Yale Law Professor: ‘American courts are tackling Islamophobia – why won’t Europeans?’

‘On both sides of the Atlantic, courts this week have addressed the relationship of Islam to the west, but with radically different approaches and outcomes. In the US, federal courts in Hawaii and Maryland have halted Donald Trump’s second attempt at a Muslim ban. Meanwhile, the European court of justice, Europe’s highest court, has upheld the right of private employers to ban Muslim women from wearing headscarves.

American and European law each embrace principles of religious neutrality and non-discrimination, but the divergent application of those laws reflects different levels of discomfort with religion generally and a demographic anxiety with Islam in particular.’

Read here the rest of this article by Muneer I Ahmad in the Guardian of 17th March 2017: https://www.theguardian.com/commentisfree/2017/mar/17/islamophobia-most-worrying-europe-not-trumps-america.

Muneer I Ahmad is Clinical Professor of Law at Yale Law School and co-director of the Worker & Immigrant Rights Advocacy Clinic, which was co-counsel on the first case to challenge the original Muslim Ban.

My forthcoming book on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge) is comparative, among other things, in the sense that it sometimes points towards differences and similarities between Europe and North America, be it not in a systematic manner. As such, it notes that in Europe respect for the fundamental right of freedom of religion or belief appears to have been eroding for quite some time, certainly in some of the courts.

This is the tenth post in a new series introducing this book.

For the first nine posts, please see:

Waarom de PVV niet het initiatief in de kabinetsformatie moet krijgen

New Book: ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’ (2017)

R.R. Reno on ‘Islam and America’

Michael Wear’s Reclaiming Hope (2017): ‘Learn How the Seeds of the Trump Presidency Were Sown in the Obama White House’

Major New Report by the National Secular Society: Rethinking Religion and Belief in Public Life

Symposium on Christian Democracy and America: ‘Can Christian Democracy Be America’s Next European Import?’

Journalist Ben Judah, Author of This is London (2016): ‘I Found Faith Everywhere’

The Washington Post on Why Religious Freedom Could Become the Major Religion Story of 2017

Book on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge) now available for pre-order

Participant, Expert Meeting on ‘National Constitutions and Globalisation: Amending the (Dutch) Constitution?’ (2010)

logo_hiil

‘On Friday 12 March 2010 HiiL organised an expert meeting on the theme National Constitutions and Globalisation. The topic relates directly to HiiL’s research theme Transnational Constitutionality. This particular meeting was held in the concrete context of a possible amendment of the Dutch Constitution, and with a view to contributing insights to the work of the State Commission for Review of the Constitution (Staatscommissie Herziening Grondwet) which, at the request of the Dutch Government, is presently drafting a report on the desirability of amending the Dutch Constitution.’

For the seminar program, seminar report and more, see:

http://www.hiil.org/events/expert-meeting-on-national-constitutions-and-globalisation-amending-the-dutch-constitution.

About Hiil Innovating Justice:

‘HiiL Innovating Justice helps turn the most promising and disruptive ideas into effective innovations by bringing together the best legal experts, cutting-edge technology, and new types of funding. We differ because we put the users of the justice system first.’

 

Conference ‘The Changing Faces of Religion and Secularity’

On the website of the Institute for Culture and Society of the University of Navarra an announcement can be found of the above conference, to be held at Harvard Law School, with the following program:


7th June


9:00   Speaker 1, Mary Ann Glendon (Harvard University)

10:00 Speaker 2, Rafael Alvira (University of Navarra)

11:00 Speaker 3, Carmelo Vigna (Università Ca Foscari de Venezia)

Discussion

13:00 Lunch

14:00 Workshop I: Religious Freedom in Contemporary Juridical Context
Chair: Francisca Pérez Madrid (Universidad de Barcelona)
4 Workshop Speakers

16:00 Workshop II: Medieval Political Theology: Theory & Practice.
Chair: Jaume Aurell (University of Navarra)
4 Workshop Speakers

18:00 Dinner

19:30 Speaker 4: Robert Royal (Institute for Faith & Reason, Washington, D.C.)


8th June


9:00   Speaker 5, Allen Hertzke (University of Oklahoma) – "Defending Civil Society:  Religious Advocacy in American National Politics"

10:00 Speaker 6, Jean Bethke Elstain (University of Chicago)

11:00 Speaker 7, Russell Hittinger (University of Tulsa)

Discussion

13:00 Lunch

14:00 Workshop III: The Media and the Process of Secularization of Society
Chair: Mercedes Montero & Mónica Codina (University of Navarra)
4 Workshop Speakers

16:00 Workshop IV: Liberalism, Capitalism & Religion
Chair: Raquel Lázaro (University of Navarra)
4 Workshop Speakers

18:00 Workshop V: Monotheism & Violence
Chair: Alejandra Vanney (Austral University of Buenos Aires)
4 Workshop Speakers

20:00 Dinner

See for more information, including a call for papers: http://www.unav.es/centro/religion-sociedad/congreso-caras-cambiantes-religion-secularidad.

Oprecht geloven in vrijheid (VII): samenvatting en conclusies

Onderstaand het slot van het artikel uit Ars Aequi, met Florian H. Karim Theissen. Voor wie toegang heeft tot de digitale versie van Ars Aequi, is het integrale artikel (met notenapparaat) beschikbaar via  http://maandblad.arsaequi.nl/content.asp.

De moderne Nederlandse samenleving is complex, immers tegelijkertijd seculier en religieus pluralistisch. Dat de verhouding tussen de staat en de samenleving onderdeel vormt van de zoektocht naar nationale identiteit in de 21e eeuw, is daarom niet verbazingwekkend. De vrijheid van godsdienst, een universeel mensenrecht en tegelijk een authentiek onderdeel van de Nederlandse constitutionele geschiedenis, kan hierbij een belangrijke rol spelen. Maar het grondrecht wordt onvoldoende begrepen en gewaardeerd, ligt steeds vaker onder vuur en wordt zelfs openlijk ter discussie gesteld. Gelijkheidsrechten voor religieuze groepen worden, net als (vroeger?) de gelijkheidsrechten ten aanzien van vrouwen of seksuele geaardheid, als unfair jegens anderen gezien. Misschien is religieus zijn daadwerkelijk de new gay.

De vrijheid van godsdienst wordt de laatste jaren vaak ervaren als een obstakel om bepaalde maatschappelijke problemen ‘op te lossen’. Maar het is juist de functie van een grondrecht een obstakel te zijn voor (ongerechtvaardigd) overheidoptreden. De in dit artikel behandelde casusposities laten zien, dat in bepaalde gevallen (voorgenomen) wetgeving geen neutrale regels behelst die geheel toevallig in strijd zijn gekomen met de geloofsartikelen van (minderheids-)religies. De instrumenten zijn juist ontworpen om specifieke praktijken van (individuen in) specifieke geloofsgemeenschappen te beletten. Dringt zich hier niet de gedachte op dat het achterliggende, eigenlijke doel is om geloofsgemeenschappen met dwang te seculariseren en/of zich te laten aanpassen aan de meerderheidsopvattingen?

Misschien behoeft de revitalisering van de vrijheid van godsdienst een impuls uit het buitenland. Zo worden Canada en Zuid-Afrika gekenmerkt door ruimhartige benaderingen van de vrijheid van godsdienst die goed lijken te passen bij de moderne samenleving. Als wij oprecht geloven in vrijheid van een ieder, dan is het recht van eenieder om volgens zijn oprecht religieus of ander geloof in vrijheid te leven daar een onderdeel van.

Oprecht geloven in vrijheid (III): casus islam in het gedoogakkoord

In het artikel in Ars Aequi worden, aan de hand van het kader uit deel II van deze miniserie, de volgende actuele casus behandeld: het gedoogakkoord, het boerka-verbod, weigerambtenaren en de SGP, en ritueel slachten en mannenbesnijdenis. In deze post staat de eerste casus centraal.

In bijlage I bij het gedoogakkoord VVD-CDA-PVV staat te lezen:

‘De drie partijen VVD, PVV en CDA verschillen van mening over aard en karakter van de islam. De scheidslijn zit hem in het karakteriseren van de islam als óf religie óf (politieke) ideologie.

Partijen accepteren elkaars verschil van inzicht hierover en zullen hier ook op grond van hun eigen opvattingen naar handelen.’

 

Dit van 30 juni 2010 daterende ‘agreement to disagree’ vervulde primair een politieke functie in de zin dat het voor VVD en CDA de politieke samenwerking met de PVV legitimeerde. Ook is het aannemelijk dat de intentie ervan was de grondrechtenbescherming van moslims door de wetgever te blijven waarborgen, mede gelet op de expliciete vermelding van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte.

Niettemin valt, indien wij door een juridische bril naar de verklaring kijken, op dat de drie partijen de veronderstelling lijken te delen dat slechts aanhangers van ‘religies’ de bescherming van de godsdienstvrijheid kunnen inroepen. Maar wie bepaalt dan wat een religie is, coalitie- en gedoogpartners, de regering, de rechter, een overheidsorgaan voor godsdienstzaken? Dit is niet louter een hypothetische vraag, in verschillende delen van de wereld was of is dit aan de orde. Zo is Duitsland bij herhaling bekritiseerd voor het feit dat Scientology niet als geloofsgemeenschap maar als commerciële vereniging wordt aangemerkt.

Hiervoor haalden wij reeds de neutraliteit van de staat en de terughoudendheid van overheidsorganen aan, die gepast is als het gaat om godsdienstbeleving. Mede op basis van die uitgangspunten wordt in verschillende rechtssystemen ervoor gekozen om de subjectieve beleving en de oprechte overtuiging van de individuele gelovige centraal te stellen bij invulling van het begrip ‘godsdienst/religie’. Dit geldt voor Scientology-aanhangers, maar zeker ook voor hen die betekenis ontlenen aan de islam, los ervan of zij orthodox of vrijzinnig zijn, tot welke stroming zij behoren en welke etnische achtergrond zij hebben. En de bescherming van dit grondrecht geldt zoals gezien ook voor ‘niet-religieuze’ levensovertuigingen of geloven.

Niet alleen het standpunt van de PVV maar ook de gezamenlijke verklaring botst, de goede intenties ten spijt, dus welbeschouwd met de invulling van de godsdienstvrijheid door de rechterlijke macht in Nederland, Straatsburg en verschillende andere democratische rechtsstaten. De vraag is welke consequentie dit heeft. Het gedoogakkoord heeft immers geen juridische betekenis of directe rechtsgevolgen. Maar het gedoogakkoord behelst wel politieke afspraken tussen drie partijen die de conditio sine qua non zijn voor het bestaan van het minderheidskabinet-Rutte. De met de godsdienstvrijheid strijdige gezamenlijke verklaring heeft daarmee in ieder geval in politieke zin invloed op de godsdienstvrijheid in Nederland, los ervan of zij in concrete en specifieke gevallen kan leiden tot onaanvaardbare inbreuken op dit grondrecht.

Oprecht geloven in vrijheid (II): Achtergrond en essentie van de vrijheid van godsdienst

Hieronder het kader van de bijdrage in Ars Aequi (zie deel I van de miniserie), dat gebruikt wordt bij de analyse van de diverse casus die hierna volgen. 

Het idee van vrijheid van godsdienst maakt onderdeel uit van veel religies en bestond reeds in samenlevingen voor de moderniteit. Het is zeker ook onlosmakelijk verbonden met het concept van de moderne mensenrechten. Het wordt bepleit in de geschriften van verlichtingsdenkers en stond reeds in de eerste moderne constituties.

De vrijheid van godsdienst behoort ook tot de authentieke constitutionele traditie in Nederland. Immers, het feit dat de Habsburgse staat uit loyaliteit met de katholieke kerk de nieuwe religie – het protestantisme – bestreed, deed de Nederlandse protestanten uiteindelijk in opstand komen tegen de staat zelf. Alhoewel de vrijheid die religieuze minderheden in de Republiek der Verenigde Nederlanden genoten naar huidige mensenrechtenstandaarden ontoereikend zal worden geacht, kwam door de vrijheid die zij destijds in Nederland genoten tot uitdrukking dat de afwezigheid van dwang en beperking als het gaat om de keuzes die mensen maken op basis van hun geweten, levensbeschouwing of geloofsovertuiging tot de inherente rechten behoort die ieder mens heeft.

Toen, maar nu nog steeds, heeft de godsdienstvrijheid een belangrijke functie in het geheel van grondrechten en democratische-rechtsstatelijke principes. Zij vervult een essentiële functie, niet alleen voor ‘pockets of resistance’ van orthodox gelovigen in een toenemend seculiere maatschappij, maar voor eenieder, inclusief vrijdenkers, agnosten en de ‘unconcerned’. Immers, dankzij de godsdienstvrijheid kan niemand, dat wil zeggen noch de staat, noch de meerderheid van de bevolking, noch de buurman ons voorschrijven wat wij moeten geloven of niet geloven.

Vrijheid en diversiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mensen verschillen van elkaar en zullen uiteenlopende keuzes maken in het leven. Pogingen om de samenleving te homogeniseren botsen dus per definitie met de keuzes van individuen en leiden voor die individuen tot een onvrij gevoel. Naarmate mensen vrijer zijn in het maken van hun eigen keuzes, het bepalen van een eigen identiteit, wordt de samenleving pluriformer. En hoe pluriformer de samenleving hoe groter de vrijheid moet zijn om te voorkomen dat mensen worden beperkt.

Het seculariteitsbeginsel (de scheiding van kerk en staat) dient ingevuld te worden in het licht van de godsdienstvrijheid. Een lezing van seculariteit die leidt tot beperking van de vrijheid van godsdienst is een poging de samenleving te homogeniseren en daarmee de andere kant van de medaille van de theocratie.

Seculariteit, gelezen in het licht van de godsdienstvrijheid, brengt met zich mee dat de staat niet mag oordelen over de theologische of inhoudelijke juistheid van een bepaalde religieuze opvatting. In dat licht is in de Nederlandse jurisprudentie het beginsel van interpretatieve terughoudendheid ontwikkeld. In de door minister De Graaf (D66) totstandgebrachte ‘Nota Grondrechten in de pluriforme samenleving’ (2004) wordt hierover gezegd dat dit beginsel ‘is gebaseerd op de overweging dat het op godsdienstig terrein niet aan buitenstaanders (inclusief overheidsorganen) is om uit te maken wat een gelovige onder (het belijden van) zijn godsdienst heeft te verstaan, een overweging die des te meer klemt in geval van confrontatie met een "vreemde" godsdienst’.

Desondanks is de vrijheid van godsdienst uiteraard geen absoluut recht. Evenals andere grondrechten kan deze vrijheid onder een in de jurisprudentie gedetailleerd ontwikkelde beperkingsclausule worden begrensd. Het Europese mensenrechtensysteem hanteert in dit verband de begrippen van ‘legitiem doel’, ‘voorzien bij wet’ en ‘noodzakelijk in een democratische samenleving’. Het doel van een rechtmatige inperking van het grondrecht moet bijvoorbeeld gelegen zijn in bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Anderzijds moet de in het geding zijnde vrijheid daarmee slechts zover worden beperkt als strikt noodzakelijk is. Mede daarom hanteert de rechter onder de beperkingsclausule van het EVRM de criteria van proportionaliteit en subsidiariteit. Is het middel erger dan de kwaal of zijn redelijke alternatieven niet toegepast, dan is de beperking uit den boze. In andere rechtssystemen, waaronder Canada en Zuid-Afrika, wordt hierbij ook wel de figuur van de ‘reasonable accomodation’ gebruikt. Bij maatregelen die bepaalde individuen of gemeenschappen buitenproportioneel raken dient een redelijke aanpassing te worden gezocht die het doel van de maatregel kan verzoenen met het grondrecht dat geraakt wordt.