Bijdrage over ‘Verrechtsing van het CDA’ t.b.v. De Hofvijver (Montesquieu Instituut)

UPDATE: Een licht bewerkte versie van de bijdrage is op woensdag 29 maart 2017 ook verschenen in het Nederlands Dagblad, onder de titel ‘Het CDA is onder Buma op de oude CHU gaan lijken’: https://www.nd.nl/nieuws/opinie/het-cda-is-onder-buma-op-de-oude-chu-gaan-lijken.2635413.lynkx.

‘Is het CDA onder Sybrand Buma werkelijk zo verrechtst? Of komt er uit wat er altijd al in zat? Een evaluatie.’

Lees de gehele bijdrage, getiteld ‘De diepere betekenis van de winst van het CDA’, hier: http://www.montesquieu-instituut.nl/9353000/1/j9vvj72dlowskug/vkcrdb7w58yx.

Hoofdstukken in bundel De conjunctuur van de macht. Het christen democratisch appèl 1980-2010 (2011)

1001004010301223

‘Dertig jaar geleden verenigden de KVP, ARP en CHU zich in het CDA. Sindsdien hebben de christendemocraten het politieke landschap in Nederland bepaald, afgezien van de Paarse jaren, toen ze oppositie voerden. Maar blijft dat zo? Dit boek beschrijft het verleden en de toekomstscenario’s van het CDA.

Na de val van het vierde kabinet-Balkenende in februari 2010 leek het CDA op zijn retour. Was het einde van de politieke spilpositie van deze partij in zicht, juist toen ze aan de vooravond stond van haar dertigjarig bestaan? De christendemocratie in Nederland was al eerder doodverklaard, maar slaagde er steeds weer in terug te komen.

Hoewel de drie confessionele partijen in de jaren zestig en zeventig wegkwijnden, herrezen ze in 1980 als het Christen Democratisch Appèl, dat het vervolgens onverwacht goed deed. In de jaren negentig raakte het CDA electoraal opnieuw in verval, maar aan het begin van deze eeuw keerde de partij weer terug in het centrum van de macht. De vraag is hoe de toekomst van de dertigjarige partij eruitziet. Is ze in staat haar machtspositie te bewaren dan wel te herwinnen? Deze bundel schetst de ontwikkeling van het CDA vanuit verschillende invalshoeken.’

Mijn eigen hoofdstukken in deze bundel zijn getiteld: ‘”Een wet mag de zedelijke draagkracht van het volk niet te boven gaan”. De opstelling van het cda-in-wording in het parlement’ en ‘”Geen buigingen naar rechts?” Enkele opmerkingen over de programmatische ontwikkeling van het cda tussen 1980 en 2010’.

Beide hoofdstukken, waarvan het laatste samen is geschreven met James Kennedy, zijn hier te downloaden:

http://dnpp.ub.rug.nl/dnpp/publicaties/boom/conjunctuur.

De bundel zelf is alleen nog tweedehands verkrijgbaar:

http://www.bol.com/nl/p/de-conjunctuur-van-de-macht/1001004010301223/

Co-redacteur en co-auteur, bundel De strijd om de ether. Christelijke partijen en de inrichting van het radio- en televisiebestel (1997)

IMG_1725

‘Het Nederlandse publieke omroepbestel, met zijn scala aan omroepverenigingen, is vanwege zijn nadruk op ideeën en overtuigingen uniek in de wereld. Het bestel heeft een traditie die terug gaat tot in de jaren 1920, toen de radio zijn intrede deed. De christelijke politieke partijen, de ARP, de CHU, de RKSP, de KVP en het CDA, hebben bij de vormgeving van het bestel een dominante rol gespeeld. In deze bundel beschrijven jonge wetenschappers hoe deze partijen zich in de loop van deze eeuw hebben opgesteld tegenover het “omroepbestel”.

Een van de rode draden daarbij is de rol van de overheid. Deze had telkens opnieuw tot taak de schaarse ruimte in de ether op maatschappelijk aanvaardbare wijze te verdelen. Dit gold voor de radio maar evenzeer voor de televisie toen deze in de jaren ’50 de huiskamer veroverde. De christelijke politieke partijen lieten zich bij dit verdelingsvraagstuk niet onbetuigd. Ook de omroepen van KRO en NCRV deden hun invloed gelden. De geschiedenis laat zien dat het dan ook niet overdreven is te spreken van een “strijd om de ether”.

De bundel bestaat uit vier thematische bijdragen en drie biografische schetsen. De eerste thematische bijdrage bespreekt de vormgeving van het radiobestel. Vervolgens komen de na-oorlogse jaren van de “doorbraak” aan de orde, waarbij geprobeerd werd de maatschappelijke tegenstellingen ook in de ether te verzoenen. Daarop volgen de politieke discussies in de jaren ‘6O naar aanleiding van de komst van de televisie. De bundel sluit af met de overgang naar het duale bestel in de jaren ‘8O en de rol die het CDA daarbij gespeeld heeft.

In de biografische schetsen worden drie christelijke politici belicht die op de vormgeving van het omroepbestel elk een eigen stempel hebben gedrukt, te weten H. van Boeijen (CHU), P.S. Gerbrandy (ARP) en J. Cals (KVP).

De bundel confronteert de christen-democratie met haar geschiedenis: het in de jaren 1920 ingerichte omroepbestel heeft in de loop der tijd vele aanvallen doorstaan. In gemoderniseerde vorm heeft het steeds weten te overleven. Het is aan de christen-democratische politiek om dit bestel zodanig te moderniseren dat het ook in de 21ste eeuw nog bestaansrecht heeft.’

Co-redacteuren van deze bundel zijn: H.J. van de Streek en R.S. Zwart. Zelf nam ik een hoofdstuk voor mijn rekening, getiteld: ‘”Naast het specifieke het gemeenschappelijke”. H. van Boeijen en de radiokwestie (1932-1944)’.

Voor een overzicht van alle hoofdstukken, zie:

http://www.dbng.nl/en/search/1?searchkey1=relnt&searchterm1=162277288&searchtype1=and.

Bestelinformatie:

http://www.bol.com/nl/p/de-strijd-om-de-ether/1001004001505053/.

Co-redacteur, bundel Christelijke politiek en democratie (1995)

9012083141

‘Met “Paars” heeft ook in Nederland de idee van de liberale democratie overwonnen. De burger moet kunnen gaan winkelen wanneer het hem goeddunkt. De politiek staat op het punt democratischer te worden; het kabinet Kok vindt dat onze volksvertegenwoordigers direct door de bevolking uit de eigen omgeving gekozen moeten worden. Ook maakt het Kabinet zich hard voor de invoering van het referendum. Maar toch: wil de burger dit allemaal wel? Hoe democratisch moet de politiek zijn? Tot nu toe bleef men bij referenda massaal thuis. De opkomst voor verkiezingen is nog nooit zo laag geweest, en lid worden van een partij is ook uit de mode. Dit boek bepaalt de lezer bij de actualiteit van het huidige debat over democratie. Specifiek staat in deze bundel de bijdrage van de christen-democratie aan de discussie over democratisering van de politiek centraal. In heden, verleden en toekomst. Het CDA kenmerkte zich in zijn verleden altijd door terughoudendheid. Van referenda en directe mandaten moe(s)t men weinig hebben. In hoeverre valt voor de toekomst een betekenisvolle bijdrage van de christen-democratie te verwachten?

Diverse (jonge) wetenschappers proberen in deze bundel op die vraag een antwoord te geven, met een verkenning van de historische dimensies van het thema christelijke politiek en democratie. De bundel begint met een drietal ideeënhistorische bijdragen over de gedachtevorming binnen het katholicisme en het protestantisme over democratie. Ook het theocratisch denken krijgt de aandacht. Daarna wordt aan de hand van vier case-studies geïllustreerd hoe de voorgangers van het CDA concrete oplossingen trachtten te vinden voor concrete vraagstukken van democratisering. Allereerst gaat de aandacht uit naar de meningsvorming binnen de RKSP, de ARP en de CHU over de invoering van het kiesrecht van vrouwen in de jaren 1905-1919. Vervolgens wordt het katholieke antwoord op het fascisme in Nederland besproken, gevolgd door een analyse van het debat over het corporatisme binnen de RKSP en de KVP tussen 1952 en 1960. De bundel sluit af met een staatsrechtelijke bijdrage over de standpunten van het CDA in het recente debat over staatkundige en bestuurlijke vernieuwing.

De bundel confronteert de christen-democratie met haar geschiedenis: indien het CDA een oorspronkelijke bijdrage wil leveren aan de grote debatten over democratie en democratisering zal eerst het nodige denkwerk moeten worden verricht.’

De overige redacteuren van de bundel zijn H.J. van de Streek en R.S. Zwart.

Bestelinformatie:

http://www.bol.com/nl/p/christelijke-politiek-democrat/1001004001505026/;

http://www.mullerbook.nl/boek.php?boekId=26450.

Voor een signalering op digibron.nl, zie:

http://www.digibron.nl/search/detail/012de09bf5bad12edd9c8d8c/om-het-belang-van-de-democratie.

Co-redacteur en co-auteur, bundel Geloven in macht, de christen-democratie in Nederland (1993)

GetAttachment.aspx

‘”Men kan van mening verschillen over de precieze betekenis en relevantie van de christelijke inspiratie voor het politiek handelen. Men kan blijven twijfelen aan de bijzonderheid van het christen-democratisch gedachtegoed. Men kan het CDA verguizen of verafgoden en men kan de partij een zegen of een vloek voor Nederland vinden. maar hoe men ook tegen het CDA aankijkt, eenieder zal met een mengeling van afgunst en bewondering moeten erkennen, dat de partij in machtspolitiek opzicht sinds haar oprichting een formidabele prestatie heeft geleverd. Van dorpspolitiek tot de residentie en van de provincie tot Europa, het CDA is daar waar de macht is en waar de posten worden verdeeld.”

In deze bundel wordt de macht van de Nederlandse christen-democratie door politicologen aan een kritische analyse onderworpen. Achtereenvolgens komen daarbij aan bod: de geschiedenis en de partij-organisatie van het CDA, de maatschappelijke en electorale basis, het beleid, de strijdpunten en het Europese perspectief.’

Mijn eigen bijdrage aan deze bundel is getiteld: ‘Christen-democratie en Europese integratie’.

Recensie J.-J. van den Berg, Trouw:

http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2642007/1994/02/24/Het-geheim-van-CDA-schuilt-in-aanpassing.dhtml.

Recensie H. Hermsen, BMGN (Low Countries Historical Review):

http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/248269.

Bestelinformatie:

http://www.omero.nl/boeken/g/e/l/geloven-in-macht-de-nederlandse-christendemocratie/.

 

Dissertatie, ‘Een eigen weg’. De totstandkoming van het CDA (1952-1980) (1992)

IMG_1718

 

‘In het naoorlogse politieke leven in Nederland speelde (en speelt) de christen-democratie een belangrijke rol. Toch is de interne geschiedenis van deze politieke richting, en meer in het bijzonder de ontwikkeling van drie afzonderlijke partijen – ARP, CHU en KVP – tot het ene CDA, tot nu toe nauwelijks bestudeerd.

Zo’n studie is van groot belang voor het inzicht in het snel veranderende politieke klimaat van Nederland na de oorlog. Het was opmerkelijk dat in 1980 al geschiedde wat een katholiek dagblad in 1959 nog voor een wonder hield.: ‘Een dergelijke partijformatie zou een miracle hollandais zijn, waarin (…) niemand kan geloven’ (De Tijd/De Maasbode).

De studie van Ten Napel naar de achtergronden en het concrete verloop van dit eenwordingsproces zal zeker als een waardevolle aanvulling van de recente politieke geschiedschrijving verwelkomd worden. En niet alleen door vakmatig geïnteresseerden, want de opzet van het boek maakt het voor iedere belangstellende zeer toegankelijk.

‘Een eigen weg’ is een bewerking van het proefschrift waarop de auteur in januari 1992 aan de Rijksuniversiteit te Leiden promoveerde.’

Bestelinformatie:

http://www.marktplaza.nl/boeken/geschiedenis/een-eigen-weg-door-h.-m.t.d.-ten-napel-48351210.html;

http://www.bol.com/nl/p/eigen-weg-een/1001004001513020/.

Toespraak L.C. Brinkman bij aanbieding:

http://pubnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/tijdschriftartikel/CDV/1992/CDV1992_08p361Brinkm/CDV_1992_08_p361_Brinkman.pdf.

Recensie R.S. Zwart in BMGN (Low Countries Historical Review):

http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/248105.

Recensie Trouw:

http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/2602563/1992/05/20/Is-het-CDA-een-blijvend-succesnummer.dhtml.

Signalering digibron.nl:

http://www.digibron.nl/search/detail/831bec783616e23b248d611482f38439/een-eigen-weg.

VPRO, Andere tijden, 1 oktober 2002:

http://www.npogeschiedenis.nl/andere-tijden/afleveringen/2002-2003/Het-ontstaan-van-het-CDA.html.

 

 

Opinieartikel ‘CDA deelt in malaise liberale christendom’

In ochtendblad Trouw is vandaag een artikel verschenen waarin ik desgevraagd probeer te analyseren hoe het verdere terreinverlies van het CDA bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 12 september j.l. te verklaren valt. Hieronder het eerste deel van het origineel van het artikel (dat uiteraard iets afwijkt van de gepubliceerde versie).

Hoe valt het verdere terreinverlies van het CDA bij de verkiezingen van 12 september te verklaren? Hiervoor moet de blik worden gericht op de natuurlijke achterban van de christen-democratie, katholieken en mainline protestanten. Behalve van mainline-protestanten, krijgt het CDA vanouds ook steun van orthodoxere protestanten, maar niet in de mate zoals vroeger bijvoorbeeld de ARP. Met de oprichting van kleinere christelijke partijen als SGP (1918) en GPV (1948) kwam er voor orthodoxere protestanten een alternatief. Dat had een eerste karakterverandering tot gevolg, al zagen de voorlopers van het CDA zich hierdoor tegelijkertijd genoodzaakt hun eigen profiel te bewaken.

Tijdens de totstandkoming van het CDA in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw volgde een ingrijpender karakterverandering. Deze was ingegeven door theologische ontwikkelingen binnen de katholieke en mainline protestantse kerken. Zo deed de opkomende oecumene de gedachte postvatten dat ook een in politiek opzicht gescheiden optrekken niet langer gerechtvaardigd was. Het Tweede Vaticaanse Concilie, dat vijftig jaar geleden begon, leidde binnen de KVP tot declericalisering. De partij wenste voortaan losser van de kerk te opereren. Tenslotte trachtten de grondleggers van het CDA een antwoord te formuleren op het zetelverlies als gevolg van de ontkerkelijking en ontzuiling. Voorzover de eenheidspartij echter nog altijd werd gedragen door overtuigde katholieken en protestanten, bleef ook deze karakterverandering uiteindelijk beperkt in omvang.

Sinds 1980 hebben de ontwikkelingen in christelijk Nederland echter zoals bekend niet stilgestaan. Hoewel er daarbij ook sprake is van voortschrijdend theologisch inzicht, springt toch allereerst de interne secularisatie in het oog. Hele delen van de katholieke en mainline protestantse kerken zijn onder invloed hiervan opgeschoven richting een veelal goed bedoelend, maar vrijzinnig christendom. Dit liberale christendom is het christendom van de katholieke scholen die zich willen ontdoen van het etiket katholiek. Het is het christendom van de protestantse dominees die naar eigen zeggen niet meer in God geloven of tenminste een vraag hiernaar maar lastig te beantwoorden vinden. Helaas is het daarmee tevens het christendom van de sluitende kerkgebouwen.

 

Nu zou een tegenwerping kunnen luiden dat het meest recente verlies vooral wordt veroorzaakt door de deelname van het CDA aan het minderheidskabinet-Rutte, met gedoogsteun van de PVV. Deze redenering kan echter ook worden omgedraaid. Niet veel christen-democraten zullen de gedoogconstructie in 2010 immers om inhoudelijke redenen hebben nagestreefd. Veeleer gold voor de voorstanders de tactische overweging dat de stemmers op de toen bijna verdriedubbelde PVV het beste terug te winnen zouden zijn door de partij op enigerlei wijze bij de regeringsvorming te betrekken, met alle risico’s van dien voor de PVV. De verkiezingsuitslag van vorige week wijst erop dat dit ten dele inderdaad zo heeft gewerkt. Dat bijna alleen de VVD hiervan heeft geprofiteerd, is mede het gevolg van de aanhoudende verdeeldheid binnen het CDA over de kwestie.

 

Wordt vervolgd.