Publication of report ‘Legislative processes in transition; a comparative study of the legislative processes in Finland, Slovenia and the United Kingdom as a source of inspiration for enhancing the efficiency of the Dutch legislative process’

 

In the Netherlands, since January 2011 a taskforce for faster legislation has been active within the framework of the Interdepartmental Commission for Constitutional Affairs with repect to Legislative Policy (ICCW), as a result of the policy aims and objectives of the Rutte cabinets. This taskforce looks at the question which measures have been taken and are currently being taken to accelerate the legislative process (and how consistent these measures are), and develops proposals for further measures concerning both the internal and external phases of the procedure with respect to process and support.

The above study, which I co-authored with several colleagues from the Department of Public Law and the Department of Public Administration, was commissioned by the WODC (the research centre of the Dutch Ministry of Security and Justice) at the request of the Section of Legislative Quality of the Ministry of Security & Justice as an input for the Interdepartmental Commission on Legislation (ICCW).

The main research question of the study is whether the efficiency of the Dutch legislative procedure for parliamentary acts indeed constitutes a problem, in particular if we compare it to the achievements of legislative processes in several other European countries and, if that turns out to be the case, whether lessons can be learned from those legislative processes and practices abroad with respect to pace and duration of the legislative process, phases and actors, transparency and the role of ICT.

For the study, see http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2188870.

Artikel ‘Efficiënt wetgeven is meer dan snel wetten maken’ in SC Krant (II)

Hieronder volgt het tweede en laatste deel van bovenstaand artikel. Het origineel is te raadplegen via https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/20122.

‘De efficiëntie van het wetgevingsproces behelst echter meer factoren dan het tempo en de snelheid van het proces in de verschillende fasen. Zo komt in ons onderzoek naar voren dat transparantie een van de belangrijkste succesfactoren van het Finse wetgevingsproces is. In Finland is men zowel binnen de overheid, als naar de burger toe, zeer transparant. Ambtenaren van verschillende departementen en bestuursorganen weten zodoende wat er speelt in andere delen van de overheidsorganisatie. Doordat men niet krampachtig is over contacten tussen ambtenaren en politici zijn beide groepen goed van elkaars wensen op de hoogte. De open cultuur stelt burgers en belanghebbenden in staat zinvol te reageren op voorgenomen wetgeving. Finland laat zien dat waardering en gebruik van deze bijdragen het proces niet hoeven te vertragen. Sterker nog, actoren in het Finse wetgevingsproces zijn ervan overtuigd dat effectieve consultatie een noodzakelijke voorwaarde is voor de kwaliteit en legitimiteit van wetten.

Transparantie en consultatie worden reeds in een groot aantal Europese landen gefaciliteerd door zogenaamde e-democracy portals. Veel overheden hebben een centrale website waarop wetsvoorstellen eenvoudig getraceerd kunnen worden. Burgers worden in verschillende fasen uitgenodigd hun mening te geven. Geïnteresseerden kunnen daarnaast aangeven dat zij per e-mail op de hoogte gehouden willen worden van ontwikkelingen. Buitenlandse rechtsstelsels laten zien dat E-democracy tools een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan horizontalisering van verhoudingen in het openbaar bestuur. Het internet biedt talloze (in Nederland nog relatief onbenutte) mogelijkheden om effectief met de burger in contact te treden en zo het wetgevingsproces efficiënter en dus ook sneller te maken. In diverse Europese landen worden reeds forse stappen in deze richting gezet.

Samengevat is onze conclusie dat er, ondanks de op zichzelf gerechtvaardigde zorgen van de Nationale ombudsman, volop kansen zijn het Nederlandse wetgevingsproces te moderniseren en efficiënter te maken. Het is dan echter wel noodzakelijk dat men, in tegenstelling tot waar Van der Woude mee genoegen lijkt te nemen, het wetgevingstempo niet met eendimensionale maatregelen probeert te verhogen. Efficiënter wetgeven is niet louter sneller wetten maken. De nieuwe tijd vraagt om transparante processen en horizontale communicatierelaties tussen overheid en burger. Het wetgevingstempo kan alleen omhoog als het kabinet-Rutte/Asscher zich hier terdege rekenschap van geeft.’