Co-redactie, themanummer ‘Thorbeckse Twisten’, CDV (2007)

IMG_1751

Uit de ‘Ter introductie’:

‘Deze bundel gaat over voortdurende competentietwisten tussen de verschillende bestuurslagen in het Huis van Thorbecke. Met dat beeld van een huis vatten we de inrichting van ons staatsbestel samen, met zijn drie bestuurslagen (gemeenten, provincies en het rijk), toegeschreven aan de liberale staatsman Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872).’

Mijn eigen bijdrage, geschreven samen met Rien Fraanje, Dirk Gudde & Jan Prij, is getiteld ‘Reconstrueer en versterk het Huis van Thorbecke’:

‘Nederland kent drie bestuurslagen: het rijk, de provincies en de gemeenten. Dit ‘Huis van Thorbecke’ biedt al heel
lang een goede structuur voor toedeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden, en nog steeds. Het is echter verrommeld door competentietwisten en de dominantie van technocratische benaderingen. Daarom is het de hoogste tijd voor een meer principiële aanpak waar groter niet per definitie beter is en verantwoordelijkheden weer scherper klassiek in drieën verdeeld zijn.’

Voor de volledige inhoudsopgave van het nummer en bestelinformatie, zie: https://www.tijdschriftcdv.nl/inhoud?jaar=2007&nummer=1.

Voor een downloadbare versie, zie:

http://pubnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/tijdschrift/CDV/CDV2007/CDV_2007_lente.pdf.

Voor de toespraak van staatssecretaris Bijleveld bij de ontvangst van het themanummer, zie:

CDVhttps://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2007/04/17/toespraak-staatssecretaris-bij-ontvangst-nieuwe-nummer-cdv.

Over CDV:

‘CDV is het kwartaaltijdschrift dat de functie van geheugen en geweten binnen de christendemocratie vervult. Het doet dit vanuit een kritisch solidaire en onafhankelijke opstelling ten opzichte van het CDA. Het schrijft over het spanningsveld tussen geloof en politiek, wetenschap en beleid. De afgelopen jaren trok elk nummer van CDV veel media-aandacht. CDV bevindt zich in het brandpunt van de maatschappelijke actualiteit.

CDV diept belangwekkende thema’s uit nog voordat ze actueel zijn, door mensen die er echt toe doen. Het blad is een bron van waardevolle informatie voor zowel politici als politiek geïnteresseerden, omdat het dieper liggende motieven en gedachten blootlegt achter beleidskeuzen en standpunten.’

Deelnemer, brainstorm ‘Kerk en rechtsstaat’, Protestants Landelijk Dienstencentrum, 5 september 2008, Utrecht

logo

Lees hier het bericht over de nota, die de synode van de Protestantse Kerk in Nederland onder eindredactie van Prof. dr. Leo Koffeman (PThU) uiteindelijk vastelde over dit onderwerp:

‘Synode 12 t/m 14 november 2009: Synode kiest voor de democratische rechtsstaat

13 november 2009 De Protestantse Kerk in Nederland kiest zonder voorbehoud voor de democratische rechtsstaat. Zij herkent in de rechtsstaat belangrijke noties uit de Bijbel. Dat is de kern van de bespreking in de generale synode vrijdag over de nota ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling’. Deze positiebepaling houdt onder andere in dat de kerk zich sterk wil maken om haar bijdrage aan deze democratische rechtsstaat te leveren.

​Vrijheid van godsdienst

Ook wil de kerk zich inzetten voor de waarden die daarmee gegeven zijn: recht en gerechtigheid, mensenrechten, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Vrijheid, gelijkheid, duurzaamheid, participatie, veiligheid en solidariteit zijn belangrijke waarden en uitdagingen voor de kerk zelf en voor politiek en samenleving.

Scheiding tussen kerk en staat

Met de herkenning en erkenning van de democratische rechtsstaat hecht de Protestantse Kerk ook veel belang aan de scheiding tussen kerk en staat. Ze aanvaardt de democratische rechtsstaat principieel en is niet uit op politieke macht. Ze is dankbaar dat ze in vrijheid haar eigen kerkelijk leven mag inrichten en dat dit grondrecht ook voor andere religieuze groeperingen geldt.

Voor de wet is iedereen gelijk en er is scheiding tussen Kerk en Staat. Maar de concrete betekenis van dat uitgangspunt is regelmatig stof van discussie. Er is bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst en dat kan in botsing komen met andere grondwettelijke grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting.

Behoefte aan standpunt

Het moderamen had om de nota gevraagd omdat er een dringende behoefte gevoeld werd aan een protestants standpunt over de verhouding tussen kerk en staat en over de rol van religie in de samenleving. Er was de laatste jaren veel discussie over: Mag een gemeenteraad financieel bijdragen in de bouw van een gebedshuis? Moet de overheid nog langer christelijke scholen subsidiëren? Mag een religieus leider zich negatief uitlaten over bijvoorbeeld homoseksualiteit? Heeft een atheïst het recht zich kwetsend uit te laten over gelovigen?

Minderheden

Dergelijke vragen hebben rechtstreeks te maken met de bescherming van minderheden, ook van religieuze gemeenschappen, als onderdeel van democratie en godsdienstvrijheid. Als gevolg van religieus terrorisme in de wereld en aanslagen in ons eigen land lijkt de bereidheid om religie te respecteren te verminderen. Tegelijk neemt van overheidswege de interesse juist toe, omdat men ziet hoeveel invloed geloof en religie kan hebben op burgers.

De Protestantse Kerk ziet hier een verantwoordelijkheid liggen. Volgens de kerkorde (art. 1, lid 6) is het haar taak om op te roepen “tot de vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat”.

Bespreking in synodevergadering

In de bespreking in de generale synode werd de noodzaak benadrukt dat kerk en gemeenten zich met deze thematiek bezig te houden. Gewezen werd op de vragen rondom het kerkelijk spreken en op de noodzaak van de actieve opstelling van kerk en gemeenten in de relatie tot de overheid.

De generale synode aanvaardde de nota dankbaar als een basis voor het te voeren gesprek in gemeenten. In de nota zullen nog enkele elementen uit het gesprek in de synode verwerkt worden en de nota zal voorzien worden van een gesprekshandleiding. De generale synode hoopt dat daarmee gemeenten geholpen kunnen worden bij het gesprek over de thematiek in het algemeen maar ook toegespitst op hun concrete vragen met betrekking tot hun relatie tot de lokale overheid.

Samenstelling

Het rapport ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling. Bijdrage aan het gesprek in gemeente en kerk’ is gebaseerd op conferenties met en reacties van 33 deskundige theologen, historici, juristen, politici en andere sociale wetenschappers. Prof. dr. Leo Koffeman (PThU), tevens werkzaam bij het expertisecentrum van de dienstenorganisatie, voerde de eindredactie.

Meer informatie

Bron: http://www.protestantsekerk.nl/actueel/Nieuws/nieuwsoverzicht/Paginas/Synode-12-14-november-2009-Synode-kiest-voor-de-democratische-rechtsstaat.aspx.

Column ‘Over de zin van het Europees parlement’ (2014)

hofvijver_links

De vraag naar de zin van het Europees Parlement begint met de constatering dat het er is. Er was een tijd dat het staatsrecht, de naam zegt het al, gefixeerd was op de staat. Die tijd is voorbij. Natuurlijk blijven nationale staten ook in de voorzienbare toekomst belangrijke actoren op het wereldtoneel, maar als gevolg van de transnationalisering kunnen zij al lang geen monopoliepositie meer claimen in het bestuur en de politiek.

Internationale organisaties, en in toenemende mate ook private actoren, zijn geduchte concurrenten geworden als het gaat om bijvoorbeeld regelgeving. Voor het staatsrecht betekent dit dat het er een belangrijke missie bij heeft gekregen. Na de historisch gezien succesvolle constitutionalisering van de staat, zal het er in de 21ste eeuw op aankomen ook dergelijke transnationale processen te constitutionaliseren.

Lees de hele column, samen geschreven met J.L. Luiten, MPhil, hier: http://www.montesquieu-instituut.nl/9353000/1/j9vvj72dlowskug/vjjsbi99ykwj?pk_campaign=hofv-1405&pk_kwd=vjjsbi99ykwj.

Bijdrage aan bundel De multiculturele samenleving en het recht (2002)

9069164345

‘De samenleving is pluriform en multicultureel, zowel in Nederland als in de ons omringende landen. Dat trekt natuurlijk sporen in het recht. Op het eerste gezicht lijken het incidenten op een klein aantal rechtsgebieden, zoals in het personen- en familierecht. Bij nadere bestudering blijkt echter het pluriforme en multiculturele van de samenleving tot in alle uithoeken van het recht gevolgen te hebben. De bijdragen in dit boek brengen veel hiervan in beeld. Kernvragen daarbij zijn op welke manier en in welke mate de multiculturele samenleving en het recht op elkaar in werken en in hoeverre dit wenselijk, noodzakelijk of onvermijdelijk is.
Met deze vragen zullen het recht en de politiek in de komende decennia worden geconfronteerd. Onder druk van dreigende sociale en politieke onrust. Juristen hebben de taak maatschappelijk aanvaardbare antwoorden voor deze belangrijke sociale vraagstukken uit te werken – maar eigenlijk geldt dat voor iedereen in de huidige, multiculturele samenleving.’

Mijn eigen bijdrage aan deze bundel, getiteld ‘Een Nederlandse taliban?’, is hier te downloaden: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13921.

De inleiding op dit hoofdstuk luidt als volgt:

‘Een van de stellingen die aan deze bundel ten grondslag ligt, luidt dat de Nederlandse samenleving pluriform en multicultureel is. Dit zou gevolgen hebben tot in aIle uithoeken van het reeht.

In deze bijdrage wordt deze stelling nader onderzoeht aan de hand van een easus op het terrein van het verenigingenreeht. Het betreft de uitsluiting van vrouwen van het gewone lidmaatschap door de Staatkundig-Gereformeerde Partij (SGP). In hoeverre kan een organisatie met een beroep op de vrijheid van vereniging en andere grondreehten haar normen in eigen kring handhaven, ook wanneer het gaat om staatkundige activiteiten?

Teneinde het antwoord op deze vraag te vinden wordt eerst ingegaan op de aanleiding om juist deze casus te onderzoeken, te weten het in september 2001 verschenen landen- eommentaar van het VN-Comite ter Bestrijding van Discriminatie van Vrouwen (CEDAW) (§ 1). Vervolgens wordt ingegaan op enkele politieke en maatschappelijke reacties op dit eommentaar, voorzover de SGP betreffend (§ 2), en de opstelling van de Nederlandse en de Europese rechter terzake van partijverboden (§ 3). Ik sluit af met een conclusie (§ 4).’

Bestelinformatie van de bundel:

http://www.bol.com/nl/p/de-multiculturele-samenleving-en-het-recht/1001004001653372/.

Bijdrage aan bundel Ongewenste goden. De publieke rol van religie in Nederland (2006)

ongewenste-goden

‘Religie is een nieuwe scheidslijn in politiek en samenleving. Dat is het cruciale thema van Ongewenste goden. Kunnen we de scheiding van kerk en staat en de godsdienstvrijheid handhaven in een maatschappij die meer en meer multireligieus wordt?

De spanningen in immigratieland Nederland spitsen zich toe op de rol van religie in het openbare leven. Moslims zullen pas in Nederland integreren als hun godsdienst niet meer als een sta-in-de-weg fungeert, heet het. De gematigde kritiek houdt in dat de islam in het Westen de waarden moet absorberen die de vrijheid van het individu waarborgen. Radicaler is het denkbeeld dat moslims die hier willen leven hun religie moeten opgeven. In het spoor van deze islamkritiek zijn ook het christendom en andere religies onder vuur komen te liggen als achterlijke relicten uit onverlichte tijden.

De vrijheid van godsdienst, van onderwijs en van vereniging is dan aan een drastische herdefiniëring toe. Andere stemmen in het debat benadrukken juist de onmisbaarheid van religie voor de moraal en de gemeenschapszin.’

Mijn eigen bijdrage, getiteld ‘Culturele verscheidenheid is het wezen van de schepping. Een oneigentijds pleidooi van de Verenigde Naties voor een multiculturele politiek’, valt hier te raadplegen: https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/15112/Ongewenste+goden1.pdf%3bjsessionid=6D4B7845195E385AD9ED052CE2FB9DAB?sequence=2.

Bestelinformatie van de bundel als geheel, verschenen onder redactie van Marcel ten Hooven en Theo de Wit:

http://www.bol.com/nl/p/ongewenste-goden/1001004002729397/.