Oprecht geloven in vrijheid (VI): casus ritueel slachten en mannenbesnijdenis

De laatste casus uit deze miniserie naar aanleiding van een Ars Aequi-artikel betreffen jodendom en islam.

Nadat de Tweede Kamer met een brede meerderheid het initiatiefvoorstel-Thieme had aangenomen, zij het met het amendement-Van Veldhoven c.s. van D66, PvdA, VVD en GroenLinks over het toestaan van ritueel slachten zonder voorafgaande bedwelming indien in een bepaald geval zou zijn aangetoond dat de slachtdieren niet meer leed werd aangedaan dan bij de reguliere slacht, leek het een uitgemaakte zaak dat het voorstel ook door de Eerste Kamer zou komen. Dezelfde partijen hadden daar immers ook een meerderheid. De Eerste Kamer maakte echter haar taak als chambre de reflection waar. Mede dankzij de zorgvuldige en gewetensvolle opstelling van een aantal woordvoerders van partijen die in de Tweede Kamer voor hadden gestemd, haalde het wetsvoorstel geen meerderheid in de Eerste Kamer.

Ritueel slachten valt onder de werkingssfeer van de vrijheid van godsdienst. Daarvan getuigt niet alleen de rechtspraak van het EHRM en de rechterlijke instanties in het buitenland, maar ook de analyse van de Raad van State en de toelichting bij het aangenomen amendement. Door de voorstanders van het wetsvoorstel werd aangevoerd dat er ook tal van (gelovige) moslims zijn die bedwelmd geslacht vlees consumeren. Dit is echter een grondrechtelijk irrelevant argument, zo blijkt uit hetgeen hierboven is uiteengezet over ‘oprecht geloven’ en de vereiste terughoudendheid van de staat bij de uitleg van religieuze regels.

Zoals uit de toelichting bij het amendement blijkt, is dit met het oog op proportionaliteit en subsidiariteit ingediend. Immers in zijn oorspronkelijke vorm behelste het wetsvoorstel het buitenproportionele effect dat gelovigen binnen de joodse en islamitische gemeenschap die op grond van hun diepste overtuigingen van mening zijn dat zij bedwelmd geslacht vlees niet kunnen consumeren, moeten kiezen tussen twee kwaden: het niet meer consumeren van vlees, zoals dat hoort bij gewortelde tradities en geloofsovertuigingen of het consumeren van vlees dat hun inziens niet aan reinheidsvoorschriften voldoet. Ook na aanname van het amendement bestond echter nog een reële kans dat er in de praktijk sprake zou zijn van een absoluut verbod, zolang er geen concreet en ingevuld systeem voor de onbedwelmde slacht is gevonden dat voldoet aan de zware eisen van het wetsvoorstel.

Een argument dat door de voorstanders werd aangevoerd, is dat de beperking die uitgaat van een Nederlands verbod mee zou vallen, omdat er vanuit het buitenland ritueel geslacht vlees kan worden ingevoerd. In dezen werd verwezen naar een arrest van het EHRM, waarin het EHRM overwoog dat geen sprake was van een schending door de weigering van de Franse overheid de ultra-orthodoxe joodse gemeenschap naast de orthodoxe gemeenschap een vergunning te verlenen om glatt koosjer te slachten, omdat zij vlees uit België kon importeren. Zoals een aantal islamitische organisaties echter aantoonde, gaat de vergelijking met het arrest niet op en wekt deze redenering bovendien de suggestie ‘dat de overheid bij Nederlandse kranten best zware censuur kan toepassen, zolang men maar ongecensureerde Vlaamse kranten in Nederland kan verkrijgen’.

De discussie over de jongensbesnijdenis lijkt in veel opzichten op die over het ritueel slachten: ook hier gaat het om een praktijk die voor moslims en joden van centraal belang is voor hun geloofsovertuiging, ook hier is de aanleiding voor het voorgenomen verbod identiek aan de ratio achter de religieuze regel (respectievelijk dierenwelzijn en volksgezondheid) en ook hier vereisen de elkaar tegensprekende wetenschappelijke studies uiteindelijk een politieke afweging welke studie men gelooft.

Een eventueel verbod kan in dit geval echter niet met import worden opgelost. Moslims en joden die hun kinderen in hun religieuze gemeenschap willen opnemen en opvoeden, worden dus gedwongen om te kiezen tussen hun geloof en een toekomst in Nederland. Een pijnvolle en onmogelijke keuze die doet denken aan het Chinese verbod om schoolkinderen te laten vasten in de Ramadan en zonder twijfel buitenproportioneel is.

Be Sociable, Share!