Tag Archives: constitutionalisme

Masterprofileringsvak Vergelijkend Constitutioneel Recht over ‘Frontier Research’

De afgelopen editie van mijn masterprofileringsvak Vergelijkend Constitutioneel Recht stond in het teken van de ‘ILS Seed Money Grant for Frontier Research’ die ik vorig jaar ontving.

Wat vonden de deelnemers? Enkele opmerkingen uit de evaluatie onder studenten:

‘Erg actuele en heel interessante onderwerpen.

Een van de meest leerzame vakken van de master. Dit vak tilt de gehele master naar een hoger niveau. De manier van onderwijs daagt uit om na te denken. Zelden een docent zo enthousiast over zijn vakgebied gezien, dat wordt overgedragen op studenten.

De opzet van het college met aansluitend een discussie zorgt ervoor dat ontzettend veel interessante perspectieven besproken kunnen worden.

Het enthousiasme van de docent was bijzonder aanstekelijk en zorgde ervoor dat het onderwijs altijd interessant en leuk was.

Iedereen kreeg het woord. Er was ruimte voor het stellen van vragen. Kritische kijk werd gewaardeerd.

Enorm veel achtergrondkennis met een heldere uitleg op vragen.

Veel oefening in schrijven.

Omdat elke week minstens 1 opdracht ingeleverd moest worden, werd je gedwongen om alle stof goed te bestuderen en over na te denken. Dat maakt dat ik de stof me ook beter eigen maak.

Goede nuttige feedback werd gegeven.

Uitdagend is het vak zeker, maar dat is juist positief.’

Vak gemist of anderszins nog niet kunnen volgen? In het eerste semester heb je een nieuwe kans:

https://studiegids.leidenuniv.nl/courses/show/84389/profileringsvak-vergelijkend-constitutioneel-recht

Zie ook:

Press Release: ‘Twelve ILS seed money grants for frontier research at Leiden Law School’

Presenter and Discussant, ICON-S Conference ‘Courts, Power, Public Law’, University of Copenhagen, 5-7 July 2017 (II)

Masterprofileringsvak Vergelijkend Constitutioneel Recht / Master Elective Course on Comparative Constitutional Law

 

 

Nieuwsbericht ‘Hans-Martien ten Napel doceert Advanced Course over de Federalist Papers in VS’

“Van 19-22 juni jl. nam Hans-Martien ten Napel, universitair hoofddocent Staats- en bestuursrecht, deel aan Acton University in Grand Rapids, Michigan. Acton University, dat jaarlijks wordt georganiseerd door het Acton Institute, is ‘a unique, four-day exploration of the intellectual foundations of a free society’. Er komen meer dan 1.000 cursisten op af uit de hele wereld en uit diverse sectoren van het maatschappelijke leven.

Ten Napel doceerde aan Acton University een ‘advanced course’ over ‘The Relevance of the Federalist Papers Today’. Deze lezing was o.m. gebaseerd op een bijdrage die hij leverde aan de onlangs verschenen bundel De Federalist Papers. Bakermat van het moderne constitutionalisme (Damon, 2018). De bundel is de eerste Nederlandstalige inleiding tot wat wel is genoemd ‘the most important book in political science ever written in the United States’, ‘a basic source of constitutional law’ en ‘a great classic of political theory’.”

Bron: https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2018/06/hans-martien-ten-napel-doceert-advanced-course-over-de-federalist-papers-in-vs.

Zie ook:

Advanced Course on ‘The Relevance of the Federalist Papers Today’

Participant, Acton University, June 20-23 2017, Grand Rapids, Michigan (II)

Participant, Acton University, June 20-23 2017, Grand Rapids, Michigan (I)

 

Bijdrage aan bundel De Federalist Papers. Bakermat van het moderne constitutionalisme (2018)

‘De Federalist Papers worden zeer geprezen door vele presidenten van de V.S., waaronder Washington, Jefferson en Theodore Roosevelt. Het Amerikaanse Hooggerechtshof citeert er tot op de dag van vandaag regelmatig uit als maatgevend voor de uitleg van de Constitutie. En politiek historicus Clinton Rossiter noemt ze ‘the most important work in political science that has ever been written, or is likely ever to be written, in the United States.’ Een werk dat volgens Tocqueville, de auteur van hét standaardwerk over democratie, ‘overal ter wereld gelezen zou moeten worden door wie in politiek en recht is geïnteresseerd’. In deze bundel worden de Federalist Papers, voor het eerst in de geschiedenis van de Lage Landen, voor een Nederlandstalig publiek ingeleid en becommentarieerd.’

Bron: https://www.damon.nl/book/de-federalist-papers#product_description.

Op deze plaats kan ook worden doorgeklikt naar de inhoudsopgave en de inleiding van de buindel.

Mijn eigen bijdrage aan de bundel, die onder redactie staat van Paul de Hert, Andreas Kinneging en Gerard Versluis, is getiteld: ‘Think for yourselves? N.a.v. Sanford Levinson, An Argument Open to All. Reading The Federalist in the 21st Century (2015)’.

Een niet-definitieve versie versier van deze bijdrage, zonder notenapparaat, valt te lezen in een eerdere reeks posten op dit blog:

Bijdrage t.b.v. symposium The Federalist Papers (VI, slot): Levinson, de bloedverwant

Zie voorts:

Upcoming Speaking Engagement: Symposium The Federalist Papers, Brussel, 20 april 2017

Participant, ‘Great Transformations: Political Science and the Big Questions of Our Time’, 2016 APSA Annual Meeting, Philadelphia, PA, September 1-4

 

 

Geloof in de liberale democratie (VII): een mooie horizon?

Dit is het zevende en laatste deel van een serie blogposts, die inmiddels tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zijn verschenen in het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Zodra dit artikel (binnenkort) via Open Access beschikbaar komt, zal het in een volgende blogpost worden gemeld.

De vraag is al met al gerechtvaardigd hoe realistisch de in deze bijdrage uiteengezette visie op constitutionalisme, democratie en godsdienstvrijheid is. Wanneer de staat niet langer uitgaat van het bestaan van religieuze waarheid, dan is de mensvisie van Vorster de facto losgelaten, en kan deze bezwaarlijk nog langer het constitutionalisme en de democratie beïnvloeden. We zijn dan in een moderne of zelfs postmoderne constellatie beland, waarin de visie van Cohen op geloof in de liberale democratie de overhand krijgt. Hoewel deze taxatie min of meer logisch voortvloeit uit het voorgaande, dient toch gewaakt te worden voor overdrijving. De eerste reden daarvoor is dat het, vergeleken met andere delen van de wereld, nog altijd relatief goed gesteld is met de godsdienstvrijheid in het Westen. Ook wanneer we de blik beperken tot ons deel van de wereld, kan de situatie zowel van land tot land als in de tijd verschillen. Indien bijvoorbeeld enkele Europese landen zijn opgeschoven richting een postmoderne visie op godsdienstvrijheid, hoeft dat nog niet over de hele linie te gelden. In het geval een moderne visie op godsdienstvrijheid wordt aangehangen, zijn er nog altijd meer raakvlakken met de liberale uitgangssituatie dan in een postmoderne constellatie het geval is.

Een andere reden om niet te overdrijven, is dat het voor wie een appèl wil doen tot verandering, beter de positieve kanten kan beklemtonen van het alternatief dan de negatieve kanten van de status quo. In een andere context heeft Paus Franciscus gewezen op de aantrekkingskracht die kan uitgaan van het delen van ‘vreugde’ en ’het wijzen op een ‘mooie horizon’. Het is in deze geest dat in het bovenstaande aandacht is gevraagd voor een alternatief voor de visie van Cohen en andere nieuwe critici van het recht op godsdienstvrijheid en levensovertuiging op geloof in de liberale democratie. Een visie die de mens en de menselijke ervaring als vertrekpunt kiest en vandaaruit het constitutionele en politieke stelsel ontwerpt, is niet alleen historisch meer in overeenstemming met hoe westerse stelsels zijn vormgegeven, maar ook in het heden potentieel nog attractiever dan de tegenovergestelde werkwijze. Het geloof in de liberale democratie kan erdoor worden versterkt. In de tegenovergestelde situatie wordt eerst door politieke theoretici een inhoudelijke visie op liberale democratie ontworpen. Teneinde deze visie aan de maatschappelijke werkelijkheid op te kunnen leggen, wordt van mensen en hun organisaties verlangd dat zij zich hiernaar voegen. Welbeschouwd is deze visie even antipluralistisch als het populisme. Wie zich niet wenst te schikken naar de aan de liberale democratie gestelde inhoudelijke eisen, hoort niet langer bij het volk en wordt daarvan uitgesloten. Hierdoor dreigt op termijn ook het geloof in de liberale democratie te verminderen.

Het beroep op theologische concepten als vreugde en schoonheid laat tevens de waarde van een interdisciplinaire benadering van het constitutionele recht in het algemeen en van samenwerking met de theologie in het bijzonder zien. Het recht bevat zelf zeker ook normatieve begrippen, zoals rechtvaardigheid, die het positieve recht kunnen sturen. In de praktijk blijkt deze sturende kracht echter gering. Wanneer het begrip rechtvaardigheid door de nieuwe critici van godsdienstvrijheid wordt gebezigd, blijkt het tot tegengestelde resultaten te leiden dan in dit artikel bepleit. Er valt daarom niet aan te ontkomen om nog een spade dieper te steken en te beginnen met de vraag wie de mens eigenlijk is. Zo is dat ook in de periode van de stichting van de Verenigde Staten bewust of onbewust gebeurd. Voor zover het pleidooi voor een eerherstel van klassiek-liberale waarden een terugkeer behelst naar een aantal centrale gedachten aangaande de staatsinrichting zoals in deze periode ontwikkeld, verdient het aanbeveling de rol van antropologie wederom niet te veronachtzamen. Daarbij kunnen andere disciplines, zoals de ethiek en de theologie, de rechtswetenschap goede diensten bewijzen.

Geloof in de liberale democratie (VI): godsdienstvrijheid

Upcoming Speaking Engagement: (A)theïsme. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?, De Balie, 8 april 2018

Book Recommendations (I): Nicholas Wolterstorff, Understanding Liberal Democracy (2012)

Upcoming Speaking Engagement: (A)theïsme. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?, De Balie, 8 april 2018

‘Hoeveel ruimte is er voor religie in een seculiere samenleving? Als we naar het maatschappelijke debat over de excessen van godsdiensten kijken – het misbruik in de katholieke kerk, misbruik in joodse gemeenschappen en het terrorisme uit naam van god – lijkt het makkelijk om te oordelen. Maar religie biedt juist ook houvast en zingeving in een snel veranderende wereld. Op de hele wereld is er geen volk te vinden zonder religie. Gelovig zijn zit dus niet alleen diep verankerd in onze cultuur, maar ook in ons menszijn.

Het aantal gelovigen op de wereld blijft in weerwil van het maatschappelijke debat gestaag toenemen. Daarom praten we op 8 april met atheïsten en theïsten over de invloed van religie op de maatschappij in de moderne tijd. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?

Met: Floris van den Berg (atheïst), Tamarah Benima (Joods), Hans-Martien ten Napel (Protestants), Nahed Selim (Katholiek), Alaeddine Touhami (Moslim) en Paul Cliteur (atheïst).

Sprekers:

Tamarah Benimah (liberaal rabbijn) is een Nederlandse journaliste, columniste, vertaalster en liberaal rabbijn. Benimah is voor een liberale invulling van het geloof, zonder dogmatische regels.

Floris van den Berg (atheïst) Floris van den Berg is filosoof en atheïst. Hij is auteur van onder andere ‘Hoe komen we van religie af?’ en ‘De vrolijke feminist’. Onlangs verscheen zijn boek ‘De olijke atheïst’. Van den Berg zet zich in voor een wereld met minder leed en meer waarheidsliefde. Hij vindt dat we religie af moeten zweren.

Nahed Selim (ex-moslim nu katholiek) Nahed Selim is geboren in Egypte in 1953. Sinds 1979 woont ze in Nederland en werkt ze als tolk/vertaalster Arabisch. In het verleden was ze publiciste en schreef meerdere boeken die te maken hadden met vrouwen en islam. In 2013 transformeerde ze van een feministische islamcriticus in een conservatieve christen.

Hans Martien ten Napel (protestants) Hans-Martien ten Napel is als universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht werkzaam aan de Universiteit Leiden. In 2014 ontving hij een Research Fellowship in Legal Studies van het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ. In het voorjaar van 2017 verscheen, mede als uitvloeisel van dit fellowship, van zijn hand de monografie Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge).

Alaeddine Touhami deed samen met de familie Rouidi mee aan het EO-programma Tijs en de Ramadan. Hij is ook de initiatiefnemer van Het Huis van Vrede in Almere. Het Huis van Vrede is een ruimte waar verschillende culturen bij elkaar komen en samen werken. Er vinden activiteiten plaats gericht op ontplooiing van de jeugd, op het gebied van cultuur, maatschappij, kunst en natuur.

Paul Cliteur (atheïst) Paul Cliteur is rechtsgeleerde, filosoof en overtuigd atheïst.’

Bron en aanmelding: https://www.debalie.nl/agenda/podium/(a)theïsme/e_9783345/p_11771149/.

Zie ook:

Redactioneel ‘Religie en de rule of law’

Lid, promotiecommissie, D. van der Blom, ‘De verhouding van staat en religie in een veranderende Nederlandse samenleving’, 6 juli 2016

Bijdrage aan bundel Religie als bron van sociale cohesie in de democratische rechtsstaat (2005)

 

 

Geloof in de liberale democratie (IV): constitutionalisme

Dit is het vierde deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor de eerste drie delen, zie de links onderaan deze blogpost.

Welke consequenties heeft de door Vorster voorgestane antropologie voor zijn visie op wat constitutionalisme precies inhoudt? Het is nauwelijks overdreven om te stellen dat de meeste binnen het (vergelijkende) constitutionele recht gangbare definities van constitutionalisme eerder aansluiten bij de benadering van Cohen dan bij die van Vorster. Dat geeft aan dat Cohen bepaald geen sectarische minderheidsopvatting vertolkt, maar eerder aansluit bij de mainstream opvattingen dienaangaande. Het nieuwe schuilt er dan eerder in dat zij er consequenties aan verbindt voor het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Dat Cohen aansluit bij de heersende leer betekent echter nog niet dat zij ook gelijk heeft. Zoals de titel van haar artikel aangeeft, is zij geinteresseerd in de vraag ‘Whose Sovereignty?’ Zij stelt de vraag bij wie de soevereiniteit berust en voor haar is het duidelijk dat dit bij de staat moet zijn. Alleen op die manier is het mogelijk haar visie op de liberale democratie te realiseren. Dit is echter wel enigszins paradoxaal. Constitutionalisme kan immers vrij worden omschreven als het geheel van staatsrechtelijke arrangementen dat erop gericht is om de rechten en vrijheden van de burgers tegenover de staat te waarborgen. Als het dan vervolgens zo is dat alle touwtjes uiteindelijk in handen van de staat worden gelegd, aangezien alleen op die manier het liberalisme kan worden gerealiseerd, wordt de liberale democratie eigenlijk belangrijker gemaakt dan de rechten en vrijheden van de burgers in wier naam het liberalisme wordt aangehangen. Is een volledige soevereiniteit van de staat welbeschouwd in het belang van de bescherming van de rechten en vrijheden van burgers?

De katholieke rechtswetenschapper Richard W. Garnett is enige jaren geleden met een alternatieve definitie van constitutionalisme gekomen, die het overwegen waard lijkt. In de visie van Garnett is constitutionalisme:

‘the enterprise of protecting human freedom and promoting the common good by           categorizing, separating, structuring, and limiting power in entrenched and enforceable ways’.

Op het eerste gezicht komt deze omschrijving behoorlijk in de buurt van standaardomschrijvingen van het principe van machtenscheiding, zoals ook Cohen dat zal omschrijven. Het is begrijpelijk dat de omschrijving van Garnett hier raakvlakken mee vertoont, aangezien de machtenscheiding de klassieke manier is om de rechten en vrijheden van burgers te beschermen, gegeven het feit dat er enigerlei vorm van staatsgezag nodig is. Het idee is dat het kan helpen om dat staatsgezag niet absoluut te laten zijn, maar het op te delen in verschillende onderdelen, die elkaar kunnen beteugelen en controleren. De vraag die hier echter speelt, is welke macht als uitgangspunt geldt.

Bij nadere beschouwing bevat Garnett’s omschrijving van machtenscheiding een element dat in veel klassieke definities van constitutionalisme ontbreekt, te weten de bevordering van het algemeen welzijn. Garnett laat zich hier kennen als een katholieke auteur, want de notie van het algemeen welzijn neemt vanouds een belangrijke plaats in binnen de katholieke sociale leer. In het liberalisme, daarentegen, wordt er eerder vanuit gegaan dat de staat onder alle omstandigheden neutraal dient te zijn en dat dit uitgangspunt eraan in de weg staat dat de staat zou trachten het algemeen welzijn te bevorderen. Hoe kan de staat immers bepalen wat het algemeen welzijn bevordert, wanneer zijn neutraliteit het hoogste goed is? Neutraliteit neemt zo de plaats van algemeen welzijn over. Een vraag die de omschrijving van Garnett oproept, is of er binnen het liberale constitutionalisme niet toch ook meer ruimte kan en moet worden gemaakt voor de notie van het algemeen welzijn. Is het immers wel zo vanzelfsprekend dat het liberalisme in de praktijk uitmondt in een vrijwel volledig waardenrelativisme?

Het verschil tussen de opvattingen van Cohen en Garnett over constitutionalisme wordt nog duidelijker, wanneer een toevoeging in aanmerking wordt genomen die Garnett aanbrengt bij zijn hierboven weergegeven definitie. Garnett schrijft namelijk tevens dat:

‘[c]onstitutionalism relies, both in theory and in fact, not only on the separation and        limitation of the powers of the political authority, but also on the existence and the       health of authorities and associations outside, and meaningfully independent of, the        state.’

Dit nu is een gevoelig element, want Garnett breidt hier de werking van het principe van machtenscheiding uit van staatsmachten tot organisaties van burgers welke onafhankelijk zijn van de staat. Dit past echter niet goed binnen een doctrinaire opvatting van het staatsrecht, waarin dit recht alleen betrekking heeft op de staat en instituties die door publiekrecht in het leven zijn geroepen. Bovendien wordt hiermee de algehele soevereiniteit van de staat doorbroken en ontstaat een nieuwe constellatie waarin de soevereiniteit gedeeld wordt tussen de staat en van diezelfde staat onafhankelijke organisaties van de civil society. Zoals we hebben gezien, is dit precies waar Cohen zich zorgen over maakt.

Toch is het de vraag of het zo’n vreemde gedachte is om, zeker in de 21ste eeuw, het principe van machtenscheiding op deze manier uit te breiden. Door de opkomst van de sociale rechtsstaat is het aantal taken van de staat immers gegroeid. Het helpt dan niet meer voldoende om de staatsmacht op te delen in drie machten. Het is hiernaast noodzakelijk om tegenmacht in het leven te roepen tegen de staatsmacht als zodanig, ongeacht of het nu de wetgevende, de uitvoerende of de rechterlijke macht betreft. Door de opkomst van de sociale rechtsstaat is immers het verschil tussen de drie machten vervaagd, aangezien de uitvoerende macht ook aan wetgeving is gaan doen, terwijl de rechterlijke macht zich bij wijze van compensatie intensiever is gaan bezighouden met de controle van bestuurshandelen. Naast de opkomst van de sociale rechtsstaat, heeft ook de internationalisering bijgedragen aan een versterking van de positie van het bestuur binnen de trias politica. De wetgever is onvoldoende in de gelegenheid controle uit te oefenen op een en ander, aangezien de besluitvorming zich voor een deel heeft verplaatst naar internationale gremia.

Afgezien van staatsrechtelijke overwegingen die voortvloeien uit de trias politica, sluit een uitbreiding van de omschrijving van constitutionalisme met maatschappelijke organisaties aan bij de in de vorige paragraaf uiteengezette mensvisie. Indien het immers zo is dat mensen alleen dan tot hun bestemming komen wanneer zij hun activiteiten zowel in het publieke als in het privé-domein stoelen op hun geloof of andere levensovertuiging, dan moeten die activiteiten in het publieke domein ook zin kunnen hebben.

Voor de eerste drie delen van deze serie, zie:

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Geloof in de liberale democratie (III): de rol van antropologie

 

Geloof in de liberale democratie (III): de rol van antropologie

Dit is het derde deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor het eerste en tweede deel, zie de links onderaan deze blogpost.

Hoewel ik zoals hieronder zal blijken hun kritiek niet deel, ben ik de ‘new critics of religious freedom’ erkentelijk omdat zij mij het thema hebben aangereikt voor het boek dat ik naar aanleiding van mijn verblijf in de Verenigde Staten schreef. Dit gaat niet alleen over godsdienstvrijheid, maar over de relatie tussen dit mensenrecht en de uitgangspunten van constitutionalisme en democratie zoals deze ten grondslag liggen aan westerse politieke stelsels. De ondertitel, To Be Fully Human, is van wezenlijk belang. Deze was oorspronkelijk bedoeld als hoofdtitel, maar de uitgever maakte zich begrijpelijkerwijze zorgen of deze wel voldoende duidelijk zou zijn. Toch drukt de ondertitel iets wezenlijks uit, want achter het verschil van inzicht met Cohen over de plaats van geloof in de liberale democratie, gaat een verschil in mensvisie schuil. Wie nadenkt over de vraag hoe de staat het beste kan worden ingericht, zal zich eerst dienen af te vragen wie de mens is. Kenmerkend voor westerse staten is immers als het goed is, dat de staatsinrichting in dienst staat van de mens en niet andersom.

Hoe vanzelfsprekend dit wellicht ook klinkt, het verwarrende is dat uit de kritiek van Cohen op het leerstuk van de ‘freedom of the church’ een staatsvisie spreekt, die dat belangrijke inzicht uit het oog lijkt te zijn verloren. De indruk die men bij kennisname van haar kritiek krijgt, is dat Cohen er een inhoudelijk ideaal van liberale democratie op nahoudt. Dit ideaal wordt beheerst door opvattingen over democratische soevereiniteit, liberaal constitutionalisme, rechtvaardigheid, pluralisme en rechten. Wat opvalt, is dat dit rijtje niet wezenlijk verschilt van hetgeen de voorstanders van de actuele uitleg van het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging door onder meer het Amerikaanse Hooggerechtshof voorstaan. Het verschil zit in een andere interpretatie die Cohen erop nahoudt van deze elementen. Meer in het bijzonder staan de elementen van pluralisme en rechten bij haar in dienst van die van democratische soevereiniteit en liberaal constitutionalisme. Dat betekent dat voor Cohen de uitoefening van liberale rechten zich moet blijven bewegen binnen de grenzen van een meerderheidsconsensus die op democratische wijze tot stand is gekomen. Evenmin zal het gewenste pluralisme in de samenleving afbreuk mogen doen aan datgene waar het liberale constitutionalisme in haar optiek voor staat. Voorzover er door minderheden argumentaties worden gebruikt die hiermee schuren, zullen deze moeten wijken, ongeacht of dat nu het geval is in de Verenigde Staten of bijvoorbeeld in Nederland.

Ik zal hier geen poging ondernemen de mensvisie te expliciteren van waaruit Cohen meer of minder stilzwijgend werkt. In plaats daarvan geef ik in het kort de mensvisie weer waaraan de ondertitel van mijn boek, To Be Fully Human, is ontleend. Het citaat uit deze titel is afkomstig uit een artikel van de Zuidafrikaanse emeritus-hoogleraar Christelijke ethiek Koos Vorster. Reeds in de aanloop naar mijn verblijf in de Verenigde Staten trof mij de volgende passage uit dit artikel:

‘The attitude of the Christian towards other religions can be served best where room is created for all to be fully human in the public and private spheres. To be fully human means to cradle the spirituality of one’s religion and to build one’s life on the foundation that the religion offers.’

Wat allereerst opvalt is dat het voor een ethicus kennelijk natuurlijker is om, schrijvend over geloof in de liberale democratie, de vraag naar de antropologie te stellen. Cohen doet dit in haar artikel niet, met als gevolg dat de lezer de mensvisie van waaruit zij werkt zelf moet trachten te reconstrueren. Voor veel andere juristen en politieke theoretici geldt hetzelfde, terwijl het toch niet goed mogelijk is het recht of de staat te bestuderen zonder daarbij een bepaalde mensvisie als uitgangspunt te nemen.

Wat betreft de inhoud van door Vorster gepresenteerde mensvisie, licht ik hier het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein eruit. Sommige nieuwe critici van het recht op godsdienstvrijheid zullen dit een concessie vinden aan het liberalisme, in de zin dat het onderscheid in een publiek en een privé-domein zelf ontleend is aan het liberalisme en het idee achter liberale rechten. Hiermee wordt voorbijgegaan aan de invloed die het christendom op het liberalisme heeft uitgeoefend, in de zin dat het onderscheid tussen twee rijken diepe christelijke theologische wortels heeft in het werk van bijvoorbeeld Augustinus en Luther en uiteindelijk in uitspraken van Jezus in het Nieuwe Testament over het geven aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt. Wat hier verder van zij, het is interessant dat Vorster in het citaat hierboven zowel poogt recht te doen aan dit onderscheid tussen het publiek en het privé-domein als tegelijkertijd de kloof tussen beide tracht te overbruggen. Voor hem is de essentie van het mens-zijn immers gelegen in het inrichten van ieders leven op het fundament van een geloof en ruimte moet worden gegeven, niet alleen door christenen maar ook door de staat, om dit zowel in het publieke als het privé-domein te doen.

De vraag die het citaat opwerpt, is wat het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein precies inhoudt en hoe en waar de grens moet worden getrokken. Voor het doel van dit artikel volstaat het hiervoor te verwijzen naar de veelheid aan levensbeschouwelijke organisaties die zeker ook in Nederland vanouds door burgers zijn gevormd en daarmee intermediaire verbanden vormen tussen deze burgers en de staat. Tegen deze achtergrond bezien kan het publieke domein worden omschreven als omvattend de activiteit die burgers ontplooien in het verband van levensbeschouwelijke organisaties teneinde handen en voeten te geven aan hun geloof of levensovertuiging. Volgens Vorster is het nu van belang dat de staat voluit ruimte schept voor dergelijke activiteit van burgers, naast de godsdienstvrijheid die zij in de privé-sfeer dienen te genieten.

We kunnen al met al constateren dat Vorster op een andere manier redeneert dan Cohen. We zagen hiervoor dat Cohen begint te redeneren vanuit haar ideaal van wat een liberale democratie moet inhouden. Mensen en hun organisaties moeten er vervolgens op toezien dat zij zich in hun functioneren binnen dit ideaal blijven bewegen. Het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging is uiteindelijk ook ondergeschikt aan dit ideaal en kan alleen worden gehonoreerd voor zover het daar niet mee in strijd komt. Vorster, daarentegen, redeneert vanuit de mens. Deze is in zijn optiek een religieus wezen, dat alleen aan zijn bestemming kan voldoen, indien hij zijn leven op zijn levensovertuiging baseert. Daartoe kan de mens niet slechts volstaan met zijn levensovertuiging privé vorm te geven, maar dit moet ook in het publieke domein gebeuren door deelname aan en steun voor levensbeschouwelijke organisaties. De staat, die als laatste aan bod komt (in het citaat zelfs niet bij name genoemd), moet bovenal ruimte geven aan mensen die hun levensovertuiging gestalte willen geven in zowel het publieke als het privé-domein. We zien hier dat de liberale democratie als het ware in dienst komt te staan van de vrijheid van godsdienst, die daarmee het karakter aanneemt van een natuurrecht, dat vooraf gaat aan de staat. Pas wanneer we de essentie van het mens-zijn goed voor ogen hebben, kunnen we vervolgens nadenken over de vraag hoe we het constitutionalisme alsmede de democratie moeten vormgeven.

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (II)

 

Nieuwsbericht ‘Hans-Martien ten Napel neemt deel aan boekpanel over recht en godsdienstvrijheid tijdens jaarvergadering van de American Academy of Religion in Boston, MA’

/

‘Van 18 tot 21 november j.l. namen ruim 10.000 religiewetenschappers en theologen deel aan de jaarvergaderingen van de American Academy of Religion en de Society of Biblical Literature in Boston, MA.

Een dag voor deze jaarvergaderingen organiseerde het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ, een Law and Religious Freedom boekpanel over twee boeken die de vrucht zijn van het gelijknamige onderzoek dat gedurende het academisch jaar 2014-2015 aan dit centrum heeft plaatsgevonden.

Het eerste boek, Holy Rus’. The Rebirth of Orthodoxy in the New Russia (Yale University Press, 2017), is geschreven door James Henry Snowden hoogleraar systematische theologie aan Pittsburgh Theological Seminary John P. Burgess. Het tweede boek, Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge, 2017), is van de hand van Hans-Martien ten Napel.

Tijdens het drukbezochte panel reageerden, na een korte introductie door de auteurs, twee prominente referenten op de beide boeken: Shaun Casey, directeur van het Berkley Center for Religion, Peace & World Affairs aan Georgetown University en voormalig directeur van het Office of Religion and Global Affairs van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken; en Cathleen Kaveny, Darald and Juliet Libby hoogleraar aan Boston College, met aanstellingen in zowel de Faculteit der Rechtsgeleerdheid als de Theologische Faculteit, en voorzitter van de Society of Christian Ethics.

Na reacties van de auteurs, en discussie met de zaal, werd het panel besloten met enkele conclusies door Robin Lovin, William H. Scheide Senior Fellow aan het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ, en Cary Maguire University Professor of Ethics emeritus aan Southern Methodist University.

Het boekpanel maakte deel uit van een bescheiden ‘book tour’ van Hans-Martien ten Napel. Zo presenteerde hij in oktober 2017 zijn boek tijdens het Annual Law and Religion Symposium aan J. Reuben Clark Law School in Provo, Utah, voor een gezelschap van 100 deelnemers uit 50 verschillende landen. In december 2017 is hij uitgenodigd te spreken over zijn boek tijdens een conferentie over ‘Reclaiming the West. Public Spirit and Public Virtue’ in Washington DC.

Vorige maand sprak Hans-Martien ten Napel eveneens over zijn boek tijdens de startbijeenkomst van het netwerk ‘Geloof in Democratie’ dat hij samen met Timo Slootweg oprichtte, als onderdeel van het interfacultaire profileringsgebied Politieke Legitimiteit van de Universiteit Leiden.’

Zie voorts:

Colloquium Geloof in democratie

‘Congres/symposium

Geloof in democratie

Datum
30 oktober 2017
Tijd
13:00 – 17:00  uur
Bezoekadres
Oude Sterrewacht
Sterrenwachtlaan 11
2311 GW Leiden
Zaal
C104

Een nieuw onderzoeksnetwerk

Veel meer dan het democratische systeem, neigen totalitaire regimes tot een zogenaamde ‘politieke religie’. Een politieke religiositeit die ons bekend is van de Franse Revolutie, het fascisme in Duitsland en Noord-Korea.

Dit verschil mag echter niet blind maken voor een fundamentele overeenkomstigheid. Schijnbaar heeft ook de democratie dergelijke totalitaire kenmerken en lijkt ook zij geneigd tot een zekere zichzelf compromitterende religiositeit. Een zekere politieke religie lijkt het product van democratie te zijn. Deze religie dreigt haar te ondergraven en in potentie zelfs te elimineren.

Het nieuwe netwerk ‘Geloof in democratie’ (GID) wil deze verschijnselen analyseren en kritisch onderzoeken. Tevens zoekt het naar de geestelijke grondslagen van een nieuwe legitimiteit: een ander democratisch geloof.

Startbijeenkomst

Op 30 oktober wordt het netwerk ten doop gehouden met een colloquium, georganiseerd rondom een drietal lezingen over het thema Geloof in democratie, waarop door enkele respondenten kort zal worden gereageerd.

De lezingen worden verzorgd door Carinne Elion-Valter (EUR), Timo Slootweg (UL) en Hans-Martien ten Napel (UL), naar aanleiding van hun recente boekpublicaties.

De lezingen zullen worden gevolgd door een dialoog tussen sprekers, respondenten en het publiek. Deze dialoog zal mede gericht zijn op het verzamelen van bouwstenen voor een in september 2018 te organiseren symposium rondom GID.

Tijdens het colloquium kunnen zij die geïnteresseerd zijn hieraan mee te werken, alvast kennismaken en hun ideeën uitwisselen.

Oproep

Met het bovenstaande in gedachten, roepen de organisatoren onderzoekers met belangstelling op om zich aan te sluiten bij ons netwerk en om aanwezig te zijn bij het colloquium. Daarnaast nodigen wij hen uit om een paper proposal in te dienen voor de eerste gezamenlijke publicatie van ‘Geloof in democratie’.

De call for proposals is te vinden op de website van dit nieuwe netwerk: www.geloofindemocratie.nl.

Projectwebsite

POLITIEKE LEGITIMITEIT

Bron: Congres/symposium Geloof in democratie

Zie ook:

Book Recommendations (I): Nicholas Wolterstorff, Understanding Liberal Democracy (2012)

Press Release: ‘Hans-Martien ten Napel has book published “Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human”’

Paper presentation on ‘The Modern Challenges of Democracy’, New York University School of Law

Masterprofileringsvak Vergelijkend Constitutioneel Recht / Master Elective Course on Comparative Constitutional Law

9780199578610

Momenteel loopt er weer een nieuwe editie van mijn masterprofileringsvak Vergelijkend Constitutioneel Recht. Uit de vakbeschrijving:

‘Beschrijving
Aan de hand van een recent internationaal handboek dat is aangeduid als ‘a landmark scholarly accomplishment in many respects’, wordt in dit vak allereerst een introductie gegeven in de voornaamste methoden, kansen en beperkingen van de (publiekrechtelijke) rechtsvergelijking. Vervolgens wordt ingegaan op de grote uitdagingen waarvoor de nationale staat zich in de 21ste eeuw gesteld ziet in termen van het zogeheten transnationale constitutionalisme. Hierbij wordt het constitutionalisme in ‘illiberal polities’ als spiegel gebruikt om de problematiek waarmee de Westerse liberale democratie zich momenteel geconfronteerd ziet meer reliëf te geven. Nationale staten staan niet alleen onder druk van buitenaf (de reeds genoemde transnationalisering), maar ook van binnenuit. Terwijl vanouds kon worden uitgegaan van een zekere mate van homogeniteit van hun bevolkingen, lijken in de 21e eeuw de centrifugale krachten definitief aan de winnende hand. Tijdens de laatste twee bijeenkomsten zal daarom mede aan de hand van nog weer andere staatsrechtelijke kernbegrippen als burgerschap, constitutionele identiteit en federalisme onder meer de blik worden gericht op de problematiek van het constitutionalisme in verdeelde samenlevingen.

Leerdoelen
Doel van het vak
De behandeling, op rechtsvergelijkende basis, van een vijftal nauw met elkaar samenhangende constitutioneelrechtelijke thema’s, die van fundamenteel belang zijn voor iedere bestuursjurist.

Eindkwalificaties (eindtermen van het vak)
Eindtermen inhoud:
1. U heeft grondige kennis van en diepgaand inzicht in de voornaamste theoretische, historische en institutionele aspecten van hedendaagse staatsvormen en regeringsstelsels in rechtsvergelijkend perspectief.
2. U heeft kennis van en inzicht in de uitdagingen waarvoor deze staatsvormen en regeringsstelsels zich gesteld zien onder zowel externe (Europeanisering, internationalisering) als interne druk (centrifugale krachten) en de antwoorden zoals deze op deze tendensen (beginnen te) worden geformuleerd.

Eindtermen vaardigheden:

U heeft kennis over en inzicht in de methoden, mogelijkheden en beperkingen van de (publiekrechtelijke) rechtsvergelijking. (…)

Literatuur
Michel Rosenfeld & András Sajó (eds.), The Oxford Handbook of Comparative Constitutional Law (Oxford: Oxford University Press, 2012) (paperback edition, 2013).’

Voor meer informatie, zie:

https://studiegids.leidenuniv.nl/courses/show/49147/profileringsvak-vergelijkend-constitutioneel-recht