Geloof in de liberale democratie (III): de rol van antropologie

Dit is het derde deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor het eerste en tweede deel, zie de links onderaan deze blogpost.

Hoewel ik zoals hieronder zal blijken hun kritiek niet deel, ben ik de ‘new critics of religious freedom’ erkentelijk omdat zij mij het thema hebben aangereikt voor het boek dat ik naar aanleiding van mijn verblijf in de Verenigde Staten schreef. Dit gaat niet alleen over godsdienstvrijheid, maar over de relatie tussen dit mensenrecht en de uitgangspunten van constitutionalisme en democratie zoals deze ten grondslag liggen aan westerse politieke stelsels. De ondertitel, To Be Fully Human, is van wezenlijk belang. Deze was oorspronkelijk bedoeld als hoofdtitel, maar de uitgever maakte zich begrijpelijkerwijze zorgen of deze wel voldoende duidelijk zou zijn. Toch drukt de ondertitel iets wezenlijks uit, want achter het verschil van inzicht met Cohen over de plaats van geloof in de liberale democratie, gaat een verschil in mensvisie schuil. Wie nadenkt over de vraag hoe de staat het beste kan worden ingericht, zal zich eerst dienen af te vragen wie de mens is. Kenmerkend voor westerse staten is immers als het goed is, dat de staatsinrichting in dienst staat van de mens en niet andersom.

Hoe vanzelfsprekend dit wellicht ook klinkt, het verwarrende is dat uit de kritiek van Cohen op het leerstuk van de ‘freedom of the church’ een staatsvisie spreekt, die dat belangrijke inzicht uit het oog lijkt te zijn verloren. De indruk die men bij kennisname van haar kritiek krijgt, is dat Cohen er een inhoudelijk ideaal van liberale democratie op nahoudt. Dit ideaal wordt beheerst door opvattingen over democratische soevereiniteit, liberaal constitutionalisme, rechtvaardigheid, pluralisme en rechten. Wat opvalt, is dat dit rijtje niet wezenlijk verschilt van hetgeen de voorstanders van de actuele uitleg van het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging door onder meer het Amerikaanse Hooggerechtshof voorstaan. Het verschil zit in een andere interpretatie die Cohen erop nahoudt van deze elementen. Meer in het bijzonder staan de elementen van pluralisme en rechten bij haar in dienst van die van democratische soevereiniteit en liberaal constitutionalisme. Dat betekent dat voor Cohen de uitoefening van liberale rechten zich moet blijven bewegen binnen de grenzen van een meerderheidsconsensus die op democratische wijze tot stand is gekomen. Evenmin zal het gewenste pluralisme in de samenleving afbreuk mogen doen aan datgene waar het liberale constitutionalisme in haar optiek voor staat. Voorzover er door minderheden argumentaties worden gebruikt die hiermee schuren, zullen deze moeten wijken, ongeacht of dat nu het geval is in de Verenigde Staten of bijvoorbeeld in Nederland.

Ik zal hier geen poging ondernemen de mensvisie te expliciteren van waaruit Cohen meer of minder stilzwijgend werkt. In plaats daarvan geef ik in het kort de mensvisie weer waaraan de ondertitel van mijn boek, To Be Fully Human, is ontleend. Het citaat uit deze titel is afkomstig uit een artikel van de Zuidafrikaanse emeritus-hoogleraar Christelijke ethiek Koos Vorster. Reeds in de aanloop naar mijn verblijf in de Verenigde Staten trof mij de volgende passage uit dit artikel:

‘The attitude of the Christian towards other religions can be served best where room is created for all to be fully human in the public and private spheres. To be fully human means to cradle the spirituality of one’s religion and to build one’s life on the foundation that the religion offers.’

Wat allereerst opvalt is dat het voor een ethicus kennelijk natuurlijker is om, schrijvend over geloof in de liberale democratie, de vraag naar de antropologie te stellen. Cohen doet dit in haar artikel niet, met als gevolg dat de lezer de mensvisie van waaruit zij werkt zelf moet trachten te reconstrueren. Voor veel andere juristen en politieke theoretici geldt hetzelfde, terwijl het toch niet goed mogelijk is het recht of de staat te bestuderen zonder daarbij een bepaalde mensvisie als uitgangspunt te nemen.

Wat betreft de inhoud van door Vorster gepresenteerde mensvisie, licht ik hier het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein eruit. Sommige nieuwe critici van het recht op godsdienstvrijheid zullen dit een concessie vinden aan het liberalisme, in de zin dat het onderscheid in een publiek en een privé-domein zelf ontleend is aan het liberalisme en het idee achter liberale rechten. Hiermee wordt voorbijgegaan aan de invloed die het christendom op het liberalisme heeft uitgeoefend, in de zin dat het onderscheid tussen twee rijken diepe christelijke theologische wortels heeft in het werk van bijvoorbeeld Augustinus en Luther en uiteindelijk in uitspraken van Jezus in het Nieuwe Testament over het geven aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt. Wat hier verder van zij, het is interessant dat Vorster in het citaat hierboven zowel poogt recht te doen aan dit onderscheid tussen het publiek en het privé-domein als tegelijkertijd de kloof tussen beide tracht te overbruggen. Voor hem is de essentie van het mens-zijn immers gelegen in het inrichten van ieders leven op het fundament van een geloof en ruimte moet worden gegeven, niet alleen door christenen maar ook door de staat, om dit zowel in het publieke als het privé-domein te doen.

De vraag die het citaat opwerpt, is wat het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein precies inhoudt en hoe en waar de grens moet worden getrokken. Voor het doel van dit artikel volstaat het hiervoor te verwijzen naar de veelheid aan levensbeschouwelijke organisaties die zeker ook in Nederland vanouds door burgers zijn gevormd en daarmee intermediaire verbanden vormen tussen deze burgers en de staat. Tegen deze achtergrond bezien kan het publieke domein worden omschreven als omvattend de activiteit die burgers ontplooien in het verband van levensbeschouwelijke organisaties teneinde handen en voeten te geven aan hun geloof of levensovertuiging. Volgens Vorster is het nu van belang dat de staat voluit ruimte schept voor dergelijke activiteit van burgers, naast de godsdienstvrijheid die zij in de privé-sfeer dienen te genieten.

We kunnen al met al constateren dat Vorster op een andere manier redeneert dan Cohen. We zagen hiervoor dat Cohen begint te redeneren vanuit haar ideaal van wat een liberale democratie moet inhouden. Mensen en hun organisaties moeten er vervolgens op toezien dat zij zich in hun functioneren binnen dit ideaal blijven bewegen. Het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging is uiteindelijk ook ondergeschikt aan dit ideaal en kan alleen worden gehonoreerd voor zover het daar niet mee in strijd komt. Vorster, daarentegen, redeneert vanuit de mens. Deze is in zijn optiek een religieus wezen, dat alleen aan zijn bestemming kan voldoen, indien hij zijn leven op zijn levensovertuiging baseert. Daartoe kan de mens niet slechts volstaan met zijn levensovertuiging privé vorm te geven, maar dit moet ook in het publieke domein gebeuren door deelname aan en steun voor levensbeschouwelijke organisaties. De staat, die als laatste aan bod komt (in het citaat zelfs niet bij name genoemd), moet bovenal ruimte geven aan mensen die hun levensovertuiging gestalte willen geven in zowel het publieke als het privé-domein. We zien hier dat de liberale democratie als het ware in dienst komt te staan van de vrijheid van godsdienst, die daarmee het karakter aanneemt van een natuurrecht, dat vooraf gaat aan de staat. Pas wanneer we de essentie van het mens-zijn goed voor ogen hebben, kunnen we vervolgens nadenken over de vraag hoe we het constitutionalisme alsmede de democratie moeten vormgeven.

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (II)

 

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Dit is het tweede deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor het eerste deel, zie de links onderaan deze blogpost.

Het is niet mogelijk op deze plaats recht te doen aan het, zoals gezegd, gedegen artikel van Cohen. Voor de doeleinden van deze bijdrage volstaan enkele punten. Het eerste is de concrete aanleiding voor Cohen om haar artikel te schrijven. Deze wordt gevormd door twee rechtszaken bij het Amerikaanse Hooggerechtshof, die in de periode dat ik in de Verenigde Staten onderzoek verrichtte ook inderdaad de maatschappelijke en wetenschappelijke discussie over het onderwerp godsdienstvrijheid beheersten. De eerste rechtszaak is die van een behoudende evangelisch-lutherse school, die een lerares ontsloeg, omdat zij onvoldoende bij de identiteit van de school zou passen. In deze zaak, uit 2012, gaat het om het leerstuk dat in de Verenigde Staten bekend staat als de ‘ministerial exception’. In Europa is de doctrine eerder bekend onder de aanduiding ‘church autonomy’, dat wil zeggen de vrijheid van religieuze organisaties als kerken om bijvoorbeeld een eigen personeelsbeleid te voeren. In bepaalde gevallen ontvangen religieuze instellingen op grond van dit leerstuk inderdaad een vrijstelling van overigens algemeen geldende non-discriminatievoorschriften. Dit geldt in het bijzonder voor voorgangers, vandaar de naam ‘ministerial’ in de Verenigde Staten. De vraag is echter hoever het begrip ‘voorganger’ kan en moet worden opgerekt. Het Amerikaanse Hooggerechtshof geeft geen precieze omschrijving, maar stelde toch ook in dit geval de school in het gelijk. De betreffende lerares was immers geen lekenleerkracht, maar kon vanwege de training die zij had ontvangen zelf als geestelijke gelden.

De tweede rechtszaak betreft die van een christelijke onderneming, Hobby Lobby, die zich met een beroep op de vrijheid van godsdienst onttrok aan de door de Obama-regering opgelegde verplichting om aan haar personeel een ziektekostenverzekering aan te bieden waarin tevens anticonceptiemiddelen waren opgenomen. Ook in deze zaak stelde het Hof de onderneming in het gelijk. Nog meer dan de eerste zaak, heeft het Hobby Lobby-arrest een gevoelige zenuw geraakt. In een bekend geworden artikel in de Harvard Law Review sprak de auteur van een ‘Hobby Lobby-moment’. Hij suggereerde daarmee dat deze zaak achteraf weleens een keerpunt kon blijken te zijn geweest in de publieke opinie over de godsdienstvrijheid. Kon dit recht voorheen op betrekkelijk algemene instemming rekenen in de Amerikaanse samenleving, afgezien van de eerdergenoemde groep van nieuwe critici van de godsdienstvrijheid, een uitspraak ten gunste van een onderneming die zich beroept op een recht dat primair bedoeld is voor individuen tegenover de staat zou slecht begrepen worden.

Dit laatste geldt zeker voor Cohen, die zoals gezegd haar artikel begint met een behandeling van deze beide rechtszaken. In de uitspraken leest zij een wederopleving van een oude, middeleeuwse benadering van religieuze corporaties als zouden deze een bepaalde mate van autonomie of zelfs soevereiniteit bezitten. In een iets moderner jasje valt dit gedachtengoed ook te herleiden tot het Britse, pluralistische denken zoals zich dat rond het begin van de twintigste eeuw manifesteerde. Het is inderdaad al vaker opgemerkt dat de individuele godsdienstvrijheid zoals wij deze thans kennen haar wortels heeft in een meer collectieve vorm van godsdienstvrijheid zoals deze tijdens de late Middeleeuwen ontstond. Dit laatste idee staat bekend als dat van ‘freedom of the church’. Ook is er in later tijd een pluralistische school van denken geweest over de staat, die deels teruggreep op dergelijke noties. Nog recentere stromingen als het liberale pluralisme, waartoe bijvoorbeeld William A. Galston behoort, grepen op hun beurt weer terug op dit Britse, pluralistische denken.

Cohen heeft moeite met deze denkrichting. Zij meent dat rechterlijke uitspraken als hiervoor genoemd eerder een bedreiging vormen voor, dan een uitbreiding van de vrijheid, de democratische legitimiteit en de vorm van pluralisme die een liberale democratie volgens haar dienen te kenmerken. In het kort komt haar kritiek erop neer dat we een terugkeer meemaken van een liberaal constitutionele benadering die vragen als die over de evangelisch-lutherse school en de christelijke onderneming inmiddels gewoon was te behandelen in termen van rechtvaardigheid, naar een benadering die deze weer opvat in termen van bevoegdheid van levensbeschouwelijke organisaties tegenover de staat. Zij spreekt van een opvatting als zouden deze organisaties over een eigen jurisdictie beschikken, die hen ten onrechte immuun maakt voor bepaalde door de staat uitgevaardigde regelgeving. Vervolgens komt zij tot de terechte vaststelling, dat een en ander voortkomt uit een politiek-theologische visie op de waarde van instituties en ook van soevereiniteit. Het is voor onderzoekers op het terrein van recht en religie soms noodzakelijk om de theologische achtergronden van bepaalde regels, of zoals in dit geval de uitzondering op dergelijke regels, in de beschouwing te betrekken. Hoewel zelf niet theologisch geschoold of geëngageerd, geeft Cohen er blijk van dit goed te begrijpen. De collectieve dimensie van godsdienstvrijheid heeft haar wortels in de strijd tussen pausen en vorsten in de 11e en 12e eeuw over de vraag wie het recht had hoge geestelijken te benoemen.

In de beleving van Cohen leidt de hedendaagse variant van deze theologisch-politieke visie tot ongerechtvaardigde privileges van religieuze instellingen, zoals de behoudende evangelisch-lutherse school, en zelfs bedrijven. Deze kunnen zich bijgevolg onttrekken aan juridische verplichtingen. Dat is voor Cohen geen kwestie van eerlijke of gelijke behandeling, maar een inbreuk op hoe liberale rechten in de praktijk behoren uit te werken. Daarmee levert de theologisch-politieke opvatting volgens haar een bedreiging op van democratisch-rechtsstatelijke verworvenheden. Het maakt het er voor Cohen begrijpelijkerwijze niet beter op dat die situatie zich niet tot de Verenigde Staten beperkt. Hoewel zij begon met het behandelen van twee Amerikaanse arresten, worden dezelfde argumentaties wereldwijd gebruikt onder de noemer van de ‘vrijheid van godsdienst’. Dit levert potentieel bijvoorbeeld ook een risico op voor Nederland, waar Cohen de lezing gaf waarop haar in deze paragraaf besproken artikel is gebaseerd.

Zoals duidelijk mag zijn, kwalificeert Cohen zich met haar kritiek op de vrijheid van religieuze organisaties om bijvoorbeeld een eigen personeelsbeleid te voeren als ‘new critic of religious freedom’. Maar beperkt de kritiek van Cohen zich eigenlijk nog wel tot de godsdienstvrijheid of gaat het haar in de kern om een bepaald ideaal van liberale democratie? Naar mijn oordeel is dit laatste het geval.

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

Presentation during Cardiff Festival for Law and Religion

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

Volgens de vandaag verschenen Ranglijst Christenvervolging 2018 van Open Doors werden in 2017 wereldwijd 3.066 christenen omgebracht omwille van hun geloof. Met name in landen als Pakistan en India neemt het geweld tegen christenen inmiddels landen ‘schrikbarende vormen’ aan (zie https://www.opendoors.nl/vervolgdechristenen/nieuws/2018/januari/ranglijst-christenvervolging-2018/).

Toen ik in de zomer van 2014 naar de Verenigde Staten vertrok om mij aan een theologisch centrum een academisch jaar lang bezig te houden met het thema godsdienstvrijheid, verwachtte ik dat er sprake zou zijn van een contrast met de wijze waarop in Europa in het algemeen en Nederland in het bijzonder tegen dit mensenrecht werd aangekeken. Proefde ik hier ondanks de internationale geloofsvervolging in sommige gevallen vijandigheid, maar overwegend onverschilligheid jegens het recht, Amerika is het land waar de vrijheid van godsdienst traditioneel als ‘First Freedom’ wordt aangemerkt. Dit niet alleen omdat het recht is opgenomen in het Eerste Amendement bij de Amerikaanse Grondwet, maar ook omdat brede lagen van de bevolking het beschouwen als het meest fundamentele van alle mensenrechten. Dat heeft te maken met de wordingsgeschiedenis van de Verenigde Staten, waarnaar immers veel Europeanen zijn gemigreerd die in hun vaderland vervolgd werden vanwege hun geloof. In het Eerste Amendement gaat het zelfs niet over de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, zoals in de Nederlandse Grondwet, maar alleen over godsdienst. Zo centraal staat de vrijheid van godsdienst in Amerika, dacht ik.

Direct tijdens het eerste colloquium van de interdisciplinaire onderzoeksgroep van ethici, juristen en theologen waarvan ik deel kwam uit te maken, bleek evenwel ook in de Verenigde Staten een debat op gang te zijn gekomen over de merites van het internationale recht op godsdienstvrijheid in zijn huidige vorm. Een deelnemer aan de wekelijkse discussies was zelf rechtstreeks afkomstig uit een meerjarig internationaal onderzoeksproject over de ‘Politics of Religious Freedom’, dat inmiddels tot een gelijknamige bundel heeft geleid. Zoals de titel van project en bundel reeds aangeeft, wordt het hierin voorgesteld alsof in elk geval de internationale godsdienstvrijheid beheerst wordt door politieke intenties en overwegingen. Westerse landen zouden op neokoloniale wijze met behulp van dit instrument hun eigen waarden trachten op te dringen aan andere culturen en religies. Een dergelijk perspectief verschilt onmiskenbaar van de oorspronkelijke Amerikaanse zienswijze, volgens welke de godsdienstvrijheid eerder een natuurrecht is, dat in principe aan eenieder toekomt en voorafgaat aan de staat. De staat heeft vervolgens dit recht te respecteren, of hem dit nu gelegen komt of niet.

In deze nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, ga ik verder niet in op de bezwaren van de zogeheten ‘new critics of religious freedom’ in het algemeen. Zoals te verwachten valt, vormen de critici geen homogene groep en een enigszins representatieve bespreking van de verschillende naar voren gebrachte punten zou reeds een volledig artikel vergen. Bovendien waaieren de bezwaren disciplinair gezien nogal uit. In plaats hiervan licht ik er een artikel uit van een auteur, die vooral vanuit de invalshoek van het constitutionele recht relevante punten naar voren brengt: hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Columbia in New York Jean L. Cohen. Cohen doet dit bovendien op degelijke wijze, want goed geïnformeerd over de opvattingen van haar tegenstanders waartegen zij bezwaar maakt. Vervolgens zal ik aangeven waarom de visie van Cohen op geloof in de liberale democratie op gespannen voet staat met een christelijke mensvisie zoals bijvoorbeeld geformuleerd door de Zuid-Afrikaanse emeritus-hoogleraar christelijke ethiek Koos Vorster. Deze visie heeft historisch doorgewerkt in zowel de wijze waarop westerse staten zoals Nederland zijn ingericht, t.w. volgens de principes van respectievelijk de rechtsstaat en de democratie, als in de vormgeving van het recht op godsdienstvrijheid. De serie sluit af met een korte beschouwing over de reden waarom verwacht mag worden dat van deze laatste wijze van staatsinrichting een grotere aantrekkingskracht zal blijven uitgaan, zowel binnen als buiten de academische wereld, dan van de door Cohen aangehangen variant van liberale democratie. Dit is mede van belang voor de instandhouding van het geloof in de liberale democratie als zodanig.

Zie ook:

Nieuwsbericht ‘Hans-Martien ten Napel neemt deel aan boekpanel over recht en godsdienstvrijheid tijdens jaarvergadering van de American Academy of Religion in Boston, MA’

Colloquium Geloof in democratie

Redactioneel, ‘Hoe kan het democratisch ethos worden bevorderd?’

Nieuwsbericht ‘Hans-Martien ten Napel neemt deel aan boekpanel over recht en godsdienstvrijheid tijdens jaarvergadering van de American Academy of Religion in Boston, MA’

/

‘Van 18 tot 21 november j.l. namen ruim 10.000 religiewetenschappers en theologen deel aan de jaarvergaderingen van de American Academy of Religion en de Society of Biblical Literature in Boston, MA.

Een dag voor deze jaarvergaderingen organiseerde het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ, een Law and Religious Freedom boekpanel over twee boeken die de vrucht zijn van het gelijknamige onderzoek dat gedurende het academisch jaar 2014-2015 aan dit centrum heeft plaatsgevonden.

Het eerste boek, Holy Rus’. The Rebirth of Orthodoxy in the New Russia (Yale University Press, 2017), is geschreven door James Henry Snowden hoogleraar systematische theologie aan Pittsburgh Theological Seminary John P. Burgess. Het tweede boek, Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge, 2017), is van de hand van Hans-Martien ten Napel.

Tijdens het drukbezochte panel reageerden, na een korte introductie door de auteurs, twee prominente referenten op de beide boeken: Shaun Casey, directeur van het Berkley Center for Religion, Peace & World Affairs aan Georgetown University en voormalig directeur van het Office of Religion and Global Affairs van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken; en Cathleen Kaveny, Darald and Juliet Libby hoogleraar aan Boston College, met aanstellingen in zowel de Faculteit der Rechtsgeleerdheid als de Theologische Faculteit, en voorzitter van de Society of Christian Ethics.

Na reacties van de auteurs, en discussie met de zaal, werd het panel besloten met enkele conclusies door Robin Lovin, William H. Scheide Senior Fellow aan het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ, en Cary Maguire University Professor of Ethics emeritus aan Southern Methodist University.

Het boekpanel maakte deel uit van een bescheiden ‘book tour’ van Hans-Martien ten Napel. Zo presenteerde hij in oktober 2017 zijn boek tijdens het Annual Law and Religion Symposium aan J. Reuben Clark Law School in Provo, Utah, voor een gezelschap van 100 deelnemers uit 50 verschillende landen. In december 2017 is hij uitgenodigd te spreken over zijn boek tijdens een conferentie over ‘Reclaiming the West. Public Spirit and Public Virtue’ in Washington DC.

Vorige maand sprak Hans-Martien ten Napel eveneens over zijn boek tijdens de startbijeenkomst van het netwerk ‘Geloof in Democratie’ dat hij samen met Timo Slootweg oprichtte, als onderdeel van het interfacultaire profileringsgebied Politieke Legitimiteit van de Universiteit Leiden.’

Zie voorts:

Colloquium Geloof in democratie

‘Congres/symposium

Geloof in democratie

Datum
30 oktober 2017
Tijd
13:00 – 17:00  uur
Bezoekadres
Oude Sterrewacht
Sterrenwachtlaan 11
2311 GW Leiden
Zaal
C104

Een nieuw onderzoeksnetwerk

Veel meer dan het democratische systeem, neigen totalitaire regimes tot een zogenaamde ‘politieke religie’. Een politieke religiositeit die ons bekend is van de Franse Revolutie, het fascisme in Duitsland en Noord-Korea.

Dit verschil mag echter niet blind maken voor een fundamentele overeenkomstigheid. Schijnbaar heeft ook de democratie dergelijke totalitaire kenmerken en lijkt ook zij geneigd tot een zekere zichzelf compromitterende religiositeit. Een zekere politieke religie lijkt het product van democratie te zijn. Deze religie dreigt haar te ondergraven en in potentie zelfs te elimineren.

Het nieuwe netwerk ‘Geloof in democratie’ (GID) wil deze verschijnselen analyseren en kritisch onderzoeken. Tevens zoekt het naar de geestelijke grondslagen van een nieuwe legitimiteit: een ander democratisch geloof.

Startbijeenkomst

Op 30 oktober wordt het netwerk ten doop gehouden met een colloquium, georganiseerd rondom een drietal lezingen over het thema Geloof in democratie, waarop door enkele respondenten kort zal worden gereageerd.

De lezingen worden verzorgd door Carinne Elion-Valter (EUR), Timo Slootweg (UL) en Hans-Martien ten Napel (UL), naar aanleiding van hun recente boekpublicaties.

De lezingen zullen worden gevolgd door een dialoog tussen sprekers, respondenten en het publiek. Deze dialoog zal mede gericht zijn op het verzamelen van bouwstenen voor een in september 2018 te organiseren symposium rondom GID.

Tijdens het colloquium kunnen zij die geïnteresseerd zijn hieraan mee te werken, alvast kennismaken en hun ideeën uitwisselen.

Oproep

Met het bovenstaande in gedachten, roepen de organisatoren onderzoekers met belangstelling op om zich aan te sluiten bij ons netwerk en om aanwezig te zijn bij het colloquium. Daarnaast nodigen wij hen uit om een paper proposal in te dienen voor de eerste gezamenlijke publicatie van ‘Geloof in democratie’.

De call for proposals is te vinden op de website van dit nieuwe netwerk: www.geloofindemocratie.nl.

Projectwebsite

POLITIEKE LEGITIMITEIT

Bron: Congres/symposium Geloof in democratie

Zie ook:

Book Recommendations (I): Nicholas Wolterstorff, Understanding Liberal Democracy (2012)

Press Release: ‘Hans-Martien ten Napel has book published “Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human”’

Paper presentation on ‘The Modern Challenges of Democracy’, New York University School of Law

Expertisecentrum Politieke Legitimiteit

‘Het Expertisecentrum Politieke Legitimiteit is per 2017 in het leven geroepen om het aanbod van onderzoeksthema’s en -vaardigheden van wetenschappers uit Leiden en Den Haag beter te laten aansluiten bij de vraag vanuit overheden, maatschappelijke instanties en bedrijven. Het centrum biedt bemiddeling en begeleiding bij het uitvoeren van vraaggestuurd (contract)onderzoek naar politieke legitimiteit in theorie en praktijk, in binnen- en buitenland.

De Universiteit Leiden heeft op vier faculteiten (waarvan drie in Leiden en één in Den Haag) een indrukwekkende expertise in huis op het gebied van ‘politieke legitimiteit’. Onze onderzoekers houden zich bijvoorbeeld bezig met internationale conflictoplossing, de positie van veiligheidsdiensten, democratische vernieuwing, de toekomst van politieke partijen, de legitimiteit van de rechterlijke macht, enzovoort.

Deze onderzoekers zijn sinds 2010 samengebracht binnen het profileringsgebied Politieke Legitimiteit, waarin de Universiteit Leiden hen heeft gestimuleerd om vernieuwend, vaak multi- en interdisciplinair onderzoek te doen. Het actieve netwerk dat hiervan het resultaat is, en dat zich over de vier faculteiten uitstrekt, heeft per 2017 een expertisecentrum voortgebracht.

Het Expertisecentrum

Het Expertisecentrum Politieke Legitimiteit heeft als doel om de maatschappelijke vraag naar wetenschappelijk onderzoek in kaart te brengen en actief vraaggericht onderzoek op te zetten, in samenwerking met enerzijds de onderzoekers en anderzijds maatschappelijke en overheidsinstanties die behoefte hebben aan nieuw onderzoek naar (onderwerpen gelieerd aan) politieke legitimiteit. Het expertisecentrum bemiddelt in het opstellen van aanvragen en onderzoeksopdrachten om de samenwerking tussen opdrachtgever en uitvoerende onderzoeker(s) te vergemakkelijken. De coördinatie van het centrum is in handen van prof. dr. Wim Voermans (Staats- en Bestuursrecht) en dr. Geerten Waling (Politieke Wetenschap).

Meer informatie

Download onze brochure (pdf) voor een uitgebreide toelichting en voorbeelden. Voor meer informatie: g.h.waling@fsw.leidenuniv.nl.’

Bron: https://www.universiteitleiden.nl/research-focus-areas/politieke-legitimiteit/expertisecentrum-politieke-legitimiteit.

Lezing: ‘Why Religous Freedom?’ op 7 april a.s.

UPDATE: Professor Neville Rochow SC is helaas verhinderd, de lezing van Prof. Scharffs gaat gewoon door.

‘Het Centrum voor Religie en Recht en het onderzoekersnetwerk Religie en Recht nodigen u graag uit voor een vrijdagmiddaglezing op 7 april 2017 met als spreker professor Brett Gilbert Scharffs, Francis R. Kirkham Professor of Law and Associate Dean for Research and Academic Affairs at the J. Reuben Clark Law School of Brigham Young University (BYU), daar is hij ook Associate Director of the International Center for Law and Religion Studies.

Het onderwerp van de lezing van professor Scharffs zal zijn: ‘Why Religious Freedom? Why the Religiously Committed and the Religiously Indifferent Should Care’. Voorafgaand aan de lezing zal professor Neville Rochow SC een korte inleiding geven over het werk van eerdergenoemd centrum waaraan hij als Senior International Fellow verbonden is. Professor Rochow is European Union Government Relations Representative van The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints in Brussel, en daarnaast onder meer lid van het bestuur van de Research Unit for the Study of Society, Law and Religion aan Adelaide Law School, Australië. De bijeenkomst begint om 15.00 uur (14.30 uur inloop). Op de website van het Centrum voor Religie en Recht (www.religie-recht.nl) treft u de exacte locatie en routebeschrijving aan. De bijeenkomst wordt om 16.30 uur afgesloten met een netwerkborrel.

De voertaal van de lezing is Engels.’

Voor de bron, en meer informatie (waaronder een flyer), zie: http://centre-religion-law.org/en/actueel/50-lezing-why-religous-freedom-9-april.

Bijdrage ‘Onthoud de PVV het initiatief in de kabinetsformatie’ in Nederlands Juristenblad

human-rights-1714496_960_720

Bij de a.s. Tweede-Kamerverkiezingen is de, op afstand, belangrijkste vraag of de PVV als grootste uit de stembus zal komen. Als dat het geval is, ligt het volgens staatkundige conventie in de rede dat de Tweede Kamer deze partij ook het initiatief zal geven in de kabinetsformatie. Overigens is het ook denkbaar dat, al dan niet op suggestie van de PVV, ‘alleen’ een persoon wordt aangezocht die de mogelijkheid van een kabinet met deelname van de PVV gaat onderzoeken. In beide gevallen is het, hoewel vooralsnog onwaarschijnlijk, denkbaar dat op enig moment daadwerkelijk een dergelijk kabinet wordt geformeerd.

Politiek columnist Hans Goslinga heeft zich uitgesproken tegen een dergelijk scenario. Hij stelt, dat het een ‘wezensvreemde figuur’ zou opleveren indien de antisysteempartij PVV het voortouw zou krijgen bij de machtsvorming op nationaal niveau. Emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel J.Th.J. van den Berg, daarentegen, wijst erop dat er tijdens kabinetsformaties vanouds nu eenmaal ‘verplichte figuren’ moeten worden gemaakt, al was het maar om mogelijkheden te elimineren. De vraag is echter of een verdergaande ‘normalisering’ van de PVV, die hiervan het gevolg zou zijn, wel gewenst is.

Lees mijn eigen antwoord op deze vraag hier:

Democratie: Verkiezingen, vertegenwoordiging en parlementair stelsel – 32 denkrichtingen

Oordeel College voor de Rechten van de Mens over handenschudden evenwichtig en weloverwogen

hand-427509_1280

Een interview met premier Rutte in het Algemeen Dagblad (AD) van vandaag opent als volgt:

‘Het is voor premier Mark Rutte een perfect voorbeeld van wat absoluut niet kan in Nederland. ,,Bizar!!!” roept de VVD-lijsttrekker tot driemaal toe uit in het Torentje. Het gaat om de allochtone sollicitant die niet welkom was bij busbedrijf Qbuzz, omdat hij om geloofsredenen vrouwen geen handen geeft.

Het College van de Rechten van de Mens gaf de sollicitant onlangs gelijk: hij hoeft vrouwen geen hand te geven. Rutte: ,,Dat vind ik echt een bizarre uitspraak! Qbuzz heeft natuurlijk volkomen gelijk. Het kan toch niet zijn dat een chauffeur zegt: ik weiger vrouwen de hand te schudden, omdat het niet past bij mijn geloof? Dat is precies waarom ik in opstand kom en heel veel mensen in opstand komen. Want de norm hier is dat je elkaars handen schudt.”’

Zie voor een commentaar op deze uitspraken van premier Rutte, mede in het licht van eerder onderzoek: https://www.linkedin.com/pulse/oordeel-college-voor-de-rechten-van-mens-over-en-ten-napel?trk=pulse_spock-articles.

 

 

 

Nieuwe aflevering Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid (2016/2) / New Issue, Journal for Religion, Law and Policy

Tijdschrift voor Recht, Religie en Beleid

Redactioneel

Hulp gevraagd maar handen af

Auteurs Maurits Berger
Maurits Berger
Artikel

Religieuze instellingen en de participatiesamenleving

Trefwoorden scheiding van kerk en staat, Participatiemaatschappij, religie, Verzorgingsstaat
Auteurs Drs. Gert-Jan Buitendijk, Prof. dr. Christoph Hübenthal, Prof. dr. Frans Wijsen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie
The Dutch policy of the ‘Participation Society’ intends to return many societal responsibilities to civil society. As religious organizations traditionally had undertaken that task, an increase in their participation is expected. However, the separation of state and religion often proves an obstacle. Also, there is quite some scepticism among religious organization regarding the role that a state should have in its caring duties. This contribution contains several insightful and critical articles on this subject: the introduction is by Gert-Jan Buitendijk, director-general with the Ministry of Interior, who is involved in the policy-making process of the Participation Society policy, followed by brief reflections by two scholars of religion and theology, and two representatives of the Islamic and Catholic communities. These contributions were the outcome of a lustrum symposium organized by the Journal for Religion, Law and Policy in november 2015, where academics, policy makers and representatives of religious organizations discussed the effects of the ‘Participation Society’ policies and laws in the Netherlands.
Drs. Gert-Jan Buitendijk
Drs. G-J Buitendijk is vanaf 1 april 2016 directeur-generaal Bestuur en Wonen op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en voordien vanaf 2011 directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties. Hij was van 1992-1995 verbonden aan de Erasmus Universiteit en werkt sinds 1995 bij de rijksoverheid, eerst bij het ministerie van Financiën en vanaf 2006 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van 1998 tot eind 2006 was hij tevens wethouder in Strijen.
Prof. dr. Christoph Hübenthal
Prof. dr. C.W. Hübenthal is hoogleraar Systematische theologie aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit. Hij studeerde theologie, filosofie en sportwetenschap aan de Eberhard-Karls-Universität Tübingen en promoveerde daar ook.
Prof. dr. Frans Wijsen
Prof. dr. Wijsen is hoofd van de afdeling Empirische en praktische religiewetenschap en vice-decaan aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit.
Drs. Marianne Vorthoren
Drs. M.H. Vorthoren is sinds 2001 werkzaam bij Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR), de regionale koepelorganisatie van moskeeën en sociaal-culturele islamitische organisaties, sinds 2012 als directeur. Daarnaast is ze voorzitter van de Stichting Veelkleurige Religies Rotterdam, van waaruit verschillende praktische activiteiten voor interreligieuze ontmoeting worden georganiseerd, met name bezoeken aan de diversiteit van gebedshuizen in Rotterdam.
Dr. Erik Sengers
Dr. E. Sengers is godsdienstsocioloog en theoloog, en werkt als stafmedewerker voor de Dienst Caritas van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Sengers is docent in het hoger onderwijs en publicist over vraagstukken betreffende religie en samenleving/caritaswetenschap/christelijke sociale leer. Eerder was hij voorzitter van de WMO Adviesraad in het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost.
Artikel

Nederland en kinderhuwelijken

Trefwoorden kinderhuwelijken, informele huwelijken, religieuze huwelijken, gedwongen huwelijken
Auteurs Prof. dr. Susan Rutten
SamenvattingAuteursinformatie
Current developments and recent research findings reveal that the Netherlands have to cope with the existence of child marriages. In this article it will be examined whether the modifications that were introduced by the Dutch marriage law that entered into force at the end of 2015, can be expected to contribute to the improvement of issues on child marriages.
Prof. dr. Susan Rutten
Prof. dr. S.W.E. Rutten is bijzonder hoogleraar Islamitisch familierecht in een Europese context aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Een kerk spreekt zich uit over de democratische rechtsstaat

Trefwoorden democratische rechtsstaat, kerk/religie, godsdienstvrijheid,, publiek domein, Verlichting
Auteurs Prof. dr. Leo Koffeman
SamenvattingAuteursinformatie
This article presents a summary of a report of the (mainline) Protestant Church in the Netherlands on democracy and the rule of law (see: www.protestantsekerk.nl/Lists/PKN-Bibliotheek/The-church-and-the-democratic-constitutional-state.pdf), including an evaluation. It starts from the presumption that modern plural society rightly expects religious communities to present their views in this regard explicitly and clearly. The report presents an interpretation of what ‘the separation of church and state’ entails, as well as an analysis of recent developments in the public domain. The church expresses its critical solidarity with the modern state. It points to the risk of democracy turning into a market rather than a forum.
Prof. dr. Leo Koffeman
Prof. dr. L.J. Koffeman is buitengewoon hoogleraar Kerkrecht aan de theologische faculteit van de Universiteit van Stellenbosch (Zuid-Afrika). Hij is sinds september 2015 emeritus hoogleraar Kerkrecht en oecumene van de Protestantse Theologische Universiteit (Amsterdam), en is tevens verbonden aan de theologische faculteit van de Universiteit van Pretoria (Zuid-Afrika).
Artikel

Paus Benedictus XVI: onvermoed rechtsfilosoof?

Trefwoorden Rechtsfilosofie, paus Benedictus XVI, achtergrondcultuur, Rechtspositivisme
Auteurs Mr. dr. Richard Steenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie
During his pontificate pope Benedict XVI held five important speeches on democracy and law. In a new study, edited by Marta Cartabia and Andrea Simonici, it is argued that these speeches constitute a papal legal philosophy on the foundation of law. This book review explores that claim. Did emeritus pope Benedict XVI have a distinctive legal philosophy? May be, but the material covered in the book might not be enough to fully support the status of pope Benedict XVI as a legal philosopher. What is needed is a more integral study that includes other papal statements on the principles of law (for instance to the Roman Rota) on the one hand, and the work of the theologian Joseph cardinal Ratzinger before he became pope Benedict XVI on the other hand.
Mr. dr. Richard Steenvoorde
Mr. dr. R.A.J. Steenvoorde O.P. is lid van de Orde der Predikers (dominicanen) en woont en werkt in Oxford (Blackfriars Hall). Hiervoor was hij onder andere secretaris van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) en jurist ad extra voor het Secretariaat van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland.
Artikel

Conservatisme onder Nederlandse evangelische christenen: een hedendaagse ‘religion gap’?

Trefwoorden economisch conservatisme, cultureel conservatisme, orthodoxe christenen, pro life issues
Auteurs Dr. Paul Vermeer, Prof. dr. Peer Scheepers en Drs. Joris Kregting
SamenvattingAuteursinformatie