Monthly Archives: April 2018

Bijdrage t.b.v. symposium The Federalist Papers (II): Een opzienbarend boek

Dit is het tweede deel van een nieuwe serie blogposts gebaseerd op een bijdrage die ik een jaar geleden, op 20 april 2017, leverde aan een symposium over The Federalist Papers. Het symposium, dat plaatsvond in Brussel, was georganiseerd door De Debatten. ‘De Debatten is een initiatief van de Vrije Universiteit Brussel met de Universiteit Leiden en als Nederlandstalig forum een vaste waarde onder rechtsfilosofen en rechtshistorici uit de Lage Landen en een groeiende waarde binnen de wereld van de politieke filosofie.’ De bijdrage verschijnt volgende maand, in definiteve vorm en voorzien van notenapparaat, ook in druk.

-0-0-0-

Sanford Levinson is sinds 1980 hoogleraar rechten en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Texas in Austin. Een eerste reden waarom hij een interessante auteur over de Federalist Papers is, is dat hij niet alleen een gecombineerde leeropdracht heeft, maar in de praktijk in zijn werk ook daadwerkelijk een integratie van rechten en politieke wetenschappen tot stand brengt. Wat de laatste discipline betreft, doet hij dat dan nog met inbegrip van de politieke theorieën. Een dergelijke benadering, die nog altijd onderscheidend is, kan zeker ook binnen het Amerikaanse constitutionele recht vruchtbaar zijn, gelet op het verschil tussen de geschreven en de ongeschreven Constitutie. Welbeschouwd is het dan ook minder toepasselijk om nog van constitutioneel recht te spreken en kan eerder de aanduiding ‘constitutional studies’ worden gebruikt. Toch blijft Levinson op de ene of de andere wijze altijd bezig met het constitutionele recht, in de zin dat hij oog houdt voor de constitutionele structuren waarbinnen zich politieke processen en ook theorievorming afspelen.

De hoofdreden waarom Levinson een boeiende auteur is wanneer het de Federalist Papers betreft, is echter ongetwijfeld dat hij de meest prominente progressief-liberale staatsrechtswetenschapper is die er in de Verenigde Staten te vinden valt op het terrein van de constitutie. Enkele kwalificaties die van Levinson zijn gegeven, mogen dit illustreren: ‘the most imaginative, innovative and provocative constitutional scholar of our time’; ‘post New Deal America’s preeminent advocate of constitutional reform’; ‘America’s greatest revolutionary constitutionalist’; en ‘the unofficial spokesman for progressive critics of the Constitution’.

Nu is het op zichzelf genomen niet heel bijzonder te noemen dat een Amerikaanse staatsrechtswetenschapper progressief-liberaal blijkt te zijn. Onder de meesten van zijn progressief-liberale collega’s behoren de Federalist Papers evenwel niet tot de standaardverwijzingen, laat staan dat zij er een boek aan wijden. Juist de combinatie van de leidende progressief-liberale staatsrechtsbeoefenaar in de Verenigde Staten met een studie over de Federalist Papers is althans op papier echter goed voor het nodige vuurwerk.

Dat wordt ook erkend door conservatievere collega’s, zoals Robert P. George van het James Madison Program in American Ideals and Institutions aan de Universiteit van Princeton. Bij wijze van aanbeveling voor een eerder boek van Levinson schreef George: ‘Few scholars are in the same league with Professor Sanford Levinson when it comes to raising provocative questions about the Constitution and conventional modes of interpreting its provisions.’ Het maakte voor George ten principale geen verschil of men het nu eens of oneens was met de analyses en conclusies van Levinson: ‘what matters is that he forces readers to think about dimensions of constitutional questions that ordinarily go unnoticed.’ Dit eerdere boek betrof Our Undemocratic Constitution: Where the Constitution Goes Wrong (And How We the People Can Correct It) en dateert van 2006. Recenter, in 2012, publiceerde Levinson verder Framed. America’s 51 Constitutions and the Crisis of Governance. Hoewel het de moeite waard lijkt te onderzoeken of en in hoeverre Levinson in de loop van de tijd een ontwikkeling heeft doorgemaakt in zijn denken over de Amerikaanse Constitutie, blijft een dergelijke poging hier achterwege. Tenslotte betreft het een bundel over de Federalist Papers, dus ligt het in de rede mij te concentreren op Levinson’s boek dat daar het meest direct over gaat.

Dat boek is ongetwijfeld An Argument Open to All, waarover de Boston Review schreef in een formulering die ik hierboven reeds half parafraseerde: ‘When the country’s most prominent critic of the Constitution writes a commentary on the most famous defense of that Constitution, it is an event. When the publication of that commentary comes at a time when the system of government that Constitution provides is, by all accounts, under serious strain, it is an event very much worth noting.’ Op de tweede helft van dit citaat komt deze serie blogposts terug in deel 6, dat is gewijd aan de verkiezing van Donald Trump tot President van de Verenigde Staten.

Overigens schrijft Levinson in zijn boek niet op de gebruikelijke wijze over de Federalist Papers, dat wil zeggen door deze te plaatsen in hun historische context. In de inleiding op zijn boek neemt hij dan ook direct afstand van het idee dat herlezing van de Federalist Papers primair zou moeten bijdragen tot een beter begrip van de oorspronkelijke bedoelingen van de Amerikaanse Constitutie. Ook is hij niet geïnteresseerd in de verschillen tussen de verschillende auteurs van de Federalist Papers, zoals menige andere wetenschapper. Teneinde dit tot uitdrukking te brengen, duidt hij hen gezamenlijk aan als ‘Publius’.

In plaats hiervan gaat Levinson in het boek juist op zoek naar de mogelijke actuele relevantie van elk van de 85 Federalist Papers. Dit zowel voor Amerikaanse lezers als voor internationale lezers die op zoek zijn naar mogelijke lessen die zij uit het werk kunnen trekken in het kader van de ‘constitutional design’ in eigen land. Natuurlijk is het weer enigszins een progressief-liberale trek om in termen van ‘constitutional design’ te denken als het om andere landen gaat, alsof de culturele en historische context waarbinnen een constitutioneel stelsel functioneert maakbaar zou zijn. Anderzijds vormen de Federalist Papers zelf een vroeg voorbeeld van deze thans wederom populaire stroming binnen het vergelijkende constitutionele recht.

Levinson’s benadering is al met al, zoals hij het zelf formuleert, ‘highly “presentist”’. Of, om de titel van de inleiding aan te halen: hij beschouwt Publius als tijdgenoot. Tot zijn eigen verrassing kwam Levinson al schrijvende tot de ontdekking dat niet alleen de paar bekende nummers, maar elk van de 85 oorspronkelijke essays ‘contains something that should spark our interest today’.

Zie voorts:

Bijdrage t.b.v. symposium The Federalist Papers (I): Inleiding

Upcoming Speaking Engagement: Symposium The Federalist Papers, Brussel, 20 april 2017

Participant, ‘Great Transformations: Political Science and the Big Questions of Our Time’, 2016 APSA Annual Meeting, Philadelphia, PA, September 1-4

 

 

Bijdrage t.b.v. symposium The Federalist Papers (I): Inleiding

Dit is het eerste deel van een nieuwe serie blogposts gebaseerd op een bijdrage die ik een jaar geleden, op 20 april 2017, leverde aan een symposium over The Federalist Papers. Het symposium, dat plaatsvond in Brussel, was georganiseerd door De Debatten. ‘De Debatten is een initiatief van de Vrije Universiteit Brussel met de Universiteit Leiden en als Nederlandstalig forum een vaste waarde onder rechtsfilosofen en rechtshistorici uit de Lage Landen en een groeiende waarde binnen de wereld van de politieke filosofie.’ De bijdrage verschijnt volgende maand, in definiteve vorm en voorzien van notenapparaat, ook in druk.

-0-0-0-

In tegenstelling tot de meeste andere lezingen tijdens dit symposium, gaat deze bijdrage niet (alleen) over de Federalist Papers zelf. In plaats daarvan kijk ik naar de Federalist Papers door de bril van de Amerikaanse staatsrechtsgeleerde Sanford Levinson. Levinson heeft in 2015 een boek gepubliceerd met als titel An Argument Open to All. Reading The Federalistin the 21st Century.

Op 1 september 2016 woonde ik een drukbezocht panel bij over dit boek tijdens de jaarvergadering van de American Political Science Association in Philadelphia (zie foto), dat mijn belangstelling wekte voor dit boek. Het panel was getiteld ‘Is The Federalist Relevant to 21st Century Concerns?’ en stond onder voorzitterschap van Levinson’s collega Mark Graber van de University of Maryland. Naast Levinson zelf, namen aan dit panel onder anderen deel Ran Hirschl en Kim Lane Scheppele, stuk voor stuk wetenschappers met een rockster-status in het vergelijkende constitutionele recht. Kom er maar eens om in Nederland: een levendig boekpanel met prominente staatsrechtsgeleerden over de Federalist Papers, tijdens een politicologenconferentie.

Behalve op indrukken die ik opdeed tijdens dit boekpanel, is de bijdrage gebaseerd op publiekelijk beschikbare audio- en videofragmenten van Levinson, waarin hij nader ingaat op de inhoud van het boek en daarover vragen beantwoordt, alsmede recensies van het boek. Alleen al uit de vele lezingen die de auteur door de hele Verenigde Staten en voor uiteenlopende publieken over zijn boek heeft gegeven, valt op te maken hoezeer hem het onderwerp ter harte gaat en dat hij bijna een soort missie ervaart om zijn boodschap uit te dragen aan wie die ook maar horen wil.

In hetgeen volgt, worden de beschouwingen van Levinson over de Federalist Papers als leidraad gehanteerd. Uiteraard is het niet mogelijk om binnen het bestek van deze bijdrage recht te doen aan alle thema’s die Levinson in zijn boek over de Federalist Papers aanstipt. Er is in plaats daarvan voor gekozen om, de 85 beschouwingen overziende, de centrale stelling van Levinson eruit te lichten en deze te behandelen in relatie tot twee andere fundamentele kwesties die hij aansnijdt in het boek. Deze centrale stelling luidt dat het de huidige Amerikaanse bevolking ten principale vrijstaat te reflecteren op de Grondwet, evenals de Founding Fathers dat in hun tijd hebben gedaan, en hier desgewenst ook consequenties uit te trekken. Hierover gaat deel 3 van deze serie blogposts.

De twee andere fundamentele kwesties die Levinson in dit verband aansnijdt, zijn respectievelijk de heterogeniteit van diezelfde Amerikaanse bevolking (deel 4) en de menselijke natuur (deel 5). De vraag die in  dit verband rijst, is in hoeverre deze heterogeniteit en de menselijke natuur belemmeringen vormen bij de reflectie op de Grondwet door de huidige Amerikaanse bevolking.

De drie hoofdpunten van Levinson  bij elkaar genomen hebben een hernieuwde actualiteitswaarde gekregen na de verkiezing van Donald Trump tot President van de Verenigde Staten in november 2016. Het is om deze reden uniek te noemen, dat wij de indruk die dit heeft gemaakt op de auteur bijna op de voet kunnen volgen, dankzij een inmiddels gepubliceerde mailwisseling van hem met zijn collega aan Yale Jack M. Balkin zowel in de aanloop tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen als kort daarna. Bij deze mailwisseling zal afzonderlijk worden stilgestaan (deel 6), waarna wij afsluiten met een conclusie (deel 7). Op passende, Amerikaanse wijze, geef ik deze conclusie hier alvast weer: Levinson moet zoal niet als geestverwant, dan toch in elk geval als bloedverwant, worden beschouwd door wie overtuigd is van de onverminderde relevantie van Federalist Papers bij de bestudering van het vergelijkende constitutionele recht. Deze woordspeling zal gaandeweg de bijdrage hopelijk duidelijker worden.

Ik begin deze bijdrage evenwel met iets nader te adstrueren waarom het, tijdens een symposium gewijd aan de Federalist Papers, interessant is om afzonderlijk aandacht te besteden aan uitgerekend dit boek dat daarover recentelijk is verschenen (deel 2). Wat is de achtergrond van de auteur en wat voor soort boek heeft hij geschreven?

Zie voorts:

Upcoming Speaking Engagement: Symposium The Federalist Papers, Brussel, 20 april 2017

Participant, ‘Great Transformations: Political Science and the Big Questions of Our Time’, 2016 APSA Annual Meeting, Philadelphia, PA, September 1-4

Press Release: ‘Twelve ILS seed money grants for frontier research at Leiden Law School’

Video debat ‘(A)theïsme – Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?’, De Balie, 8 april 2018

‘Hoeveel ruimte is er voor religie in een seculiere samenleving? Als we naar het maatschappelijke debat over de excessen van godsdiensten kijken – het misbruik in de katholieke kerk, misbruik in joodse gemeenschappen en het terrorisme uit naam van god – lijkt het makkelijk om te oordelen. Maar religie biedt juist ook houvast en zingeving in een snel veranderende wereld. Op de hele wereld is er geen volk te vinden zonder religie. Gelovig zijn zit dus niet alleen diep verankerd in onze cultuur, maar ook in ons menszijn.

Het aantal gelovigen op de wereld blijft in weerwil van het maatschappelijke debat gestaag toenemen. Daarom praten we op 8 april met atheïsten en theïsten over de invloed van religie op de maatschappij in de moderne tijd. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?

Met: Floris van den Berg (atheïst), Tamarah Benima (Joods), Hans-Martien ten Napel (Protestants), Nahed Selim (Katholiek), Alaeddine Touhami (Moslim) en Paul Cliteur (atheïst).’

Bekijk de video hier:

Bron: https://www.debalie.nl/de-balie-tv/.

Zie ook:

Upcoming Speaking Engagement: (A)theïsme. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?, De Balie, 8 april 2018

Artikel ‘Geloof in de liberale democratie’ in Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid

On Islam (Volume six of the Abraham Kuyper Collected Works in Public Theology series)

Opinion Article: ‘Can Christian Democracy Save America from Trump?’

‘Religious conservatism doesn’t have to be populist. It has played an important role for democracy and dignity in Europe – and can do so in the US, too.’

The article is co-written by Carlo Invernizzi-Accetti, assistant professor of political science at the City College of New York and author of What is Christian Democracy? Politics, Religion and Ideology (Cambridge University Press, forthcoming), and Daniel Steinmetz-Jenkins, lecturer in religious studies at Yale University and author of The Crisis of Secularism since 1989: A Global Perspective (Columbia University Press, forthcoming).

Read the full article here:

https://www.theguardian.com/commentisfree/2018/apr/07/christian-democracy-authoritarianism-trump

See also:

Symposium on Christian Democracy and America: ‘Can Christian Democracy Be America’s Next European Import?’

Entry on Christian Democracy in Encyclopedia of Political Thought

Canon of Dutch Christian Democracy now also available in English