Geloof in de liberale democratie (VII): een mooie horizon?

Dit is het zevende en laatste deel van een serie blogposts, die inmiddels tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zijn verschenen in het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Zodra dit artikel (binnenkort) via Open Access beschikbaar komt, zal het in een volgende blogpost worden gemeld.

De vraag is al met al gerechtvaardigd hoe realistisch de in deze bijdrage uiteengezette visie op constitutionalisme, democratie en godsdienstvrijheid is. Wanneer de staat niet langer uitgaat van het bestaan van religieuze waarheid, dan is de mensvisie van Vorster de facto losgelaten, en kan deze bezwaarlijk nog langer het constitutionalisme en de democratie beïnvloeden. We zijn dan in een moderne of zelfs postmoderne constellatie beland, waarin de visie van Cohen op geloof in de liberale democratie de overhand krijgt. Hoewel deze taxatie min of meer logisch voortvloeit uit het voorgaande, dient toch gewaakt te worden voor overdrijving. De eerste reden daarvoor is dat het, vergeleken met andere delen van de wereld, nog altijd relatief goed gesteld is met de godsdienstvrijheid in het Westen. Ook wanneer we de blik beperken tot ons deel van de wereld, kan de situatie zowel van land tot land als in de tijd verschillen. Indien bijvoorbeeld enkele Europese landen zijn opgeschoven richting een postmoderne visie op godsdienstvrijheid, hoeft dat nog niet over de hele linie te gelden. In het geval een moderne visie op godsdienstvrijheid wordt aangehangen, zijn er nog altijd meer raakvlakken met de liberale uitgangssituatie dan in een postmoderne constellatie het geval is.

Een andere reden om niet te overdrijven, is dat het voor wie een appèl wil doen tot verandering, beter de positieve kanten kan beklemtonen van het alternatief dan de negatieve kanten van de status quo. In een andere context heeft Paus Franciscus gewezen op de aantrekkingskracht die kan uitgaan van het delen van ‘vreugde’ en ’het wijzen op een ‘mooie horizon’. Het is in deze geest dat in het bovenstaande aandacht is gevraagd voor een alternatief voor de visie van Cohen en andere nieuwe critici van het recht op godsdienstvrijheid en levensovertuiging op geloof in de liberale democratie. Een visie die de mens en de menselijke ervaring als vertrekpunt kiest en vandaaruit het constitutionele en politieke stelsel ontwerpt, is niet alleen historisch meer in overeenstemming met hoe westerse stelsels zijn vormgegeven, maar ook in het heden potentieel nog attractiever dan de tegenovergestelde werkwijze. Het geloof in de liberale democratie kan erdoor worden versterkt. In de tegenovergestelde situatie wordt eerst door politieke theoretici een inhoudelijke visie op liberale democratie ontworpen. Teneinde deze visie aan de maatschappelijke werkelijkheid op te kunnen leggen, wordt van mensen en hun organisaties verlangd dat zij zich hiernaar voegen. Welbeschouwd is deze visie even antipluralistisch als het populisme. Wie zich niet wenst te schikken naar de aan de liberale democratie gestelde inhoudelijke eisen, hoort niet langer bij het volk en wordt daarvan uitgesloten. Hierdoor dreigt op termijn ook het geloof in de liberale democratie te verminderen.

Het beroep op theologische concepten als vreugde en schoonheid laat tevens de waarde van een interdisciplinaire benadering van het constitutionele recht in het algemeen en van samenwerking met de theologie in het bijzonder zien. Het recht bevat zelf zeker ook normatieve begrippen, zoals rechtvaardigheid, die het positieve recht kunnen sturen. In de praktijk blijkt deze sturende kracht echter gering. Wanneer het begrip rechtvaardigheid door de nieuwe critici van godsdienstvrijheid wordt gebezigd, blijkt het tot tegengestelde resultaten te leiden dan in dit artikel bepleit. Er valt daarom niet aan te ontkomen om nog een spade dieper te steken en te beginnen met de vraag wie de mens eigenlijk is. Zo is dat ook in de periode van de stichting van de Verenigde Staten bewust of onbewust gebeurd. Voor zover het pleidooi voor een eerherstel van klassiek-liberale waarden een terugkeer behelst naar een aantal centrale gedachten aangaande de staatsinrichting zoals in deze periode ontwikkeld, verdient het aanbeveling de rol van antropologie wederom niet te veronachtzamen. Daarbij kunnen andere disciplines, zoals de ethiek en de theologie, de rechtswetenschap goede diensten bewijzen.

Geloof in de liberale democratie (VI): godsdienstvrijheid

Upcoming Speaking Engagement: (A)theïsme. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?, De Balie, 8 april 2018

Book Recommendations (I): Nicholas Wolterstorff, Understanding Liberal Democracy (2012)

Upcoming Speaking Engagement: (A)theïsme. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?, De Balie, 8 april 2018

‘Hoeveel ruimte is er voor religie in een seculiere samenleving? Als we naar het maatschappelijke debat over de excessen van godsdiensten kijken – het misbruik in de katholieke kerk, misbruik in joodse gemeenschappen en het terrorisme uit naam van god – lijkt het makkelijk om te oordelen. Maar religie biedt juist ook houvast en zingeving in een snel veranderende wereld. Op de hele wereld is er geen volk te vinden zonder religie. Gelovig zijn zit dus niet alleen diep verankerd in onze cultuur, maar ook in ons menszijn.

Het aantal gelovigen op de wereld blijft in weerwil van het maatschappelijke debat gestaag toenemen. Daarom praten we op 8 april met atheïsten en theïsten over de invloed van religie op de maatschappij in de moderne tijd. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?

Met: Floris van den Berg (atheïst), Tamarah Benima (Joods), Hans-Martien ten Napel (Protestants), Nahed Selim (Katholiek), Alaeddine Touhami (Moslim) en Paul Cliteur (atheïst).

Sprekers:

Tamarah Benimah (liberaal rabbijn) is een Nederlandse journaliste, columniste, vertaalster en liberaal rabbijn. Benimah is voor een liberale invulling van het geloof, zonder dogmatische regels.

Floris van den Berg (atheïst) Floris van den Berg is filosoof en atheïst. Hij is auteur van onder andere ‘Hoe komen we van religie af?’ en ‘De vrolijke feminist’. Onlangs verscheen zijn boek ‘De olijke atheïst’. Van den Berg zet zich in voor een wereld met minder leed en meer waarheidsliefde. Hij vindt dat we religie af moeten zweren.

Nahed Selim (ex-moslim nu katholiek) Nahed Selim is geboren in Egypte in 1953. Sinds 1979 woont ze in Nederland en werkt ze als tolk/vertaalster Arabisch. In het verleden was ze publiciste en schreef meerdere boeken die te maken hadden met vrouwen en islam. In 2013 transformeerde ze van een feministische islamcriticus in een conservatieve christen.

Hans Martien ten Napel (protestants) Hans-Martien ten Napel is als universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht werkzaam aan de Universiteit Leiden. In 2014 ontving hij een Research Fellowship in Legal Studies van het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ. In het voorjaar van 2017 verscheen, mede als uitvloeisel van dit fellowship, van zijn hand de monografie Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge).

Alaeddine Touhami deed samen met de familie Rouidi mee aan het EO-programma Tijs en de Ramadan. Hij is ook de initiatiefnemer van Het Huis van Vrede in Almere. Het Huis van Vrede is een ruimte waar verschillende culturen bij elkaar komen en samen werken. Er vinden activiteiten plaats gericht op ontplooiing van de jeugd, op het gebied van cultuur, maatschappij, kunst en natuur.

Paul Cliteur (atheïst) Paul Cliteur is rechtsgeleerde, filosoof en overtuigd atheïst.’

Bron en aanmelding: https://www.debalie.nl/agenda/podium/(a)theïsme/e_9783345/p_11771149/.

Zie ook:

Redactioneel ‘Religie en de rule of law’

Lid, promotiecommissie, D. van der Blom, ‘De verhouding van staat en religie in een veranderende Nederlandse samenleving’, 6 juli 2016

Bijdrage aan bundel Religie als bron van sociale cohesie in de democratische rechtsstaat (2005)

 

 

Geloof in de liberale democratie (V): democratie

Dit is het vijfde deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor de eerste vier delen, zie de links onderaan deze blogpost.

Bekijken we vervolgens de betekenis van de door Vorster voorgestane mensvisie voor de democratie, dan lijkt deze vooral goed aan te sluiten bij een visie op democratie waarin eenieder vrijuit politiek kan participeren. Dit zowel individueel als in groepsverband. Het laatste is van belang omdat het niet eenvoudig is om als burger, zelfs indien men beschikt over een uitgewerkte levensbeschouwing, de vertaalslag te maken van persoonlijke naar politieke opvattingen. Hierbij zal dikwijls, op tenminste een aantal beleidsthema’s, de hulp nodig zijn van deskundige geestverwanten. Van belang is dat iedere burger hiertoe op gelijke voet in de gelegenheid is, ongeacht geloof of levensovertuiging. De christelijke filosoof Nicholas Wolterstorff heeft een dergelijke visie op democratie aangeduid als ‘equal political voice’ liberalisme. Hierbij beklemtoont hij overigens dat deze ‘equal political voice’ moet worden uitgeoefend binnen de grenzen van een geschreven of ongeschreven grondwet, die via de werking van een aantal klassieke rechten waarborgt dat burgers niet onevenredig in hun vrijheid worden aangetast door de uitoefening van ‘equal political voice’ door hun medeburgers.

Dit laatste vormt een verschil met de opvatting van ‘public reason’ liberalisme zoals aangehangen door de, zeker in de Verenigde Staten, nog altijd invloedrijke filosoof John Rawls (1921-2002). Ook Rawls zal aanvaarden dat de uitoefening van ‘political voice’ aan constitutionele grenzen is gebonden. Hij formuleert echter aanvullende grenzen voortvloeiend uit de idee van publieke rede. Dit idee komt er kort gezegd op neer dat het politieke debat dient te worden gevoerd met argumenten die voor alle deelnemers navolgbaar zijn. Hoewel dit op het eerste gezicht een begrijpelijke eis lijkt, die aan alle deelnemers gelijkelijk gesteld wordt, bestaat er een risico dat gelovigen erdoor op achterstand worden gesteld. Voorzover zij immers een redenering zouden willen hanteren die rechtstreeks voortvloeit uit hun geloofsovertuiging, kunnen andere deelnemers aan het debat dit verhinderen door aan te voeren dat de redenering voor hen niet navolgbaar is. Indien gelovigen vervolgens hun redenering in ‘neutrale’ termen moeten formuleren, kunnen er allicht nuances verloren gaan. Bovendien komt deze opvatting voort uit het aanvechtbare idee dat alleen geloofsovertuigingen tot onnavolgbare redeneringen zouden leiden, terwijl seculiere redeneringen per definitie neutraal zouden zijn. Het is in reactie op dit liberalisme van de publieke rede dat Wolterstorff zijn variant van ‘equal political voice’ liberalisme heeft geformuleerd.

Dit ‘equal political voice’ liberalisme vormt tevens een contrast met een ander, op dit moment weer invloedrijk, verschijnsel, te weten dat van het populisme. Dit is niet de plaats om uit te weiden over de vraag wat populisme precies inhoudt. Hierover is inmiddels de nodige nieuwe literatuur beschikbaar. Binnen deze nieuwe literatuur neemt het boek What is Populism? van de aan de Universiteit van Princeton verbonden politicoloog Jan-Werner Müller een bijzondere plaats in. In zijn boek noemt Müller als een van de centrale kenmerken van populisme het ‘antipluralisme’. Hiermee doelt Müller op het feit dat het populisme uitgaat van het idee dat er een volk bestaat, dat zich gezamenlijk heeft te keren tegen hen vijandig gezinde elites. Niet alleen deze elites, maar ook diegenen die zich niet wensen aan te sluiten bij de door ‘het volk’ aangehangen meerderheidsopvatting, worden niet geacht tot het volk te behoren. In plaats van pluraal, wordt het volk dus geacht een eenheid te vormen. Wie zich daarmee niet identificeert, zal niet in gelijke mate politiek kunnen participeren, zoals het ‘equal political voice’ liberalisme verlangt.

Deze laatste opvatting gaat juist wel uit van pluralisme. Daarmee sluit deze vorm van liberalisme aan op de door Vorster geschetste mensvisie, waarin mensen spirituele wezens zijn, voor wie ruimte dient te worden gecreëerd om hun religie handen en voeten te geven zowel in het publieke als in het privé-domein. Dit brengt een verruiming van het begrip ‘politiek’ met zich mee, aangezien deze zich niet langer beperkt tot hetgeen in de politieke instituties gebeurt, maar zich tevens uitstrekt tot andere politieke activiteiten van burgers en hun organisaties. Deelname aan dergelijke organisaties is voor burgers noodzakelijk ten einde gevoed te worden in hun politieke overtuigingen. Op hun beurt dragen de organisaties van burgers bij aan de legitimiteit van het politieke bestel. Er wordt dus niet op voorhand getracht de potentiële onenigheid van burgers te neutraliseren, zoals het liberalisme van de publieke rede doet. De ‘equal political voice’-variant van liberalisme gaat er integendeel vanuit dat deze onenigheid de essentie vormt van politiek. Daarop dient te worden ingespeeld door een open en vrije ‘global public square’ in het leven te roepen. Zoals gezien, worden de grenzen hiervan slechts bepaald door de klassieke grondrechten uit de grondwet.

Hoogleraar Recht en Religie John Inazu heeft recentelijk een concrete uitwerking gegeven van de eisen waaraan een politiek stelsel moet voldoen om aan een ‘equal political voice’-variant van liberalisme te voldoen. Op constitutioneel gebied betreft dit de eisen van het eerbiedigen van het hierboven genoemde principe van ‘freedom of the church’, het faciliteren van publieke fora voor expressie, ook indien het minderheidsopvattingen betreft, en gelijke financiering van alle organisaties die aan politieke expressie doen. Deze laatste eis is omstreden, zowel in de Verenigde Staten als in toenemende mate in Europa. Toch heeft Inazu hier wel een punt, voorzover het niet gelijk behandelen van verschillende categorieën levensbeschouwelijke organisaties opnieuw uitgaat van het aanvechtbare idee dat alleen levensbeschouwelijke organisaties een bepaalde ideologische kleur kennen terwijl seculiere organisaties neutraal zijn. Hiernaast zijn er aan de kant van de burgers ook bepaalde deugden nodig, zoals die van tolerantie, bescheidenheid en geduld. Ik werk dit hier verder niet uit. Wel zij opgemerkt dat ook voor het aanleren en onderhouden van dergelijke deugden maatschappelijke organisaties weer goede diensten kunnen bewijzen.

Voor de eerste vier delen in deze serie, zie:

Geloof in de liberale democratie (IV): constitutionalisme

Geloof in de liberale democratie (III): de rol van antropologie

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

 

Geloof in de liberale democratie (III): de rol van antropologie

Dit is het derde deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor het eerste en tweede deel, zie de links onderaan deze blogpost.

Hoewel ik zoals hieronder zal blijken hun kritiek niet deel, ben ik de ‘new critics of religious freedom’ erkentelijk omdat zij mij het thema hebben aangereikt voor het boek dat ik naar aanleiding van mijn verblijf in de Verenigde Staten schreef. Dit gaat niet alleen over godsdienstvrijheid, maar over de relatie tussen dit mensenrecht en de uitgangspunten van constitutionalisme en democratie zoals deze ten grondslag liggen aan westerse politieke stelsels. De ondertitel, To Be Fully Human, is van wezenlijk belang. Deze was oorspronkelijk bedoeld als hoofdtitel, maar de uitgever maakte zich begrijpelijkerwijze zorgen of deze wel voldoende duidelijk zou zijn. Toch drukt de ondertitel iets wezenlijks uit, want achter het verschil van inzicht met Cohen over de plaats van geloof in de liberale democratie, gaat een verschil in mensvisie schuil. Wie nadenkt over de vraag hoe de staat het beste kan worden ingericht, zal zich eerst dienen af te vragen wie de mens is. Kenmerkend voor westerse staten is immers als het goed is, dat de staatsinrichting in dienst staat van de mens en niet andersom.

Hoe vanzelfsprekend dit wellicht ook klinkt, het verwarrende is dat uit de kritiek van Cohen op het leerstuk van de ‘freedom of the church’ een staatsvisie spreekt, die dat belangrijke inzicht uit het oog lijkt te zijn verloren. De indruk die men bij kennisname van haar kritiek krijgt, is dat Cohen er een inhoudelijk ideaal van liberale democratie op nahoudt. Dit ideaal wordt beheerst door opvattingen over democratische soevereiniteit, liberaal constitutionalisme, rechtvaardigheid, pluralisme en rechten. Wat opvalt, is dat dit rijtje niet wezenlijk verschilt van hetgeen de voorstanders van de actuele uitleg van het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging door onder meer het Amerikaanse Hooggerechtshof voorstaan. Het verschil zit in een andere interpretatie die Cohen erop nahoudt van deze elementen. Meer in het bijzonder staan de elementen van pluralisme en rechten bij haar in dienst van die van democratische soevereiniteit en liberaal constitutionalisme. Dat betekent dat voor Cohen de uitoefening van liberale rechten zich moet blijven bewegen binnen de grenzen van een meerderheidsconsensus die op democratische wijze tot stand is gekomen. Evenmin zal het gewenste pluralisme in de samenleving afbreuk mogen doen aan datgene waar het liberale constitutionalisme in haar optiek voor staat. Voorzover er door minderheden argumentaties worden gebruikt die hiermee schuren, zullen deze moeten wijken, ongeacht of dat nu het geval is in de Verenigde Staten of bijvoorbeeld in Nederland.

Ik zal hier geen poging ondernemen de mensvisie te expliciteren van waaruit Cohen meer of minder stilzwijgend werkt. In plaats daarvan geef ik in het kort de mensvisie weer waaraan de ondertitel van mijn boek, To Be Fully Human, is ontleend. Het citaat uit deze titel is afkomstig uit een artikel van de Zuidafrikaanse emeritus-hoogleraar Christelijke ethiek Koos Vorster. Reeds in de aanloop naar mijn verblijf in de Verenigde Staten trof mij de volgende passage uit dit artikel:

‘The attitude of the Christian towards other religions can be served best where room is created for all to be fully human in the public and private spheres. To be fully human means to cradle the spirituality of one’s religion and to build one’s life on the foundation that the religion offers.’

Wat allereerst opvalt is dat het voor een ethicus kennelijk natuurlijker is om, schrijvend over geloof in de liberale democratie, de vraag naar de antropologie te stellen. Cohen doet dit in haar artikel niet, met als gevolg dat de lezer de mensvisie van waaruit zij werkt zelf moet trachten te reconstrueren. Voor veel andere juristen en politieke theoretici geldt hetzelfde, terwijl het toch niet goed mogelijk is het recht of de staat te bestuderen zonder daarbij een bepaalde mensvisie als uitgangspunt te nemen.

Wat betreft de inhoud van door Vorster gepresenteerde mensvisie, licht ik hier het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein eruit. Sommige nieuwe critici van het recht op godsdienstvrijheid zullen dit een concessie vinden aan het liberalisme, in de zin dat het onderscheid in een publiek en een privé-domein zelf ontleend is aan het liberalisme en het idee achter liberale rechten. Hiermee wordt voorbijgegaan aan de invloed die het christendom op het liberalisme heeft uitgeoefend, in de zin dat het onderscheid tussen twee rijken diepe christelijke theologische wortels heeft in het werk van bijvoorbeeld Augustinus en Luther en uiteindelijk in uitspraken van Jezus in het Nieuwe Testament over het geven aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt. Wat hier verder van zij, het is interessant dat Vorster in het citaat hierboven zowel poogt recht te doen aan dit onderscheid tussen het publiek en het privé-domein als tegelijkertijd de kloof tussen beide tracht te overbruggen. Voor hem is de essentie van het mens-zijn immers gelegen in het inrichten van ieders leven op het fundament van een geloof en ruimte moet worden gegeven, niet alleen door christenen maar ook door de staat, om dit zowel in het publieke als het privé-domein te doen.

De vraag die het citaat opwerpt, is wat het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein precies inhoudt en hoe en waar de grens moet worden getrokken. Voor het doel van dit artikel volstaat het hiervoor te verwijzen naar de veelheid aan levensbeschouwelijke organisaties die zeker ook in Nederland vanouds door burgers zijn gevormd en daarmee intermediaire verbanden vormen tussen deze burgers en de staat. Tegen deze achtergrond bezien kan het publieke domein worden omschreven als omvattend de activiteit die burgers ontplooien in het verband van levensbeschouwelijke organisaties teneinde handen en voeten te geven aan hun geloof of levensovertuiging. Volgens Vorster is het nu van belang dat de staat voluit ruimte schept voor dergelijke activiteit van burgers, naast de godsdienstvrijheid die zij in de privé-sfeer dienen te genieten.

We kunnen al met al constateren dat Vorster op een andere manier redeneert dan Cohen. We zagen hiervoor dat Cohen begint te redeneren vanuit haar ideaal van wat een liberale democratie moet inhouden. Mensen en hun organisaties moeten er vervolgens op toezien dat zij zich in hun functioneren binnen dit ideaal blijven bewegen. Het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging is uiteindelijk ook ondergeschikt aan dit ideaal en kan alleen worden gehonoreerd voor zover het daar niet mee in strijd komt. Vorster, daarentegen, redeneert vanuit de mens. Deze is in zijn optiek een religieus wezen, dat alleen aan zijn bestemming kan voldoen, indien hij zijn leven op zijn levensovertuiging baseert. Daartoe kan de mens niet slechts volstaan met zijn levensovertuiging privé vorm te geven, maar dit moet ook in het publieke domein gebeuren door deelname aan en steun voor levensbeschouwelijke organisaties. De staat, die als laatste aan bod komt (in het citaat zelfs niet bij name genoemd), moet bovenal ruimte geven aan mensen die hun levensovertuiging gestalte willen geven in zowel het publieke als het privé-domein. We zien hier dat de liberale democratie als het ware in dienst komt te staan van de vrijheid van godsdienst, die daarmee het karakter aanneemt van een natuurrecht, dat vooraf gaat aan de staat. Pas wanneer we de essentie van het mens-zijn goed voor ogen hebben, kunnen we vervolgens nadenken over de vraag hoe we het constitutionalisme alsmede de democratie moeten vormgeven.

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (II)

 

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

Volgens de vandaag verschenen Ranglijst Christenvervolging 2018 van Open Doors werden in 2017 wereldwijd 3.066 christenen omgebracht omwille van hun geloof. Met name in landen als Pakistan en India neemt het geweld tegen christenen inmiddels landen ‘schrikbarende vormen’ aan (zie https://www.opendoors.nl/vervolgdechristenen/nieuws/2018/januari/ranglijst-christenvervolging-2018/).

Toen ik in de zomer van 2014 naar de Verenigde Staten vertrok om mij aan een theologisch centrum een academisch jaar lang bezig te houden met het thema godsdienstvrijheid, verwachtte ik dat er sprake zou zijn van een contrast met de wijze waarop in Europa in het algemeen en Nederland in het bijzonder tegen dit mensenrecht werd aangekeken. Proefde ik hier ondanks de internationale geloofsvervolging in sommige gevallen vijandigheid, maar overwegend onverschilligheid jegens het recht, Amerika is het land waar de vrijheid van godsdienst traditioneel als ‘First Freedom’ wordt aangemerkt. Dit niet alleen omdat het recht is opgenomen in het Eerste Amendement bij de Amerikaanse Grondwet, maar ook omdat brede lagen van de bevolking het beschouwen als het meest fundamentele van alle mensenrechten. Dat heeft te maken met de wordingsgeschiedenis van de Verenigde Staten, waarnaar immers veel Europeanen zijn gemigreerd die in hun vaderland vervolgd werden vanwege hun geloof. In het Eerste Amendement gaat het zelfs niet over de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, zoals in de Nederlandse Grondwet, maar alleen over godsdienst. Zo centraal staat de vrijheid van godsdienst in Amerika, dacht ik.

Direct tijdens het eerste colloquium van de interdisciplinaire onderzoeksgroep van ethici, juristen en theologen waarvan ik deel kwam uit te maken, bleek evenwel ook in de Verenigde Staten een debat op gang te zijn gekomen over de merites van het internationale recht op godsdienstvrijheid in zijn huidige vorm. Een deelnemer aan de wekelijkse discussies was zelf rechtstreeks afkomstig uit een meerjarig internationaal onderzoeksproject over de ‘Politics of Religious Freedom’, dat inmiddels tot een gelijknamige bundel heeft geleid. Zoals de titel van project en bundel reeds aangeeft, wordt het hierin voorgesteld alsof in elk geval de internationale godsdienstvrijheid beheerst wordt door politieke intenties en overwegingen. Westerse landen zouden op neokoloniale wijze met behulp van dit instrument hun eigen waarden trachten op te dringen aan andere culturen en religies. Een dergelijk perspectief verschilt onmiskenbaar van de oorspronkelijke Amerikaanse zienswijze, volgens welke de godsdienstvrijheid eerder een natuurrecht is, dat in principe aan eenieder toekomt en voorafgaat aan de staat. De staat heeft vervolgens dit recht te respecteren, of hem dit nu gelegen komt of niet.

In deze nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, ga ik verder niet in op de bezwaren van de zogeheten ‘new critics of religious freedom’ in het algemeen. Zoals te verwachten valt, vormen de critici geen homogene groep en een enigszins representatieve bespreking van de verschillende naar voren gebrachte punten zou reeds een volledig artikel vergen. Bovendien waaieren de bezwaren disciplinair gezien nogal uit. In plaats hiervan licht ik er een artikel uit van een auteur, die vooral vanuit de invalshoek van het constitutionele recht relevante punten naar voren brengt: hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Columbia in New York Jean L. Cohen. Cohen doet dit bovendien op degelijke wijze, want goed geïnformeerd over de opvattingen van haar tegenstanders waartegen zij bezwaar maakt. Vervolgens zal ik aangeven waarom de visie van Cohen op geloof in de liberale democratie op gespannen voet staat met een christelijke mensvisie zoals bijvoorbeeld geformuleerd door de Zuid-Afrikaanse emeritus-hoogleraar christelijke ethiek Koos Vorster. Deze visie heeft historisch doorgewerkt in zowel de wijze waarop westerse staten zoals Nederland zijn ingericht, t.w. volgens de principes van respectievelijk de rechtsstaat en de democratie, als in de vormgeving van het recht op godsdienstvrijheid. De serie sluit af met een korte beschouwing over de reden waarom verwacht mag worden dat van deze laatste wijze van staatsinrichting een grotere aantrekkingskracht zal blijven uitgaan, zowel binnen als buiten de academische wereld, dan van de door Cohen aangehangen variant van liberale democratie. Dit is mede van belang voor de instandhouding van het geloof in de liberale democratie als zodanig.

Zie ook:

Nieuwsbericht ‘Hans-Martien ten Napel neemt deel aan boekpanel over recht en godsdienstvrijheid tijdens jaarvergadering van de American Academy of Religion in Boston, MA’

Colloquium Geloof in democratie

Redactioneel, ‘Hoe kan het democratisch ethos worden bevorderd?’

Nieuwsbericht ‘Hans-Martien ten Napel neemt deel aan boekpanel over recht en godsdienstvrijheid tijdens jaarvergadering van de American Academy of Religion in Boston, MA’

/

‘Van 18 tot 21 november j.l. namen ruim 10.000 religiewetenschappers en theologen deel aan de jaarvergaderingen van de American Academy of Religion en de Society of Biblical Literature in Boston, MA.

Een dag voor deze jaarvergaderingen organiseerde het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ, een Law and Religious Freedom boekpanel over twee boeken die de vrucht zijn van het gelijknamige onderzoek dat gedurende het academisch jaar 2014-2015 aan dit centrum heeft plaatsgevonden.

Het eerste boek, Holy Rus’. The Rebirth of Orthodoxy in the New Russia (Yale University Press, 2017), is geschreven door James Henry Snowden hoogleraar systematische theologie aan Pittsburgh Theological Seminary John P. Burgess. Het tweede boek, Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge, 2017), is van de hand van Hans-Martien ten Napel.

Tijdens het drukbezochte panel reageerden, na een korte introductie door de auteurs, twee prominente referenten op de beide boeken: Shaun Casey, directeur van het Berkley Center for Religion, Peace & World Affairs aan Georgetown University en voormalig directeur van het Office of Religion and Global Affairs van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken; en Cathleen Kaveny, Darald and Juliet Libby hoogleraar aan Boston College, met aanstellingen in zowel de Faculteit der Rechtsgeleerdheid als de Theologische Faculteit, en voorzitter van de Society of Christian Ethics.

Na reacties van de auteurs, en discussie met de zaal, werd het panel besloten met enkele conclusies door Robin Lovin, William H. Scheide Senior Fellow aan het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ, en Cary Maguire University Professor of Ethics emeritus aan Southern Methodist University.

Het boekpanel maakte deel uit van een bescheiden ‘book tour’ van Hans-Martien ten Napel. Zo presenteerde hij in oktober 2017 zijn boek tijdens het Annual Law and Religion Symposium aan J. Reuben Clark Law School in Provo, Utah, voor een gezelschap van 100 deelnemers uit 50 verschillende landen. In december 2017 is hij uitgenodigd te spreken over zijn boek tijdens een conferentie over ‘Reclaiming the West. Public Spirit and Public Virtue’ in Washington DC.

Vorige maand sprak Hans-Martien ten Napel eveneens over zijn boek tijdens de startbijeenkomst van het netwerk ‘Geloof in Democratie’ dat hij samen met Timo Slootweg oprichtte, als onderdeel van het interfacultaire profileringsgebied Politieke Legitimiteit van de Universiteit Leiden.’

Zie voorts:

Colloquium Geloof in democratie

‘Congres/symposium

Geloof in democratie

Datum
30 oktober 2017
Tijd
13:00 – 17:00  uur
Bezoekadres
Oude Sterrewacht
Sterrenwachtlaan 11
2311 GW Leiden
Zaal
C104

Een nieuw onderzoeksnetwerk

Veel meer dan het democratische systeem, neigen totalitaire regimes tot een zogenaamde ‘politieke religie’. Een politieke religiositeit die ons bekend is van de Franse Revolutie, het fascisme in Duitsland en Noord-Korea.

Dit verschil mag echter niet blind maken voor een fundamentele overeenkomstigheid. Schijnbaar heeft ook de democratie dergelijke totalitaire kenmerken en lijkt ook zij geneigd tot een zekere zichzelf compromitterende religiositeit. Een zekere politieke religie lijkt het product van democratie te zijn. Deze religie dreigt haar te ondergraven en in potentie zelfs te elimineren.

Het nieuwe netwerk ‘Geloof in democratie’ (GID) wil deze verschijnselen analyseren en kritisch onderzoeken. Tevens zoekt het naar de geestelijke grondslagen van een nieuwe legitimiteit: een ander democratisch geloof.

Startbijeenkomst

Op 30 oktober wordt het netwerk ten doop gehouden met een colloquium, georganiseerd rondom een drietal lezingen over het thema Geloof in democratie, waarop door enkele respondenten kort zal worden gereageerd.

De lezingen worden verzorgd door Carinne Elion-Valter (EUR), Timo Slootweg (UL) en Hans-Martien ten Napel (UL), naar aanleiding van hun recente boekpublicaties.

De lezingen zullen worden gevolgd door een dialoog tussen sprekers, respondenten en het publiek. Deze dialoog zal mede gericht zijn op het verzamelen van bouwstenen voor een in september 2018 te organiseren symposium rondom GID.

Tijdens het colloquium kunnen zij die geïnteresseerd zijn hieraan mee te werken, alvast kennismaken en hun ideeën uitwisselen.

Oproep

Met het bovenstaande in gedachten, roepen de organisatoren onderzoekers met belangstelling op om zich aan te sluiten bij ons netwerk en om aanwezig te zijn bij het colloquium. Daarnaast nodigen wij hen uit om een paper proposal in te dienen voor de eerste gezamenlijke publicatie van ‘Geloof in democratie’.

De call for proposals is te vinden op de website van dit nieuwe netwerk: www.geloofindemocratie.nl.

Projectwebsite

POLITIEKE LEGITIMITEIT

Bron: Congres/symposium Geloof in democratie

Zie ook:

Book Recommendations (I): Nicholas Wolterstorff, Understanding Liberal Democracy (2012)

Press Release: ‘Hans-Martien ten Napel has book published “Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human”’

Paper presentation on ‘The Modern Challenges of Democracy’, New York University School of Law

Expertisecentrum Politieke Legitimiteit

‘Het Expertisecentrum Politieke Legitimiteit is per 2017 in het leven geroepen om het aanbod van onderzoeksthema’s en -vaardigheden van wetenschappers uit Leiden en Den Haag beter te laten aansluiten bij de vraag vanuit overheden, maatschappelijke instanties en bedrijven. Het centrum biedt bemiddeling en begeleiding bij het uitvoeren van vraaggestuurd (contract)onderzoek naar politieke legitimiteit in theorie en praktijk, in binnen- en buitenland.

De Universiteit Leiden heeft op vier faculteiten (waarvan drie in Leiden en één in Den Haag) een indrukwekkende expertise in huis op het gebied van ‘politieke legitimiteit’. Onze onderzoekers houden zich bijvoorbeeld bezig met internationale conflictoplossing, de positie van veiligheidsdiensten, democratische vernieuwing, de toekomst van politieke partijen, de legitimiteit van de rechterlijke macht, enzovoort.

Deze onderzoekers zijn sinds 2010 samengebracht binnen het profileringsgebied Politieke Legitimiteit, waarin de Universiteit Leiden hen heeft gestimuleerd om vernieuwend, vaak multi- en interdisciplinair onderzoek te doen. Het actieve netwerk dat hiervan het resultaat is, en dat zich over de vier faculteiten uitstrekt, heeft per 2017 een expertisecentrum voortgebracht.

Het Expertisecentrum

Het Expertisecentrum Politieke Legitimiteit heeft als doel om de maatschappelijke vraag naar wetenschappelijk onderzoek in kaart te brengen en actief vraaggericht onderzoek op te zetten, in samenwerking met enerzijds de onderzoekers en anderzijds maatschappelijke en overheidsinstanties die behoefte hebben aan nieuw onderzoek naar (onderwerpen gelieerd aan) politieke legitimiteit. Het expertisecentrum bemiddelt in het opstellen van aanvragen en onderzoeksopdrachten om de samenwerking tussen opdrachtgever en uitvoerende onderzoeker(s) te vergemakkelijken. De coördinatie van het centrum is in handen van prof. dr. Wim Voermans (Staats- en Bestuursrecht) en dr. Geerten Waling (Politieke Wetenschap).

Meer informatie

Download onze brochure (pdf) voor een uitgebreide toelichting en voorbeelden. Voor meer informatie: g.h.waling@fsw.leidenuniv.nl.’

Bron: https://www.universiteitleiden.nl/research-focus-areas/politieke-legitimiteit/expertisecentrum-politieke-legitimiteit.

Mini-Symposium: Global Democratic Decline?

‘Op woensdag 12 april 2017 zal Res Publica van 15:00 tot 17:00 uur een mini-symposium organiseren op het Kamerlingh Onnes Gebouw (KOG, A0.51) over het gegeven dat wereldwijd het aantal democratieën afneemt. Wat betekent deze ontwikkeling voor de rechtsstaat? Hoe is het gesteld met het vertrouwen in de democratie? Is de directe democratie een alternatief voor de representatieve democratie? Onder meer deze vragen staan centraal tijdens dit symposium. Onze gastsprekers zullen zijn Hans-Martien ten Napel, Charlotte Wagenaar en Geerten Waling. Na afloop zal er een borrel zijn in Café de Keyzer.

Het programma zal er als volgt uit zien:

Lezing 1: Hans-Martien ten Napel zal ingaan op de vraag wat er misgaat met de democratie in verschillende landen en dan voornamelijk vanuit vergelijkend-staatsrechtelijk perspectief. Wat betekenen de huidige ontwikkelingen in de wereld voor de rechtsstaat? Hierbij worden twee recente rapporten van resp. The Economist en Freedom House gebruikt.

Lezing 2: Geerten Waling zal een lezing verzorgen over de democratie vanuit politicologisch oogpunt. Hoe zit het met het vertrouwen in de democratie? Zitten de partijen niet voornamelijk in een crisis?

Lezing 3: Charlotte Wagenaar zal ingaan op  de ervaring die zij heeft in het Verenigd Koninkrijk. Als verkiezingswaarnemer was zij aanwezig bij zowel het onafhankelijkheidsreferendum in Schotland, als bij de Brexit. Naast haar praktische ervaring, zal zij tevens nader ingaan op de vraag of een directe democratie een goed alternatief is voor een representatieve democratie.

Hierna zal er uiteraard ruimte zijn voor discussie. Wij hopen u allen te mogen verwelkomen op woensdag 12 april 2017!

N.B. Voor leden van Res Publica zal er een certificaatpunt te verdienen zijn. Indien u daarvoor in aanmerking wenst te komen, verzoeken wij u om een e-mail te sturen naar respub@law.leidenuniv.nl.’

Bron: http://www.respublicaleiden.nl/actueel/mini-symposium-global-democratic-decline/.

Formatiebrunch op 16 maart a.s.

‘Datum

16 maart 2017

Tijd

11:15 – 12:15  uur

Bezoekadres

Kamerlingh Onnes Gebouw, Steenschuur 25, 2311 ES Leiden

Zaal

B.031

Op 15 maart zal Nederland zijn stem uitbrengen. Maar wat gebeurt er na deze viering van de democratie? Op donderdag 16 maart organiseren de afdeling Staats- en bestuursrecht en het profileringsgebied Politieke Legitimiteit een formatiebrunch om de uitslag van de verkiezingen te bespreken. Want: what’s next? Wat zijn de gevolgen van de uitslag, en welke politieke combinaties zijn denkbaar? Het staatsrechtelijk spel is nu pas echt begonnen!

We nodigen u graag uit om onder het genot van een lichte brunch, onder leiding van panelleider Geerten Waling, in gesprek te gaan met sprekers Adriaan Andringa (bestuursadviseur, politieke strateeg), Hans-Martien ten Napel (universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht), Mikal Tseggai (actief in (campagne) politieke jongerenorganisatie), Henk te Velde (hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis) en Wim Voermans (hoogleraar Staats- en Bestuursrecht).’

Bron: https://www.universiteitleiden.nl/agenda/2017/02/formatiebrunch.

Zie ook:

Bijdrage ‘Onthoud de PVV het initiatief in de kabinetsformatie’ in Nederlands Juristenblad

Artikel over kabinetsformatie 2012 in Tijdschrift voor Constitutioneel Recht (2013)

Artikel ‘De formatie van de verrassende wendingen’. Het parlement over de kabinetsformatie 2010 (2011)