Twelve posts introducing my new book on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human

For the posts, please see:

Article ‘This Map Of The State Of Religious Freedom Around The World Is Chilling’

Article ‘Princeton Seminary Reforms Its Views on Honoring Tim Keller’

Yale Law Professor: ‘American courts are tackling Islamophobia – why won’t Europeans?’

Waarom de PVV niet het initiatief in de kabinetsformatie moet krijgen

New Book: ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’ (2017)

R.R. Reno on ‘Islam and America’

Michael Wear’s Reclaiming Hope (2017): ‘Learn How the Seeds of the Trump Presidency Were Sown in the Obama White House’

Major New Report by the National Secular Society: Rethinking Religion and Belief in Public Life

Symposium on Christian Democracy and America: ‘Can Christian Democracy Be America’s Next European Import?’

Journalist Ben Judah, Author of This is London (2016): ‘I Found Faith Everywhere’

The Washington Post on Why Religious Freedom Could Become the Major Religion Story of 2017

Book on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge) now available for pre-order

Waarom de PVV niet het initiatief in de kabinetsformatie moet krijgen

In mijn bijdrage ‘Onthoud de PVV het initiatief in de kabinetsformatie’ in het Nederlands Juristenblad van deze week schrijf ik onder meer dat er, naast politieke, ook rechtsstatelijke aanknopingspunten te vinden zijn voor de beantwoording van de vraag of de PVV al dan niet het initiatief in de kabinetsformatie moet krijgen.

In een recent interview met de ARD stelde Wilders dat zijn partij van oordeel is ‘dass man den Islam nicht mit anderen Religionen vergleichen kann, sondern nur mit totalitären Ideologien, die wir in der Vergangenheit gesehen haben, etwa dem Kommunismus oder dem Faschismus’. Een dergelijke stellingname opent de weg voor onder meer vergaande en eenzijdige beperkingen van de vrijheid van godsdienst van moslims, zoals ook blijkt uit het concept-verkiezingsprogramma PVV 2017-2021.

Zie voor de bijdrage in het Nederlands Juristenbladhttp://njb.nl/Uploads/Magazine/PDF/NJB-1710-eerste-deel.pdf.

Bovenstaande argumentatie vloeit in belangrijke mate voort uit hetgeen ik opmerk in een binnenkort te verschijnen boek over de betekenis van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging voor de liberale democratie in het algemeen:

‘A reorientation of liberal democracy towards the common good is one main contribution that world religions such as Christianity, Islam and Judaism can help achieve in an otherwise religiously violent world. The constitutional significance of in particular the associational and institutional dimensions of the right to freedom of religion or belief is that they facilitate this contribution. To put into question the possibility to realise this right, is to doubt whether liberal democracy itself is possible.’

Dit is de negende post in een nieuwe serie ter introductie van mijn binnenkort te verschijnen boek Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge, 2017).

Voor de eerste acht posten, zie:

New Book: ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’ (2017);

R.R. Reno on ‘Islam and America’;

Michael Wear’s Reclaiming Hope (2017): ‘Learn How the Seeds of the Trump Presidency Were Sown in the Obama White House’;

Major New Report by the National Secular Society: Rethinking Religion and Belief in Public Life;

Symposium on Christian Democracy and America: ‘Can Christian Democracy Be America’s Next European Import?’;

Journalist Ben Judah, Author of This is London (2016): ‘I Found Faith Everywhere’;

The Washington Post on Why Religious Freedom Could Become the Major Religion Story of 2017;

Book on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge) now available for pre-order.

Formatiebrunch op 16 maart a.s.

‘Datum

16 maart 2017

Tijd

11:15 – 12:15  uur

Bezoekadres

Kamerlingh Onnes Gebouw, Steenschuur 25, 2311 ES Leiden

Zaal

B.031

Op 15 maart zal Nederland zijn stem uitbrengen. Maar wat gebeurt er na deze viering van de democratie? Op donderdag 16 maart organiseren de afdeling Staats- en bestuursrecht en het profileringsgebied Politieke Legitimiteit een formatiebrunch om de uitslag van de verkiezingen te bespreken. Want: what’s next? Wat zijn de gevolgen van de uitslag, en welke politieke combinaties zijn denkbaar? Het staatsrechtelijk spel is nu pas echt begonnen!

We nodigen u graag uit om onder het genot van een lichte brunch, onder leiding van panelleider Geerten Waling, in gesprek te gaan met sprekers Adriaan Andringa (bestuursadviseur, politieke strateeg), Hans-Martien ten Napel (universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht), Mikal Tseggai (actief in (campagne) politieke jongerenorganisatie), Henk te Velde (hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis) en Wim Voermans (hoogleraar Staats- en Bestuursrecht).’

Bron: https://www.universiteitleiden.nl/agenda/2017/02/formatiebrunch.

Zie ook:

Bijdrage ‘Onthoud de PVV het initiatief in de kabinetsformatie’ in Nederlands Juristenblad

Artikel over kabinetsformatie 2012 in Tijdschrift voor Constitutioneel Recht (2013)

Artikel ‘De formatie van de verrassende wendingen’. Het parlement over de kabinetsformatie 2010 (2011)

Bijdrage ‘Onthoud de PVV het initiatief in de kabinetsformatie’ in Nederlands Juristenblad

human-rights-1714496_960_720

Bij de a.s. Tweede-Kamerverkiezingen is de, op afstand, belangrijkste vraag of de PVV als grootste uit de stembus zal komen. Als dat het geval is, ligt het volgens staatkundige conventie in de rede dat de Tweede Kamer deze partij ook het initiatief zal geven in de kabinetsformatie. Overigens is het ook denkbaar dat, al dan niet op suggestie van de PVV, ‘alleen’ een persoon wordt aangezocht die de mogelijkheid van een kabinet met deelname van de PVV gaat onderzoeken. In beide gevallen is het, hoewel vooralsnog onwaarschijnlijk, denkbaar dat op enig moment daadwerkelijk een dergelijk kabinet wordt geformeerd.

Politiek columnist Hans Goslinga heeft zich uitgesproken tegen een dergelijk scenario. Hij stelt, dat het een ‘wezensvreemde figuur’ zou opleveren indien de antisysteempartij PVV het voortouw zou krijgen bij de machtsvorming op nationaal niveau. Emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel J.Th.J. van den Berg, daarentegen, wijst erop dat er tijdens kabinetsformaties vanouds nu eenmaal ‘verplichte figuren’ moeten worden gemaakt, al was het maar om mogelijkheden te elimineren. De vraag is echter of een verdergaande ‘normalisering’ van de PVV, die hiervan het gevolg zou zijn, wel gewenst is.

Lees mijn eigen antwoord op deze vraag hier:

Democratie: Verkiezingen, vertegenwoordiging en parlementair stelsel – 32 denkrichtingen

Het populisme: een blessing in disguise voor de democratie?

donald-trump-1818950__480

In korte tijd verschenen twee rapporten over democratie resp. vrijheid in de wereld, die precies de vraag op scherp zetten waarvoor ook de Nederlandse politiek zich in de aanloop naar de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 maart a.s. gesteld ziet: moet het populisme als een risico dan wel als een vermomde zegen voor de democratie worden beschouwd?Het populisme: een blessing in disguise voor de democratie?

Lees hier een beschouwing over deze vraag die ik eerder vandaag schreef voor LinkedIn Pulse: Artikel op LinkedIn Pulse.

Artikel ‘De formatie van de verrassende wendingen’. Het parlement over de kabinetsformatie 2010 (2011)

533

De inleiding op dit artikel, verschenen in het Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, luidt als volgt:

‘Het jaar 2010 is niet alleen een politiek veelbewogen jaar geweest, maar ook vanuit staatsrechtelijk oogpunt roepen verloop en uitkomst van de jongste kabinetsformatie tal van vragen op. Te denken valt aan de gevolgde spelregels bij de formatie, de figuur van het minderheidskabinet, de discussie over het rechtsstatelijk en democratisch karakter van de PVV, de rol van het staatshoofd, de positie van de Eerste Kamer, het vrij mandaat van de volksvertegenwoordiger, de inhoud van het regeer- en gedoogakkoord en de uitwerking voor het politieke en constitutionele bestel als geheel. In deze bijdrage passeren niet al deze aspecten systematisch de revue. Het artikel beperkt zich, aan de hand van een beschrijving van het formatieproces, tot de staatsrechtelijke kanttekeningen die in het Nederlandse parlement (Tweede en Eerste Kamer) bij het verloop en de uitkomst van de kabinetsformatie zijn geplaatst. Daarbij wordt onder “staatsrechtelijke kanttekeningen” ook verstaan kanttekeningen die betrekking hebben op de formatieprocedure als zodanig, die strikt genomen niet wordt beheerst door regels van geschreven dan wel ongeschreven staatsrecht maar veeleer door meer of minder vaste praktijken. De focus van dit artikel ligt daarmee op hetgeen in het parlement is gewisseld. Daarmee wil niet gezegd zijn dat de doctrine oninteressant is, maar voor het politieke staatsrecht is van belang dat het laatste instantie bepaald wordt door de belangrijkste actores zelf, zijnde regering en parlement. Juist om die reden is het waardevol het verloop van het proces vanuit het perspectief van de betrokken actoren te reconstrueren. Bovendien behoort slechts in het geval van enigerlei vorm van interactie tussen de staatsrechtbeoefening en onderscheiden politieke stromingen beïnvloeding tot de mogelijkheden.

Gelet op het primair beschrijvende, reconstruerende karakter van deze bijdrage, vormen de voornaamste bron voor dit artikel de Kamerdebatten zoals deze respectievelijk zijn gevoerd met de informateurs en in het kader van de algemene politieke beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota voor het jaar 2011, in het laatste geval ook in de Eerste Kamer. Tevens wordt – bij wijze van intermezzo – stilgestaan bij de tijdens de behandeling van de begroting Algemene Zaken voor het jaar 2011 gevoerde discussie. De slotparagraaf bevat een poging tot waardering van de in het parlement geplaatste staatsrechtelijke kanttekeningen bij het verloop en de uitkomst van de kabinetsformatie 2010, mede in het licht van de soms “heftige stukken” die over de formatie zijn verschenen vanuit de doctrine.’

Het artikel,  is hier raadpleegbaar:

https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/18638;

http://www.tvcr.nl/basis.aspx?Lid=2&Lit=VIEW&Query=TVCRU_Editions.Id=9 (onder ‘artikelen’).

Artikel over kabinetsformatie 2012 in Tijdschrift voor Constitutioneel Recht (2013)

533

‘In een preadvies over kabinetsformaties constateert hoogleraar parlementaire geschiedenis Van Baalen dat er in de loop van de twintigste eeuw een ontwikkeling heeft plaatsgevonden waarbij de rol van de Tweede Kamer in het formatieproces geleidelijk is toegenomen. Binnen deze ontwikkeling onderscheidt Van Baalen vijf cruciale ‘gebeurtenissen’ waarin het parlement zijn positie heeft versterkt. Zo is het sinds 1939 onaanvaardbaar als een kabinet in spe geen (gedoog)steun vindt bij een Kamermeerderheid en is het sinds 1963 gewoonte dat de Kamerfracties van de politieke partijen die deel gaan nemen aan het kabinet, een regeerakkoord sluiten.

In het preadvies noemt Van Baalen ook twee manieren om de invloed van de Kamer op de kabinetsformatie verder te versterken. De eerste manier is de mildere variant die al enige tijd bestaat: de Kamer beraadslaagt in een debat over de verkiezingsuitslag, teneinde op deze wijze het initiatief te nemen in de kabinetsformatie (gecodificeerd in haar Reglement van Orde sinds 2010, door het voorstel Van der Ham en Duyvendak/Van Gent) of de Kamer draagt zelf een formateur voor bij het staatshoofd (sinds 1971 mogelijk door de motie-Kolfschoten).

De tweede manier om de invloed van de Tweede Kamer op de kabinetsformatie te vergroten is de reglementswijziging die in maart 2012 is doorgevoerd. Deze gaat verder omdat zij niet alleen de gehele formatieprocedure in handen van de Kamer legt, maar hiertoe – anders dan de hiervoor genoemde mogelijkheden – ook nog eens verplicht. Volgens Van Baalen is hiermee de parlementarisering van de kabinetsformatie voltooid: het is de laatste stap in de in 1939 begonnen toename van de rol van de Tweede Kamer gedurende het proces van kabinetsformatie.

In dit artikel wordt allereerst bezien hoe deze voltooiing van de parlementarisering van de kabinetsformatie, in de woorden van Van Baalen, is totstandgekomen. Vervolgens gaan wij na hoe de gewijzigde procedure bij de formatie van het kabinet-Rutte-II uitpakte. Tenslotte evalueren wij deze kabinetsformatie aan de hand van de gezichtspunten zoals deze in het debat over de reglementswijziging door de Kamer zelf zijn verwoord, waarbij ook de meer traditionele kritiek op de formatie aan de orde komt alsmede de vraag in hoeverre het huidige art. 139a RvOTK in de huidige redactie voor de komende jaren houdbaar is.’

Lees hier (onder ‘artikelen’) het artikel als geheel, dat ik samen schreef met J.A.H. Heijne en J.V. Veldwijk:

http://www.tvcr.nl/basis.aspx?Lid=2&Lit=VIEW&Query=TVCRU_Editions.Id=17.

Co-redacteur en co-auteur, studieboek Inleiding Staatkunde (1995)

IMG_1724

‘Met Inleiding Staatkunde heeft u een compleet en actueel studieboek in handen.

Dit boek biedt kennis en inzicht omtrent de belangrijkste thema’s van het Nederlandse staats- en bestuursrecht alsmede van de Nederlandse politiek. Het unieke van dit boek is de geïntegreerde benadering van de thema’s: zowel vanuit de juridische als vanuit de politicologische wetenschap wordt ingegaan op de ontwikkeling van onze democratische staat en op de positie van (in het bijzonder) regering en parlement, het bestuursapparaat en de rechterlijke macht.

Deze integratie tussen de juridische en de politicologische discipline is gebaseerd op het uitgangspunt dat een goed begrip van de staatsinstellingen pas ontstaat als men niet alleen weet hoe taken en bevoegdheden van de overheid en rechten en plichten van burgers zijn gereguleerd, maar ook in welk politiek krachtenveld bevoegdheden worden uitgeoefend en wat de invloed daarbij is van feitelijke machtsverhoudingen.

De gekozen aanpak blijkt onder meer uit de opneming van hoofdstukken over de politiek-theoretische ontwikkeling in het denken over (rechts)staat en democratie, de rol van politieke partijen, het functioneren van de bureaucratie en de ontwikkeling van de sociale rechtsstaat, naast de aandacht voor de kabinetsformatie, de ministeriele verantwoordelijkheid, de taken en bevoegdheden van het parlement en de rechtsbescherming tegen de overheid onder de Algemene wet bestuursrecht. Tevens wordt ingegaan op de bevoegdheden en de macht van het lokaal bestuur respectievelijk de supranationale overheden, in het bijzonder de Europese Gemeenschap. Hierbij wordt aandacht besteed aan het proces van de Europese integratie en aan de staatsrechtelijke en politicologische dimensies van de Europese Unie, die van groot belang zijn voor de Nederlandse staat.’

Ten behoeve van deze bundel leverde ik hoofdstukken over resp. Nederland als consensusdemocratie, de sociale rechtsstaat en de rechterlijke macht.

Bestelinformatie:

http://www.bol.com/nl/p/inleiding-staatkunde/666783247/;

https://www.boekenplatform.nl/inleiding-staatkunde-175502.