Invited lectures and oral contributions on the Dutch cabinet formation process, monarchy and transparency of the legislative process

September has been quite a month. On the eve of the national elections, I had the privilege of having been invited to give a guest lecture on the recently agreed changes in the process of Dutch cabinet formation by Mordenate College, ‘a society that offers the best students of the Faculty of Law of Leyden University the opportunity to develop their talents to the greatest possible extent by supporting them morally, financially and scientifically’ (http://www.mordenate.nl/item.html&objID=1533).

Then, last Wednesday I took part in an expert meeting in Amsterdam organized by Network Democracy. Platform for Democratic Innovation (http://netdem.nl/) on the topic of how to enhance the transparacy of the legislative process, with outgoing Member of Parliament for the GreenLeft and freedom of information specialist Mariko Peters, among several others.

On Thursday, the Christian student association ‘Franciscus Gomarus’ had invited me to give a talk on the state of the monarchy (http://www.vgsl.nl/). This topic is related to that of Dutch cabinet formation, in so far as the main change in the formation process concerns the Queen’s role. The evening also gave me the opportunity to debate the issue with the chairman of the New Republican Society, Anjo Clement.

Finally, last Friday I gave a presentation entitled ‘Tales of a polity in transition: the changing rules for Dutch cabinet formation in perspective’ before a distinguished group of foreign diplomats, during a seminar on ‘Democracy III/The quicksand of Dutch politics’ organized by ADFU/Cercle Diplomatique (http://www.adfu-international.nl/). Other speakers during the seminar, which took place in the Hague, included Mrs. Nebahat Albayrak, outgoing Chairperson of the Foreign Affairs Committee of the House of Representatives (and member of the Labour Party).

CDA deelt in malaise liberale christendom (II)

Hierbij het tweede deel van de analyse van het verdere terreinverlies van het CDA bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 12 september j.l. Het artikel is inmiddels ook digitaal beschikbaar gekomen via http://www.trouw.nl/tr/nl/4328/Opinie/article/detail/3318266/2012/09/18/CDA-deelt-tegen-wil-en-dank-in-malaise-van-liberaal-christendom.dhtml.

Het tweestromenland waarvan de verkiezingsuitslag getuigt, stelt de christen-democratie inmiddels voor de existentiële vraag hoe nu verder. Op zichzelf is het denkbaar dat een terugkeer naar een paars beleid tot een revitalisering van de christen-democratie zou leiden. Zonder christen-democratisch tegenwicht van betekenis, kan dit immers tot een aantasting van klassieke vrijheidsrechten als de vrijheden van godsdienst en onderwijs leiden. Een mobilisatie van christelijke kiezers zou hiervan, evenals in de negentiende eeuw, het gevolg kunnen zijn. Het is echter de vraag of de interne secularisatie niet in de weg staat aan een dergelijke wederopleving van de christen-democratie.

Het kan ook tot een besluit tot opheffing van de partij komen. Niet lang voor de verkiezingen opperde een Amsterdamse predikant reeds deze mogelijkheid, overigens zonder daar direct op uit te zijn. Hij doelde op de achterdocht die het agenderen van bijvoorbeeld ethische thema’s door christelijke partijen tegenwoordig op voorhand oproept. Onder met name conservatievere christen-democraten geldt het opgaan in een breder verband al langer als mogelijk scenario, al toont het Amerikaanse voorbeeld aan dat ook dat geen ideale situatie hoeft te zijn. Een verder aanlengen van de christelijke identiteit leidt wegens overbodigheid de facto vermoedelijk evenzeer tot opheffing.

Aannemelijk is dat het CDA vooralsnog zal zoeken naar een tussenweg tussen de voor een politieke partij nu eenmaal weinig aantrekkelijke optie van opheffing en de moeilijk haalbare werkelijke revitalisering van de stroming. Aldus deelt de partij tegen wil en dank in de algehele malaise waarin het liberale christendom zich wereldwijd bevindt.

Opinieartikel ‘CDA deelt in malaise liberale christendom’

In ochtendblad Trouw is vandaag een artikel verschenen waarin ik desgevraagd probeer te analyseren hoe het verdere terreinverlies van het CDA bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 12 september j.l. te verklaren valt. Hieronder het eerste deel van het origineel van het artikel (dat uiteraard iets afwijkt van de gepubliceerde versie).

Hoe valt het verdere terreinverlies van het CDA bij de verkiezingen van 12 september te verklaren? Hiervoor moet de blik worden gericht op de natuurlijke achterban van de christen-democratie, katholieken en mainline protestanten. Behalve van mainline-protestanten, krijgt het CDA vanouds ook steun van orthodoxere protestanten, maar niet in de mate zoals vroeger bijvoorbeeld de ARP. Met de oprichting van kleinere christelijke partijen als SGP (1918) en GPV (1948) kwam er voor orthodoxere protestanten een alternatief. Dat had een eerste karakterverandering tot gevolg, al zagen de voorlopers van het CDA zich hierdoor tegelijkertijd genoodzaakt hun eigen profiel te bewaken.

Tijdens de totstandkoming van het CDA in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw volgde een ingrijpender karakterverandering. Deze was ingegeven door theologische ontwikkelingen binnen de katholieke en mainline protestantse kerken. Zo deed de opkomende oecumene de gedachte postvatten dat ook een in politiek opzicht gescheiden optrekken niet langer gerechtvaardigd was. Het Tweede Vaticaanse Concilie, dat vijftig jaar geleden begon, leidde binnen de KVP tot declericalisering. De partij wenste voortaan losser van de kerk te opereren. Tenslotte trachtten de grondleggers van het CDA een antwoord te formuleren op het zetelverlies als gevolg van de ontkerkelijking en ontzuiling. Voorzover de eenheidspartij echter nog altijd werd gedragen door overtuigde katholieken en protestanten, bleef ook deze karakterverandering uiteindelijk beperkt in omvang.

Sinds 1980 hebben de ontwikkelingen in christelijk Nederland echter zoals bekend niet stilgestaan. Hoewel er daarbij ook sprake is van voortschrijdend theologisch inzicht, springt toch allereerst de interne secularisatie in het oog. Hele delen van de katholieke en mainline protestantse kerken zijn onder invloed hiervan opgeschoven richting een veelal goed bedoelend, maar vrijzinnig christendom. Dit liberale christendom is het christendom van de katholieke scholen die zich willen ontdoen van het etiket katholiek. Het is het christendom van de protestantse dominees die naar eigen zeggen niet meer in God geloven of tenminste een vraag hiernaar maar lastig te beantwoorden vinden. Helaas is het daarmee tevens het christendom van de sluitende kerkgebouwen.

 

Nu zou een tegenwerping kunnen luiden dat het meest recente verlies vooral wordt veroorzaakt door de deelname van het CDA aan het minderheidskabinet-Rutte, met gedoogsteun van de PVV. Deze redenering kan echter ook worden omgedraaid. Niet veel christen-democraten zullen de gedoogconstructie in 2010 immers om inhoudelijke redenen hebben nagestreefd. Veeleer gold voor de voorstanders de tactische overweging dat de stemmers op de toen bijna verdriedubbelde PVV het beste terug te winnen zouden zijn door de partij op enigerlei wijze bij de regeringsvorming te betrekken, met alle risico’s van dien voor de PVV. De verkiezingsuitslag van vorige week wijst erop dat dit ten dele inderdaad zo heeft gewerkt. Dat bijna alleen de VVD hiervan heeft geprofiteerd, is mede het gevolg van de aanhoudende verdeeldheid binnen het CDA over de kwestie.

 

Wordt vervolgd.