Artikel ‘Efficiënt wetgeven is meer dan snel wetten maken’ in SC Krant (I)

Dit jaar maakte ik deel uit van een team van Leidse staatsrechtsgeleerden en bestuurskundigen, dat in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) rechtsvergelijkend onderzoek verrichtte naar efficiëncy-verbetering van het wetgevingsproces (zie http://law.leidenuniv.nl/org/publiekrecht/sbrecht/nieuws/rechtsvergelijkend-onderzoek-naar-tempo-afstemming-techniekbenutting-en-transparantie-wetgevingsproces-is-efficiency-te-verbeteren.html).

In de vandaag verschenen SC Krant valt onder bovenstaande titel alvast een voorproefje te lezen van de uitkomsten van het onderzoek. Dit naar aanleiding van een vorige week in dezelfde krant gepubliceerd artikel ‘Kabinet legt zichzelf ambitieus wetgevingstempo op’.

De online versie van de reactie die ik, samen met collega’s Passchier en Voermans, schreef op dit artikel, is voor wie beschikt over een abonnement raadpleegbaar via http://www.sconline.nl/artikelen/details/2012/11-november/15/Effici-nt-wetgeven-is-meer-dan-snel-wetten-maken.html.

Voor wie geen toegang heeft, volgt hier het eerste deel van het artikel:

‘Op 8 november j.l. berichtte SC: ‘Kabinet legt zichzelf ambitieus wetgevingstempo op’. Volgens het regeerakkoord zal het nieuwe kabinet alle benodigde wetgeving voor de miljardenbesparingen in het eerste jaar van de kabinetsperiode voorleggen aan de Staten-Generaal. In het betreffende artikel worden twee reacties weergegeven. Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer toonde zich in een brief aan de informateurs van 2 oktober j.l. al bezorgd over de waarschijnlijke dadendrang van het nieuwe kabinet. Brenninkmeijer vreesde voor ‘over elkaar heen buitelende’ beleidsmatregelen en wetgeving. Dit zou ten koste gaan van de de rechtszekerheid van burgers en de uitvoerbaarheid. Daarnaast wordt in het artikel zelf gereageerd door Wytze van der Woude, universitair docent publiekrecht aan de Universiteit van Maastricht. Volgens Van der Woude kunnen vakdepartementen een hoog wetgevingstempo prima aan. De docent verwacht echter vertraging in de polder. Overleg met belanghebbenden en sociale partners kost veel tijd. Ook afstemming met uitvoeringsorganisaties zou het wetgevingstempo kunnen verlagen.

In geen van beide stellingnames kunnen wij ons geheel vinden. In Leiden deden wij recentelijk rechtsvergelijkend onderzoek naar de efficiëntie van het wetgevingsproces. Hieruit blijkt dat efficiëntie en kwaliteit elkaar niet noodzakelijkerwijs uitsluiten. In een aantal Europese landen weet men in relatief korte tijd goede wetten te maken. In het Verenigd Koninkrijk vormen prioriterings- en planningssystemen de drijvende kracht achter het versnellen van het wetgevingsproces. Nederland zou veel kunnen leren van Brits time-management. Een stap verder gaan landen met speciale, snellere, wetgevingsprocedures. In Slovenië heeft men, naast de ‘gewone’ procedure, ook een ‘urgente’ en een ‘versnelde’ wetgevingsprocedure. Het Sloveense wetgevingsproces kan hierdoor soms korter zijn dan drie maanden. Ondanks dat dit in de Nederlandse context wellicht weer wat te snel is, zou het systeem van verschillende procedures bron van inspiratie kunnen zijn. De huidige one-size-fits-all aanpak is niet altijd bevorderlijk voor de efficiëntie van het wetgevingsproces.’

Wordt vervolgd.

Be Sociable, Share!