Bijdrage aan bundel Religie als bron van sociale cohesie in de democratische rechtsstaat (2005)

Unknown

‘Terugblikkend op de laatste paar decennia zien we een scherp toegenomen secularisering, ontkerkelijking en ontzuiling van de Nederlandse samenleving, maar ook een toenemend zichtbaar en merkbaar worden van de religieuze pluriformiteit binnen deze samenleving. Met name de opkomst van de islam als snelstgroeiende godsdienst in Nederland is opmerkelijk. Die opkomst gaat gepaard met spanningen in een samenleving die zelf hoe langer hoe meer vervreemd raakt van haar religieuze wortels en die steeds minder bekwaam lijkt in haar omgang met godsdienst.
De opkomst van de islam heeft ons in verlegenheid gebracht over de spirituele wortels en bronnen van samenleving en staat. Alom klinkt dan ook de roep om herstel van normen en waarden. Maar welke waarden en normen moeten dat zijn? Waarop zijn ze gefundeerd? Wat is hun uiteindelijke anker-punt? Nu de secularisering in feite “voltooid” is en we de secularisering zelfs al voorbij lijken te zijn, wordt de vraag actueel of we in deze post-geseculariseerde situatie nog wel uit de voeten kunnen met liberale concepten als godsdienstvrijheid en scheiding tussen kerk en staat alleen?

Veronderstelt een goed functionerende democratische rechtsstaat niet een geestelijke dimensie, een dimensie die nu juist geboden kan worden door godsdienst? Dient juist het verschijnsel godsdienst niet veel serieuzer genomen te worden? Is juist godsdienst niet de vindplaats van deugden en fungeert godsdienst niet als het overbrengingsmechanisme van die deugden op volgende generaties? Bevordert juist godsdienst niet de sociale cohesie in een samenleving en creëert zij niet de voorwaarden voor een effectieve én legitieme rechtsstaat?
Dit is een boek in de Meijersreeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het boek maakt onderdeel uit van het interfacultaire programma “Sociale cohesie en multiculturaliteit”.’

Mijn eigen bijdrage aan deze bundel, geredigeerd door B. Labuschagne, is getiteld ‘Tussen hoop en wantrouwen. De actualiteit van het protestantse denken over de verhouding tussen godsdienst en staat’: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13333.

Zie over de presentatie van de bundel met minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie:

http://www.leidenuniv.nl/nieuwsarchief2/396.html.

Bestelinformatie van de bundel:

http://www.bol.com/nl/p/religie-als-bron-van-sociale-cohesie-in-democratische-rechtsstaat/1001004002483739/?country=BE.

Opinieartikel ‘CDA deelt in malaise liberale christendom’

In ochtendblad Trouw is vandaag een artikel verschenen waarin ik desgevraagd probeer te analyseren hoe het verdere terreinverlies van het CDA bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 12 september j.l. te verklaren valt. Hieronder het eerste deel van het origineel van het artikel (dat uiteraard iets afwijkt van de gepubliceerde versie).

Hoe valt het verdere terreinverlies van het CDA bij de verkiezingen van 12 september te verklaren? Hiervoor moet de blik worden gericht op de natuurlijke achterban van de christen-democratie, katholieken en mainline protestanten. Behalve van mainline-protestanten, krijgt het CDA vanouds ook steun van orthodoxere protestanten, maar niet in de mate zoals vroeger bijvoorbeeld de ARP. Met de oprichting van kleinere christelijke partijen als SGP (1918) en GPV (1948) kwam er voor orthodoxere protestanten een alternatief. Dat had een eerste karakterverandering tot gevolg, al zagen de voorlopers van het CDA zich hierdoor tegelijkertijd genoodzaakt hun eigen profiel te bewaken.

Tijdens de totstandkoming van het CDA in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw volgde een ingrijpender karakterverandering. Deze was ingegeven door theologische ontwikkelingen binnen de katholieke en mainline protestantse kerken. Zo deed de opkomende oecumene de gedachte postvatten dat ook een in politiek opzicht gescheiden optrekken niet langer gerechtvaardigd was. Het Tweede Vaticaanse Concilie, dat vijftig jaar geleden begon, leidde binnen de KVP tot declericalisering. De partij wenste voortaan losser van de kerk te opereren. Tenslotte trachtten de grondleggers van het CDA een antwoord te formuleren op het zetelverlies als gevolg van de ontkerkelijking en ontzuiling. Voorzover de eenheidspartij echter nog altijd werd gedragen door overtuigde katholieken en protestanten, bleef ook deze karakterverandering uiteindelijk beperkt in omvang.

Sinds 1980 hebben de ontwikkelingen in christelijk Nederland echter zoals bekend niet stilgestaan. Hoewel er daarbij ook sprake is van voortschrijdend theologisch inzicht, springt toch allereerst de interne secularisatie in het oog. Hele delen van de katholieke en mainline protestantse kerken zijn onder invloed hiervan opgeschoven richting een veelal goed bedoelend, maar vrijzinnig christendom. Dit liberale christendom is het christendom van de katholieke scholen die zich willen ontdoen van het etiket katholiek. Het is het christendom van de protestantse dominees die naar eigen zeggen niet meer in God geloven of tenminste een vraag hiernaar maar lastig te beantwoorden vinden. Helaas is het daarmee tevens het christendom van de sluitende kerkgebouwen.

 

Nu zou een tegenwerping kunnen luiden dat het meest recente verlies vooral wordt veroorzaakt door de deelname van het CDA aan het minderheidskabinet-Rutte, met gedoogsteun van de PVV. Deze redenering kan echter ook worden omgedraaid. Niet veel christen-democraten zullen de gedoogconstructie in 2010 immers om inhoudelijke redenen hebben nagestreefd. Veeleer gold voor de voorstanders de tactische overweging dat de stemmers op de toen bijna verdriedubbelde PVV het beste terug te winnen zouden zijn door de partij op enigerlei wijze bij de regeringsvorming te betrekken, met alle risico’s van dien voor de PVV. De verkiezingsuitslag van vorige week wijst erop dat dit ten dele inderdaad zo heeft gewerkt. Dat bijna alleen de VVD hiervan heeft geprofiteerd, is mede het gevolg van de aanhoudende verdeeldheid binnen het CDA over de kwestie.

 

Wordt vervolgd.