Artikel ‘De formatie van de verrassende wendingen’. Het parlement over de kabinetsformatie 2010 (2011)

533

De inleiding op dit artikel, verschenen in het Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, luidt als volgt:

‘Het jaar 2010 is niet alleen een politiek veelbewogen jaar geweest, maar ook vanuit staatsrechtelijk oogpunt roepen verloop en uitkomst van de jongste kabinetsformatie tal van vragen op. Te denken valt aan de gevolgde spelregels bij de formatie, de figuur van het minderheidskabinet, de discussie over het rechtsstatelijk en democratisch karakter van de PVV, de rol van het staatshoofd, de positie van de Eerste Kamer, het vrij mandaat van de volksvertegenwoordiger, de inhoud van het regeer- en gedoogakkoord en de uitwerking voor het politieke en constitutionele bestel als geheel. In deze bijdrage passeren niet al deze aspecten systematisch de revue. Het artikel beperkt zich, aan de hand van een beschrijving van het formatieproces, tot de staatsrechtelijke kanttekeningen die in het Nederlandse parlement (Tweede en Eerste Kamer) bij het verloop en de uitkomst van de kabinetsformatie zijn geplaatst. Daarbij wordt onder “staatsrechtelijke kanttekeningen” ook verstaan kanttekeningen die betrekking hebben op de formatieprocedure als zodanig, die strikt genomen niet wordt beheerst door regels van geschreven dan wel ongeschreven staatsrecht maar veeleer door meer of minder vaste praktijken. De focus van dit artikel ligt daarmee op hetgeen in het parlement is gewisseld. Daarmee wil niet gezegd zijn dat de doctrine oninteressant is, maar voor het politieke staatsrecht is van belang dat het laatste instantie bepaald wordt door de belangrijkste actores zelf, zijnde regering en parlement. Juist om die reden is het waardevol het verloop van het proces vanuit het perspectief van de betrokken actoren te reconstrueren. Bovendien behoort slechts in het geval van enigerlei vorm van interactie tussen de staatsrechtbeoefening en onderscheiden politieke stromingen beïnvloeding tot de mogelijkheden.

Gelet op het primair beschrijvende, reconstruerende karakter van deze bijdrage, vormen de voornaamste bron voor dit artikel de Kamerdebatten zoals deze respectievelijk zijn gevoerd met de informateurs en in het kader van de algemene politieke beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota voor het jaar 2011, in het laatste geval ook in de Eerste Kamer. Tevens wordt – bij wijze van intermezzo – stilgestaan bij de tijdens de behandeling van de begroting Algemene Zaken voor het jaar 2011 gevoerde discussie. De slotparagraaf bevat een poging tot waardering van de in het parlement geplaatste staatsrechtelijke kanttekeningen bij het verloop en de uitkomst van de kabinetsformatie 2010, mede in het licht van de soms “heftige stukken” die over de formatie zijn verschenen vanuit de doctrine.’

Het artikel,  is hier raadpleegbaar:

https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/18638;

http://www.tvcr.nl/basis.aspx?Lid=2&Lit=VIEW&Query=TVCRU_Editions.Id=9 (onder ‘artikelen’).

Artikel over kabinetsformatie 2012 in Tijdschrift voor Constitutioneel Recht (2013)

533

‘In een preadvies over kabinetsformaties constateert hoogleraar parlementaire geschiedenis Van Baalen dat er in de loop van de twintigste eeuw een ontwikkeling heeft plaatsgevonden waarbij de rol van de Tweede Kamer in het formatieproces geleidelijk is toegenomen. Binnen deze ontwikkeling onderscheidt Van Baalen vijf cruciale ‘gebeurtenissen’ waarin het parlement zijn positie heeft versterkt. Zo is het sinds 1939 onaanvaardbaar als een kabinet in spe geen (gedoog)steun vindt bij een Kamermeerderheid en is het sinds 1963 gewoonte dat de Kamerfracties van de politieke partijen die deel gaan nemen aan het kabinet, een regeerakkoord sluiten.

In het preadvies noemt Van Baalen ook twee manieren om de invloed van de Kamer op de kabinetsformatie verder te versterken. De eerste manier is de mildere variant die al enige tijd bestaat: de Kamer beraadslaagt in een debat over de verkiezingsuitslag, teneinde op deze wijze het initiatief te nemen in de kabinetsformatie (gecodificeerd in haar Reglement van Orde sinds 2010, door het voorstel Van der Ham en Duyvendak/Van Gent) of de Kamer draagt zelf een formateur voor bij het staatshoofd (sinds 1971 mogelijk door de motie-Kolfschoten).

De tweede manier om de invloed van de Tweede Kamer op de kabinetsformatie te vergroten is de reglementswijziging die in maart 2012 is doorgevoerd. Deze gaat verder omdat zij niet alleen de gehele formatieprocedure in handen van de Kamer legt, maar hiertoe – anders dan de hiervoor genoemde mogelijkheden – ook nog eens verplicht. Volgens Van Baalen is hiermee de parlementarisering van de kabinetsformatie voltooid: het is de laatste stap in de in 1939 begonnen toename van de rol van de Tweede Kamer gedurende het proces van kabinetsformatie.

In dit artikel wordt allereerst bezien hoe deze voltooiing van de parlementarisering van de kabinetsformatie, in de woorden van Van Baalen, is totstandgekomen. Vervolgens gaan wij na hoe de gewijzigde procedure bij de formatie van het kabinet-Rutte-II uitpakte. Tenslotte evalueren wij deze kabinetsformatie aan de hand van de gezichtspunten zoals deze in het debat over de reglementswijziging door de Kamer zelf zijn verwoord, waarbij ook de meer traditionele kritiek op de formatie aan de orde komt alsmede de vraag in hoeverre het huidige art. 139a RvOTK in de huidige redactie voor de komende jaren houdbaar is.’

Lees hier (onder ‘artikelen’) het artikel als geheel, dat ik samen schreef met J.A.H. Heijne en J.V. Veldwijk:

http://www.tvcr.nl/basis.aspx?Lid=2&Lit=VIEW&Query=TVCRU_Editions.Id=17.

Bijdrage aan bundel Bestuursrecht harmoniseren: 15 jaar Awb (2010)

9789089742650_omslag200px.jpg

‘Op 1 januari 2009 was het 15 jaar geleden dat de eerste twee tranches van de Algemene wet bestuursrecht in werking traden. Reden voor de Afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden om, in samenwerking met de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een evaluerende en vooruitblikkende bundel samen te stellen.

In Bestuursrecht harmoniseren: 15 jaar Awb wordt teruggeblikt op de afgelopen 15 jaar – wat is er terechtgekomen van de bedoelingen van de wetgever, hoe heeft de Awb zich in de loop der jaren ontwikkeld? – alsmede vooruitgekeken – wat zijn de te verwachten en gewenste ontwikkelingen binnen het algemeen bestuursrecht?

De bundel bevat bijna 50 bijdragen van gerenommeerde auteurs en biedt een schat aan informatie en analyses over verleden, heden en toekomst van de Algemene wet bestuursrecht.’

De bundel is helaas niet meer leverbaar. De hoofdstukken zijn echter raadpleegbaar via http://www.nall.nl/pagina/bibliotheek.

Mijn eigen hoofdstuk is getiteld ‘Parlementaire invloed op de Awb: de reactie op de opkomst van het bestuursrecht nader verkend’, zie https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/15558/Parlementaire%20invloed%20op%20de%20Awb.pdf?sequence=1

Hoofdstukken in bundel De conjunctuur van de macht. Het christen democratisch appèl 1980-2010 (2011)

1001004010301223

‘Dertig jaar geleden verenigden de KVP, ARP en CHU zich in het CDA. Sindsdien hebben de christendemocraten het politieke landschap in Nederland bepaald, afgezien van de Paarse jaren, toen ze oppositie voerden. Maar blijft dat zo? Dit boek beschrijft het verleden en de toekomstscenario’s van het CDA.

Na de val van het vierde kabinet-Balkenende in februari 2010 leek het CDA op zijn retour. Was het einde van de politieke spilpositie van deze partij in zicht, juist toen ze aan de vooravond stond van haar dertigjarig bestaan? De christendemocratie in Nederland was al eerder doodverklaard, maar slaagde er steeds weer in terug te komen.

Hoewel de drie confessionele partijen in de jaren zestig en zeventig wegkwijnden, herrezen ze in 1980 als het Christen Democratisch Appèl, dat het vervolgens onverwacht goed deed. In de jaren negentig raakte het CDA electoraal opnieuw in verval, maar aan het begin van deze eeuw keerde de partij weer terug in het centrum van de macht. De vraag is hoe de toekomst van de dertigjarige partij eruitziet. Is ze in staat haar machtspositie te bewaren dan wel te herwinnen? Deze bundel schetst de ontwikkeling van het CDA vanuit verschillende invalshoeken.’

Mijn eigen hoofdstukken in deze bundel zijn getiteld: ‘”Een wet mag de zedelijke draagkracht van het volk niet te boven gaan”. De opstelling van het cda-in-wording in het parlement’ en ‘”Geen buigingen naar rechts?” Enkele opmerkingen over de programmatische ontwikkeling van het cda tussen 1980 en 2010’.

Beide hoofdstukken, waarvan het laatste samen is geschreven met James Kennedy, zijn hier te downloaden:

http://dnpp.ub.rug.nl/dnpp/publicaties/boom/conjunctuur.

De bundel zelf is alleen nog tweedehands verkrijgbaar:

http://www.bol.com/nl/p/de-conjunctuur-van-de-macht/1001004010301223/

Co-redacteur en co-auteur, studieboek Inleiding Staatkunde (1995)

IMG_1724

‘Met Inleiding Staatkunde heeft u een compleet en actueel studieboek in handen.

Dit boek biedt kennis en inzicht omtrent de belangrijkste thema’s van het Nederlandse staats- en bestuursrecht alsmede van de Nederlandse politiek. Het unieke van dit boek is de geïntegreerde benadering van de thema’s: zowel vanuit de juridische als vanuit de politicologische wetenschap wordt ingegaan op de ontwikkeling van onze democratische staat en op de positie van (in het bijzonder) regering en parlement, het bestuursapparaat en de rechterlijke macht.

Deze integratie tussen de juridische en de politicologische discipline is gebaseerd op het uitgangspunt dat een goed begrip van de staatsinstellingen pas ontstaat als men niet alleen weet hoe taken en bevoegdheden van de overheid en rechten en plichten van burgers zijn gereguleerd, maar ook in welk politiek krachtenveld bevoegdheden worden uitgeoefend en wat de invloed daarbij is van feitelijke machtsverhoudingen.

De gekozen aanpak blijkt onder meer uit de opneming van hoofdstukken over de politiek-theoretische ontwikkeling in het denken over (rechts)staat en democratie, de rol van politieke partijen, het functioneren van de bureaucratie en de ontwikkeling van de sociale rechtsstaat, naast de aandacht voor de kabinetsformatie, de ministeriele verantwoordelijkheid, de taken en bevoegdheden van het parlement en de rechtsbescherming tegen de overheid onder de Algemene wet bestuursrecht. Tevens wordt ingegaan op de bevoegdheden en de macht van het lokaal bestuur respectievelijk de supranationale overheden, in het bijzonder de Europese Gemeenschap. Hierbij wordt aandacht besteed aan het proces van de Europese integratie en aan de staatsrechtelijke en politicologische dimensies van de Europese Unie, die van groot belang zijn voor de Nederlandse staat.’

Ten behoeve van deze bundel leverde ik hoofdstukken over resp. Nederland als consensusdemocratie, de sociale rechtsstaat en de rechterlijke macht.

Bestelinformatie:

http://www.bol.com/nl/p/inleiding-staatkunde/666783247/;

https://www.boekenplatform.nl/inleiding-staatkunde-175502.

Opinieartikel ‘Parlement moet handen niet opnieuw willen laten binden’

‘Het kabinet is bij partijen buiten de coalitie steun aan het zoeken voor nieuwe bezuinigingen. Dat roept nogal wat discussie op. De voordelen van de aanpak van het kabinet wegen echter zwaarder dan de eventuele nadelen.’

Aldus de opening van een opinieartikel dat ik, samen met Jeanne Veldwijk, schreef op uitnodiging van de redactie van het Reformatorisch Dagblad. Jeanne Veldwijk vervult  een student-assistentschap onderzoek in het kader van het Leidse Honours College Law.

Lees het artikel op http://www.refdag.nl/opinie/parlement_moet_handen_niet_opnieuw_willen_laten_binden_1_721157 of via https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/20603.