Geloof in de liberale democratie (III): de rol van antropologie

Dit is het derde deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor het eerste en tweede deel, zie de links onderaan deze blogpost.

Hoewel ik zoals hieronder zal blijken hun kritiek niet deel, ben ik de ‘new critics of religious freedom’ erkentelijk omdat zij mij het thema hebben aangereikt voor het boek dat ik naar aanleiding van mijn verblijf in de Verenigde Staten schreef. Dit gaat niet alleen over godsdienstvrijheid, maar over de relatie tussen dit mensenrecht en de uitgangspunten van constitutionalisme en democratie zoals deze ten grondslag liggen aan westerse politieke stelsels. De ondertitel, To Be Fully Human, is van wezenlijk belang. Deze was oorspronkelijk bedoeld als hoofdtitel, maar de uitgever maakte zich begrijpelijkerwijze zorgen of deze wel voldoende duidelijk zou zijn. Toch drukt de ondertitel iets wezenlijks uit, want achter het verschil van inzicht met Cohen over de plaats van geloof in de liberale democratie, gaat een verschil in mensvisie schuil. Wie nadenkt over de vraag hoe de staat het beste kan worden ingericht, zal zich eerst dienen af te vragen wie de mens is. Kenmerkend voor westerse staten is immers als het goed is, dat de staatsinrichting in dienst staat van de mens en niet andersom.

Hoe vanzelfsprekend dit wellicht ook klinkt, het verwarrende is dat uit de kritiek van Cohen op het leerstuk van de ‘freedom of the church’ een staatsvisie spreekt, die dat belangrijke inzicht uit het oog lijkt te zijn verloren. De indruk die men bij kennisname van haar kritiek krijgt, is dat Cohen er een inhoudelijk ideaal van liberale democratie op nahoudt. Dit ideaal wordt beheerst door opvattingen over democratische soevereiniteit, liberaal constitutionalisme, rechtvaardigheid, pluralisme en rechten. Wat opvalt, is dat dit rijtje niet wezenlijk verschilt van hetgeen de voorstanders van de actuele uitleg van het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging door onder meer het Amerikaanse Hooggerechtshof voorstaan. Het verschil zit in een andere interpretatie die Cohen erop nahoudt van deze elementen. Meer in het bijzonder staan de elementen van pluralisme en rechten bij haar in dienst van die van democratische soevereiniteit en liberaal constitutionalisme. Dat betekent dat voor Cohen de uitoefening van liberale rechten zich moet blijven bewegen binnen de grenzen van een meerderheidsconsensus die op democratische wijze tot stand is gekomen. Evenmin zal het gewenste pluralisme in de samenleving afbreuk mogen doen aan datgene waar het liberale constitutionalisme in haar optiek voor staat. Voorzover er door minderheden argumentaties worden gebruikt die hiermee schuren, zullen deze moeten wijken, ongeacht of dat nu het geval is in de Verenigde Staten of bijvoorbeeld in Nederland.

Ik zal hier geen poging ondernemen de mensvisie te expliciteren van waaruit Cohen meer of minder stilzwijgend werkt. In plaats daarvan geef ik in het kort de mensvisie weer waaraan de ondertitel van mijn boek, To Be Fully Human, is ontleend. Het citaat uit deze titel is afkomstig uit een artikel van de Zuidafrikaanse emeritus-hoogleraar Christelijke ethiek Koos Vorster. Reeds in de aanloop naar mijn verblijf in de Verenigde Staten trof mij de volgende passage uit dit artikel:

‘The attitude of the Christian towards other religions can be served best where room is created for all to be fully human in the public and private spheres. To be fully human means to cradle the spirituality of one’s religion and to build one’s life on the foundation that the religion offers.’

Wat allereerst opvalt is dat het voor een ethicus kennelijk natuurlijker is om, schrijvend over geloof in de liberale democratie, de vraag naar de antropologie te stellen. Cohen doet dit in haar artikel niet, met als gevolg dat de lezer de mensvisie van waaruit zij werkt zelf moet trachten te reconstrueren. Voor veel andere juristen en politieke theoretici geldt hetzelfde, terwijl het toch niet goed mogelijk is het recht of de staat te bestuderen zonder daarbij een bepaalde mensvisie als uitgangspunt te nemen.

Wat betreft de inhoud van door Vorster gepresenteerde mensvisie, licht ik hier het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein eruit. Sommige nieuwe critici van het recht op godsdienstvrijheid zullen dit een concessie vinden aan het liberalisme, in de zin dat het onderscheid in een publiek en een privé-domein zelf ontleend is aan het liberalisme en het idee achter liberale rechten. Hiermee wordt voorbijgegaan aan de invloed die het christendom op het liberalisme heeft uitgeoefend, in de zin dat het onderscheid tussen twee rijken diepe christelijke theologische wortels heeft in het werk van bijvoorbeeld Augustinus en Luther en uiteindelijk in uitspraken van Jezus in het Nieuwe Testament over het geven aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt. Wat hier verder van zij, het is interessant dat Vorster in het citaat hierboven zowel poogt recht te doen aan dit onderscheid tussen het publiek en het privé-domein als tegelijkertijd de kloof tussen beide tracht te overbruggen. Voor hem is de essentie van het mens-zijn immers gelegen in het inrichten van ieders leven op het fundament van een geloof en ruimte moet worden gegeven, niet alleen door christenen maar ook door de staat, om dit zowel in het publieke als het privé-domein te doen.

De vraag die het citaat opwerpt, is wat het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein precies inhoudt en hoe en waar de grens moet worden getrokken. Voor het doel van dit artikel volstaat het hiervoor te verwijzen naar de veelheid aan levensbeschouwelijke organisaties die zeker ook in Nederland vanouds door burgers zijn gevormd en daarmee intermediaire verbanden vormen tussen deze burgers en de staat. Tegen deze achtergrond bezien kan het publieke domein worden omschreven als omvattend de activiteit die burgers ontplooien in het verband van levensbeschouwelijke organisaties teneinde handen en voeten te geven aan hun geloof of levensovertuiging. Volgens Vorster is het nu van belang dat de staat voluit ruimte schept voor dergelijke activiteit van burgers, naast de godsdienstvrijheid die zij in de privé-sfeer dienen te genieten.

We kunnen al met al constateren dat Vorster op een andere manier redeneert dan Cohen. We zagen hiervoor dat Cohen begint te redeneren vanuit haar ideaal van wat een liberale democratie moet inhouden. Mensen en hun organisaties moeten er vervolgens op toezien dat zij zich in hun functioneren binnen dit ideaal blijven bewegen. Het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging is uiteindelijk ook ondergeschikt aan dit ideaal en kan alleen worden gehonoreerd voor zover het daar niet mee in strijd komt. Vorster, daarentegen, redeneert vanuit de mens. Deze is in zijn optiek een religieus wezen, dat alleen aan zijn bestemming kan voldoen, indien hij zijn leven op zijn levensovertuiging baseert. Daartoe kan de mens niet slechts volstaan met zijn levensovertuiging privé vorm te geven, maar dit moet ook in het publieke domein gebeuren door deelname aan en steun voor levensbeschouwelijke organisaties. De staat, die als laatste aan bod komt (in het citaat zelfs niet bij name genoemd), moet bovenal ruimte geven aan mensen die hun levensovertuiging gestalte willen geven in zowel het publieke als het privé-domein. We zien hier dat de liberale democratie als het ware in dienst komt te staan van de vrijheid van godsdienst, die daarmee het karakter aanneemt van een natuurrecht, dat vooraf gaat aan de staat. Pas wanneer we de essentie van het mens-zijn goed voor ogen hebben, kunnen we vervolgens nadenken over de vraag hoe we het constitutionalisme alsmede de democratie moeten vormgeven.

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (II)

 

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

Volgens de vandaag verschenen Ranglijst Christenvervolging 2018 van Open Doors werden in 2017 wereldwijd 3.066 christenen omgebracht omwille van hun geloof. Met name in landen als Pakistan en India neemt het geweld tegen christenen inmiddels landen ‘schrikbarende vormen’ aan (zie https://www.opendoors.nl/vervolgdechristenen/nieuws/2018/januari/ranglijst-christenvervolging-2018/).

Toen ik in de zomer van 2014 naar de Verenigde Staten vertrok om mij aan een theologisch centrum een academisch jaar lang bezig te houden met het thema godsdienstvrijheid, verwachtte ik dat er sprake zou zijn van een contrast met de wijze waarop in Europa in het algemeen en Nederland in het bijzonder tegen dit mensenrecht werd aangekeken. Proefde ik hier ondanks de internationale geloofsvervolging in sommige gevallen vijandigheid, maar overwegend onverschilligheid jegens het recht, Amerika is het land waar de vrijheid van godsdienst traditioneel als ‘First Freedom’ wordt aangemerkt. Dit niet alleen omdat het recht is opgenomen in het Eerste Amendement bij de Amerikaanse Grondwet, maar ook omdat brede lagen van de bevolking het beschouwen als het meest fundamentele van alle mensenrechten. Dat heeft te maken met de wordingsgeschiedenis van de Verenigde Staten, waarnaar immers veel Europeanen zijn gemigreerd die in hun vaderland vervolgd werden vanwege hun geloof. In het Eerste Amendement gaat het zelfs niet over de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, zoals in de Nederlandse Grondwet, maar alleen over godsdienst. Zo centraal staat de vrijheid van godsdienst in Amerika, dacht ik.

Direct tijdens het eerste colloquium van de interdisciplinaire onderzoeksgroep van ethici, juristen en theologen waarvan ik deel kwam uit te maken, bleek evenwel ook in de Verenigde Staten een debat op gang te zijn gekomen over de merites van het internationale recht op godsdienstvrijheid in zijn huidige vorm. Een deelnemer aan de wekelijkse discussies was zelf rechtstreeks afkomstig uit een meerjarig internationaal onderzoeksproject over de ‘Politics of Religious Freedom’, dat inmiddels tot een gelijknamige bundel heeft geleid. Zoals de titel van project en bundel reeds aangeeft, wordt het hierin voorgesteld alsof in elk geval de internationale godsdienstvrijheid beheerst wordt door politieke intenties en overwegingen. Westerse landen zouden op neokoloniale wijze met behulp van dit instrument hun eigen waarden trachten op te dringen aan andere culturen en religies. Een dergelijk perspectief verschilt onmiskenbaar van de oorspronkelijke Amerikaanse zienswijze, volgens welke de godsdienstvrijheid eerder een natuurrecht is, dat in principe aan eenieder toekomt en voorafgaat aan de staat. De staat heeft vervolgens dit recht te respecteren, of hem dit nu gelegen komt of niet.

In deze nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, ga ik verder niet in op de bezwaren van de zogeheten ‘new critics of religious freedom’ in het algemeen. Zoals te verwachten valt, vormen de critici geen homogene groep en een enigszins representatieve bespreking van de verschillende naar voren gebrachte punten zou reeds een volledig artikel vergen. Bovendien waaieren de bezwaren disciplinair gezien nogal uit. In plaats hiervan licht ik er een artikel uit van een auteur, die vooral vanuit de invalshoek van het constitutionele recht relevante punten naar voren brengt: hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Columbia in New York Jean L. Cohen. Cohen doet dit bovendien op degelijke wijze, want goed geïnformeerd over de opvattingen van haar tegenstanders waartegen zij bezwaar maakt. Vervolgens zal ik aangeven waarom de visie van Cohen op geloof in de liberale democratie op gespannen voet staat met een christelijke mensvisie zoals bijvoorbeeld geformuleerd door de Zuid-Afrikaanse emeritus-hoogleraar christelijke ethiek Koos Vorster. Deze visie heeft historisch doorgewerkt in zowel de wijze waarop westerse staten zoals Nederland zijn ingericht, t.w. volgens de principes van respectievelijk de rechtsstaat en de democratie, als in de vormgeving van het recht op godsdienstvrijheid. De serie sluit af met een korte beschouwing over de reden waarom verwacht mag worden dat van deze laatste wijze van staatsinrichting een grotere aantrekkingskracht zal blijven uitgaan, zowel binnen als buiten de academische wereld, dan van de door Cohen aangehangen variant van liberale democratie. Dit is mede van belang voor de instandhouding van het geloof in de liberale democratie als zodanig.

Zie ook:

Nieuwsbericht ‘Hans-Martien ten Napel neemt deel aan boekpanel over recht en godsdienstvrijheid tijdens jaarvergadering van de American Academy of Religion in Boston, MA’

Colloquium Geloof in democratie

Redactioneel, ‘Hoe kan het democratisch ethos worden bevorderd?’

Colloquium Geloof in democratie

‘Congres/symposium

Geloof in democratie

Datum
30 oktober 2017
Tijd
13:00 – 17:00  uur
Bezoekadres
Oude Sterrewacht
Sterrenwachtlaan 11
2311 GW Leiden
Zaal
C104

Een nieuw onderzoeksnetwerk

Veel meer dan het democratische systeem, neigen totalitaire regimes tot een zogenaamde ‘politieke religie’. Een politieke religiositeit die ons bekend is van de Franse Revolutie, het fascisme in Duitsland en Noord-Korea.

Dit verschil mag echter niet blind maken voor een fundamentele overeenkomstigheid. Schijnbaar heeft ook de democratie dergelijke totalitaire kenmerken en lijkt ook zij geneigd tot een zekere zichzelf compromitterende religiositeit. Een zekere politieke religie lijkt het product van democratie te zijn. Deze religie dreigt haar te ondergraven en in potentie zelfs te elimineren.

Het nieuwe netwerk ‘Geloof in democratie’ (GID) wil deze verschijnselen analyseren en kritisch onderzoeken. Tevens zoekt het naar de geestelijke grondslagen van een nieuwe legitimiteit: een ander democratisch geloof.

Startbijeenkomst

Op 30 oktober wordt het netwerk ten doop gehouden met een colloquium, georganiseerd rondom een drietal lezingen over het thema Geloof in democratie, waarop door enkele respondenten kort zal worden gereageerd.

De lezingen worden verzorgd door Carinne Elion-Valter (EUR), Timo Slootweg (UL) en Hans-Martien ten Napel (UL), naar aanleiding van hun recente boekpublicaties.

De lezingen zullen worden gevolgd door een dialoog tussen sprekers, respondenten en het publiek. Deze dialoog zal mede gericht zijn op het verzamelen van bouwstenen voor een in september 2018 te organiseren symposium rondom GID.

Tijdens het colloquium kunnen zij die geïnteresseerd zijn hieraan mee te werken, alvast kennismaken en hun ideeën uitwisselen.

Oproep

Met het bovenstaande in gedachten, roepen de organisatoren onderzoekers met belangstelling op om zich aan te sluiten bij ons netwerk en om aanwezig te zijn bij het colloquium. Daarnaast nodigen wij hen uit om een paper proposal in te dienen voor de eerste gezamenlijke publicatie van ‘Geloof in democratie’.

De call for proposals is te vinden op de website van dit nieuwe netwerk: www.geloofindemocratie.nl.

Projectwebsite

POLITIEKE LEGITIMITEIT

Bron: Congres/symposium Geloof in democratie

Zie ook:

Book Recommendations (I): Nicholas Wolterstorff, Understanding Liberal Democracy (2012)

Press Release: ‘Hans-Martien ten Napel has book published “Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human”’

Paper presentation on ‘The Modern Challenges of Democracy’, New York University School of Law

Waarom de PVV niet het initiatief in de kabinetsformatie moet krijgen

In mijn bijdrage ‘Onthoud de PVV het initiatief in de kabinetsformatie’ in het Nederlands Juristenblad van deze week schrijf ik onder meer dat er, naast politieke, ook rechtsstatelijke aanknopingspunten te vinden zijn voor de beantwoording van de vraag of de PVV al dan niet het initiatief in de kabinetsformatie moet krijgen.

In een recent interview met de ARD stelde Wilders dat zijn partij van oordeel is ‘dass man den Islam nicht mit anderen Religionen vergleichen kann, sondern nur mit totalitären Ideologien, die wir in der Vergangenheit gesehen haben, etwa dem Kommunismus oder dem Faschismus’. Een dergelijke stellingname opent de weg voor onder meer vergaande en eenzijdige beperkingen van de vrijheid van godsdienst van moslims, zoals ook blijkt uit het concept-verkiezingsprogramma PVV 2017-2021.

Zie voor de bijdrage in het Nederlands Juristenbladhttp://njb.nl/Uploads/Magazine/PDF/NJB-1710-eerste-deel.pdf.

Bovenstaande argumentatie vloeit in belangrijke mate voort uit hetgeen ik opmerk in een binnenkort te verschijnen boek over de betekenis van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging voor de liberale democratie in het algemeen:

‘A reorientation of liberal democracy towards the common good is one main contribution that world religions such as Christianity, Islam and Judaism can help achieve in an otherwise religiously violent world. The constitutional significance of in particular the associational and institutional dimensions of the right to freedom of religion or belief is that they facilitate this contribution. To put into question the possibility to realise this right, is to doubt whether liberal democracy itself is possible.’

Dit is de negende post in een nieuwe serie ter introductie van mijn binnenkort te verschijnen boek Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge, 2017).

Voor de eerste acht posten, zie:

New Book: ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’ (2017);

R.R. Reno on ‘Islam and America’;

Michael Wear’s Reclaiming Hope (2017): ‘Learn How the Seeds of the Trump Presidency Were Sown in the Obama White House’;

Major New Report by the National Secular Society: Rethinking Religion and Belief in Public Life;

Symposium on Christian Democracy and America: ‘Can Christian Democracy Be America’s Next European Import?’;

Journalist Ben Judah, Author of This is London (2016): ‘I Found Faith Everywhere’;

The Washington Post on Why Religious Freedom Could Become the Major Religion Story of 2017;

Book on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge) now available for pre-order.

Artikel ‘Vrijheid van godsdienst als tweederangsrecht?’, in themanummer Handelingen. Tijdschrift voor praktische theologie en religiewetenschap over ‘Radicaal geloven’ (2016)

Handelingen2016-1_omslag

‘Een generatie geleden was”‘radicaal geloven” nog een vanzelfsprekende uitdrukking die naar de religieuze identiteit van mensen en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van kerken verwees. Maar de religieuze cultuur in Nederland is gedurende de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Hoe radicaal kun je geloven zonder een merkwaardige exoot of verdachte extremist te zijn? Een belangrijke vraag, al was het maar omdat ieder geloof behalve intrinsiek religieuze motieven ook enigerlei radicaliteit vraagt om zich in een seculiere samenleving te kunnen profileren. Voor de redactie van Handelingen reden genoeg om auteurs vanuit verschillende academische disciplines de mogelijkheden en onmogelijkheden van radicaal geloven in de moderne tijd te laten toelichten. Dat levert een spannend en actueel themanummer op met een rijk palet aan religieuze, theologische, culturele, juridische en maatschappelijke bijdragen.
“Wie de bijdragen leest, merkt ongetwijfeld hoe veelzijdig het thema ‘radicaal geloven’ is”, schrijft Hans Schilderman in zijn Aan de lezer. Meer daarover vindt u ook in het artikel dat hij schreef voor NRC van 14 november 2015. Die veelzijdigheid kan ook spreken uit het overzicht van dit nummer.’

Zie voor dit overzicht:

https://www.handelingen.com/index.php/jaargangen/2016/183-2016-1-radicaal-geloven.

Mijn eigen bijdrage is getiteld: ‘Vrijheid van godsdienst als tweederangsrecht?’

Samenvatting:
‘Welke juridische bescherming zal er in de toekomst nog worden geboden aan radicaal gelovigen, dat wil zeggen, mensen wier opvattingen en de uiteenlopende manifestaties daarvan, vergaand afwijken van andere (meerderheids)opvattingen in de samenleving? Deze kwestie is des te urgenter, wanneer men bedenkt dat inmiddels ook bijbelgetrouwe protestanten en praktiserende katholieken aan deze definitie van radicale gelovigen voldoen.’

Voor bestelinformatie, zie:

https://www.handelingen.com/index.php/bestel-het-nieuwste-nummer.

Deelnemer, brainstorm ‘Kerk en rechtsstaat’, Protestants Landelijk Dienstencentrum, 5 september 2008, Utrecht

logo

Lees hier het bericht over de nota, die de synode van de Protestantse Kerk in Nederland onder eindredactie van Prof. dr. Leo Koffeman (PThU) uiteindelijk vastelde over dit onderwerp:

‘Synode 12 t/m 14 november 2009: Synode kiest voor de democratische rechtsstaat

13 november 2009 De Protestantse Kerk in Nederland kiest zonder voorbehoud voor de democratische rechtsstaat. Zij herkent in de rechtsstaat belangrijke noties uit de Bijbel. Dat is de kern van de bespreking in de generale synode vrijdag over de nota ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling’. Deze positiebepaling houdt onder andere in dat de kerk zich sterk wil maken om haar bijdrage aan deze democratische rechtsstaat te leveren.

​Vrijheid van godsdienst

Ook wil de kerk zich inzetten voor de waarden die daarmee gegeven zijn: recht en gerechtigheid, mensenrechten, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Vrijheid, gelijkheid, duurzaamheid, participatie, veiligheid en solidariteit zijn belangrijke waarden en uitdagingen voor de kerk zelf en voor politiek en samenleving.

Scheiding tussen kerk en staat

Met de herkenning en erkenning van de democratische rechtsstaat hecht de Protestantse Kerk ook veel belang aan de scheiding tussen kerk en staat. Ze aanvaardt de democratische rechtsstaat principieel en is niet uit op politieke macht. Ze is dankbaar dat ze in vrijheid haar eigen kerkelijk leven mag inrichten en dat dit grondrecht ook voor andere religieuze groeperingen geldt.

Voor de wet is iedereen gelijk en er is scheiding tussen Kerk en Staat. Maar de concrete betekenis van dat uitgangspunt is regelmatig stof van discussie. Er is bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst en dat kan in botsing komen met andere grondwettelijke grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting.

Behoefte aan standpunt

Het moderamen had om de nota gevraagd omdat er een dringende behoefte gevoeld werd aan een protestants standpunt over de verhouding tussen kerk en staat en over de rol van religie in de samenleving. Er was de laatste jaren veel discussie over: Mag een gemeenteraad financieel bijdragen in de bouw van een gebedshuis? Moet de overheid nog langer christelijke scholen subsidiëren? Mag een religieus leider zich negatief uitlaten over bijvoorbeeld homoseksualiteit? Heeft een atheïst het recht zich kwetsend uit te laten over gelovigen?

Minderheden

Dergelijke vragen hebben rechtstreeks te maken met de bescherming van minderheden, ook van religieuze gemeenschappen, als onderdeel van democratie en godsdienstvrijheid. Als gevolg van religieus terrorisme in de wereld en aanslagen in ons eigen land lijkt de bereidheid om religie te respecteren te verminderen. Tegelijk neemt van overheidswege de interesse juist toe, omdat men ziet hoeveel invloed geloof en religie kan hebben op burgers.

De Protestantse Kerk ziet hier een verantwoordelijkheid liggen. Volgens de kerkorde (art. 1, lid 6) is het haar taak om op te roepen “tot de vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat”.

Bespreking in synodevergadering

In de bespreking in de generale synode werd de noodzaak benadrukt dat kerk en gemeenten zich met deze thematiek bezig te houden. Gewezen werd op de vragen rondom het kerkelijk spreken en op de noodzaak van de actieve opstelling van kerk en gemeenten in de relatie tot de overheid.

De generale synode aanvaardde de nota dankbaar als een basis voor het te voeren gesprek in gemeenten. In de nota zullen nog enkele elementen uit het gesprek in de synode verwerkt worden en de nota zal voorzien worden van een gesprekshandleiding. De generale synode hoopt dat daarmee gemeenten geholpen kunnen worden bij het gesprek over de thematiek in het algemeen maar ook toegespitst op hun concrete vragen met betrekking tot hun relatie tot de lokale overheid.

Samenstelling

Het rapport ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling. Bijdrage aan het gesprek in gemeente en kerk’ is gebaseerd op conferenties met en reacties van 33 deskundige theologen, historici, juristen, politici en andere sociale wetenschappers. Prof. dr. Leo Koffeman (PThU), tevens werkzaam bij het expertisecentrum van de dienstenorganisatie, voerde de eindredactie.

Meer informatie

Bron: http://www.protestantsekerk.nl/actueel/Nieuws/nieuwsoverzicht/Paginas/Synode-12-14-november-2009-Synode-kiest-voor-de-democratische-rechtsstaat.aspx.

Artikel ‘Vrijheid van godsdienst is onmisbaar voor de democratie’

fdlogo

Artikel ‘Vrijheid van godsdienst is onmisbaar voor de democratie’, in: Friesch Dagblad, 28 februari 2015: http://media.leidenuniv.nl/legacy/fries-dagblad.pdf.

‘Het recht op vrijheid van godsdienst staat niet alleen in Europa onder druk. Ook in de Verenigde Staten komt er steeds meer kritiek op het grondrecht zelf en op de invulling ervan. Maar er staat meer op het spel dan vrijheid van gelovigen’, aldus de inleiding van het artikel dat oorspronkelijk werd geschreven voor Christelijk Weekblad en in licht gewijzigde vorm tevens verscheen in Tertio (http://www.tertio.be/magazines/798/artikels/Vrijheid%20van%20godsdienst%20is%20onmisbaar%20voor%20democratie).