Overwegende… Yvonne Zonderop en de wetenschappelijke kakafonie van opvattingen (II)

Voor de binnenkort verschijnende, derde aflevering van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid van 2018 schreef ik een Overwegende onder bovenstaande titel. In drie achtereenvolgende blogposten valt de voorlaatste versie van dit redactioneel hier alvast te lezen. Hieronder deel 2.

De reden dat door het James Madison Program alle onderwerpen worden behandeld vanuit één bepaald perspectief, is dat dit centrum de overtuiging huldigt dat de generatie die verantwoordelijk was voor de Amerikaanse Grondwet een aantal zaken juist heeft gezien. Hoewel de Founding Fathers de grondslag legden voor het zogeheten moderne constitutionalisme, bouwden zij in hun werk nadrukkelijk voort op de wijsheidstraditie van het natuurrecht en de natuurlijke rechten. Deze traditie gaat terug tot Aristoteles en is, in haar christelijke vorm, vooral verbonden met de naam van Thomas van Aquino. Het James Madison Program beschouwt de oorspronkelijke Amerikaanse idealen nog altijd als een geschikt referentiepunt voor de beoordeling van de constitutionele praktijk, waarbij een vertaalslag naar de praktijk van de 21ste eeuw moet worden gemaakt. Deze vertaalslag kan, vanwege het referentiekader, echter aanzienlijk minder verschillende kanten uitgaan dan het geval is bij de LAPA-methode.

De door het James Madison Program gevolgde werkwijze doet denken aan wat er wekelijks wereldwijd in christelijke kerken gebeurt. Daar worden immers vragen besproken waarmee gelovigen in de 21ste eeuw worstelen. Dit gebeurt niet zonder enig vast referentiepunt, maar bij een geopende Bijbel. Toch is het, met uitzondering van enkele meer fundamentalistische stromingen binnen het christendom, niet zo dat voorgangers menen met het voorlezen van enkele Bijbelverzen deze vragen van een antwoord te kunnen voorzien. Daarvoor is het tevens nodig een vertaalslag naar het heden te maken. Het artikel van Van Stiphout over de staatsleer van de Rooms-Katholieke Kerk volgens de katholieke sociale leer vormt hiervan een treffende illustratie. Deze laatste leer is, anders dan wel wordt gedacht, niet statisch van karakter. Integendeel, zij moet voortdurend ‘bij de tijd’ worden gebracht en vertaald naar onder meer het continent waar zij moet worden toegepast. Toch kan de leer ook weer niet alle kanten opgaan. Een aantal algemene, in het artikel besproken uitgangspunten, zoals solidariteit en subsidiariteit, ligt immers vast.

Wordt vervolgd.

Zie ook:

Overwegende… Yvonne Zonderop en de wetenschappelijke kakafonie van opvattingen (I)

Member, Editorial Board, Journal for Religion, Law and Policy

Overwegende… Yvonne Zonderop en de wetenschappelijke kakafonie van opvattingen (I)

Voor de binnenkort verschijnende, derde aflevering van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid van 2018 schreef ik een Overwegende onder bovenstaande titel. In drie achtereenvolgende blogposten valt de voorlaatste versie van dit redactioneel hier alvast te lezen.

In haar boek Ongelofelijk beschrijft Yvonne Zonderop de teloorgang van het christelijk geloof in Nederland gedurende de afgelopen vijftig jaar. Die teloorgang is volgens Zonderop, die zelf ook op jonge leeftijd afstand nam van het katholicisme, tot daaraan toe. Met het christelijk geloof dreigt volgens haar echter ook de Nederlandse cultuur te verdwijnen, die immers vanouds met het christendom verweven was. Zonderop zou er geen bezwaar tegen hebben als het christelijk geloof een heropleving zou doormaken, zij het niet in de beperkende, kerkelijke vorm die het vroeger kende. Wat wezenlijker is, meent zij, is dat de belangstelling voor de christelijke cultuur herleeft. Zonderop heeft begrip voor het feit dat politici als Wilders en Baudet hiervoor, in navolging van Fortuyn, aandacht vragen. Dat gebeurt echter regelmatig op (de islam-)uitsluitende wijze. Bovendien moeten we niet al ons heil van de politiek verwachten. Een algemener reveil is daarom volgens Zonderop gewenst, op straffe van een verdere uitholling van enkele van de centrale waarden die onze cultuur heeft voortgebracht.

Toen ik het boek van Zonderop las, moest ik denken aan mijn verblijf in de Verenigde Staten van vier jaar geleden. Tijdens mijn onderzoekssabbatical bezocht ik trouw de bijeenkomsten van twee verschillende staatsrechtelijke centra aan dezelfde Princeton-universiteit. Het eerste centrum was het Law and Public Affairs Program (LAPA). Hier vonden boeiende seminars plaats, die een rechtsvergelijkend en theoretisch karakter hadden. De theorieën die uiteen werden gezet, gingen evenwel alle kanten uit waardoor ik tegen het eind van mijn verblijf wel door de seminars was verrijkt, maar ook enigszins gedesoriënteerd. Het andere centrum, genaamd het James Madison Program in American Ideals and Institutions, besprak dikwijls dezelfde thema’s. Het verschil met de LAPA-seminars was, dat deze onderwerpen vanuit een vast referentiekader werden behandeld. Dit kader bestond, zoals de naam van het centrum reeds suggereert, uit de idealen die 250 jaar geleden ten grondslag lagen aan de Amerikaanse Grondwet. Voor de doeleinden van deze bijdrage kunnen deze kort worden samengevat onder de noemer ‘zelfbestuur’.

Wordt vervolgd

Redactioneel ‘Religie en de rule of law’

Redactioneel, ‘Hoe kan het democratisch ethos worden bevorderd?’

Member, Editorial Board, Journal for Religion, Law and Policy

Nieuwsbericht ‘Ten Napel neemt deel aan seminar over “The Value of Tradition in the Global Context”‘

 

Van 11-13 december 2018 was Hans-Martien ten Napel uitgenodigd om deel te nemen aan een kleinschalig seminar over bovengenoemd onderwerp. Het seminar werd georganiseerd in het kader van het ‘Tradition Project’ van St. John’s University School of Law in New York, mede georganiseerd door Villanova School of Law bij Philadelphia, PA, en vond plaats aan Università LUMSA in Rome.

Het programma opende met een openbare lezing door Associate Justice Samuel A. Alito, Jr. van het United States Supreme Court. Op diens ‘keynote address’ werd gereageerd door enkele Europese hoogste rechters en de Franse politiek filosofe Chantal Delsol, auteur van o.a. La nature du populisme ou les figures de l’idiot (‘The nature of populism or the characters of the Idiot’) (2008).

De lezing van Justice Alito werd gevolgd door een viertal besloten workshops over resp. ‘Understandings of tradition in the global context’, ‘Local traditions & global government’, ‘Liberalism, populism, & nationalism’ en ‘Tradition and human rights’. Conform de ‘Chatham House Rule’ mogen er geen uitspraken worden toegeschreven aan individuele deelnemers, hetgeen een open gedachtenwisseling bevorderde.

Tot de deelnemers aan de workshops behoorden, behalve Justice Alito zelf, o.m. John McGinnis en Jide Okechuku Nzelibe (Northwestern University School of Law), Richard Garnett en Emilia Powell (Notre Dame Law School), R.R. Reno (First Things), John Tasioulas (King’s College, School of Law, London), Marco Ventura (University of Siena/Fondazione Bruno Kessler) en Adrian Vermeule (Harvard Law School).

De thematiek van het seminar sloot naadloos aan bij het onderwijs in het masterprofileringsvak Vergelijkend Constitutioneel Recht dat Hans-Martien ten Napel de afgelopen weken verzorgde en dat was gewijd aan de vraag die een onlangs verschenen bundel van ruim 40 internationale staatsrechtsbeoefenaren opwerpt: ‘Constitutional Democracy in Crisis?’. Ook in het onderzoek van Hans-Martien ten Napel staat deze vraag centraal.

Tradition Project

Constitutional Democracy in Crisis?

Onderzoek Ten Napel

Bron: https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2018/12/hans-martien-ten-napel-neemt-deel-aan-seminar-over-the-value-of-tradition-in-the-global-context-in-rome

Upcoming meeting of the Tradition Project, Rome, December 12-13

I look forward to participating in the third session of the St. John’s Law School Center for Law and Religion’s Tradition Project, “The Value of Tradition in the Global Context,” in Rome this week.

‘December 12, 2018
9.00 – 13.00
LUMSA University – Jubilee Complex
Via di Porta Castello, 44 – Rome

LUMSA University is co-organizing and hosting two major international conferences in  November and December one dealing with fundamental rights and conflicts between rights, the other with the value of tradition in a globalised world.
The first, November 15-16, will discuss “Fundamental Rights and Conflicts Among Rights“. The second, to be held on December 12-13, The Value of Tradition in the Global Context will explore the tension  between tradition and globalisation, between identities, by their nature local, and global government, by its nature centralising. What are the understandings of tradition at the global level? How is the relationship between local traditions and global government to be construed? How does  tradition relate to liberalism, nationalism and populism? and to human rights? (…)

Keynote address: Justice Samuel A. Alito Jr., United States Supreme Court
Keynote respondents: Prof. Dr. Giuseppe Dalla Torre (President Vatican State Tribunal, Emerito LUMSA University), Hon. Prof. Ugo De Siervo (Presidente Emerito della Corte costituzionale italiana), Prof. Dr. Chantal Delsol (Emérite et Membre Académie des Sciences morales et politiques), Hon. Prof. Andrès Ollero (Tribunal Constitucional de España)

Moderator: Dr. R. R. Reno, First Things

Twenty scholars in law, politics, philosophy, from Europe and the USA will then discuss the themes in four workshops upon invitation.

Workshop participants: Prof. Pasquale Annicchino (European University Institute), Prof. Richard Garnett (University of Notre Dame), Prof. Eduardo Gianfrancesco (LUMSA University), Prof. John McGinnis (Northwestern University), Prof. Fabio Macioce (LUMSA University), Prof. Anna Moreland (Villanova University), Prof. Jide Nzelibe (Northwestern University), Prof. Andrea Pin (University of Padua), Prof. Emilia Powell (University of Notre Dame), Prof. Kristina Stoeckl (University of Innsbruck), Prof.  John Tasioulas (King’s College London), Prof. Hans-Martien Ten Napel (Leiden University), Prof. Marco Ventura (University of Siena, Fondazione Bruno Kessler di Trento), Prof. Adrian Vermeule (Harvard University)

Conference Conveners: Prof. Marc O. DeGirolami (St. John’s University), Prof. Monica Lugato (LUMSA University), Prof. Michael P.  Moreland (Villanova University), Prof. Mark L. Movsesian (St. John’s University)

REGISTRATION: eventi@lumsa.it, R.S.V.P. BY DECEMBER 7, 2018

Simultaneous translation will be provided.

The Programme
The Playbill’

Source: https://www.lumsa.it/en/value-tradition-global-context.

For a podcast on the topic with Center Director Mark Movsesian and Associate Director Marc DeGirolami, see:

Legal Spirits Episode 003: Tradition in the Global Context

Winner of the International Award for Excellence for The International Journal of Religion and Spirituality in Society, Volume 8

‘Champaign, Ill., USA – 16 November 2018 – The Religion in Society Research Network is pleased to announce the selection of “The Significance of Communal Religious Freedom for Liberal Democracy,” Hans-Martien ten Napel, as the winner of the International Award for Excellence for Volume 8 of The International Journal of Religion and Spirituality in Society. This article was selected for the award from among the highest-ranked articles emerging from the peer-review process and according to the selection criteria outlined in the peer-review guidelines.

About The International Journal of Religion and Spirituality in Society: The International Journal of Religion and Spirituality in Society aims to create an intellectual frame of reference for the academic study of religion and spirituality and to create an interdisciplinary conversation on the role of religion and spirituality in society. The journal addresses the need for critical discussion on religious issues—specifically as they are situated in the present-day contexts of ethics, warfare, politics, anthropology, sociology, education, leadership, artistic engagement, and the dissonance or resonance between religious tradition and modern trends.’

About the awarded article:

The main argument of my recent book Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge, 2017) is that the so-called ‘New Critics of Religious Freedom’ in fact, consciously or unconsciously, criticize liberal democracy as such. Now, it has become quite common for liberal democracy to be criticized not just outside the West, but also from within the West. My book constitutes an exception to this rule in that it is written in defense of liberal democracy and, consequently, also in defense of the so-called liberal conception of the right to religious freedom. The awarded article reflects the same argument that the book aims to make. Earlier versions of the article were presented during the XXI World Congress of the International Association for the History of Religions, Erfurt, Germany, 23-29 August 2015; the Cardiff Festival for Law and Religion, Cardiff, Wales, 5-6 May 2017; and the Annual Conference of the International Society of Public Law, Copenhagen, Denmark, 5-7 July 2017. In its emphasis on the role of anthropology, among other things, the article also reflects the Acton University Conference in Grand Rapids, Michigan, that I attended from 20-23 June 2017. If I remember correctly, I wrote its final draft during the flight home from that occasion. I am grateful to the two anonymous referees from whose comments on that draft the article benefited greatly. Hopefully, the publication of this article and the current award will help to open the eyes of scholars outside my discipline to what I consider to be the beauty of liberal democracy in general and the right to religious freedom in particular as it was initially conceived during the seventeenth and eighteenth centuries.

Read the awarded article here: https://religioninsociety.com/journal/awards#block-2.

See also:

Article on ‘The Significance of Communal Religious Freedom for Liberal Democracy’ in the International Journal of Religion & Spirituality in Society

Artikel ‘Geloof in de liberale democratie’ in Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid

Paper presentation during XXI World Congress of the International Association for the History of Religions

 

Bijeenkomst onderzoekersnetwerk Religie en Recht over ‘Het juridische begrip van godsdienst’

Op vrijdag 30 november a.s. hoop ik aan de Vrije Universieit de e.v. bijeenkomst van het onderzoekersnetwerk Religie en Recht voor te zitten.

Voor deze bijeenkomst is mr. dr. A. (Jos) Vleugel (Universiteit Utrecht) uitgenodigd om een inleiding te verzorgen over ‘Het juridische begrip van godsdienst’. Hij schreef een dissertatie over dit onderwerp en promoveerde hierop aan de Radboud Universiteit Nijmegen op 21 september jl.

Voor meer informatie: https://www.ru.nl/rechten/@1174590/promotie-jos-vleugel-juridische-begrip-godsdienst/

Gelet op het feit dat het een bijeenkomst van een onderzoekersnetwerk betreft, zullen vooral ook de vragen aan de orde komen waar de auteur tegen aanliep bij het schrijven van zijn proefschrift.

De bijeenkomst begint om 15.00u en zal rond 17.00 worden afgesloten. De locatie is zaal HB 1-B-04 (VU-PThU).

Wie belangstelling heeft de middag bij te wonen, kan zich aanmelden door een bericht te zenden aan: info@religie-recht.nl.

‘Wie kunnen deelnemen?

Het onderzoekersnetwerk Recht en Religie staat open voor een ieder die aantoonbaar wetenschappelijk onderzoek doet of heeft gedaan op het terrein waar recht en religie elkaar raken. Dit kunnen niet alleen juristen en theologen (“kerkjuristen”) zijn, maar ook onderzoekers uit andere disciplines wier onderzoek zich op dit terrein begeeft.’

Bron: https://www.centre-religion-law.org/nl/netwerk/38-onderzoekersnetwerk-recht-en-religie

Zie ook:

Artikel ‘Geloof in de liberale democratie’ in Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid

Video debat ‘(A)theïsme – Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?’, De Balie, 8 april 2018

Lid, promotiecommissie, D. van der Blom, ‘De verhouding van staat en religie in een veranderende Nederlandse samenleving’, 6 juli 2016

Opiniebijdrage ‘Rechtsstaat onder druk. De commissie-Remkes probeert het populisme in te dammen in plaats van te kanaliseren’

In de boeiende laatste aflevering van CW.  Nieuws- en opinieblad voor gelovig Nederland staat ook een bijdrage van mijn hand n.a.v. de tussenrapportage van de staatscommissie parlementair stelsel. De bijdrage is getiteld: ‘Helpt een referendum tegen populisme?  Democratie en rechtsstaat moeten met elkaar in balans zijn. Maar hoe…’

Uit het artikel:

‘De commissie denkt dat door invoering van constitutionele toetsing de weerbaarheid van de rechtsstaat wordt versterkt. Maar is het ook een antwoord op de populistische uitdaging waarvoor de democratische rechtsstaat op dit moment staat? Dat een deel van de kiezers vervreemd is geraakt van de politiek, komt eerder voort uit te veel juridische inkadering van de politieke besluitvorming, bijvoorbeeld vanuit Brussel, dan een tekort daaraan. Als er dan ook nog eens extra juridisch kan worden getoetst, wordt dat probleem alleen maar groter. De commissie wil immers ook de constitutionele toetsing vooraf, door onder meer de Eerste Kamer, verder versterken.’

Lees het volledige artikel hier:

pu2018CW 08

pu2018CW 09

Bron: https://www.cw-opinie.nl/

Zie voorts:

Nieuwe Kroniek van het constitutioneel recht in het Nederlands Juristenblad

Bijdrage aan bundel Brieven aan de Staatscommissie (2009)

Co-auteur, rapport De Nederlandse Grondwet geëvalueerd (2009)

Nieuwe Kroniek van het constitutioneel recht in het Nederlands Juristenblad

Onlangs verscheen in het Nederlands Juristenblad een nieuwe Kroniek van het constitutioneel recht, waaraan ik – samen met de gewaardeerde collegae van de Leidse afdeling Staats- en Bestuursrecht – sinds 2005 heb meegeschreven (met een enkele onderbreking).

De aanhef ervan luidt als volgt:

‘Referendum exit? Constitutionele toetsing in de ijskast? In deze kroniek van het constitutionele recht proberen we de constitutionele “highlights” van het afgelopen jaar zo goed mogelijk in kaart te brengen. Ondanks de geschetste constitutionele ontwikkelingen kunnen we vaststellen dat er in de kern van ons constitutionele bestel juist niet veel is gewijzigd. De echte constitutionele veranderingen vinden doorgaans buiten de klassieke kaders van de formele Grondwetswijziging plaats. Het laatste woord hierover is nog niet gezegd, zeker niet nu de staatscommissie Parlementair Stelsel in haar voorlopig rapport juist pleit voor de invoering van een correctief referendum en een vorm van constitutionele toetsing. Dit neemt echter niet weg dat in de kroniek zo nu en dan sprake is van turbulentie, zoals in de Koninkrijksrelaties en de onder (hoog)spanning staande verhoudingen binnen de Europese Unie als het gaat om de kernwaarden van de rechtsstaat in Hongarije en Polen. En dan hebben we het nog niet over de precieze gevolgen van de Brexit, of het arrest van het Gerechtshof Den Haag in de Urgenda-zaak, dat juist gewezen werd bij de correctie van de drukproeven. Voldoende voer voor deze kroniek.’

Wie toegang heeft, kan de volledige kroniek hier lezen: https://www.navigator.nl/document/id9dcac00ef54345e3a6b813ee490d81d5?ctx=WKNL_CSL_85.

Zie ook:

Kroniek van het Nederlands en Europees constitutioneel recht

Masterprofileringsvak Vergelijkend Constitutioneel Recht over ‘Frontier Research’

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (VI) (slot)

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (VI) (slot)

In december 2017 presenteerde ik een paper over bovengenoemd onderwerp tijdens de Staatsrechtconferentie aan de Universiteit Maastricht. Dit paper is inmiddels verschenen als hoofdstuk in de bundel ‘Begrenzende soevereiniteit’, onder redactie van Sascha Hardt, Aalt Willem Heringa en Antonia Waltermann.

In een serie van zes wekelijkse blogposts was hier het paper alvast te lezen zijn. Voor de gefinaliseerde versie, voorzien van notenapparaat, zij verwezen naar de bundel. Het behoeft geen betoog dat het onderwerp hernieuwde actualiteitswaarde heeft, onder meer met het oog op de a.s. verkiezingen voor het Europees Parlement.

  1. Tot besluit

Het is uiteraard niet per definitie zo dat Nederland een dergelijke positie zou kunnen of moeten overnemen. Vanuit constitutioneel-theoretisch perspectief verdient het juist de voorkeur een stap vooruit te maken, althans voor wie openstaat voor zekere parallellen tussen de Verenigde Staten in de tijd dat The Federalist Papers verschenen en het Europa van nu. De politieke omstandigheden van dit moment maken evenwel dat het weinig realistisch is een dergelijke optie te bepleiten.

Mede in het licht van deze situatie, kan het Nederlandse staatsrecht er profijt bij hebben de inhoudelijke meningsverschillen die ten aanzien van het onderwerp overdracht van soevereine bevoegdheden aan de EU ook wetenschappelijk wel degelijk bestaan te expliciteren. Bij divergentie tussen de geschreven constitutie en een gegroeide staatkundige praktijk, is aanpassing van de geschreven constitutie nu eenmaal niet de enig denkbare optie.

In augustus 2017 verscheen in The New York Times een artikel getiteld ‘New on This Fall’s Law School Syllabus: Trump’. De gedachte achter dit artikel was dat (staatsrecht)juristen in onder meer hun onderwijs de handen vol zouden krijgen aan de constitutionele misstappen van de president van de Verenigde Staten.

De verkiezing van Trump tot president in 2016 kan ook nog op een andere manier het onderwijs en onderzoek van staatsrechtjuristen stempelen. Dan gaat het minder om de persoon en diens concrete beleid, dan wel het gebrek daaraan, maar om de onderliggende mengeling van conservatieve en populistische ideeën die tot zijn verkiezing heeft bijgedragen.

Zo werden tijdens de jaarvergadering van de American Political Science Association in augustus 2017 in San Francisco diverse panels gewijd aan vragen als: ‘Does Trumpism exist?’ De antwoorden hierop liepen uiteen, maar zeker is dat er zoiets als constitutioneel conservatisme bestaat. Dit vormt een tegenhanger van de meer gangbare, progressief-liberale wijze waarop aan Amerikaanse law schools, en tot op zekere hoogte ook in Europa, het staatsrecht bedreven pleegt te worden. In het constitutionele conservatisme bestaat meer aandacht voor de klassieke constitutionele theorie, waarin een meer natuurrechtelijke benadering niet op voorhand achterhaald wordt geacht.

In deze bijdrage heb ik voor de variatie eens dit constitutionele conservatisme gebruikt als een handvat om de vraag te beantwoorden of in de 21ste eeuw staatsbestuur zonder overdracht van soevereine bevoegdheden mogelijk is. Speciale aandacht daarbij is uitgegaan naar de gevolgen van een dergelijke overdracht van soevereine bevoegdheden aan de EU voor de constitutionele verhoudingen in het algemeen en de positie van de wetgever in het bijzonder.

Meer aandacht voor deze gevolgen zou niet alleen de vitaliteit van de liberale democratie in Europa ten goede kunnen komen. Het maakt tevens de ontstane kloof tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk, die mede hierop betrekking had, kleiner, ongeacht of de Brexit nu wel of niet als onomkeerbaar wordt beschouwd. Binnen staatsrechtelijk Nederland kan hernieuwde aandacht voor de gevolgen van soevereiniteitsoverdracht aanleiding geven tot een herbezinning op de positie die het Duitse constitutionele hof inneemt jegens het proces van Europese integratie. Het is positief dat de Staatsrechtconferentie 2017 alleen al door het thema ‘Globalisering als uitdaging voor nationale soevereiniteit’ te agenderen hieraan een bijdrage heeft geleverd, ook al zullen de opvattingen te dien aanzien uiteen blijven lopen.

Zie voorts:

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (V)

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (IV)

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (III)

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (V)

In december 2017 presenteerde ik een paper over bovengenoemd onderwerp tijdens de Staatsrechtconferentie aan de Universiteit Maastricht. Dit paper verschijnt binnenkort als hoofdstuk in de bundel ‘Begrenzende soevereiniteit’, onder redactie van Sascha Hardt, Aalt Willem Heringa en Antonia Waltermann.

In een serie van zes wekelijkse blogposts zal hier het paper alvast te lezen zijn. Voor de gefinaliseerde versie, voorzien van notenapparaat, zij verwezen naar de bundel. Het behoeft geen betoog dat het onderwerp hernieuwde actualiteitswaarde heeft, onder meer met het oog op de a.s. verkiezingen voor het Europees Parlement.

  1. Hoe nu verder? (vervolg)

Voor wie bovenstaande nog altijd te abstract blijft, is er inmiddels door het Tweede-Kamerlid Bisschop (SGP) een initiatiefnota gepresenteerd, waarin maar liefst 20 min of meer concrete stappen worden geformuleerd om in de richting van een statenbond te gaan. De nota, getiteld ‘De lidstaten weer aan het roer!’, is bedoeld als alternatief voor de toekomstscenario’s die de Europese Commissie in 2017 heeft geformuleerd. Kenmerkend voor deze scenario’s is dat de politieke en economische integratie alleen nog maar zal worden geïntensiveerd. Hiertegenover doen onder meer in populistische partijen scenario’s de ronde waarin Nederland de EU verlaat of de EU als geheel desintegreert. Bisschop beoogt in zijn nota een tussenweg te schetsen tussen deze beide uitersten.

Alvorens deze tussenweg in meer detail weer te geven, verdienen de ‘constructiefouten’ aandacht, die de initiatiefnota waarneemt als het gaat om de EU. Als gevolg van deze fouten, kan het proces van sluipende Europeanisering en daarmee uitholling van de soevereiniteit van de nationale lidstaten doorgang blijven vinden. Het betreft achtereenvolgens: ‘Onduidelijke grenzen aan de bevoegdheden van de Europese Unie (…) Té politieke rol van de Europese Commissie (…) Europees Hof als politieke macht (…) Geringe formele invloed nationale parlementen op Europese besluitvorming’. Het gaat mij er hier nu niet om deze punten stuk voor stuk te bespreken. Op onderdelen worden zij weersproken door en in de staatsrechtelijke literatuur. Wel kan worden geconstateerd dat het hier stuk voor stuk om kernpunten gaat, waarover het staatsrechtelijke debat meer dan nu zou behoren te gaan.

De ‘concrete aanbevelingen en beslispunten’ die Bisschop vervolgens formuleert, zijn het waard hier volledig weer te geven. Te vaak gaapt er een kloof tussen inzichten ontleend aan de constitutionele theorie en de dagelijkse parlementaire en politieke praktijk. Het lijstje uit de initiatiefnota laat, hoe men ook aankijkt tegen de diverse punten, tenminste zien dat operationalisering niettemin een haalbare kaart is:

‘Hervorming van de Europese Unie

  1. Gebaseerd op de principes subsidiariteit, proportionaliteit, optimale verscheidenheid en gedifferentieerde samenwerking, maakt het kabinet in samenwerking met gelijkgezinde lidstaten een gedegen alternatief voor het voorkeursscenario van de Europese Commissie, zoals uiteengezet in het Witboek en de discussienota’s.
  2. Het kabinet streeft naar het schrappen van de zinsnede “een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa” uit de preambule en artikel 1 van het VEU. Als hiervoor onvoldoende steun blijkt te zijn onder de andere lidstaten, streeft het kabinet naar een overeenkomst met de EU waarin Nederland wordt uitgesloten van de zinsnede “een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa”, dan wel naar een andere interpretatie van deze zinsnede die benadrukt dat er binnen de EU ruimte is voor gedifferentieerde vormen van samenwerking, vastgelegd in een protocol dat toegevoegd wordt aan de Verdragen.
  3. Om de sluipende bevoegdheidsoverdracht van de lidstaten naar de EU een halt toe te roepen, verdient de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten in artikelen 2–6 VWEU te worden aangescherpt. In plaats dat artikel 6 VWEU de aanvullende bevoegdheden van de EU beschrijft, somt het nieuwe artikel de exclusieve bevoegdheden van de lidstaten op.
  4. Bij iedere nieuwe wijziging van VEU en/of VWEU wordt een document opgesteld, vergelijkbaar met de Nederlandse “memorie van toelichting” en de Franse “Exposé des motifs”, waaruit kan worden opgemaakt wat de reikwijdte van het handelen van de EU mag zijn. Deze “memorie van toelichting” vormt het kader waarbinnen de Europese Commissie en het Europees Hof van Justitie nieuwe Europese wet- en regelgeving gaat opstellen en interpreteren.
  5. Nederland gaat zich sterk maken voor een meer ambtelijke en minder politieke rol voor de Europese Commissie.
  6. De Europese Commissie verliest het recht om op eigen initiatief de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen op beleidsterreinen waarvoor de lidstaten primair verantwoordelijk zijn (op basis van artikel 6 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, VWEU). Dit kan in de toekomst enkel nog na een expliciet verzoek daartoe van de Raad waarover het met gekwalificeerde meerderheid besluit.
  7. Nederland neemt het initiatief om de omvang van het Meerjarig Financieel Kader na 2020 naar beneden bij te stellen en blokkeert voorstellen waardoor de EU-begroting groeit.
  8. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden om in Europees verband vaker gebruik te maken van “horizonbepalingen”. Europese regelgeving zou periodiek moeten worden geëvalueerd, eventueel worden beëindigd of aangepast en opnieuw bekrachtigd. Ten minste het VEU en het VWEU zouden een begrensde geldigheidstermijn moeten krijgen.
  9. Het kabinet bepleit dat de EU door middel van het “one in, two out”-systeem gaat kappen in de Europese regelgeving. Bij de invoering van elke nieuwe bepaling worden er twee bestaande geschrapt.
  10. Een permanente werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de Raad en de nationale parlementen, gaat onderzoeken of in het licht van subsidiariteit, proportionaliteit en optimale verscheidenheid, Europese wetten, regels of programma’s moeten worden geschrapt of dat de verantwoordelijkheid hiervoor weer terug kan worden gegeven aan de lidstaten.
  11. Door de toevoeging van een speciale procedure aan het VEU wordt het veel gemakkelijker voor een lidstaat om gebruik te maken van een zogenaamde opt-out.
  12. Er worden geen verdere stappen gezet in het wijzigen van unanimiteitsbesluitvorming naar (gekwalificeerde) meerderheidsbesluitvorming.
  13. In nieuwe Europese regelgeving komt veel meer nadruk te liggen op de diversiteit van de lidstaten en de ruimte voor de lidstaten om wetten en regelgeving verschillend uit te voeren, naar gelang de bestuurlijk-juridische of cultuur-historische kenmerken van een lidstaat dit vergen.
  14. Het kabinet treedt in overleg met andere EU-lidstaten om de drempel voor de gele- en oranje-kaart-procedures te verlagen en daarnaast een rode-kaart-procedure in te voeren.
  15. Goedkeuring en wijziging van EU-verdragen moet plaatsvinden met een twee-derde meerderheid van stemmen in beide Kamers der Staten-Generaal.
  16. Het kabinet houdt voorstellen tegen waarin het Europees parlement een meer “transnationaal” karakter krijgt, zoals de invoering van Europese kieslijsten bij Parlementsverkiezingen.Hervorming van de Economische en Monetaire Unie
  17. Het kabinet stelt een wijziging van het VEU voor waardoor het lidmaatschap van de EU wordt losgemaakt van deelname aan de EMU en de onomkeerbaarheid van de euro wordt geschrapt.
  18. Het kabinet werkt samen met gelijkgezinde lidstaten om het oprichten van nog meer impliciete of expliciete transferstructuren te voorkomen. 

  19. Het kabinet treedt in overleg met de andere eurolanden over het gewenste kader voor het beleid en mandaat van de Europese Centrale Bank (aanbeveling initiatiefnota-Omtzigt).
  20. De Nederlandse regering stelt in de Europese Raad / Eurogroep voor om een adequate exit-strategie op te stellen voor het verlaten van de EMU, zodat het voor eurolanden die zonder transfers geen toekomst hebben zowel juridisch (zie aanbeveling 17) als praktisch mogelijk wordt de eurozone te verlaten.’

Zie ook:

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (IV)

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (III)

Overdracht van soevereine bevoegdheden aan de Europese Unie: ‘A Moral Struggle Over the First Principles of Government and Politics’? (II)