Opinieartikel ‘CDA deelt in malaise liberale christendom’

In ochtendblad Trouw is vandaag een artikel verschenen waarin ik desgevraagd probeer te analyseren hoe het verdere terreinverlies van het CDA bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 12 september j.l. te verklaren valt. Hieronder het eerste deel van het origineel van het artikel (dat uiteraard iets afwijkt van de gepubliceerde versie).

Hoe valt het verdere terreinverlies van het CDA bij de verkiezingen van 12 september te verklaren? Hiervoor moet de blik worden gericht op de natuurlijke achterban van de christen-democratie, katholieken en mainline protestanten. Behalve van mainline-protestanten, krijgt het CDA vanouds ook steun van orthodoxere protestanten, maar niet in de mate zoals vroeger bijvoorbeeld de ARP. Met de oprichting van kleinere christelijke partijen als SGP (1918) en GPV (1948) kwam er voor orthodoxere protestanten een alternatief. Dat had een eerste karakterverandering tot gevolg, al zagen de voorlopers van het CDA zich hierdoor tegelijkertijd genoodzaakt hun eigen profiel te bewaken.

Tijdens de totstandkoming van het CDA in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw volgde een ingrijpender karakterverandering. Deze was ingegeven door theologische ontwikkelingen binnen de katholieke en mainline protestantse kerken. Zo deed de opkomende oecumene de gedachte postvatten dat ook een in politiek opzicht gescheiden optrekken niet langer gerechtvaardigd was. Het Tweede Vaticaanse Concilie, dat vijftig jaar geleden begon, leidde binnen de KVP tot declericalisering. De partij wenste voortaan losser van de kerk te opereren. Tenslotte trachtten de grondleggers van het CDA een antwoord te formuleren op het zetelverlies als gevolg van de ontkerkelijking en ontzuiling. Voorzover de eenheidspartij echter nog altijd werd gedragen door overtuigde katholieken en protestanten, bleef ook deze karakterverandering uiteindelijk beperkt in omvang.

Sinds 1980 hebben de ontwikkelingen in christelijk Nederland echter zoals bekend niet stilgestaan. Hoewel er daarbij ook sprake is van voortschrijdend theologisch inzicht, springt toch allereerst de interne secularisatie in het oog. Hele delen van de katholieke en mainline protestantse kerken zijn onder invloed hiervan opgeschoven richting een veelal goed bedoelend, maar vrijzinnig christendom. Dit liberale christendom is het christendom van de katholieke scholen die zich willen ontdoen van het etiket katholiek. Het is het christendom van de protestantse dominees die naar eigen zeggen niet meer in God geloven of tenminste een vraag hiernaar maar lastig te beantwoorden vinden. Helaas is het daarmee tevens het christendom van de sluitende kerkgebouwen.

 

Nu zou een tegenwerping kunnen luiden dat het meest recente verlies vooral wordt veroorzaakt door de deelname van het CDA aan het minderheidskabinet-Rutte, met gedoogsteun van de PVV. Deze redenering kan echter ook worden omgedraaid. Niet veel christen-democraten zullen de gedoogconstructie in 2010 immers om inhoudelijke redenen hebben nagestreefd. Veeleer gold voor de voorstanders de tactische overweging dat de stemmers op de toen bijna verdriedubbelde PVV het beste terug te winnen zouden zijn door de partij op enigerlei wijze bij de regeringsvorming te betrekken, met alle risico’s van dien voor de PVV. De verkiezingsuitslag van vorige week wijst erop dat dit ten dele inderdaad zo heeft gewerkt. Dat bijna alleen de VVD hiervan heeft geprofiteerd, is mede het gevolg van de aanhoudende verdeeldheid binnen het CDA over de kwestie.

 

Wordt vervolgd.