualiteit? Heeft een atheïst het recht zich kwetsend uit te laten over gelovigen?

Minderheden

Dergelijke vragen hebben rechtstreeks te maken met de bescherming van minderheden, ook van religieuze gemeenschappen, als onderdeel van democratie en godsdienstvrijheid. Als gevolg van religieus terrorisme in de wereld en aanslagen in ons eigen land lijkt de bereidheid om religie te respecteren te verminderen. Tegelijk neemt van overheidswege de interesse juist toe, omdat men ziet hoeveel invloed geloof en religie kan hebben op burgers.

De Protestantse Kerk ziet hier een verantwoordelijkheid liggen. Volgens de kerkorde (art. 1, lid 6) is het haar taak om op te roepen “tot de vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat”.

Bespreking in synodevergadering

In de bespreking in de generale synode werd de noodzaak benadrukt dat kerk en gemeenten zich met deze thematiek bezig te houden. Gewezen werd op de vragen rondom het kerkelijk spreken en op de noodzaak van de actieve opstelling van kerk en gemeenten in de relatie tot de overheid.

De generale synode aanvaardde de nota dankbaar als een basis voor het te voeren gesprek in gemeenten. In de nota zullen nog enkele elementen uit het gesprek in de synode verwerkt worden en de nota zal voorzien worden van een gesprekshandleiding. De generale synode hoopt dat daarmee gemeenten geholpen kunnen worden bij het gesprek over de thematiek in het algemeen maar ook toegespitst op hun concrete vragen met betrekking tot hun relatie tot de lokale overheid.

Samenstelling

Het rapport ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling. Bijdrage aan het gesprek in gemeente en kerk’ is gebaseerd op conferenties met en reacties van 33 deskundige theologen, historici, juristen, politici en andere sociale wetenschappers. Prof. dr. Leo Koffeman (PThU), tevens werkzaam bij het expertisecentrum van de dienstenorganisatie, voerde de eindredactie.

Meer informatie

Bron: http://www.protestantsekerk.nl/actueel/Nieuws/nieuwsoverzicht/Paginas/Synode-12-14-november-2009-Synode-kiest-voor-de-democratische-rechtsstaat.aspx.

Bijdrage aan bundel Religie als bron van sociale cohesie in de democratische rechtsstaat (2005)

Unknown

‘Terugblikkend op de laatste paar decennia zien we een scherp toegenomen secularisering, ontkerkelijking en ontzuiling van de Nederlandse samenleving, maar ook een toenemend zichtbaar en merkbaar worden van de religieuze pluriformiteit binnen deze samenleving. Met name de opkomst van de islam als snelstgroeiende godsdienst in Nederland is opmerkelijk. Die opkomst gaat gepaard met spanningen in een samenleving die zelf hoe langer hoe meer vervreemd raakt van haar religieuze wortels en die steeds minder bekwaam lijkt in haar omgang met godsdienst.
De opkomst van de islam heeft ons in verlegenheid gebracht over de spirituele wortels en bronnen van samenleving en staat. Alom klinkt dan ook de roep om herstel van normen en waarden. Maar welke waarden en normen moeten dat zijn? Waarop zijn ze gefundeerd? Wat is hun uiteindelijke anker-punt? Nu de secularisering in feite “voltooid” is en we de secularisering zelfs al voorbij lijken te zijn, wordt de vraag actueel of we in deze post-geseculariseerde situatie nog wel uit de voeten kunnen met liberale concepten als godsdienstvrijheid en scheiding tussen kerk en staat alleen?

Veronderstelt een goed functionerende democratische rechtsstaat niet een geestelijke dimensie, een dimensie die nu juist geboden kan worden door godsdienst? Dient juist het verschijnsel godsdienst niet veel serieuzer genomen te worden? Is juist godsdienst niet de vindplaats van deugden en fungeert godsdienst niet als het overbrengingsmechanisme van die deugden op volgende generaties? Bevordert juist godsdienst niet de sociale cohesie in een samenleving en creëert zij niet de voorwaarden voor een effectieve én legitieme rechtsstaat?
Dit is een boek in de Meijersreeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het boek maakt onderdeel uit van het interfacultaire programma “Sociale cohesie en multiculturaliteit”.’

Mijn eigen bijdrage aan deze bundel, geredigeerd door B. Labuschagne, is getiteld ‘Tussen hoop en wantrouwen. De actualiteit van het protestantse denken over de verhouding tussen godsdienst en staat’: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13333.

Zie over de presentatie van de bundel met minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie:

http://www.leidenuniv.nl/nieuwsarchief2/396.html.

Bestelinformatie van de bundel:

http://www.bol.com/nl/p/religie-als-bron-van-sociale-cohesie-in-democratische-rechtsstaat/1001004002483739/?country=BE.

Bijdrage aan bundel Ongewenste goden. De publieke rol van religie in Nederland (2006)

ongewenste-goden

‘Religie is een nieuwe scheidslijn in politiek en samenleving. Dat is het cruciale thema van Ongewenste goden. Kunnen we de scheiding van kerk en staat en de godsdienstvrijheid handhaven in een maatschappij die meer en meer multireligieus wordt?

De spanningen in immigratieland Nederland spitsen zich toe op de rol van religie in het openbare leven. Moslims zullen pas in Nederland integreren als hun godsdienst niet meer als een sta-in-de-weg fungeert, heet het. De gematigde kritiek houdt in dat de islam in het Westen de waarden moet absorberen die de vrijheid van het individu waarborgen. Radicaler is het denkbeeld dat moslims die hier willen leven hun religie moeten opgeven. In het spoor van deze islamkritiek zijn ook het christendom en andere religies onder vuur komen te liggen als achterlijke relicten uit onverlichte tijden.

De vrijheid van godsdienst, van onderwijs en van vereniging is dan aan een drastische herdefiniëring toe. Andere stemmen in het debat benadrukken juist de onmisbaarheid van religie voor de moraal en de gemeenschapszin.’

Mijn eigen bijdrage, getiteld ‘Culturele verscheidenheid is het wezen van de schepping. Een oneigentijds pleidooi van de Verenigde Naties voor een multiculturele politiek’, valt hier te raadplegen: https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/15112/Ongewenste+goden1.pdf%3bjsessionid=6D4B7845195E385AD9ED052CE2FB9DAB?sequence=2.

Bestelinformatie van de bundel als geheel, verschenen onder redactie van Marcel ten Hooven en Theo de Wit:

http://www.bol.com/nl/p/ongewenste-goden/1001004002729397/.

 

 

Co-redacteur en co-auteur, bundel Rechten, plichten, deugden (2003)

1001004001982336

‘Het “rechtendiscours” staat, zo lijkt het, onder druk. Sommigen klagen over de polariserende werking die uitgaat van het vertalen van moreel vertoog in rechten (Mary Ann Glendon, Jeremy Waldron). Anderen zien nadelen aan de ‘juridisering’ in verband met een overbelasting van het apparaat en spanning binnen de trias politica (werkgroep Van Kemenade naar aanleiding van procederen tegen de overheid).

Velen vragen zich af of het denken in rechten niet is ‘doorgeschoten’. Vooral hedendaagse cultuurcritici wijzen op de negatieve gevolgen van individualisering en fragmentatie (communitaristen Lasch, Bork).

Ook voor de discussie over intergratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving is deze discussie van belang. De roep om “aanpassing” is groot.

Maar aanpassingen waaraan? Zijn er plichten en deugden te formuleren waaraan elke burger of ambtsdrager zich zou hebben te conformeren? En zo ja, hoe kan men de oriëntatie op die plichten en deugden bevorderen? Heeft de staat hier een taak? Maar hoe verhoudt zich dat tot het liberale ideaal dat de staat niet zou mogen optreden als zedenmeester?

Over deze actuele vragen gaat dit boek, dat is geschreven door een groep van overwegend Leidse en Amsterdamse juristen en filosofen, maar ook de nodige aan de praktijk ontleende inzichten bevat. Het boek bouwt onder meer voort op de – goed ontvangen – boeken Sociale cohesie en het recht (1998), Multiculturalisme, cultuurrelativisme en sociale cohesie (2001) en De multiculturele samenleving en het recht (2002).

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het boek maakt onderdeel uit van het interfacultaire programma sociale cohesie en multiculturaliteit.’

Ik redigeerde deze bundel samen met P.B. Cliteur.

Mijn eigen hoofdstuk is getiteld ‘”A brick from the wall”. Zelman v. Simmons-Harris et al. en het einde van de strikte scheiding tussen kerk en staat op onderwijsgebied in Amerika’:

https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13920.

Bestelinformatie:

http://www.bol.com/nl/p/rechten-plichten-deugden/1001004001982336/.

Co-redacteur en co-auteur, bundel Gelijkheid en rechtvaardigheid. Staatsrechtelijke vraagstukken rondom ‘minderheden’ (2002)

GetAttachment.aspx

‘Op 14 december 2001 vond de 28ste staatsconferentie plaats, waarbij de Leidse juridische faculteit als gastheer optrad. Het thema van de conferentie was Gelijkheid en rechtvaardigheid. Staatsrechtelijke vraagstukken rondom “minderheden”. De positie van en het gedrag van minderheden binnen onze samenleving staan de laatste tijd weer nadrukkelijk in de belangstelling. In dat verband is er onder meer discussie over de verhouding van het discriminatieverbod van artikel 1 Grondwet tot andere grondrechten.

De staatsrechtconferentie 2001 vormde in zekere zin een vervolg op de in 1979 in Leiden gehouden staatsrechtconferentie over ‘staatsrecht en minderheidsgroepen’. Na ruim 20 jaar wordt teruggeblikt op de ontwikkelingen in het minderhedenbeleid en in de wetgeving en rechtspraak met betrekking tot gelijke behandeling van diverse minderheidsgroepen. In hoeverre hebben beleid, wetgeving en rechtspraak geleid tot een grotere rechtvaardigheid in de behandeling van minderheidsgroepen in het functioneren van de samenleving als geheel? Daarnaast wordt vooruitgekeken naar nieuwe uitdagingen voor het staatsrecht als het gaat om het tegengaan van uitsluiting van kwetsbare groepen. Daarbij is het begrip “minderheden” bewust tussen aanhalingstekens geplaatst. Het perspectief is niet beperkt tot de min of meer traditionele minderheden in de vorm van allochtone bevolkingsgroepen, maar juist ook gericht op “nieuwe” groepen die zich als minderheid presenteren. Zo wordt niet alleen aangesloten bij allerhande actuele ontwikkelingen in onze multi-etnische, multireligieuze en multiculturele samenleving, maar ook onder meer stilgestaan bij de vraag in hoeverre het concept “minderheid” aan verandering onderhevig is.

Diverse onderwerpen, zoals de ontwikkeling van het Nederlandse minderhedenbeleid, de representatie van minderhedn binnen de politieke besluitvorming, botsing van grondrechten, scheiding van kerk en staat en onderscheid op grond van handicap worden in deze bundel belicht door personen die vanuit de politiek-bestuurlijke of rechtspraktijk met die onderwerpen te maken hebben. De bijdragen zijn op sommige plaatsen na de conferentie nog nader uitgewerkt naar aanleiding van de discussie. Ook zijn hier en daar nog actuele ontwikkelingen van na de conferentie meegenomen.’

Voor mijn eigen bijdrage, getiteld, ‘De verhouding tussen staat en godsdienst. Enkele stellingen ter herorientatie op een actueel thema’ (met B.C. Labuschagne), zie: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/15114.

Voor de volledige inhoudsopgave, zie: http://www.gbv.de/dms/spk/sbb/toc/365325643.pdf.

Bestelinformatie:

http://www.bol.com/nl/p/gelijkheid-en-rechtvaardigheid-staatysre/1001004001829679/;

http://www.vanstockum.nl/boeken/recht-algemeen/staats–en-bestuursrecht/nl/gelijkheid-en-rechtvaardigheid%253B-staatsrechtelijke-vraagstukken-rondom-%2522minderheden%2522-kroes-mloof-jpnapel-hmtd-ten-9789026840807/

Artikel in Liberaal Reveil (I)

Het nieuwste nummer van Liberaal Reveil is onder meer gewijd aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen in Nederland. Hierin staat ook een artikel van mijn hand, getiteld ‘Rel rond fastfoodketen Chick-fil-A laat zien: scheiding van kerk en staat niet langer grootste zorg in Amerika’.

Voor de inhoudsopgave van het nummer, zie http://teldersstichting.vvd.nl/nieuws/307/oktobernummer-liberaal-reveil-verschenen. Losse nummers zijn te bestellen voor 9,25, door een mail te sturen naar het secretariaat van de Teldersstichting (info@teldersstichting.nl) dan wel te bellen (070-3631948).

Hieronder volgen de eerste drie paragrafen van het artikel:

‘1. Inleiding

Wat heeft de rel rond de in kipproducten gespecialiseerde fastfoodketen Chick-fil-A van afgelopen zomer te zeggen over de mate van godsdienstvrijheid in de Verenigde Staten? Nadat eigenaar Dan Cathy van de keten zich in een interview had uitgesproken voor een traditionele, bijbelse opvatting over het huwelijk, dreigden burgemeesters van verschillende grote Amerikaanse steden als Boston en Chicago nieuwe vestigingen van de keten in hun steden te zullen weren. Kennelijk geldt de godsdienstvrijheid niet of in mindere mate voor zakenmensen en doen deze er in elk geval verstandig aan niet teveel uiting te geven aan hun religieuze opvattingen buiten de samenkomsten van, in dit geval, New Hope Baptist Church in Fayetteville, Ga.1)

Deze rel van nationale proporties laat zien dat, anders dan in Europa wel wordt aangenomen, in de Verenigde Staten niet langer het waarborgen van de scheiding van kerk en staat de grootste bron van zorg vormt. Veeleer gaat het erom een nieuw evenwicht te vinden tussen een zestal zogeheten ‘essentiële rechten en vrijheden’ van godsdienst. Behalve de scheiding van kerk en staat, betreft dit de vrijheid van geweten, religieus pluralisme, religieuze gelijkheid, het verbod van de verlening van een voorkeursstatus aan religie en de godsdienstvrijheid zelf.2) Het verdient bovendien opmerking dat de scheiding van kerk en staat volgens deze principes niet strikt hoeft of zelfs mag worden uitgelegd.

2. Het Eerste Amendement

De Verenigde Staten worden op godsdienstig terrein dikwijls geassocieerd met een strikte scheiding van kerk en staat. Helemaal ten onrechte is dat niet. De geschiedenis van het ontstaan van het land kan men immers tenminste gedeeltelijk interpreteren als de poging tot het maken van een nieuwe start van een heterogene groep vluchtelingen uit Europa, die met elkaar gemeen hadden dat zij te lijden hadden gehad onder de een of andere vorm van staatsreligie. Het lag dan ook voor de hand dat zij aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan allesbehalve deze situatie wilden continueren. De opstellers van de Amerikaanse constitutie waren diep doordrongen van het feit dat ‘the church could do wrong’.3)

Toch beginnen hier direct reeds de complicaties. Onder degenen die zich nieuw vestigden in Amerika, bestonden namelijk de nodige verschillen van inzicht over de vraag hoe ver de scheiding van kerk en staat precies diende te gaan. Bepaalde stromingen, waaronder de Evangelicalen en Verlichtingsdenkers, wilden daarin beduidend verder gaan dan bijvoorbeeld de Puriteinen en de civiele republikeinen die religie in het algemeen en het Christendom in het bijzonder van fundamenteel belang achtten voor zowel het welzijn van de burgers als het goed functioneren van het democratische bestel.

Uiteindelijk leidde deze tamelijk bonte cocktail van opvattingen in 1791 tot het befaamde Eerste Amendement bij de Amerikaanse constitutie. Dat zegt weliswaar, dat de federale staat op geen enkele manier mag bijdragen aan een establishment van religie. Tegelijkertijd beklemtoont het echter hoe belangrijk de vrije uitoefening van iemands godsdienst is:

‘Congress shall make no law respecting an establishment of religion, or prohibiting the free exercise thereof (…).’

Uit deze formulering blijkt reeds dat de scheiding van kerk en staat niet het enige leerstuk is dat van belang is voor een goed begrip van de godsdienstige verhoudingen in de Verenigde Staten. Niet voor niets spreekt een gezaghebbend handboek van het eerdergenoemde samenstel van zes, nauw met elkaar samenhangende, ‘essentiële rechten en vrijheden’ van godsdienst.5) De vier hierboven onderscheiden groeperingen van civiele republikeinen, Evangelicalen, Puriteinen en Verlichtingsdenkers onderschrijven weliswaar van oudsher in beginsel al deze principes, maar verschillen van mening over hun relatieve gewicht.

3. Verschuivende kerk-staatverhoudingen

Als gevolg hiervan is het niet verwonderlijk, dat over de juiste balans tussen met name het verbod van de verlening van een nationale voorkeursstatus aan religie enerzijds en de vrije uitoefening daarvan anderzijds door de hele geschiedenis van de Verenigde Staten heen discussie is blijven bestaan en ook dat de balans nu eens naar de ene kant, dan weer naar de andere kant is doorgeslagen. Globaal kunnen in de Amerikaanse kerk-staatverhoudingen tenminste drie fasen worden onderscheiden.6)

Het verbod van de verlening van een voorkeursstatus aan religie dat in het Eerste Amendement is neergelegd, verhinderde niet dat er – mede onder invloed van de religieuze opwekkingsbeweging van de ‘Second Great Awakening’ (1790-1840), waaraan onder anderen de naam verbonden is van de Presbyteriaanse predikant Charles Finney – gedurende ruim 150 jaar na de aanname daarvan sprake zou zijn van een informele establishment van het (blanke) protestantisme. Dit kwam bijvoorbeeld tot uitdrukking in gebed en bijbellezing op de ‘common schools’ van de staat.

Aan deze periode van een informele voorkeursstatus kwam een einde na de Tweede Wereldoorlog. Dit valt onder andere af te lezen uit een serie uitspraken van het Amerikaanse Hooggerechtshof, waaronder Engel t. Vitale (1962) en Abington School District t. Schempp (1963). In deze twee beslissingen bepaalde het Hof met 8 tegen 1 stemmen, dat noch een door de staat geschreven gebed noch het Onze Vader en een bijbellezing onderdeel mochten uitmaken van het curriculum van door de overheid bestuurde en bekostigde scholen. In de eerste zaak oordeelde het Hof, dat als gevolg van het Eerste Amendement ‘in this country it is no part of the business of government to compose official prayers for any group of the American people to recite as a part of a religious program carried on by government’.7) Een jaar later stelde het Hof dat het bij het Onze Vader en een bijbellezing ging om ‘religious exercises, required by the States in violation of the command of the First Amendment that the Government maintain strict neutrality, neither aiding nor opposing religion’.8) Het feit dat deelname aan de godsdienstoefeningen op vrijwillige basis geschiedde, deed daarbij niet terzake.

Voor deze – thans definitieve – disestablishment van religie was in feite reeds de toon gezet in de uitspraak in de zaak Everson t. Board of Education uit 1947, waarin het Hof in algemene zin verklaarde dat ‘[n]o tax in any amount, large or small, can be levied to support any religious activities or institutions, whatever they may be called, or whatever form they may adopt to teach or practice religion. (…) In the words of Jefferson, the clause against establishment of religion by law was intended to erect “a wall of separation between Church and State”.’9)

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is vervolgens geleidelijk aan de vraag opgekomen of de constitutioneel op zichzelf gerechtvaardigde disestablishment van het protestantisme niet is doorgeslagen in een marginalisering van de publieke rol van het geloof in het algemeen.10) Daarmee zou er toch weer sprake zijn van de verlening van een voorkeursstatus, nu aan wat wel wordt aangeduid als het sectarisch secularisme. Het zijn bewegingen als de Moral Majority en Christian Coalition die er als geen ander in zijn geslaagd deze problematiek op de politieke agenda te krijgen en daarmee de derde fase in de Amerikaanse kerk-staatverhoudingen in te luiden. De titels van twee in de noten genoemde boeken geven de verschuiving fraai aan: respectievelijk The Naked Public Square (1984) en Religion Returns to the Public Square (2003).
De rel rond de fastfoodketen Chick-Fil-A kan enerzijds worden geïnterpreteerd als uitdrukking van deze nieuwe, vrijmoediger omgang met de rol van religie in het publieke domein, anderzijds als duidelijke indicatie van het ongemak waartoe dit aanleiding kan geven bij de waarschijnlijk mede als gevolg hiervan recentelijk eveneens in assertiviteit toegenomen seculiere stroming in de Amerikaanse samenleving. Ook de recente verontwaardiging onder Amerikaanse rooms-katholieke organisaties over de moeite die zij ervaren bij het verkrijgen van uitzonderingen op de aan te bieden pakketten in het kader van Obama’s zorgwetgeving voor onderdelen waartegen zij principiële bezwaren hebben, zoals abortus, sterilisatie en voorbehoedsmiddelen, vormt een duidelijke uitdrukking van de aanhoudende culture war.11)

Noten
1) Vgl. Ross Douthat, ‘Defining Religious Liberty Down’, The New York Times, 28 juli 2012.
2) Voor de essentiële rechten en vrijheden, zie John Witte Jr. & Joel A. Nichols, Religion and the American Constitutional Experiment (3rd ed.; Boulder, Colorado: Westview Press, 2011), hoofdstuk 3.
3) Marci A. Hamilton, ‘The Calvinist Paradox of Distrust and Hope at the Constitutional Convention’, in: Michael W. McConnell, Robert F. Cochran, Jr. en Angela C. Carmella (red.), Christian Perspectives on Legal Thought (New Haven & Londen: Yale University Press, 2001) 293-306, aldaar 301.
4) Voor de stromingen, zie Witte Jr. & Nichols, Religion and the American Constitutional Experiment, hoofdstuk 2.
5) Supra, noot 2.
6) Vgl. E.J. Dionne Jr., ‘Foreword’, in: Hugh Heclo en Wilfred M. McClay (red.), Religion returns to the public square. Faith and policy in America (Baltimore en Londen: The John Hopkins University Press, 2003) xi-xvii, aldaar xiii-xiv.
7) Engel t. Vitale, 370 U.S. 421, aldaar p. 425 (1962). Het gebed luidde: ‘Almighty God, we acknowledge our dependence upon Thee, and we beg Thy blessings upon us, our parents, our teachers and our country.’
8) Abington School District t. Schempp, 374 U.S. 203, aldaar p. 225 (1963).
9) Everson t. Board of Education, 330 U.S. 1, aldaar p. 16 (1947).
10) Vgl. Richard John Neuhaus, The naked public square. Religion and democracy in America (Grand Rapids, Michigan: William B. Eerdmans Publishing Company, 1984).
11) Vgl. United States Conference of Catholic Bishops, Ad Hoc Committee for Religious Liberty, ‘Our First, Most Cherished Liberty. A Statement on Religious Liberty’, http://www.usccb.org/issues-and-action/religious-liberty/our-first-most-cherished-liberty.cfm.

– wordt vervolgd –