Bijdrage aan bundel Rechtsvorming en Governance (2006)

9789013034424-240x300

‘Governance is hét trefwoord voor een moderne opvatting over sturing. Vanuit publiekrechtelijk perspectief wordt wel gesproken van een ontwikkeling van ‘government naar governance’ en zelfs van ‘governance without government’. Sturing ter behartiging van publieke belangen is een pluricentrische en interactieve aangelegenheid geworden, op basis van wederzijdse afhankelijkheid tussen actoren. Rechtsvorming is in deze context een proces van wisselwerking in netwerken van publieke en private actoren (multi-actor governance) en van een wisselwerking tussen actoren op verschillende niveaus, van lokaal en regionaal, via nationaal tot Europees en internationaal (multi-level governance).

Welke gevolgen heeft de hantering van deze sturingsstijlen onder de benaming ‘governance’ voor de staatsrechtelijke spelregels van en voor rechtsvorming?
Deze vraag stond centraal tijdens de Staatsrechtconferentie 2005 en werd in het bijzonder belicht vanuit een drietal verschuivingen in rechtsvorming, te weten in de richting van zelfstandige bestuursorganen, in de richting van rechters en in de richting van privaatrechtelijke of zelfregulering. Deze bundel bevat de bijdragen die tijdens de conferentie aan de orde kwamen.
Inhoudsopgave

Redactioneel voorwoord

1. Staatsrecht zonder staat?
2. Rechtsvorming en governance: een identiteitscrisis in het staatsrecht?
3. De wisselwerking tussen agencies, zbo’s en politieke verantwoordelijkheid
4. Attributie aan ondergeschikten: staatsrechtelijk verantwoord?
5. Comparative Public Governance: an Institutional Polity Approach to Structural Variety and Hybridity
6. ‘Ships that pass the Night’: over de juridische en politieke dimensies van het beginsel van institutioneel evenwicht
7. Nationale constitutionele implicaties van de Bosphorus en Yusuf/Kadi zaken: schaf artikel 120 Grondwet af
8. Governance als eis van recht
9. Publiek-Private Samenwerking als vorm van governance; enkele staatsrechtelijke kanttekeningen
10. Private rechtshandhaving, autonome rechtsordes en de EG
11. Geregeld toezicht. Juridische modaliteiten voor de regeling van het toezicht; i.h.b. toegepast op de nieuwe consumentenautoriteit’.

Mijn eigen bijdrage, samen geschreven met H.M. Griffioen en W.J.M. Voermans, is getiteld: ‘”Ships that pass the Night”: over de juridische en politieke dimensies van het beginsel van institutioneel evenwicht.’ De bijdrage valt hier te downloaden:

http://media.leidenuniv.nl/legacy/%27Ships%20that%20Pass%20in%20the%20night%27%20over%20de%20juridische%20en%20politieke%20dimensies%20van%20het%20beginsel%20van%20institutioneel%20evenwicht.pdf.

Bestelinformatie van de bundel als geheel:

http://www.bol.com/nl/p/rechtsvorming-en-governance/1001004004569598/?country=BE

Co-redacteur en co-auteur, bundel De betekenis van de Europese Grondwet voor de Nederlandse staatsinstellingen (2005)

9789013031614-240x300

‘Op 26 mei 2005 organiseerde de Staatsrechtkring in samenwerking met de Universiteit Leiden een symposium over de betekenis van de Europese Grondwet voor de verhouding tussen bestuur, rechter en wetgever zowel in de relatie Nederland-EU, als in de relatie tussen de EU-instellingen onderling. Tijdens dit symposium werd een eerste inventarisatie uitgevoerd in drie sessies, waarbij telkens de betekenis van de Europese Grondwet voor een van de overheidsmachten (wetgever, bestuur of rechter) centraal stond. Een afzonderlijke sessie werd gewijd aan de gevolgen voor de Nederlandse burger (democratie).

Het symposium opende met een beschouwing over de grondwettelijkheid van de Europese Grondwet en sloot af met een overkoepelende beschouwing door de vice-president van de Raad van state.

Minder dan een week na het symposium, op 1 juni 2005, vond het Nederlandse referendum plaats over de Europese Grondwet, waarbij 62,5 procent van de bevolking tegen stemde. Enkele dagen daarvoor had de Franse bevolking zich eveneens uitgesproken in negatieve zin. Hierop zijn de diverse inleiders gevraagd in de reeds voorbereide bijdragen in te gaan op de vraag wat het Franse en Nederlandse ‘nee’ en de Europese reflectieperiode betekenen voor de rechtsvorming door of met medewerking van de overheidstak waarover zij hun bijdragen schreven, de onderlinge relaties van die overheidstakken en het constitutionele recht (zowel de beginselen als het positieve recht) waar die rechtsvorming en onderlinge relaties door worden beheerst.

Alle inleiders hebben aan dit verzoek gehoor gegeven. Hiernaast werden twee aanvullende bijdragen geschreven over respectievelijk de Haagse visie op het beginsel van het institutioneel evenwicht en de positie van de Nederlandse regering als Europees onderhandelaar.

De bundel, onder redactie van mr. dr. H.-M.Th.D. ten Napel en prof. dr. W.J.M. Voermans, is gepubliceerd in de reeks Publicaties van de Staatsrechtkring en bevat bijdragen van prof. mr. R. Barents, mr. J.L.W. Broeksteeg, mr. M.L.H.K. Claes, drs. J.N. Dubbelboer, mr. dr. H.-M.Th.D. ten Napel, mr. H.D. Tjeenk Willink, prof. dr. W.J.M. Voermans en prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven.’

Bestelinformatie:

http://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/recht/9789013031614/-/de-betekenis-van-de-europese-grondwet-voor-de-nederlandse-staatsinstellingen.

Voor de overkoepelende slotbeschouwing van de toenmalige vice-president van de Raad van State, zie:

https://www.raadvanstate.nl/tjeenkwillink/toespraken-van-herman-tjeenk-willink/tekst-toespraak.html?id=511&summary_only=&category_id=14.

Voor mijn eigen bijdrage, getiteld ‘Liever Monnet dan Metternich? De Haagse visie op het beginsel van het institutioneel evenwicht’,
zie:

https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13390.