Category Archives: Dutch Politics

Review of book on ‘Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human’

Very grateful to Robert Joustra for taking the time to write this review of my book for the Review of Faith & International Affairs – worth the read also because of the other literature he references along the way and the difficult questions it raises:

https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/15570274.2018.1469823?journalCode=rfia20

‘The Review of Faith & International Affairs is published out of the Center on Faith & International Affairs (CFIA) at the Institute for Global Engagement.’

See also:

Press Release: ‘Hans-Martien ten Napel has book published “Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human”’

Interview on project on ‘Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom’

Law and Religious Freedom Book Panel at the Annual Meetings of the American Academy of Religion and the Society of Biblical Literature, Boston, Friday, November 17 at 4 PM – 6 PM EST

 

Video debat ‘(A)theïsme – Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?’, De Balie, 8 april 2018

‘Hoeveel ruimte is er voor religie in een seculiere samenleving? Als we naar het maatschappelijke debat over de excessen van godsdiensten kijken – het misbruik in de katholieke kerk, misbruik in joodse gemeenschappen en het terrorisme uit naam van god – lijkt het makkelijk om te oordelen. Maar religie biedt juist ook houvast en zingeving in een snel veranderende wereld. Op de hele wereld is er geen volk te vinden zonder religie. Gelovig zijn zit dus niet alleen diep verankerd in onze cultuur, maar ook in ons menszijn.

Het aantal gelovigen op de wereld blijft in weerwil van het maatschappelijke debat gestaag toenemen. Daarom praten we op 8 april met atheïsten en theïsten over de invloed van religie op de maatschappij in de moderne tijd. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?

Met: Floris van den Berg (atheïst), Tamarah Benima (Joods), Hans-Martien ten Napel (Protestants), Nahed Selim (Katholiek), Alaeddine Touhami (Moslim) en Paul Cliteur (atheïst).’

Bekijk de video hier:

Bron: https://www.debalie.nl/de-balie-tv/.

Zie ook:

Upcoming Speaking Engagement: (A)theïsme. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?, De Balie, 8 april 2018

Artikel ‘Geloof in de liberale democratie’ in Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid

On Islam (Volume six of the Abraham Kuyper Collected Works in Public Theology series)

Artikel ‘Geloof in de liberale democratie’ in Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid

 

De liberale visie op godsdienstvrijheid vertrekt vanuit een mensvisie waarin het belang van het kunnen beleven van de religieuze identiteit in zowel het publieke als het privédomein vooropstaat. Dit uitgangspunt leidt tot een onderscheidende visie op de plaats van geloof in de liberale democratie, die het voor burgers omgekeerd mogelijk maakt geloof te houden in de liberale democratie. Door deze mensvisie te veronachtzamen lopen nieuwe critici van de godsdienstvrijheid het gevaar de liberale democratie als doel te gaan zien en burgers als middel om dit doel te bereiken. Dit kan op termijn het geloof in de liberale democratie doen verminderen.

Lees hier het volledige (Nederlandstalige) artikel over een van de centrale stellingen uit mijn recente boek Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge, 2017) (artikel vrij beschikbaar via Open Access):

Geloof in de liberale democratie

Zie voorts:

Upcoming Speaking Engagement: (A)theïsme. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?, De Balie, 8 april 2018

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human

Press Release: ‘Hans-Martien ten Napel has book published “Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human”’

 

Upcoming Speaking Engagement: (A)theïsme. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?, De Balie, 8 april 2018

‘Hoeveel ruimte is er voor religie in een seculiere samenleving? Als we naar het maatschappelijke debat over de excessen van godsdiensten kijken – het misbruik in de katholieke kerk, misbruik in joodse gemeenschappen en het terrorisme uit naam van god – lijkt het makkelijk om te oordelen. Maar religie biedt juist ook houvast en zingeving in een snel veranderende wereld. Op de hele wereld is er geen volk te vinden zonder religie. Gelovig zijn zit dus niet alleen diep verankerd in onze cultuur, maar ook in ons menszijn.

Het aantal gelovigen op de wereld blijft in weerwil van het maatschappelijke debat gestaag toenemen. Daarom praten we op 8 april met atheïsten en theïsten over de invloed van religie op de maatschappij in de moderne tijd. Brengt religie meer vrede, of meer oorlog?

Met: Floris van den Berg (atheïst), Tamarah Benima (Joods), Hans-Martien ten Napel (Protestants), Nahed Selim (Katholiek), Alaeddine Touhami (Moslim) en Paul Cliteur (atheïst).

Sprekers:

Tamarah Benimah (liberaal rabbijn) is een Nederlandse journaliste, columniste, vertaalster en liberaal rabbijn. Benimah is voor een liberale invulling van het geloof, zonder dogmatische regels.

Floris van den Berg (atheïst) Floris van den Berg is filosoof en atheïst. Hij is auteur van onder andere ‘Hoe komen we van religie af?’ en ‘De vrolijke feminist’. Onlangs verscheen zijn boek ‘De olijke atheïst’. Van den Berg zet zich in voor een wereld met minder leed en meer waarheidsliefde. Hij vindt dat we religie af moeten zweren.

Nahed Selim (ex-moslim nu katholiek) Nahed Selim is geboren in Egypte in 1953. Sinds 1979 woont ze in Nederland en werkt ze als tolk/vertaalster Arabisch. In het verleden was ze publiciste en schreef meerdere boeken die te maken hadden met vrouwen en islam. In 2013 transformeerde ze van een feministische islamcriticus in een conservatieve christen.

Hans Martien ten Napel (protestants) Hans-Martien ten Napel is als universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht werkzaam aan de Universiteit Leiden. In 2014 ontving hij een Research Fellowship in Legal Studies van het Center of Theological Inquiry in Princeton, NJ. In het voorjaar van 2017 verscheen, mede als uitvloeisel van dit fellowship, van zijn hand de monografie Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (Routledge).

Alaeddine Touhami deed samen met de familie Rouidi mee aan het EO-programma Tijs en de Ramadan. Hij is ook de initiatiefnemer van Het Huis van Vrede in Almere. Het Huis van Vrede is een ruimte waar verschillende culturen bij elkaar komen en samen werken. Er vinden activiteiten plaats gericht op ontplooiing van de jeugd, op het gebied van cultuur, maatschappij, kunst en natuur.

Paul Cliteur (atheïst) Paul Cliteur is rechtsgeleerde, filosoof en overtuigd atheïst.’

Bron en aanmelding: https://www.debalie.nl/agenda/podium/(a)theïsme/e_9783345/p_11771149/.

Zie ook:

Redactioneel ‘Religie en de rule of law’

Lid, promotiecommissie, D. van der Blom, ‘De verhouding van staat en religie in een veranderende Nederlandse samenleving’, 6 juli 2016

Bijdrage aan bundel Religie als bron van sociale cohesie in de democratische rechtsstaat (2005)

 

 

Geloof in de liberale democratie (VI): godsdienstvrijheid

Dit is het zesde en voorlaatste deel van een serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor het vorige deel, met daarin links naar de eerste vier delen, zie de link onderaan deze blogpost.

We zijn, tenslotte, aanbeland bij de implicaties van de door Vorster verwoorde mensvisie voor de godsdienstvrijheid. Om deze implicaties duidelijk te maken, sluit ik aan bij de theorie over godsdienstvrijheid van hoogleraar constitutionele interpretatie aan de Universiteit van St. Thomas in Minnesota, Michael Stokes Paulsen. Deze theorie heet ‘The Piority of God’, waarmee Paulsen doelt op het feit dat godsdienstvrijheid alleen dan volledig kan worden gerealiseerd, wanneer de staat uitgaat van het idee dat religieuze waarheid bestaat. Idealiter gaat dit idee gepaard met religieuze tolerantie. Wanneer een staat immers zelf zou vaststellen wat de religieuze waarheid inhoudt, verheft hij zich in feite boven God. De combinatie van erkenning van het bestaan van religieuze waarheid enerzijds, en religieuze tolerantie anderzijds, is kenmerkend voor de liberale visie op godsdienstvrijheid. Deze combinatie lag ten grondslag aan het Amerikaanse constitutionele bestel. In de situatie dat de staat niet religieus tolerant is, spreken we van een preliberale visie op godsdienstvrijheid. Voorafgaand aan de stichting van de Verenigde Staten was deze visie kenmerkend voor vele Europese stelsels. In andere delen van de wereld komt de preliberale visie op godsdienstvrijheid ook thans nog veelvuldig voor. De staatsrechtswetenschapper Ran Hirschl heeft de naam ‘constitutionele theocratieën’ bedacht voor dergelijke stelsels, waarvan Iran een voorbeeld vormt.

Ook in het Westen is de liberale visie echter niet onverminderd meer van kracht. Paulsen wijst erop dat in de Verenigde Staten inmiddels eerder een moderne visie op godsdienstvrijheid wordt aangehangen. Deze moderne variant heeft het idee dat er religieuze waarheid bestaat achter zich gelaten. Dat leidt er niet direct toe dat ook de religieuze tolerantie verdwijnt. Hoewel gelovigen inmiddels als enigszins achtergebleven worden beschouwd, is het wel zo aardig om hen nog te blijven verdragen. Dit spoort ook het beste met het uitgangspunt van de individuele autonomie. Toch is aan de tolerantie wel een grens gesteld. Religieuze opvattingen moeten wel praktisch en redelijk blijven. Met het wegvallen van het idee dat er religieuze waarheid bestaat, is immers het onderscheid met andere opvattingen en uitingen verdwenen. Strikt genomen, is daardoor de grond aan een recht op godsdienstvrijheid komen te ontvallen. Dat betekent dat zeker accommodatie van religieuze instituties controversieel wordt. Iedereen en elke organisatie dient zich tenslotte aan de wet te houden en het zou oneerlijk zijn om voor een bepaalde categorie personen of organisaties een uitzondering te maken op deze regel. Een voorbeeld waarin de Obama-regering de grenzen van de redelijkheid bereikt achtte, was de zaak van de Little Sisters of the Poor. Deze kloosterorde beschouwde de verplichte meeverzekering van abortus en contraceptiva onder Obamacare dermate belastend, dat zij er uiteindelijk mee bij het Amerikaanse Hooggerechtshof belandde.

Het kan echter nog verder verkeren voor wie de godsdienstvrijheid dierbaar is. Paulsen onderscheidt namelijk tevens een postmoderne visie op godsdienstvrijheid, waarin de staat het bestaan van religieuze waarheid niet langer erkent en eveneens niet langer tolerant is ten opzichte van religieuze organisaties. Deze situatie acht Paulsen mogelijkerwijze reeds aan de orde van de dag in Europa, bijvoorbeeld in een land als Frankrijk. Paradoxaal genoeg, betekent deze variant tot op zekere hoogte een terugkeer naar de preliberale variant. Het verschil daarmee is dat de staat niet uitgaat van religieuze waarheid, maar van seculiere waarheid. Daarmee verwordt het op zichzelf legitieme secularisme feitelijk tot nieuwe staatsreligie. Dit staatssecularisme is intolerant jegens gelovigen en hun organisaties, aangezien deze een bedreiging vormen voor de gepercipieerde neutraliteit van de staat. Van godsdienstvrijheid is dan ook niet langer sprake.

Het moge duidelijk zijn dat de liberale visie op godsdienstvrijheid het beste aansluit op de door Vorster voorgestane mensvisie. Indien het zo is dat mensen van nature spirituele wezens zijn, die ruimte nodig hebben om hun leven te baseren op de door hen aangehangen levensbeschouwing, dan is de godsdienstvrijheid feitelijk een natuurrecht dat voorafgaat aan de staat. In de omgekeerde situatie betreft het een positief recht, dat in het leven geroepen is door de staat. Indien de staat een recht in het leven kan roepen, kan het dit ook beperken of zelfs weer intrekken. Feitelijk wordt het daarmee van de staat afhankelijk of mensen tot hun volledige bestemming komen. Dit is zoals we eerder zagen het geval in de situatie waarin Cohen haar zin zou krijgen. Haar visie op liberale democratie gaat immers voor en mensen en hun organisaties zullen erop moeten toezien dat zij binnen de grenzen blijven die deze visie stelt teneinde volledig gerealiseerd te kunnen worden. In de visie die oorspronkelijk ten grondslag ligt aan het Amerikaanse staatsbestel zal omgekeerd de staat binnen de grenzen moeten blijven die het mensen mogelijk maakt om volledig tot hun bestemming te komen. Dat brengt met zich mee dat de staat de godsdienstvrijheid erkent als een natuurrecht, dat voorafgaat aan zijn eigen bestaan, zodat de prioriteit aan God toekomt.

De overgang van een liberale naar een moderne, of zelfs een postmoderne, visie op godsdienstvrijheid stelt gelovigen voor een dilemma. Een mogelijkheid is dat zij zich genoodzaakt zien het liberalisme vaarwel te zeggen en zich in elk geval tijdelijk terug te trekken uit de actieve participatie in de samenleving. The Benedict Option is een inmiddels bekend geworden boek, dat deze optie in het geval van christenen betrekt. Een andere mogelijkheid is dat gelovigen van binnenuit het liberalisme trachten te hervormen. Dat zal evenwel niet van vandaag op morgen kunnen. Net zomin als de verschuiving van liberalisme naar modernisme van de ene op de andere dag tot stand is gekomen, zal het ook mogelijk generaties duren voordat de weg terug is afgelegd. Wie deze optie wil trachten te realiseren, zal zijn hoop moeten vestigen op maatschappelijke instituties als de familie, de school en de kerk, synagoge of moskee. Daarvoor is dan echter wel een ruimhartige opvatting van godsdienstvrijheid vereist, die in een moderne of postmoderne visie op dit recht nu juist onder druk staat. Heel gemakkelijk te realiseren is deze optie dus evenmin. Voor zover het doel van de Benedictijnse optie is om te zijner tijd weer te gaan participeren in de samenleving, zal voor deze optie eveneens geruime tijd nodig zijn om haar te realiseren. De huidige situatie van de godsdienstvrijheid valt, kortom, in het Westen niet rooskleurig te noemen.

Voor het vorige deel in deze serie, zie:

Geloof in de liberale democratie (V): democratie

Zie voorts:

Nieuwsbericht ‘Hans-Martien ten Napel neemt deel aan boekpanel over recht en godsdienstvrijheid tijdens jaarvergadering van de American Academy of Religion in Boston, MA’

Opinieartikel, ‘De staat moet zich niet bemoeien met religieuze praktijken’ (2011)

Geloof in de liberale democratie (V): democratie

Dit is het vijfde deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor de eerste vier delen, zie de links onderaan deze blogpost.

Bekijken we vervolgens de betekenis van de door Vorster voorgestane mensvisie voor de democratie, dan lijkt deze vooral goed aan te sluiten bij een visie op democratie waarin eenieder vrijuit politiek kan participeren. Dit zowel individueel als in groepsverband. Het laatste is van belang omdat het niet eenvoudig is om als burger, zelfs indien men beschikt over een uitgewerkte levensbeschouwing, de vertaalslag te maken van persoonlijke naar politieke opvattingen. Hierbij zal dikwijls, op tenminste een aantal beleidsthema’s, de hulp nodig zijn van deskundige geestverwanten. Van belang is dat iedere burger hiertoe op gelijke voet in de gelegenheid is, ongeacht geloof of levensovertuiging. De christelijke filosoof Nicholas Wolterstorff heeft een dergelijke visie op democratie aangeduid als ‘equal political voice’ liberalisme. Hierbij beklemtoont hij overigens dat deze ‘equal political voice’ moet worden uitgeoefend binnen de grenzen van een geschreven of ongeschreven grondwet, die via de werking van een aantal klassieke rechten waarborgt dat burgers niet onevenredig in hun vrijheid worden aangetast door de uitoefening van ‘equal political voice’ door hun medeburgers.

Dit laatste vormt een verschil met de opvatting van ‘public reason’ liberalisme zoals aangehangen door de, zeker in de Verenigde Staten, nog altijd invloedrijke filosoof John Rawls (1921-2002). Ook Rawls zal aanvaarden dat de uitoefening van ‘political voice’ aan constitutionele grenzen is gebonden. Hij formuleert echter aanvullende grenzen voortvloeiend uit de idee van publieke rede. Dit idee komt er kort gezegd op neer dat het politieke debat dient te worden gevoerd met argumenten die voor alle deelnemers navolgbaar zijn. Hoewel dit op het eerste gezicht een begrijpelijke eis lijkt, die aan alle deelnemers gelijkelijk gesteld wordt, bestaat er een risico dat gelovigen erdoor op achterstand worden gesteld. Voorzover zij immers een redenering zouden willen hanteren die rechtstreeks voortvloeit uit hun geloofsovertuiging, kunnen andere deelnemers aan het debat dit verhinderen door aan te voeren dat de redenering voor hen niet navolgbaar is. Indien gelovigen vervolgens hun redenering in ‘neutrale’ termen moeten formuleren, kunnen er allicht nuances verloren gaan. Bovendien komt deze opvatting voort uit het aanvechtbare idee dat alleen geloofsovertuigingen tot onnavolgbare redeneringen zouden leiden, terwijl seculiere redeneringen per definitie neutraal zouden zijn. Het is in reactie op dit liberalisme van de publieke rede dat Wolterstorff zijn variant van ‘equal political voice’ liberalisme heeft geformuleerd.

Dit ‘equal political voice’ liberalisme vormt tevens een contrast met een ander, op dit moment weer invloedrijk, verschijnsel, te weten dat van het populisme. Dit is niet de plaats om uit te weiden over de vraag wat populisme precies inhoudt. Hierover is inmiddels de nodige nieuwe literatuur beschikbaar. Binnen deze nieuwe literatuur neemt het boek What is Populism? van de aan de Universiteit van Princeton verbonden politicoloog Jan-Werner Müller een bijzondere plaats in. In zijn boek noemt Müller als een van de centrale kenmerken van populisme het ‘antipluralisme’. Hiermee doelt Müller op het feit dat het populisme uitgaat van het idee dat er een volk bestaat, dat zich gezamenlijk heeft te keren tegen hen vijandig gezinde elites. Niet alleen deze elites, maar ook diegenen die zich niet wensen aan te sluiten bij de door ‘het volk’ aangehangen meerderheidsopvatting, worden niet geacht tot het volk te behoren. In plaats van pluraal, wordt het volk dus geacht een eenheid te vormen. Wie zich daarmee niet identificeert, zal niet in gelijke mate politiek kunnen participeren, zoals het ‘equal political voice’ liberalisme verlangt.

Deze laatste opvatting gaat juist wel uit van pluralisme. Daarmee sluit deze vorm van liberalisme aan op de door Vorster geschetste mensvisie, waarin mensen spirituele wezens zijn, voor wie ruimte dient te worden gecreëerd om hun religie handen en voeten te geven zowel in het publieke als in het privé-domein. Dit brengt een verruiming van het begrip ‘politiek’ met zich mee, aangezien deze zich niet langer beperkt tot hetgeen in de politieke instituties gebeurt, maar zich tevens uitstrekt tot andere politieke activiteiten van burgers en hun organisaties. Deelname aan dergelijke organisaties is voor burgers noodzakelijk ten einde gevoed te worden in hun politieke overtuigingen. Op hun beurt dragen de organisaties van burgers bij aan de legitimiteit van het politieke bestel. Er wordt dus niet op voorhand getracht de potentiële onenigheid van burgers te neutraliseren, zoals het liberalisme van de publieke rede doet. De ‘equal political voice’-variant van liberalisme gaat er integendeel vanuit dat deze onenigheid de essentie vormt van politiek. Daarop dient te worden ingespeeld door een open en vrije ‘global public square’ in het leven te roepen. Zoals gezien, worden de grenzen hiervan slechts bepaald door de klassieke grondrechten uit de grondwet.

Hoogleraar Recht en Religie John Inazu heeft recentelijk een concrete uitwerking gegeven van de eisen waaraan een politiek stelsel moet voldoen om aan een ‘equal political voice’-variant van liberalisme te voldoen. Op constitutioneel gebied betreft dit de eisen van het eerbiedigen van het hierboven genoemde principe van ‘freedom of the church’, het faciliteren van publieke fora voor expressie, ook indien het minderheidsopvattingen betreft, en gelijke financiering van alle organisaties die aan politieke expressie doen. Deze laatste eis is omstreden, zowel in de Verenigde Staten als in toenemende mate in Europa. Toch heeft Inazu hier wel een punt, voorzover het niet gelijk behandelen van verschillende categorieën levensbeschouwelijke organisaties opnieuw uitgaat van het aanvechtbare idee dat alleen levensbeschouwelijke organisaties een bepaalde ideologische kleur kennen terwijl seculiere organisaties neutraal zijn. Hiernaast zijn er aan de kant van de burgers ook bepaalde deugden nodig, zoals die van tolerantie, bescheidenheid en geduld. Ik werk dit hier verder niet uit. Wel zij opgemerkt dat ook voor het aanleren en onderhouden van dergelijke deugden maatschappelijke organisaties weer goede diensten kunnen bewijzen.

Voor de eerste vier delen in deze serie, zie:

Geloof in de liberale democratie (IV): constitutionalisme

Geloof in de liberale democratie (III): de rol van antropologie

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

 

Co-editor and co-author, Regulating Political Parties. European Democracies in Comparative Perspective (2014) (II)

This volume is now available through open access here: http://www.oapen.org/search?identifier=642718;keyword=regulating.

‘Regulating Political Parties provides a novel and valuable contribution to the existing literature on political parties by discussing the various dimensions of party law and regulation, in Europe and other regions of the world. To what extent are political parties legitimate objects of state regulation? What are the dilemmas of regulating political finance? To what extent are parties accorded a formal constitutional status? What are the consequences of legal bans on political parties? How do legal arrangements affect parties representing ethnic minorities? These and related questions are discussed and examined from both theoretical and empirical perspectives. By bringing together international experts from the disciplines of law and political science, this volume thus addresses from an interdisciplinary and comparative point of view what has long been a notable lacuna in the study of political parties.’

The volume includes a chapter I co-authored with Jaco van den Brink, entitled ‘The SGP Case: Did it Really (Re)Launch the Debate on Party Regulation in the Netherlands?

See also:

Co-editor and co-author, Regulating Political Parties. European Democracies in Comparative Perspective (2014)

Affiliated Member, Center for the Study of Political Parties and Representation (CSPPR)

Artikel ‘Klein verschil, grote gevolgen. Het arrest van de Hoge Raad in de SGP-zaak nader geduid’, in Wapenveld (2010)

On Islam (Volume six of the Abraham Kuyper Collected Works in Public Theology series)

At the beginning of the twentieth century, famed theologian Abraham Kuyper toured the Mediterranean world and encountered Islam for the first time.

Part travelogue, part cultural critique, On Islam presents a European imperialist seeing firsthand the damage colonialism had caused and the value of a religion he had never truly understood. Here, Kuyper’s doctrine of common grace shines as he displays a nuanced and respectful understanding of the Muslim world. Though an ardent Calvinist, Kuyper still knew that God’s grace is expressed to unbelievers. Kuyper saw Islam as a culture and religion with much to offer the West, but also as a threat to the gospel of Jesus Christ. Here he expresses a balanced view of early twentieth-century Islam that demands attention from the majority world today as well. Essays by prominent scholars bookend the volume, showing the relevance of these teachings in our time.’

Source, and (order) information:

https://www.lexhampress.com/products/138756/on-islam?utm_source=abrahamkuyper.com&utm_medium=button&utm_campaign=lexhampress2015q4&ssi=0

 

Abraham Kuyper’s conviction that religion constitutes the ‘marrow’ of each culture, motivated him to pay frequent attention to the role of Islam, among other things, in the different countries he visited on his journey around the Mediterranean Sea. Similarly, comparative scholars of law and religion should be willing also to investigate the way transcendent perspectives have potentially shaped, and in many cases may well continue to influence, the particular legal systems they study. Public theology of the kind contained in this book can inspire and inform them on their way.

See also:

Book Launch and Panel Discussion: Abraham Kuyper’s Perspective on Islam

Article ‘Princeton Seminary Reforms Its Views on Honoring Tim Keller’

Lemma on the Kuyper cabinet (1901-1905)

Geloof in de liberale democratie (III): de rol van antropologie

Dit is het derde deel van een nieuwe serie blogposts, die tevens – in definitieve vorm en aangevuld met een notenapparaat – als artikel zal verschijnen in het eerstvolgende nummer van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Voor het eerste en tweede deel, zie de links onderaan deze blogpost.

Hoewel ik zoals hieronder zal blijken hun kritiek niet deel, ben ik de ‘new critics of religious freedom’ erkentelijk omdat zij mij het thema hebben aangereikt voor het boek dat ik naar aanleiding van mijn verblijf in de Verenigde Staten schreef. Dit gaat niet alleen over godsdienstvrijheid, maar over de relatie tussen dit mensenrecht en de uitgangspunten van constitutionalisme en democratie zoals deze ten grondslag liggen aan westerse politieke stelsels. De ondertitel, To Be Fully Human, is van wezenlijk belang. Deze was oorspronkelijk bedoeld als hoofdtitel, maar de uitgever maakte zich begrijpelijkerwijze zorgen of deze wel voldoende duidelijk zou zijn. Toch drukt de ondertitel iets wezenlijks uit, want achter het verschil van inzicht met Cohen over de plaats van geloof in de liberale democratie, gaat een verschil in mensvisie schuil. Wie nadenkt over de vraag hoe de staat het beste kan worden ingericht, zal zich eerst dienen af te vragen wie de mens is. Kenmerkend voor westerse staten is immers als het goed is, dat de staatsinrichting in dienst staat van de mens en niet andersom.

Hoe vanzelfsprekend dit wellicht ook klinkt, het verwarrende is dat uit de kritiek van Cohen op het leerstuk van de ‘freedom of the church’ een staatsvisie spreekt, die dat belangrijke inzicht uit het oog lijkt te zijn verloren. De indruk die men bij kennisname van haar kritiek krijgt, is dat Cohen er een inhoudelijk ideaal van liberale democratie op nahoudt. Dit ideaal wordt beheerst door opvattingen over democratische soevereiniteit, liberaal constitutionalisme, rechtvaardigheid, pluralisme en rechten. Wat opvalt, is dat dit rijtje niet wezenlijk verschilt van hetgeen de voorstanders van de actuele uitleg van het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging door onder meer het Amerikaanse Hooggerechtshof voorstaan. Het verschil zit in een andere interpretatie die Cohen erop nahoudt van deze elementen. Meer in het bijzonder staan de elementen van pluralisme en rechten bij haar in dienst van die van democratische soevereiniteit en liberaal constitutionalisme. Dat betekent dat voor Cohen de uitoefening van liberale rechten zich moet blijven bewegen binnen de grenzen van een meerderheidsconsensus die op democratische wijze tot stand is gekomen. Evenmin zal het gewenste pluralisme in de samenleving afbreuk mogen doen aan datgene waar het liberale constitutionalisme in haar optiek voor staat. Voorzover er door minderheden argumentaties worden gebruikt die hiermee schuren, zullen deze moeten wijken, ongeacht of dat nu het geval is in de Verenigde Staten of bijvoorbeeld in Nederland.

Ik zal hier geen poging ondernemen de mensvisie te expliciteren van waaruit Cohen meer of minder stilzwijgend werkt. In plaats daarvan geef ik in het kort de mensvisie weer waaraan de ondertitel van mijn boek, To Be Fully Human, is ontleend. Het citaat uit deze titel is afkomstig uit een artikel van de Zuidafrikaanse emeritus-hoogleraar Christelijke ethiek Koos Vorster. Reeds in de aanloop naar mijn verblijf in de Verenigde Staten trof mij de volgende passage uit dit artikel:

‘The attitude of the Christian towards other religions can be served best where room is created for all to be fully human in the public and private spheres. To be fully human means to cradle the spirituality of one’s religion and to build one’s life on the foundation that the religion offers.’

Wat allereerst opvalt is dat het voor een ethicus kennelijk natuurlijker is om, schrijvend over geloof in de liberale democratie, de vraag naar de antropologie te stellen. Cohen doet dit in haar artikel niet, met als gevolg dat de lezer de mensvisie van waaruit zij werkt zelf moet trachten te reconstrueren. Voor veel andere juristen en politieke theoretici geldt hetzelfde, terwijl het toch niet goed mogelijk is het recht of de staat te bestuderen zonder daarbij een bepaalde mensvisie als uitgangspunt te nemen.

Wat betreft de inhoud van door Vorster gepresenteerde mensvisie, licht ik hier het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein eruit. Sommige nieuwe critici van het recht op godsdienstvrijheid zullen dit een concessie vinden aan het liberalisme, in de zin dat het onderscheid in een publiek en een privé-domein zelf ontleend is aan het liberalisme en het idee achter liberale rechten. Hiermee wordt voorbijgegaan aan de invloed die het christendom op het liberalisme heeft uitgeoefend, in de zin dat het onderscheid tussen twee rijken diepe christelijke theologische wortels heeft in het werk van bijvoorbeeld Augustinus en Luther en uiteindelijk in uitspraken van Jezus in het Nieuwe Testament over het geven aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt. Wat hier verder van zij, het is interessant dat Vorster in het citaat hierboven zowel poogt recht te doen aan dit onderscheid tussen het publiek en het privé-domein als tegelijkertijd de kloof tussen beide tracht te overbruggen. Voor hem is de essentie van het mens-zijn immers gelegen in het inrichten van ieders leven op het fundament van een geloof en ruimte moet worden gegeven, niet alleen door christenen maar ook door de staat, om dit zowel in het publieke als het privé-domein te doen.

De vraag die het citaat opwerpt, is wat het onderscheid tussen het publieke en het privé-domein precies inhoudt en hoe en waar de grens moet worden getrokken. Voor het doel van dit artikel volstaat het hiervoor te verwijzen naar de veelheid aan levensbeschouwelijke organisaties die zeker ook in Nederland vanouds door burgers zijn gevormd en daarmee intermediaire verbanden vormen tussen deze burgers en de staat. Tegen deze achtergrond bezien kan het publieke domein worden omschreven als omvattend de activiteit die burgers ontplooien in het verband van levensbeschouwelijke organisaties teneinde handen en voeten te geven aan hun geloof of levensovertuiging. Volgens Vorster is het nu van belang dat de staat voluit ruimte schept voor dergelijke activiteit van burgers, naast de godsdienstvrijheid die zij in de privé-sfeer dienen te genieten.

We kunnen al met al constateren dat Vorster op een andere manier redeneert dan Cohen. We zagen hiervoor dat Cohen begint te redeneren vanuit haar ideaal van wat een liberale democratie moet inhouden. Mensen en hun organisaties moeten er vervolgens op toezien dat zij zich in hun functioneren binnen dit ideaal blijven bewegen. Het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging is uiteindelijk ook ondergeschikt aan dit ideaal en kan alleen worden gehonoreerd voor zover het daar niet mee in strijd komt. Vorster, daarentegen, redeneert vanuit de mens. Deze is in zijn optiek een religieus wezen, dat alleen aan zijn bestemming kan voldoen, indien hij zijn leven op zijn levensovertuiging baseert. Daartoe kan de mens niet slechts volstaan met zijn levensovertuiging privé vorm te geven, maar dit moet ook in het publieke domein gebeuren door deelname aan en steun voor levensbeschouwelijke organisaties. De staat, die als laatste aan bod komt (in het citaat zelfs niet bij name genoemd), moet bovenal ruimte geven aan mensen die hun levensovertuiging gestalte willen geven in zowel het publieke als het privé-domein. We zien hier dat de liberale democratie als het ware in dienst komt te staan van de vrijheid van godsdienst, die daarmee het karakter aanneemt van een natuurrecht, dat vooraf gaat aan de staat. Pas wanneer we de essentie van het mens-zijn goed voor ogen hebben, kunnen we vervolgens nadenken over de vraag hoe we het constitutionalisme alsmede de democratie moeten vormgeven.

Geloof in de liberale democratie (II): de kritiek van Jean L. Cohen

Geloof in de liberale democratie (I): Inleiding

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (II)

 

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human (II)

I am grateful for well over 1,250 genuinely global followers of my new Facebook ‘Business’ Page in just one week time and look forward to welcoming many more.

Take a look at last week’s posts here:

https://www.facebook.com/ConstitutionalismDemocracyandReligiousFreedom/.

See also:

New Facebook Page on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human

Twelve posts introducing my new book on Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human

Press Release: ‘Hans-Martien ten Napel has book published “Constitutionalism, Democracy and Religious Freedom. To Be Fully Human”’