Artikel ‘Efficiënt wetgeven is meer dan snel wetten maken’ in SC Krant (II)

Hieronder volgt het tweede en laatste deel van bovenstaand artikel. Het origineel is te raadplegen via https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/20122.

‘De efficiëntie van het wetgevingsproces behelst echter meer factoren dan het tempo en de snelheid van het proces in de verschillende fasen. Zo komt in ons onderzoek naar voren dat transparantie een van de belangrijkste succesfactoren van het Finse wetgevingsproces is. In Finland is men zowel binnen de overheid, als naar de burger toe, zeer transparant. Ambtenaren van verschillende departementen en bestuursorganen weten zodoende wat er speelt in andere delen van de overheidsorganisatie. Doordat men niet krampachtig is over contacten tussen ambtenaren en politici zijn beide groepen goed van elkaars wensen op de hoogte. De open cultuur stelt burgers en belanghebbenden in staat zinvol te reageren op voorgenomen wetgeving. Finland laat zien dat waardering en gebruik van deze bijdragen het proces niet hoeven te vertragen. Sterker nog, actoren in het Finse wetgevingsproces zijn ervan overtuigd dat effectieve consultatie een noodzakelijke voorwaarde is voor de kwaliteit en legitimiteit van wetten.

Transparantie en consultatie worden reeds in een groot aantal Europese landen gefaciliteerd door zogenaamde e-democracy portals. Veel overheden hebben een centrale website waarop wetsvoorstellen eenvoudig getraceerd kunnen worden. Burgers worden in verschillende fasen uitgenodigd hun mening te geven. Geïnteresseerden kunnen daarnaast aangeven dat zij per e-mail op de hoogte gehouden willen worden van ontwikkelingen. Buitenlandse rechtsstelsels laten zien dat E-democracy tools een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan horizontalisering van verhoudingen in het openbaar bestuur. Het internet biedt talloze (in Nederland nog relatief onbenutte) mogelijkheden om effectief met de burger in contact te treden en zo het wetgevingsproces efficiënter en dus ook sneller te maken. In diverse Europese landen worden reeds forse stappen in deze richting gezet.

Samengevat is onze conclusie dat er, ondanks de op zichzelf gerechtvaardigde zorgen van de Nationale ombudsman, volop kansen zijn het Nederlandse wetgevingsproces te moderniseren en efficiënter te maken. Het is dan echter wel noodzakelijk dat men, in tegenstelling tot waar Van der Woude mee genoegen lijkt te nemen, het wetgevingstempo niet met eendimensionale maatregelen probeert te verhogen. Efficiënter wetgeven is niet louter sneller wetten maken. De nieuwe tijd vraagt om transparante processen en horizontale communicatierelaties tussen overheid en burger. Het wetgevingstempo kan alleen omhoog als het kabinet-Rutte/Asscher zich hier terdege rekenschap van geeft.’