Redactioneel, ‘Hoe kan het democratisch ethos worden bevorderd?’

Tijdschrift voor Recht, Religie en Beleid

‘Wanneer de politiek in de kern een ethische aangelegenheid is, kan deze niet zonder een democratisch ethos onder zowel politici als bevolking, in de zin van een cultuur van betrokkenheid op het algemeen belang. De vraag wat er nodig is om het ontstaan dan wel de instandhouding van een dergelijk democratisch ethos te bevorderen, gaat de traditionele grenzen van de rechtswetenschap te buiten. Zij strekt immers verder dan de mogelijke taak van de overheid alleen. Dit leidt wel tot het wonderlijke verschijnsel dat de rechtsgeleerdheid de meest fundamentele puzzel rond een van haar kernbegrippen, de democratie, niet zelfstandig kan oplossen. Hetzelfde geldt overigens voor andere disciplines die zich met democratie bezighouden, zoals de bestuurskunde, de filosofie, de politicologie en de sociologie.

De ethicus Lovin blijkt hier al meer over te melden te hebben, wanneer hij verwijst naar de rol die maatschappelijke instituties kunnen vervullen als kweekvijver voor democratisch ethos. Als democratie een zodanig complex onderwerp blijkt dat ten aanzien daarvan alleen in interdisciplinair verband vooruitgang kan worden geboekt, dan is het een dure academische plicht om die uitdaging aan te gaan. Een tijdschrift als het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid wil hierin een functie vervullen. Het biedt een forum om vanuit verschillende disciplines, waaronder ook de theologie en de religiewetenschap, het gesprek aan te gaan over deze en andere fundamentele vragen rond democratie en democratisch ethos.’

Zie voor het volledige redactioneel:

http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/religierechtenbeleid/2015/3/TvRRB_1879-7784_2015_006_003_001.

Voor een overzicht van de overige bijdragen in dit derde nummer van het tijdschrift uit 2015:

http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/religierechtenbeleid/2015/3.

Voor bestelinformatie, ook van losse artikelen, zie:

http://www.bju.nl/juridisch/catalogus/tijdschrift-voor-religie-recht-en-beleid#.

Opinieartikel, ‘De staat moet zich niet bemoeien met religieuze praktijken’ (2011)

fdlogo

‘We zijn geneigd om de overheid op allerlei manieren te laten ingrijpen in religieuze praktijken. Hierdoor dreigt de godsdienstvrijheid een lege huls te worden.

Lees hier het hele artikel, dat ik samen schreef met Jaco van den Brink:

https://www.researchgate.net/publication/254888497_De_staat_moet_zich_niet_bemoeien_met_religieuze_praktijken;

https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/17928.

Over het Friesch Dagblad:

‘Een christelijke, regionale krant waarbij de kijk op de journalistiek wordt bepaald en gevoed door christelijke normen en waarden. Binnen het Friesch Dagblad wordt gewerkt vanuit een overtuiging aangaande God, mens en wereld. In het verlengde daarvan ziet het Friesch Dagblad het als zijn roeping al zijn journalistieke arbeid in dienst te stellen van het goede, onder meer in termen van geloof & levensbeschouwing, duurzaamheid (zorg voor de wereld), samenleving en rechtvaardigheid, met een speciale belangstelling voor de regio.’

Bron: http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?_ga=1.183229926.1535370535.1456318815.

 

Co-auteur, rapport De Nederlandse Grondwet geëvalueerd (2009)

6

Lees over dit rapport het navolgende gedeelte uit een persbericht van de Leidse Faculteit der Rechtsgeleerdheid d.d. 13 oktober 2009, waaruit tevens bovenstaande afbeelding afkomstig is (‘Tekst van de grondwet op een muur in Den Haag door Jan Kooi’):

‘Overheid en rechtspraktijk tevreden over Grondwet

Vertegenwoordigers van de overheid en rechtspraktijk hebben – ondanks kritiek op onderdelen – waardering voor de Nederlandse Grondwet. Dit is een belangrijke uitkomst van het onderzoek naar de betekenis van de Grondwet als voorstudie voor de Staatscommissie Grondwet.

Overheid en rechtspraktijk tevreden over Grondwet
Er bestaat geen breed levende wens tot majeure herziening. Dit is een belangrijke uitkomst van het onderzoek naar de betekenis van de Grondwet, De Nederlandse Grondwet geëvalueerd: anker- of verdwijnpunt?

Voorstudie Staatscommissie
Het onderzoek werd uitgevoerd door een grote groep onderzoekers van de Universiteit Leiden onder leiding van Michiel van Emmerik, Tom Barkhuysen en Wim Voermans. Het is een voorstudie voor de onlangs ingestelde Staatscommissie Grondwet, die nadenkt over aanpassing van de Grondwet en medio 2010 daartoe voorstellen moet doen aan het kabinet. Leids hoogleraar Janneke Gerards is lid van deze commissie.

Het rapport wordt op donderdag 15 oktober 2009 aangeboden aan de voorzitter van de staatscommissie Grondwet, prof. mr. W. Thomassen, raadsheer in de Hoge Raad.

Sobere grondwetscultuur
Interviews met de min of meer professionele gebruikers van de Grondwet uit kringen van de overheidsmachten en de rechtspraktijk (openbaar bestuur, rechterlijke macht, parlement, rechtshulp en media) laten een betrekkelijk breed gedeelde tevredenheid met de Grondwet zien. Dat beeld lijkt te passen in de sobere grondwetscultuur die wij in Nederland kennen.

Geen Grondwet in eenvoudig Nederlands
Een groot aantal van de geïnterviewden roept wel op de Grondwet beter uit te dragen met buitenconstitutionele instrumenten, bijvoorbeeld via het onderwijs. Instrumenten als een preambule en een Grondwet in eenvoudig Nederlands krijgen weinig bijval, al bestaat er een zekere voorkeur om de Grondwet nog beknopter te maken dan die nu is. Een meerderheid van de respondenten ziet in de zware herzieningsprocedure een belangrijke bescherming tegen de waan van de dag, terwijl enkele geïnterviewden dit juist een obstakel vinden tegen bestuurlijke vernieuwingen.

Wensenlijstjes voor verbetering
Bij doorvragen geven de meeste geïnterviewden aan wel – niet steeds als dringend ervaren – wensenlijstjes voor grondwetsverbetering te hebben. Zo lijkt er een gedeelde wens te bestaan tot opname van een recht tot toegang op een onpartijdige en onafhankelijke rechter. Meer verdeeld wordt gedacht over het al dan niet uit de Grondwet schrappen van het verbod voor de rechter om wetten te toetsen aan de Grondwet. Verder waren er veel particuliere en diverse suggesties tot grondwetsverandering.’

Het rapport kan worden gedownload via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2009/04/17/de-nederlandse-grondwet-geevalueerd.

Co-redacteur en co-auteur, bundel Volksgezondheid in een veellagige rechtsorde (2007)

5

‘”Volksgezondheid in een veellagige rechtsorde. Eenheid en verscheidenheid van norm en praktijk” is juni 2007 bij Kluwer verschenen. De volksgezondheid is slechts in beperkte mate een nationale aangelegenheid. Dit laatste geldt in toenemende mate ook voor de wet- en regelgeving ter bevordering van de gezondheid en ter bestrijding van ziekten en ziekteoorzaken alsmede het hiermee verband houdende beleid. Niet alleen geldt vanouds dat veel internationaal gewaarborgde grondrechten mogen worden beperkt ter ‘bescherming van de (volks)gezondheid’; de maatregelen die overheden treffen ter verbetering van de volksgezondheid zijn steeds meer aan Europese en internationale regels gebonden. Deze normen – soms expliciet betrekking hebbend op de volksgezondheid, maar minstens zo vaak op andere deelterreinen met effecten voor de volksgezondheid – vormen niet alleen een kader aan de hand waarvan het handelen van de (rijks- en decentrale) overheid kan worden beoordeeld, maar hebben ook vergaande gevolgen voor de handelingsvrijheid van zorgaanbieders, zorgverzekeraars en de patiënt. Dit bleek recentelijk rond de totstandkoming en invoering van de Zorgverzekeringswet in Nederland.

Bestaat er nu enige systematiek met betrekking tot de internationale, Europese en nationale regels inzake de volksgezondheid? En wat betekent dit alles nu voor de patiënt? De auteurs van deze bundel trachten deze vragen te beantwoorden aan de hand van concrete voorbeelden. De bijdragen aan deze bundel zijn gerubriceerd rond drie subthema’s, te weten normen met betrekking tot de zorg aan mensen, normen met betrekking tot de volksgezondheid en thematische bijdragen. Veel aandacht gaat uit naar de Zorgverzekeringswet, maar ook andere wetten, verdragen en richtlijnen komen aan de orde.

Deze bundel maakt duidelijk dat wetgevings- en beleidsambtenaren op het terrein van de volksgezondheid alsmede alle anderen die bij de (bestudering van de) volksgezondheid en de gezondheidszorg zijn betrokken zich moeten verdiepen in de diverse rechtslagen, de betekenis van soms divergerende normen en terminologie, de tussen de rechtslagen bestaande hiërarchie alsmede de (mate van) door- en rechtstreekse werking van bovennationale normen. Deze bundel verschaft inzicht in de wijze waarop dat kan gebeuren.

Verschillende Leidse onderzoekers gaan in op bovenstaande vraag. De bundel bevat bijdragen van Aart Hendriks (De Zorgverzekeringswet bezien vanuit veellagig perspectief), Hans-Martien ten Napel (‘In het uiterste geval moet je de derde schaderichtlijn aanpassen’: de omgang van de wetgever met veellagigheid bij de stelselherziening gezondheidszorg), Chris de Kruif (Medisch noodzakelijke zorg: voor wie een zorg?), Piet Jan Slot en Mielle Bulterman (Europese grenzen aan nationale maatregelen op het terrein van de volksgezondheid), Henk Griffioen (De ongeziene coördinatie van het domein van de volksgezondheid door de EG), Jacques Sluysmans (Toezicht en handhaving door de Inspectie voor de Gezondheidszorg), Tom Barkhuysen & Koosje van Lessen Kloeke (Het Nederlandse geneesmiddelenvergoedingssysteem langs de Europeesrechtelijke meetlat), Marga Groothuis (Het elektronisch patiëntendossier in een veellagige rechtsorde), Mireille Hagens & Rick Lawson (Op (schoon) water en brood. Medische zorg voor gedetineerden vanuit mensenrechtelijk perspectief) en Michiel Tjepkema & Jaap Polak (Volksgezondheid en schadevergoeding bij rechtmatige overheidsdaad).

De bundel, die onder redactie staat van Aart Hendriks en Hans-Martien ten Napel, is een boek in de Meijers-reeks. Het boek maakt deel uit van het onderzoeksprogramma “Securing the Rule of Law in a World of Multi Level Jurisdiction”.’

Voor mijn eigen bijdrage aan deze bundel, zie:

https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13918.