Upcoming Speaking Engagement: Symposium The Federalist Papers, Brussel, 20 april 2017

constitution-1486010__480

‘SYMPOSIUM FEDERALIST PAPERS
De Debatten is een initiatief van de Vrije Universiteit Brussel met de Universiteit Leiden en als Nederlandstalig forum een vaste waarde onder rechtsfilosofen en rechtshistorici uit de Lage Landen en een groeiende waarde binnen de wereld van de politieke filosofie. Na succesvolle formules omtrent Tocqueville (2011), Rousseau (2012), Benjamin Constant (2014), Montesquieu (2015) en Edmund Burke (2016) met bijbehorende boeken bij Lemniscaat, Pelckmans, Vrijdag en ASP organiseert De Debatten een symposium over de Federalist Papers. Het symposium vindt plaats te Brussel op donderdag 20 april 2017.

PROGRAMMA (O.V.)
10u00 Ontvangst met koffie
10u10 Inleiding ochtendgedeelte door Prof. Dr. Paul De Hert (Vrije Universiteit Brussel)
10u20 ‘We the people’. De constitutie van een Amerikaans politiek subject tussen ‘federalisme’ en ‘anti-federalisme’ door Prof. Dr. Jean-Marc Piret (Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Rotterdam)
10u50 Republikanisme versus democratie in de Federalist Papers door Drs. Allard Altena (Universiteit Leiden)
11u20 Vragenronde en koffiepauze
11u40, De Senaat als anker van de regering door Dr. Emma Cohen de Lara (Universiteit van Amsterdam)
12u10 De federale rechterlijke macht en anti-federalisme door Prof. Dr. Matthias Storme (Katholieke Universiteit Leuven)
12u40 Vragenronde
13u00 Lunchpauze
14u00 Inleiding namiddaggedeelte door Em. Prof. Michel Magits (Vrije Universiteit Brussel)
14u10 Het Corsicaanse precedent door Prof. Dr. Michel Huysseune (Vrije Universiteit Brussel)
14u40 Frankrijk en Amerika als tweeling door Prof. Dr. Andreas Kinneging (Universiteit Leiden)
15u10 Vragenronde en koffiepauze
15u20 De academische receptie van de Federalist Papers in België, Nederland en Duitsland door Drs. Niels Graaf (Universiteit Utrecht)
15u50 Tussen populisme en technocratie: over Sanford Levinson door Prof. Dr. Hans-Martien ten Napel (Universiteit Leiden)

16u20 Vragenronde
16u30 Afronding en conclusies

19U30 TOT 21U BOEKVOORSTELLING EDMUND BURKE: ZIN EN ONZIN VAN HET VOOROORDEEL
Meer dan ooit hebben oude en nieuwe media een grote impact op het politieke en sociale debat. Door de continue toestroom van informatie worden maatschappelijke vooroordelen steeds sneller bevestigd dan wel ontkracht. Maar hoe zit het precies met dat vooroordeel, en kunnen we die vooroordelen ten sociale nutte aanwenden? Volgens de Britse politicus Edmund Burke (1730-1797) zijn ze mooi en ridderlijk. Wat kunnen wij leren van deze filosoof in het Europa anno 2017? Met Bart De Wever, Paul Scheffer, Anton Jaeger en Annelies Beck. Situering door Andreas Kinneging.
deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel. Gratis toegang, reserveren: www.deburen.eu of +32 (0)2 212 19 30. Organisatie: deBuren en VUB (De Debatten)

PRIJS DAGPROGRAMMA 25 euro, PhD studenten en studenten gratis
DATUM Donderdag 20 april 2017 van 10u tot 21u
LOCATIE Vrije Universiteit Brussel
INFO en INSCHRIJVEN
Maarten Colette (Maarten.Colette@vub.ac.be; Vrije Universiteit Brussel) en Gerard Versluis (g.h.a.versluis@law.leidenuniv.nl ; Universiteit Leiden)’

Bron: https://my.vub.ac.be/nieuws/2017/01/17/symposium-federalist-papers.

Zie voorts: http://www.dedebatten.be/the-federalist-papers.html.

Redactie themanummer ‘Democratie in ademnood?’ van CDV (2012)

cover-bottom-bg

‘Democratie is kostbaar cultureel erfgoed dat voor haar eigen behoud constant onderhoud en vernieuwing nodig heeft. Dat is de boodschap van Rein Jan Hoekstra, oud-lid van de Raad van State en oud-informateur, in het nieuwe nummer van Christen Democratische Verkenningen (CDV) dat vandaag verschijnt.

Er wordt volgens hem te gemakzuchtig met de democratie omgegaan. Alsof deze af is, vanzelfsprekend is, en geen cultivering behoeft. Ondertussen wordt er stevig gemorreld aan het gebouw van de democratie en dreigen we de spelregels van de democratie uit het oog te verliezen.

Hoekstra maakt zich “ernstige zorgen” over de staat van de democratie in Nederland en de wijze waarop politieke partijen ermee omgaan. Volgens hem dreigen politici en bestuurders de orde, een van de meest fundamentele rechtsprincipes, uit het oog te verliezen. ‘Het geklaag over de “kaasstolp in Den Haag” en “de zakkenvullers op het Binnenhof” in combinatie met lage opkomstcijfers bij verkiezingen en de geringe participatiegraad van politieke partijen ondermijnt de legitimiteit van het democratisch stelsel’, aldus Hoekstra in CDV, het kwartaalmagazine van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. “We leven niet in een mediapolitiek landschap zoals in het Italië van Berlusconi. Maar ook hier heeft degene die via de media de publieke opinie het best weet te bespelen politiek succes. Ook de onzorgvuldige wijze waarop we met de spelregels van onze democratie omgaan, past in dat beeld. De oude spelregel is: er gaat eerst een brief naar de Kamer en dan wordt de pers geïnformeerd. Maar nu wordt daar steeds vaker de hand mee gelicht.”
De Tweede Kamer zelf draagt bij aan een ondergraving van het politieke systeem, betoogt Hoekstra. “Niet alleen de vertegenwoordigende en de controlerende functie, maar ook de wetgevende taak van het parlement wordt onvoldoende serieus genomen. Waar zijn de wetgevingsspecialisten gebleven in de Tweede Kamer? Dat de Eerste Kamer de laatste decennia steeds politieker is geworden, komt doordat de wetgevingstaak van de Tweede Kamer onvoldoende inhoud krijgt.”

Hoekstra toont zich een voorstander van herinvoering van het districtenstelsel zoals dat tot 1917 functioneerde. “Ik zie dat als adequate kanalisatie van de wederzijdse betrokkenheid van de volksvertegenwoordiger met zijn of haar kiezers in het betrokken district. In zoverre zou herinvoering een meerwaarde hebben voor ons parlementaire stelsel.” Ook pleit de christendemocraat voor het correctief wetgevingsreferendum, zodat na aanneming van een wetsvoorstel door Tweede en Eerste Kamer een bindend referendum over dat wetsvoorstel kan worden gehouden. “Mijn opvatting is dat daardoor ten eerste de bevolking in staat wordt gesteld om via een ordelijke procedure haar oordeel te geven, en ten tweede denk ik dat dit preventief positief zal uitwerken voor wat betreft de behandeling van wetsvoorstellen in Tweede en Eerste Kamer. Naar mijn inschatting zou dat kunnen betekenen dat Tweede en Eerste Kamer nog meer gaan letten op de kwaliteit van de inhoud en op problemen bij de uitvoering. Kortom, bezint eer ge begint.”

***
Het nieuwe CDV-nummer, met als titel Democratie in ademnood?, gaat op zoek naar een waardevolle, christendemocratische opvatting van democratie in een tijd dat deze volgens vele onderzoekers onder druk staat. De bundel bestaat uit drie delen. In het eerste deel gaat het over “de staat van de democratie”. Rien Fraanje, senioradviseur bij de Raad voor het openbaar bestuur, en Hans-Martien ten Napel, universitair docent staats- en bestuursrecht, laten zien dat achter de nog altijd redelijk onbezorgde vertrouwenscijfers ten aanzien van de Nederlandse democratie belangrijke problemen schuilgaan. Zo voelt een groot deel van de Nederlandse samenleving zich niet goed gerepresenteerd door politieke partijen. Labuschagne, universitair docent rechtsfilosofie, wijst op de gevolgen van een verregaande secularisering voor een waardevolle democratie. Hoogleraar recht Jan Willem Sap toont aan dat confessionele partijen, ondanks hun scepsis in het verleden tegenover democratie en in het bijzonder tegenover de leer van de volkssoevereiniteit, volop hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat.
In het tweede deel staan de “voorwaarden voor democratie” centraal. Zo wijst Marin Terpstra, universitair docent politieke filosofie, op de noodzakelijke religieuze dimensie van democratie, zoals die zich uit in de gezamenlijke viering van de toewijding en overgave van mensen aan de publieke zaak. De directeur van ProDemos, Kars Veling, benadrukt het belang van democratisch burgerschap en betoogt dat democratie niet moet worden versmald tot een besluitvormingsprocedure waarbij de meerderheid het voor het zeggen heeft. Advocaat Bart Fleuren laat zien waarom checks and balances tussen de staatsmachten noodzakelijk zijn. Volgens hem geeft het voorstel om de formateur voortaan niet meer door de Koning te benoemen blijk van een beperkte kijk op democratie.

In het laatste deel worden aanzetten gedaan voor een christendemocratische invulling van democratie. Politicologe Emma Cohen de Lara laat zien dat een bloeiende civil society van vitaal belang is voor de gezondheid van de vertegenwoordigende democratie. Hoogleraar filosofie, Guido Vanheeswijck, gaat in op de nobele opdracht tot tolerantie. Lex Oomkes, politiek commentator bij dagblad Trouw, betoogt dat de neiging tot partijdemocratisering bij partijen als het CDA gepaard gaat met ‘antidemocratische tendenzen’. Het kiezersmandaat wordt volgens hem “meer en meer een verpersoonlijkt mandaat, met ondermijnende gevolgen voor het precaire stelsel van macht en tegenmacht dat het Nederlandse stelsel kenmerkt”.’

Bron: https://www.cda.nl/wi/actueel/toon/verschijning-cdv-winternummer-democratie-in-ademnood/.

Voor dit themanummer schreef ik, samen met Maurice Adams en Maarten Neuteboom, de inleiding: ‘Over de voorwaarden van democratie en het herstel van de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid’.

Tevens schreef ik mee aan een bijdrage getiteld ‘De beste, maar niet goed genoeg’, samen met Rien Fraanje: http://www.rob-rfv.nl/documenten/artikel_fraanje_en_ten_napel_voor_cdv.pdf.

Het hele themanummer is hier te downloaden: http://pubnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/tijdschrift/CDV/CDV2012/CDV_2012_winter.pdf.

Voor meer (bestel)informatie over CDV, zie: https://www.tijdschriftcdv.nl.

 

Artikel ‘De formatie van de verrassende wendingen’. Het parlement over de kabinetsformatie 2010 (2011)

533

De inleiding op dit artikel, verschenen in het Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, luidt als volgt:

‘Het jaar 2010 is niet alleen een politiek veelbewogen jaar geweest, maar ook vanuit staatsrechtelijk oogpunt roepen verloop en uitkomst van de jongste kabinetsformatie tal van vragen op. Te denken valt aan de gevolgde spelregels bij de formatie, de figuur van het minderheidskabinet, de discussie over het rechtsstatelijk en democratisch karakter van de PVV, de rol van het staatshoofd, de positie van de Eerste Kamer, het vrij mandaat van de volksvertegenwoordiger, de inhoud van het regeer- en gedoogakkoord en de uitwerking voor het politieke en constitutionele bestel als geheel. In deze bijdrage passeren niet al deze aspecten systematisch de revue. Het artikel beperkt zich, aan de hand van een beschrijving van het formatieproces, tot de staatsrechtelijke kanttekeningen die in het Nederlandse parlement (Tweede en Eerste Kamer) bij het verloop en de uitkomst van de kabinetsformatie zijn geplaatst. Daarbij wordt onder “staatsrechtelijke kanttekeningen” ook verstaan kanttekeningen die betrekking hebben op de formatieprocedure als zodanig, die strikt genomen niet wordt beheerst door regels van geschreven dan wel ongeschreven staatsrecht maar veeleer door meer of minder vaste praktijken. De focus van dit artikel ligt daarmee op hetgeen in het parlement is gewisseld. Daarmee wil niet gezegd zijn dat de doctrine oninteressant is, maar voor het politieke staatsrecht is van belang dat het laatste instantie bepaald wordt door de belangrijkste actores zelf, zijnde regering en parlement. Juist om die reden is het waardevol het verloop van het proces vanuit het perspectief van de betrokken actoren te reconstrueren. Bovendien behoort slechts in het geval van enigerlei vorm van interactie tussen de staatsrechtbeoefening en onderscheiden politieke stromingen beïnvloeding tot de mogelijkheden.

Gelet op het primair beschrijvende, reconstruerende karakter van deze bijdrage, vormen de voornaamste bron voor dit artikel de Kamerdebatten zoals deze respectievelijk zijn gevoerd met de informateurs en in het kader van de algemene politieke beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota voor het jaar 2011, in het laatste geval ook in de Eerste Kamer. Tevens wordt – bij wijze van intermezzo – stilgestaan bij de tijdens de behandeling van de begroting Algemene Zaken voor het jaar 2011 gevoerde discussie. De slotparagraaf bevat een poging tot waardering van de in het parlement geplaatste staatsrechtelijke kanttekeningen bij het verloop en de uitkomst van de kabinetsformatie 2010, mede in het licht van de soms “heftige stukken” die over de formatie zijn verschenen vanuit de doctrine.’

Het artikel,  is hier raadpleegbaar:

https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/18638;

http://www.tvcr.nl/basis.aspx?Lid=2&Lit=VIEW&Query=TVCRU_Editions.Id=9 (onder ‘artikelen’).