Opinieartikel ‘Over koning moeten we dóórdenken’ (2000)

trouw_logo

Zelfs als je het eens bent met de bezwaren tegen het koningschap, erfelijkheid en onschendbaarheid, is het nog niet nodig direct voor een republiek te zijn. Het kan heel democratisch zijn een ondemocratisch element als het koningschap te handhaven.

Op de dag van de boekpresentatie van ‘Macht verloren, gezag versterkt. Historische en staatsrechtelijke opmerkingen over het koningschap in Nederland’ van de hand van J.Th.J. van den Berg, een opiniestuk over dit onderwerp dat ik schreef in 2000:

http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2500096/2000/11/24/Over-koning-moeten-we-doordenken.dhtml.

Verdediging proefschrift ‘Een eenzaam staatsman. Dirk de Geer, 1870 – 1960’ op 31 mei 2012

Op 31 mei a.s. hoop ik deel te nemen aan de oppositie tijdens de verdediging van bovengenoemd proefschrift door Meindert van der Kaaij. Lees hieronder het nieuwsbericht dat de Leidse universiteit hierover plaatste (http://www.law.leidenuniv.nl/nieuws-2012/promotie-van-der-kaaij.html):

‘Oud-minister-president krijgt zwartepiet met reden

De terugkeer naar het bezette gebied in 1941 is oud-minister-president Dirk de Geer nooit vergeven. Zeventig jaar na dato toont mr. M. van der Kaaij aan dat oud-collega’s allen zo hun eigen reden hadden om De Geer de zwartepiet toe te spelen. Op 31 mei 2012 promoveert hij met zijn proefschrift "Een eenzaam staatsman. Dirk de Geer, 1870 – 1960" op dit onderwerp.

Februari 1941 zette Dirk de Geer weer voet op Nederlandse bodem. Negen maanden daarvoor was hij met zijn kabinet uitgeweken naar Londen om te ontkomen aan het Duitse leger. De terugkeer naar het bezette gebied en het schrijven van een dubieuze brochure zijn hem nooit vergeven. Na een geruchtmakend proces werd hij in 1947 – hij was toen 76 jaar – hiervoor gestraft. De oorlogsjaren hadden een zwarte schaduw over zijn zo rijke politieke carrière geworpen. Hij zat voor de CHU twintig jaar in de Tweede Kamer, was in totaal elf jaar minister en leidde twee kabinetten. Op die loopbaan keek hij terug als op een ‘ruïne’.

Na de oorlog kreeg hij een lawine van verwijten over zich heen. SDAP-Kamerlid Van der Goes van Naters noemde hem een ‘zwakkeling’, iemand met een ‘zeldzame imbeciliteit’. Waren de beschuldigingen gebaseerd op feiten? Was hij in de jaren twintig een slechte minister van financiën? Wilde hij exclusief voor Nederland vrede sluiten met Hitler? Had hij na een ‘akelig’ gesprek met Churchill het vertrouwen van de Engelsen verloren? Koesterde hij sympathie voor het nationaal-socialistische gedachtegoed? Kreeg hij een eerlijk strafproces?

Vele historici beantwoorden bovenstaande vragen met een ja. Meindert van der Kaaij ontdekte dat de werkelijkheid in menig geval anders was geweest. Collega’s van De Geer hadden ieder zo hun redenen om hem de zwartepiet toe te spelen. 
 

Promotores

Prof. dr. J.Th.J. van den Berg

Datum en locatie

Dhr. Van der Kaaij verdedigt zijn proefschrift op donderdag 31 mei 2012 om 11.15 uur in het Academiegebouw Rapenburg 73, te Leiden’