Expertisecentrum Politieke Legitimiteit

‘Het Expertisecentrum Politieke Legitimiteit is per 2017 in het leven geroepen om het aanbod van onderzoeksthema’s en -vaardigheden van wetenschappers uit Leiden en Den Haag beter te laten aansluiten bij de vraag vanuit overheden, maatschappelijke instanties en bedrijven. Het centrum biedt bemiddeling en begeleiding bij het uitvoeren van vraaggestuurd (contract)onderzoek naar politieke legitimiteit in theorie en praktijk, in binnen- en buitenland.

De Universiteit Leiden heeft op vier faculteiten (waarvan drie in Leiden en één in Den Haag) een indrukwekkende expertise in huis op het gebied van ‘politieke legitimiteit’. Onze onderzoekers houden zich bijvoorbeeld bezig met internationale conflictoplossing, de positie van veiligheidsdiensten, democratische vernieuwing, de toekomst van politieke partijen, de legitimiteit van de rechterlijke macht, enzovoort.

Deze onderzoekers zijn sinds 2010 samengebracht binnen het profileringsgebied Politieke Legitimiteit, waarin de Universiteit Leiden hen heeft gestimuleerd om vernieuwend, vaak multi- en interdisciplinair onderzoek te doen. Het actieve netwerk dat hiervan het resultaat is, en dat zich over de vier faculteiten uitstrekt, heeft per 2017 een expertisecentrum voortgebracht.

Het Expertisecentrum

Het Expertisecentrum Politieke Legitimiteit heeft als doel om de maatschappelijke vraag naar wetenschappelijk onderzoek in kaart te brengen en actief vraaggericht onderzoek op te zetten, in samenwerking met enerzijds de onderzoekers en anderzijds maatschappelijke en overheidsinstanties die behoefte hebben aan nieuw onderzoek naar (onderwerpen gelieerd aan) politieke legitimiteit. Het expertisecentrum bemiddelt in het opstellen van aanvragen en onderzoeksopdrachten om de samenwerking tussen opdrachtgever en uitvoerende onderzoeker(s) te vergemakkelijken. De coördinatie van het centrum is in handen van prof. dr. Wim Voermans (Staats- en Bestuursrecht) en dr. Geerten Waling (Politieke Wetenschap).

Meer informatie

Download onze brochure (pdf) voor een uitgebreide toelichting en voorbeelden. Voor meer informatie: g.h.waling@fsw.leidenuniv.nl.’

Bron: https://www.universiteitleiden.nl/research-focus-areas/politieke-legitimiteit/expertisecentrum-politieke-legitimiteit.

Mini-Symposium: Global Democratic Decline?

‘Op woensdag 12 april 2017 zal Res Publica van 15:00 tot 17:00 uur een mini-symposium organiseren op het Kamerlingh Onnes Gebouw (KOG, A0.51) over het gegeven dat wereldwijd het aantal democratieën afneemt. Wat betekent deze ontwikkeling voor de rechtsstaat? Hoe is het gesteld met het vertrouwen in de democratie? Is de directe democratie een alternatief voor de representatieve democratie? Onder meer deze vragen staan centraal tijdens dit symposium. Onze gastsprekers zullen zijn Hans-Martien ten Napel, Charlotte Wagenaar en Geerten Waling. Na afloop zal er een borrel zijn in Café de Keyzer.

Het programma zal er als volgt uit zien:

Lezing 1: Hans-Martien ten Napel zal ingaan op de vraag wat er misgaat met de democratie in verschillende landen en dan voornamelijk vanuit vergelijkend-staatsrechtelijk perspectief. Wat betekenen de huidige ontwikkelingen in de wereld voor de rechtsstaat? Hierbij worden twee recente rapporten van resp. The Economist en Freedom House gebruikt.

Lezing 2: Geerten Waling zal een lezing verzorgen over de democratie vanuit politicologisch oogpunt. Hoe zit het met het vertrouwen in de democratie? Zitten de partijen niet voornamelijk in een crisis?

Lezing 3: Charlotte Wagenaar zal ingaan op  de ervaring die zij heeft in het Verenigd Koninkrijk. Als verkiezingswaarnemer was zij aanwezig bij zowel het onafhankelijkheidsreferendum in Schotland, als bij de Brexit. Naast haar praktische ervaring, zal zij tevens nader ingaan op de vraag of een directe democratie een goed alternatief is voor een representatieve democratie.

Hierna zal er uiteraard ruimte zijn voor discussie. Wij hopen u allen te mogen verwelkomen op woensdag 12 april 2017!

N.B. Voor leden van Res Publica zal er een certificaatpunt te verdienen zijn. Indien u daarvoor in aanmerking wenst te komen, verzoeken wij u om een e-mail te sturen naar respub@law.leidenuniv.nl.’

Bron: http://www.respublicaleiden.nl/actueel/mini-symposium-global-democratic-decline/.

Nieuwe aflevering Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid (2016/2) / New Issue, Journal for Religion, Law and Policy

Tijdschrift voor Recht, Religie en Beleid

Redactioneel

Hulp gevraagd maar handen af

Auteurs Maurits Berger
Maurits Berger
Artikel

Religieuze instellingen en de participatiesamenleving

Trefwoorden scheiding van kerk en staat, Participatiemaatschappij, religie, Verzorgingsstaat
Auteurs Drs. Gert-Jan Buitendijk, Prof. dr. Christoph Hübenthal, Prof. dr. Frans Wijsen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie
The Dutch policy of the ‘Participation Society’ intends to return many societal responsibilities to civil society. As religious organizations traditionally had undertaken that task, an increase in their participation is expected. However, the separation of state and religion often proves an obstacle. Also, there is quite some scepticism among religious organization regarding the role that a state should have in its caring duties. This contribution contains several insightful and critical articles on this subject: the introduction is by Gert-Jan Buitendijk, director-general with the Ministry of Interior, who is involved in the policy-making process of the Participation Society policy, followed by brief reflections by two scholars of religion and theology, and two representatives of the Islamic and Catholic communities. These contributions were the outcome of a lustrum symposium organized by the Journal for Religion, Law and Policy in november 2015, where academics, policy makers and representatives of religious organizations discussed the effects of the ‘Participation Society’ policies and laws in the Netherlands.
Drs. Gert-Jan Buitendijk
Drs. G-J Buitendijk is vanaf 1 april 2016 directeur-generaal Bestuur en Wonen op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en voordien vanaf 2011 directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties. Hij was van 1992-1995 verbonden aan de Erasmus Universiteit en werkt sinds 1995 bij de rijksoverheid, eerst bij het ministerie van Financiën en vanaf 2006 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van 1998 tot eind 2006 was hij tevens wethouder in Strijen.
Prof. dr. Christoph Hübenthal
Prof. dr. C.W. Hübenthal is hoogleraar Systematische theologie aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit. Hij studeerde theologie, filosofie en sportwetenschap aan de Eberhard-Karls-Universität Tübingen en promoveerde daar ook.
Prof. dr. Frans Wijsen
Prof. dr. Wijsen is hoofd van de afdeling Empirische en praktische religiewetenschap en vice-decaan aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit.
Drs. Marianne Vorthoren
Drs. M.H. Vorthoren is sinds 2001 werkzaam bij Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR), de regionale koepelorganisatie van moskeeën en sociaal-culturele islamitische organisaties, sinds 2012 als directeur. Daarnaast is ze voorzitter van de Stichting Veelkleurige Religies Rotterdam, van waaruit verschillende praktische activiteiten voor interreligieuze ontmoeting worden georganiseerd, met name bezoeken aan de diversiteit van gebedshuizen in Rotterdam.
Dr. Erik Sengers
Dr. E. Sengers is godsdienstsocioloog en theoloog, en werkt als stafmedewerker voor de Dienst Caritas van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Sengers is docent in het hoger onderwijs en publicist over vraagstukken betreffende religie en samenleving/caritaswetenschap/christelijke sociale leer. Eerder was hij voorzitter van de WMO Adviesraad in het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost.
Artikel

Nederland en kinderhuwelijken

Trefwoorden kinderhuwelijken, informele huwelijken, religieuze huwelijken, gedwongen huwelijken
Auteurs Prof. dr. Susan Rutten
SamenvattingAuteursinformatie
Current developments and recent research findings reveal that the Netherlands have to cope with the existence of child marriages. In this article it will be examined whether the modifications that were introduced by the Dutch marriage law that entered into force at the end of 2015, can be expected to contribute to the improvement of issues on child marriages.
Prof. dr. Susan Rutten
Prof. dr. S.W.E. Rutten is bijzonder hoogleraar Islamitisch familierecht in een Europese context aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Een kerk spreekt zich uit over de democratische rechtsstaat

Trefwoorden democratische rechtsstaat, kerk/religie, godsdienstvrijheid,, publiek domein, Verlichting
Auteurs Prof. dr. Leo Koffeman
SamenvattingAuteursinformatie
This article presents a summary of a report of the (mainline) Protestant Church in the Netherlands on democracy and the rule of law (see: www.protestantsekerk.nl/Lists/PKN-Bibliotheek/The-church-and-the-democratic-constitutional-state.pdf), including an evaluation. It starts from the presumption that modern plural society rightly expects religious communities to present their views in this regard explicitly and clearly. The report presents an interpretation of what ‘the separation of church and state’ entails, as well as an analysis of recent developments in the public domain. The church expresses its critical solidarity with the modern state. It points to the risk of democracy turning into a market rather than a forum.
Prof. dr. Leo Koffeman
Prof. dr. L.J. Koffeman is buitengewoon hoogleraar Kerkrecht aan de theologische faculteit van de Universiteit van Stellenbosch (Zuid-Afrika). Hij is sinds september 2015 emeritus hoogleraar Kerkrecht en oecumene van de Protestantse Theologische Universiteit (Amsterdam), en is tevens verbonden aan de theologische faculteit van de Universiteit van Pretoria (Zuid-Afrika).
Artikel

Paus Benedictus XVI: onvermoed rechtsfilosoof?

Trefwoorden Rechtsfilosofie, paus Benedictus XVI, achtergrondcultuur, Rechtspositivisme
Auteurs Mr. dr. Richard Steenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie
During his pontificate pope Benedict XVI held five important speeches on democracy and law. In a new study, edited by Marta Cartabia and Andrea Simonici, it is argued that these speeches constitute a papal legal philosophy on the foundation of law. This book review explores that claim. Did emeritus pope Benedict XVI have a distinctive legal philosophy? May be, but the material covered in the book might not be enough to fully support the status of pope Benedict XVI as a legal philosopher. What is needed is a more integral study that includes other papal statements on the principles of law (for instance to the Roman Rota) on the one hand, and the work of the theologian Joseph cardinal Ratzinger before he became pope Benedict XVI on the other hand.
Mr. dr. Richard Steenvoorde
Mr. dr. R.A.J. Steenvoorde O.P. is lid van de Orde der Predikers (dominicanen) en woont en werkt in Oxford (Blackfriars Hall). Hiervoor was hij onder andere secretaris van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) en jurist ad extra voor het Secretariaat van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland.
Artikel

Conservatisme onder Nederlandse evangelische christenen: een hedendaagse ‘religion gap’?

Trefwoorden economisch conservatisme, cultureel conservatisme, orthodoxe christenen, pro life issues
Auteurs Dr. Paul Vermeer, Prof. dr. Peer Scheepers en Drs. Joris Kregting
SamenvattingAuteursinformatie

Artikel ‘Wat heeft de voorrang: de meerderheid of de rechtsstaat?’, in Christelijk Weekblad (5 februari 2016)

cw05022016

De opening van dit vandaag verschijnende artikel luidt als volgt:

‘Hoe weerbaar is de democratie eigenlijk? In de jaren dertig was dat een belangrijk onderwerp door de opkomst van het nationaalsocialisme, en het lijkt opnieuw een thema te worden met de komst van moslims en met hen de idee van de sharia. Voldoende aanleiding daarom om aandacht te geven aan een van de centrale vragen rond dit leerstuk: de verhouding tussen rechtsstaat en democratie.’

Over Christelijk Weekblad:

‘Nieuws- en opinieblad voor gelovig Nederland
Het tweewekelijkse nieuws- en opinieblad CW houdt u betrokken bij kerkelijk en christelijk Nederland. Maar ook bij Nederlandse christenen die actief zijn in het buitenland. Wekelijks actuele verhalen, achtergronden, inspirerende interviews, reportages over plaatselijke kerken, columns, boekbesprekingen en nog veel meer. Lezers van CW zijn meelevende christenen uit nagenoeg alle protestantse kerken.

CW is sinds 2015 een uitgave van Dekker Creatieve Media. Nieuws en achtergronden behoren in ons werk tot de dagelijks weerkerende realiteit. Uit alle nieuws in kerk en samenleving maken wij een selectie voor u. Wij voorzien die van commentaar en achtergrond vanuit een Bijbels perspectief.

CW is opgericht in 1952 als Centraal Weekblad. Aanvankelijk nog vooral gericht op de lezers in de Gereformeerde Kerk, vandaag de dag voelen gelovigen uit diverse hoeken zich aangetrokken tot ons blad. Een bekende naam is die van professor Klaas Runia, die bijna 25 jaar hoofdredacteur van de krant is geweest. Bij de vorming van de PKN ging het blad zich breder oriënteren en kreeg het zijn opiniefunctie. In 2009 kreeg het blad een nieuwe naam, Christelijk Weekblad. Dit veranderde in 2015 in CW, een tweewekelijks opinieblad dat wordt gelezen door meelevende gelovigen met diverse achtergrond.’

Voor meer (bestel)informatie, zie:

http://www.christelijkweekblad.nl/Home.aspx.

Voor een pdf-versie van het artikel:

pu2016CW Weerbare democratie.

Het artikel werd mede geschreven n.a.v. de verschijning van Weerbare democratie. De grenzen van democratische tolerantie (2015) van Bastiaan Rijpkema. Zie over dat boek:

http://www.nieuwamsterdam.nl/boeken/weerbare-democratie-bastiaan-rijpkema-9789046820049.

 

Deelnemer, brainstorm ‘Kerk en rechtsstaat’, Protestants Landelijk Dienstencentrum, 5 september 2008, Utrecht

logo

Lees hier het bericht over de nota, die de synode van de Protestantse Kerk in Nederland onder eindredactie van Prof. dr. Leo Koffeman (PThU) uiteindelijk vastelde over dit onderwerp:

‘Synode 12 t/m 14 november 2009: Synode kiest voor de democratische rechtsstaat

13 november 2009 De Protestantse Kerk in Nederland kiest zonder voorbehoud voor de democratische rechtsstaat. Zij herkent in de rechtsstaat belangrijke noties uit de Bijbel. Dat is de kern van de bespreking in de generale synode vrijdag over de nota ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling’. Deze positiebepaling houdt onder andere in dat de kerk zich sterk wil maken om haar bijdrage aan deze democratische rechtsstaat te leveren.

​Vrijheid van godsdienst

Ook wil de kerk zich inzetten voor de waarden die daarmee gegeven zijn: recht en gerechtigheid, mensenrechten, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Vrijheid, gelijkheid, duurzaamheid, participatie, veiligheid en solidariteit zijn belangrijke waarden en uitdagingen voor de kerk zelf en voor politiek en samenleving.

Scheiding tussen kerk en staat

Met de herkenning en erkenning van de democratische rechtsstaat hecht de Protestantse Kerk ook veel belang aan de scheiding tussen kerk en staat. Ze aanvaardt de democratische rechtsstaat principieel en is niet uit op politieke macht. Ze is dankbaar dat ze in vrijheid haar eigen kerkelijk leven mag inrichten en dat dit grondrecht ook voor andere religieuze groeperingen geldt.

Voor de wet is iedereen gelijk en er is scheiding tussen Kerk en Staat. Maar de concrete betekenis van dat uitgangspunt is regelmatig stof van discussie. Er is bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst en dat kan in botsing komen met andere grondwettelijke grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting.

Behoefte aan standpunt

Het moderamen had om de nota gevraagd omdat er een dringende behoefte gevoeld werd aan een protestants standpunt over de verhouding tussen kerk en staat en over de rol van religie in de samenleving. Er was de laatste jaren veel discussie over: Mag een gemeenteraad financieel bijdragen in de bouw van een gebedshuis? Moet de overheid nog langer christelijke scholen subsidiëren? Mag een religieus leider zich negatief uitlaten over bijvoorbeeld homoseksualiteit? Heeft een atheïst het recht zich kwetsend uit te laten over gelovigen?

Minderheden

Dergelijke vragen hebben rechtstreeks te maken met de bescherming van minderheden, ook van religieuze gemeenschappen, als onderdeel van democratie en godsdienstvrijheid. Als gevolg van religieus terrorisme in de wereld en aanslagen in ons eigen land lijkt de bereidheid om religie te respecteren te verminderen. Tegelijk neemt van overheidswege de interesse juist toe, omdat men ziet hoeveel invloed geloof en religie kan hebben op burgers.

De Protestantse Kerk ziet hier een verantwoordelijkheid liggen. Volgens de kerkorde (art. 1, lid 6) is het haar taak om op te roepen “tot de vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat”.

Bespreking in synodevergadering

In de bespreking in de generale synode werd de noodzaak benadrukt dat kerk en gemeenten zich met deze thematiek bezig te houden. Gewezen werd op de vragen rondom het kerkelijk spreken en op de noodzaak van de actieve opstelling van kerk en gemeenten in de relatie tot de overheid.

De generale synode aanvaardde de nota dankbaar als een basis voor het te voeren gesprek in gemeenten. In de nota zullen nog enkele elementen uit het gesprek in de synode verwerkt worden en de nota zal voorzien worden van een gesprekshandleiding. De generale synode hoopt dat daarmee gemeenten geholpen kunnen worden bij het gesprek over de thematiek in het algemeen maar ook toegespitst op hun concrete vragen met betrekking tot hun relatie tot de lokale overheid.

Samenstelling

Het rapport ‘De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling. Bijdrage aan het gesprek in gemeente en kerk’ is gebaseerd op conferenties met en reacties van 33 deskundige theologen, historici, juristen, politici en andere sociale wetenschappers. Prof. dr. Leo Koffeman (PThU), tevens werkzaam bij het expertisecentrum van de dienstenorganisatie, voerde de eindredactie.

Meer informatie

Bron: http://www.protestantsekerk.nl/actueel/Nieuws/nieuwsoverzicht/Paginas/Synode-12-14-november-2009-Synode-kiest-voor-de-democratische-rechtsstaat.aspx.

Redactie themanummer ‘Democratie in ademnood?’ van CDV (2012)

cover-bottom-bg

‘Democratie is kostbaar cultureel erfgoed dat voor haar eigen behoud constant onderhoud en vernieuwing nodig heeft. Dat is de boodschap van Rein Jan Hoekstra, oud-lid van de Raad van State en oud-informateur, in het nieuwe nummer van Christen Democratische Verkenningen (CDV) dat vandaag verschijnt.

Er wordt volgens hem te gemakzuchtig met de democratie omgegaan. Alsof deze af is, vanzelfsprekend is, en geen cultivering behoeft. Ondertussen wordt er stevig gemorreld aan het gebouw van de democratie en dreigen we de spelregels van de democratie uit het oog te verliezen.

Hoekstra maakt zich “ernstige zorgen” over de staat van de democratie in Nederland en de wijze waarop politieke partijen ermee omgaan. Volgens hem dreigen politici en bestuurders de orde, een van de meest fundamentele rechtsprincipes, uit het oog te verliezen. ‘Het geklaag over de “kaasstolp in Den Haag” en “de zakkenvullers op het Binnenhof” in combinatie met lage opkomstcijfers bij verkiezingen en de geringe participatiegraad van politieke partijen ondermijnt de legitimiteit van het democratisch stelsel’, aldus Hoekstra in CDV, het kwartaalmagazine van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. “We leven niet in een mediapolitiek landschap zoals in het Italië van Berlusconi. Maar ook hier heeft degene die via de media de publieke opinie het best weet te bespelen politiek succes. Ook de onzorgvuldige wijze waarop we met de spelregels van onze democratie omgaan, past in dat beeld. De oude spelregel is: er gaat eerst een brief naar de Kamer en dan wordt de pers geïnformeerd. Maar nu wordt daar steeds vaker de hand mee gelicht.”
De Tweede Kamer zelf draagt bij aan een ondergraving van het politieke systeem, betoogt Hoekstra. “Niet alleen de vertegenwoordigende en de controlerende functie, maar ook de wetgevende taak van het parlement wordt onvoldoende serieus genomen. Waar zijn de wetgevingsspecialisten gebleven in de Tweede Kamer? Dat de Eerste Kamer de laatste decennia steeds politieker is geworden, komt doordat de wetgevingstaak van de Tweede Kamer onvoldoende inhoud krijgt.”

Hoekstra toont zich een voorstander van herinvoering van het districtenstelsel zoals dat tot 1917 functioneerde. “Ik zie dat als adequate kanalisatie van de wederzijdse betrokkenheid van de volksvertegenwoordiger met zijn of haar kiezers in het betrokken district. In zoverre zou herinvoering een meerwaarde hebben voor ons parlementaire stelsel.” Ook pleit de christendemocraat voor het correctief wetgevingsreferendum, zodat na aanneming van een wetsvoorstel door Tweede en Eerste Kamer een bindend referendum over dat wetsvoorstel kan worden gehouden. “Mijn opvatting is dat daardoor ten eerste de bevolking in staat wordt gesteld om via een ordelijke procedure haar oordeel te geven, en ten tweede denk ik dat dit preventief positief zal uitwerken voor wat betreft de behandeling van wetsvoorstellen in Tweede en Eerste Kamer. Naar mijn inschatting zou dat kunnen betekenen dat Tweede en Eerste Kamer nog meer gaan letten op de kwaliteit van de inhoud en op problemen bij de uitvoering. Kortom, bezint eer ge begint.”

***
Het nieuwe CDV-nummer, met als titel Democratie in ademnood?, gaat op zoek naar een waardevolle, christendemocratische opvatting van democratie in een tijd dat deze volgens vele onderzoekers onder druk staat. De bundel bestaat uit drie delen. In het eerste deel gaat het over “de staat van de democratie”. Rien Fraanje, senioradviseur bij de Raad voor het openbaar bestuur, en Hans-Martien ten Napel, universitair docent staats- en bestuursrecht, laten zien dat achter de nog altijd redelijk onbezorgde vertrouwenscijfers ten aanzien van de Nederlandse democratie belangrijke problemen schuilgaan. Zo voelt een groot deel van de Nederlandse samenleving zich niet goed gerepresenteerd door politieke partijen. Labuschagne, universitair docent rechtsfilosofie, wijst op de gevolgen van een verregaande secularisering voor een waardevolle democratie. Hoogleraar recht Jan Willem Sap toont aan dat confessionele partijen, ondanks hun scepsis in het verleden tegenover democratie en in het bijzonder tegenover de leer van de volkssoevereiniteit, volop hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat.
In het tweede deel staan de “voorwaarden voor democratie” centraal. Zo wijst Marin Terpstra, universitair docent politieke filosofie, op de noodzakelijke religieuze dimensie van democratie, zoals die zich uit in de gezamenlijke viering van de toewijding en overgave van mensen aan de publieke zaak. De directeur van ProDemos, Kars Veling, benadrukt het belang van democratisch burgerschap en betoogt dat democratie niet moet worden versmald tot een besluitvormingsprocedure waarbij de meerderheid het voor het zeggen heeft. Advocaat Bart Fleuren laat zien waarom checks and balances tussen de staatsmachten noodzakelijk zijn. Volgens hem geeft het voorstel om de formateur voortaan niet meer door de Koning te benoemen blijk van een beperkte kijk op democratie.

In het laatste deel worden aanzetten gedaan voor een christendemocratische invulling van democratie. Politicologe Emma Cohen de Lara laat zien dat een bloeiende civil society van vitaal belang is voor de gezondheid van de vertegenwoordigende democratie. Hoogleraar filosofie, Guido Vanheeswijck, gaat in op de nobele opdracht tot tolerantie. Lex Oomkes, politiek commentator bij dagblad Trouw, betoogt dat de neiging tot partijdemocratisering bij partijen als het CDA gepaard gaat met ‘antidemocratische tendenzen’. Het kiezersmandaat wordt volgens hem “meer en meer een verpersoonlijkt mandaat, met ondermijnende gevolgen voor het precaire stelsel van macht en tegenmacht dat het Nederlandse stelsel kenmerkt”.’

Bron: https://www.cda.nl/wi/actueel/toon/verschijning-cdv-winternummer-democratie-in-ademnood/.

Voor dit themanummer schreef ik, samen met Maurice Adams en Maarten Neuteboom, de inleiding: ‘Over de voorwaarden van democratie en het herstel van de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid’.

Tevens schreef ik mee aan een bijdrage getiteld ‘De beste, maar niet goed genoeg’, samen met Rien Fraanje: http://www.rob-rfv.nl/documenten/artikel_fraanje_en_ten_napel_voor_cdv.pdf.

Het hele themanummer is hier te downloaden: http://pubnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/tijdschrift/CDV/CDV2012/CDV_2012_winter.pdf.

Voor meer (bestel)informatie over CDV, zie: https://www.tijdschriftcdv.nl.

 

Bijdrage aan bundel Religie als bron van sociale cohesie in de democratische rechtsstaat (2005)

Unknown

‘Terugblikkend op de laatste paar decennia zien we een scherp toegenomen secularisering, ontkerkelijking en ontzuiling van de Nederlandse samenleving, maar ook een toenemend zichtbaar en merkbaar worden van de religieuze pluriformiteit binnen deze samenleving. Met name de opkomst van de islam als snelstgroeiende godsdienst in Nederland is opmerkelijk. Die opkomst gaat gepaard met spanningen in een samenleving die zelf hoe langer hoe meer vervreemd raakt van haar religieuze wortels en die steeds minder bekwaam lijkt in haar omgang met godsdienst.
De opkomst van de islam heeft ons in verlegenheid gebracht over de spirituele wortels en bronnen van samenleving en staat. Alom klinkt dan ook de roep om herstel van normen en waarden. Maar welke waarden en normen moeten dat zijn? Waarop zijn ze gefundeerd? Wat is hun uiteindelijke anker-punt? Nu de secularisering in feite “voltooid” is en we de secularisering zelfs al voorbij lijken te zijn, wordt de vraag actueel of we in deze post-geseculariseerde situatie nog wel uit de voeten kunnen met liberale concepten als godsdienstvrijheid en scheiding tussen kerk en staat alleen?

Veronderstelt een goed functionerende democratische rechtsstaat niet een geestelijke dimensie, een dimensie die nu juist geboden kan worden door godsdienst? Dient juist het verschijnsel godsdienst niet veel serieuzer genomen te worden? Is juist godsdienst niet de vindplaats van deugden en fungeert godsdienst niet als het overbrengingsmechanisme van die deugden op volgende generaties? Bevordert juist godsdienst niet de sociale cohesie in een samenleving en creëert zij niet de voorwaarden voor een effectieve én legitieme rechtsstaat?
Dit is een boek in de Meijersreeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het boek maakt onderdeel uit van het interfacultaire programma “Sociale cohesie en multiculturaliteit”.’

Mijn eigen bijdrage aan deze bundel, geredigeerd door B. Labuschagne, is getiteld ‘Tussen hoop en wantrouwen. De actualiteit van het protestantse denken over de verhouding tussen godsdienst en staat’: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/13333.

Zie over de presentatie van de bundel met minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie:

http://www.leidenuniv.nl/nieuwsarchief2/396.html.

Bestelinformatie van de bundel:

http://www.bol.com/nl/p/religie-als-bron-van-sociale-cohesie-in-democratische-rechtsstaat/1001004002483739/?country=BE.

Co-redacteur en co-auteur, studieboek Inleiding Staatkunde (1995)

IMG_1724

‘Met Inleiding Staatkunde heeft u een compleet en actueel studieboek in handen.

Dit boek biedt kennis en inzicht omtrent de belangrijkste thema’s van het Nederlandse staats- en bestuursrecht alsmede van de Nederlandse politiek. Het unieke van dit boek is de geïntegreerde benadering van de thema’s: zowel vanuit de juridische als vanuit de politicologische wetenschap wordt ingegaan op de ontwikkeling van onze democratische staat en op de positie van (in het bijzonder) regering en parlement, het bestuursapparaat en de rechterlijke macht.

Deze integratie tussen de juridische en de politicologische discipline is gebaseerd op het uitgangspunt dat een goed begrip van de staatsinstellingen pas ontstaat als men niet alleen weet hoe taken en bevoegdheden van de overheid en rechten en plichten van burgers zijn gereguleerd, maar ook in welk politiek krachtenveld bevoegdheden worden uitgeoefend en wat de invloed daarbij is van feitelijke machtsverhoudingen.

De gekozen aanpak blijkt onder meer uit de opneming van hoofdstukken over de politiek-theoretische ontwikkeling in het denken over (rechts)staat en democratie, de rol van politieke partijen, het functioneren van de bureaucratie en de ontwikkeling van de sociale rechtsstaat, naast de aandacht voor de kabinetsformatie, de ministeriele verantwoordelijkheid, de taken en bevoegdheden van het parlement en de rechtsbescherming tegen de overheid onder de Algemene wet bestuursrecht. Tevens wordt ingegaan op de bevoegdheden en de macht van het lokaal bestuur respectievelijk de supranationale overheden, in het bijzonder de Europese Gemeenschap. Hierbij wordt aandacht besteed aan het proces van de Europese integratie en aan de staatsrechtelijke en politicologische dimensies van de Europese Unie, die van groot belang zijn voor de Nederlandse staat.’

Ten behoeve van deze bundel leverde ik hoofdstukken over resp. Nederland als consensusdemocratie, de sociale rechtsstaat en de rechterlijke macht.

Bestelinformatie:

http://www.bol.com/nl/p/inleiding-staatkunde/666783247/;

https://www.boekenplatform.nl/inleiding-staatkunde-175502.

Discussiebijdrage over rechtsvinding rond ritueel slachten (II)

In de onlangs verschenen derde aflevering van het Tijdschrift voor Constitutioneel Recht van dit jaar luidt de stelling: ‘Het verbod van ritueel slachten is een rechtmatige beperking van de godsdienstvrijheid’. Voor de stelling pleit mr. J.J.J. Sillen, universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hieronder volgt het tweede en laatste deel van de reactie die ik schreef op zijn betoog (zie voor het eerste deel de blogpost van 8 augustus j.l.).

2. Het arrest Cha’are Shalom Ve Tsedek t. Frankrijk

Sillen vervolgt zijn bijdrage door te stellen dat de Raad van State uit het arrest-Cha’are ten onrechte afleidt dat een verbod op ritueel slachten het EVRM schendt. Nu noemt hij zelf, mede onder verwijzing naar andere auteurs, de argumentatie van het Hof in Cha’are reeds niet geheel ten onrechte ‘rommelig en weinig overtuigend’. Het lijkt dan ook niet bijster zinvol om als volgende in de rij hier mijn exegese van dit arrest te geven. Liever volsta ik met de constatering dat, behalve de Raad van State, bijvoorbeeld ook de eerdergenoemde Schrijver het arrest uitlegt als dat ritueel slachten aangemerkt dient te worden als ‘an essential aspect of the Jewish religion’.5) Zelfs Thieme erkende ten langen leste tijdens de Eerste Kamerbehandeling dat haar wetsvoorstel inbreuk maakt op de onder andere in artikel 9 EVRM verankerde godsdienstvrijheid, zij het niet wegens dit arrest.6) Maar dat is ook direct mijn punt: een dergelijke vaststelling kan, welbeschouwd, toch beter niet afhankelijk worden gemaakt van de interpretatie van een enkel – en dan nog minder gelukkig – arrest?

Verder zal de afwegingsruimte die Nederland bij de beoordeling van de noodzakelijkheid van een beperking van de godsdienstvrijheid in dit geval heeft, anders dan Sillen veronderstelt, beperkt zijn. Uit jurisprudentie van het EHRM blijkt immers dat dit het geval is wanneer, zoals in casu, de bescherming van religieus pluralisme in het geding is.7)

3. De slotsom van Sillen en wat deze duidelijk maakt

Sillen maakt ons deelgenoot van zijn persoonlijke twijfels terzake van de wenselijkheid van een verbod op onverdoofd ritueel slachten. Belangrijker is echter dat hij tot het juridische oordeel komt dat een dergelijk verbod verenigbaar is met zowel de Nederlandse Grondwet als het EVRM. Hij zou als parlementariër dan ook voor het oorspronkelijke voorstel hebben gestemd. Dit alles op basis van de in deze reactie langsgelopen punten, die ook bijeengenomen toch wel enigszins aan de oppervlakte blijven.

Wat zowel de persoonlijke twijfel van Sillen als de uitkomst van zijn juridische analyse duidelijk maken, is dat er voor alles behoefte is aan een theorie van het betreffende grondrecht van de godsdienstvrijheid. Noch de notie van het kernrecht noch de exegese van een enigszins dubbelzinnig arrest raken deze werkelijke kern van de zaak. Tevens is bezinning nodig op de zowel in het advies van de Raad van State als tijdens de parlementaire behandeling naar voren gekomen vraag of en zo ja in hoeverre dieren als rechtssubjecten kunnen worden beschouwd.8)

Wat het eerste punt betreft, tegen theorievorming over mensenrechten wordt hier te lande al snel vreemd aangekeken, anders dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten.9) Bovendien kan men ook onbewust wel degelijk van een bepaalde theorie uitgaan, zoals bijvoorbeeld die waarin het recht van elk individu om zijn of haar eigen levensbeschouwelijke keuzes te maken centraal staat. In de afgelopen periode heb ik, met andere auteurs, een tweetal eerste pogingen ondernomen een alternatieve theorie te ontwikkelen. De eerste poging had een rechtsfilosofisch karakter, de tweede was van meer rechtsvergelijkende aard.10)

Dit is niet de plaats om de in dit verband ontwikkelde gedachten en stellingen te herhalen. De geïnteresseerde lezer zij verwezen naar de in de noten vermelde stukken. Wel kan worden opgemerkt dat een koerswijziging in de benadering van de godsdienstvrijheid gewenst lijkt, mede met het oog op de stabiliteit van het democratisch bestel. De grootste zorg die het Nederlandse debat over het onverdoofd ritueel slachten oproept is dat dit leidt tot een vervreemding van levensbeschouwelijke minderheden van de democratische rechtsstaat in het algemeen en de mensenrechten in het bijzonder. Een constitutioneel bestel komt onherroepelijk onder druk te staan indien een consensus over de morele grondslagen ervan verregaand komt te ontbreken.

Noten

5) Handelingen I, 13 december 2011, pp. 2-3.

6) Ibidem, 72.

7) Vgl. Position Paper Contactorgaan Moslims en Overheid, Bescherming van dierenwelzijn vergt geen inbreuk op de vrijheid van godsdienst!, http://www.cmoweb.nl/UserFilesUpload/org_190/positionpaper.pdf, p. 16.

8) Vgl. bijvoorbeeld Kamerstukken II 2009/10, 31 571, nr. 4 (herdruk), pp. 1-2; Handelingen II, 17 februari 2011, p. 5.

9) Vgl. bijvoorbeeld Michael J. Perry, Toward a Theory of Human Rights. Religion, Law, Courts (Cambridge, etc.: Cambridge University Press, 2007).

10) Vgl. resp. Jaco van den Brink & Hans-Martien ten Napel, ‘Godsdienstvrijheid. Staat moet zich onthouden’, in: Het goede leven. Weekkrant voor denken, doen, geloven en genieten, x, nr. 39, 30 september-7 oktober 2011, 5; Florian H. Karim Theissen & Hans-Martien ten Napel, ‘Oprecht geloven in vrijheid. Bloemlezing van een grondrecht onder vuur’, in: Ars Aequi, LXI, nr. 3, 2012, 182-187.