Lid werkgroep Studentenparlement, Staatsrechtkring (2002-2012)

5

Over het Studentenparlement:

‘Het Studentenparlement is een landelijke wedstrijd die één keer in de twee jaar wordt georganiseerd op initiatief van de Staatsrechtkring. In de editie 2014/2015 namen negen fracties, bestaande uit studenten van de Nederlandse rechtenfaculteiten, het tegen elkaar op in de strijd om de Zilveren Thorbeckepenning. Winnaar was de Universiteit Utrecht. Bekijk hier het verslag van het Studentenparlement 2014/2015.

In het Studentenparlement wordt de behandeling van een wetsvoorstel in de Tweede Kamer gesimuleerd. Elk facultair team zal als fractie met een door loting te bepalen politieke kleur deelnemen aan de wedstrijd. De teams worden begeleid door staatsrechtdocenten van de betreffende faculteiten.

Het wetsvoorstel wordt ingediend door een fictieve regering, die bestaat uit experts op het gebied van het staatsrecht. Dit jaar heeft de regering een conflictregeling tussen de Tweede en Eerste Kamer ontworpen. Bekijk hier het wetsvoorstel.

Gedurende de wedstrijd dienen de fracties niet alleen te laten zien dat zij de juridische inhoud van het wetsvoorstel doorgronden, maar ook dat zij het politieke spel goed beheersen. De behandeling van het wetsvoorstel vindt plaats in een schriftelijke ronde en een mondelinge ronde. De schriftelijke ronde begint in oktober 2014, als de regering haar wetsvoorstel bij de Kamer indient. In deze voorbereidende fase leveren de fracties hun schriftelijk commentaar op het wetsvoorstel. Ook kunnen amendementen worden voorgesteld. De afsluitende mondelinge behandeling van het wetsvoorstel vindt plaats op vrijdag 29 mei 2015. Na het debat met de regering volgt de stemming over amendementen, moties en het wetsvoorstel. De mondelinge behandeling vindt traditiegetrouw plaats in de plenaire zaal van de Tweede Kamer.

De winnende fractie wordt na de plenaire behandeling aangewezen door de jury. Deze bestaat doorgaans uit een hoogleraar staatsrecht, een politicus en een parlementair journalist. De winnaars gaan naar huis met de Zilveren Thorbeckepenning van de Staatsrechtkring.’

Bron, en meer informatie: http://www.staatsrechtkring.nl/studentenparlement/.

In de periode 2000-2013 trad ik voorts om het jaar op als begeleider van de Leidse fractie.

Zie: http://www.law.leidenuniv.nl/org/publiekrecht/sbrecht/nieuws/leids-team-presteert-goed-in-studentenparlement-2013.html;

http://www.mareonline.nl/2003/32/03.html.

 

Co-redacteur en co-auteur, bundel De betekenis van de Europese Grondwet voor de Nederlandse staatsinstellingen (2005)

9789013031614-240x300

‘Op 26 mei 2005 organiseerde de Staatsrechtkring in samenwerking met de Universiteit Leiden een symposium over de betekenis van de Europese Grondwet voor de verhouding tussen bestuur, rechter en wetgever zowel in de relatie Nederland-EU, als in de relatie tussen de EU-instellingen onderling. Tijdens dit symposium werd een eerste inventarisatie uitgevoerd in drie sessies, waarbij telkens de betekenis van de Europese Grondwet voor een van de overheidsmachten (wetgever, bestuur of rechter) centraal stond. Een afzonderlijke sessie werd gewijd aan de gevolgen voor de Nederlandse burger (democratie).

Het symposium opende met een beschouwing over de grondwettelijkheid van de Europese Grondwet en sloot af met een overkoepelende beschouwing door de vice-president van de Raad van state.

Minder dan een week na het symposium, op 1 juni 2005, vond het Nederlandse referendum plaats over de Europese Grondwet, waarbij 62,5 procent van de bevolking tegen stemde. Enkele dagen daarvoor had de Franse bevolking zich eveneens uitgesproken in negatieve zin. Hierop zijn de diverse inleiders gevraagd in de reeds voorbereide bijdragen in te gaan op de vraag wat het Franse en Nederlandse ‘nee’ en de Europese reflectieperiode betekenen voor de rechtsvorming door of met medewerking van de overheidstak waarover zij hun bijdragen schreven, de onderlinge relaties van die overheidstakken en het constitutionele recht (zowel de beginselen als het positieve recht) waar die rechtsvorming en onderlinge relaties door worden beheerst.

Alle inleiders hebben aan dit verzoek gehoor gegeven. Hiernaast werden twee aanvullende bijdragen geschreven over respectievelijk de Haagse visie op het beginsel van het institutioneel evenwicht en de positie van de Nederlandse regering als Europees onderhandelaar.

De bundel, onder redactie van mr. dr. H.-M.Th.D. ten Napel en prof. dr. W.J.M. Voermans, is gepubliceerd in de reeks Publicaties van de Staatsrechtkring en bevat bijdragen van prof. mr. R. Barents, mr. J.L.W. Broeksteeg, mr. M.L.H.K. Claes, drs. J.N. Dubbelboer, mr. dr. H.-M.Th.D. ten Napel, mr. H.D. Tjeenk Willink, prof. dr. W.J.M. Voermans en prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven.’

Bestelinformatie:

http://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/recht/9789013031614/-/de-betekenis-van-de-europese-grondwet-voor-de-nederlandse-staatsinstellingen.

Voor de overkoepelende slotbeschouwing van de toenmalige vice-president van de Raad van State, zie:

https://www.raadvanstate.nl/tjeenkwillink/toespraken-van-herman-tjeenk-willink/tekst-toespraak.html?id=511&summary_only=&category_id=14.

Voor mijn eigen bijdrage, getiteld ‘Liever Monnet dan Metternich? De Haagse visie op het beginsel van het institutioneel evenwicht’,
zie:

https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13390.