Oprecht geloven in vrijheid (IV): casus boerka-verbod

Hieronder de tweede casus zoals behandeld in het artikel over godsdienstvrijheid onder vuur uit het maart-nummer van Ars Aequi.

Nadat de toenmalige Tweede Kamerleden Wilders in 2005 en Kamp (VVD) in 2007 reeds initiatiefvoorstellen hadden ingediend om het dragen van een boerka of een nikaab te verbieden, heeft de regering anno 2011 een wetsvoorstel met die strekking voorgelegd aan de Raad van State. In haar persbericht motiveerde de regering dit indertijd door het dragen van geheel of vrijwel geheel het gelaat bedekkende kleding aan te merken als ‘fundamenteel in strijd met het karakter van het publiek verkeer waarin wij elkaar met herkenbaar gelaat gelijkelijk tegemoet treden’. De regering toonde zich ervan bewust dat dergelijke kleding ‘ook met een beroep op godsdienstige overtuiging wordt gerechtvaardigd’, maar was van mening dat het dragen van dergelijke gelaatsbedekkende kleding ‘veeleer samenhangt met culturele, regionale tradities’.

Vanuit het oogpunt van de godsdienstvrijheid is deze analyse opnieuw problematisch. In welke lezing van de vrijheid van godsdienst en de scheiding van kerk en staat is het aan de overheid om deze analyse ten behoeve van de individuele burger te maken? Bovendien is, zoals het Canadese Hooggerechtshof terecht heeft opgemerkt, niet van belang of het individu zich uit religieus oogpunt ‘verplicht’ voelt om de boerka te dragen, maar slechts of die keuze samenhangt met een godsdienstige overtuiging. Het Zuid-Afrikaanse Constitutionele Hof, dat evenals het Canadese Hooggerechtshof de sincerity-test toepast in vrijheid van godsdienstzaken, acht het verschil tussen cultuur en religie kunstmatig als het om een ‘oprecht geloof’ van het individu gaat, want in dat geval ‘culture and religion sing with the same voice’.

Er is dus zonder meer sprake van een inmenging in de vrijheid van godsdienst van individuen die uit godsdienstige overtuiging hun gelaat bedekken. Ook hier hield het kabinet echter rekening mee en achtte ‘een beperking van de godsdienstvrijheid in deze, indien daar sprake van is, nodig en gerechtvaardigd in het belang van de bescherming van het karakter en de goede gewoonten van het openbaar leven in Nederland’.

Grondwet noch EVRM vat onder de legitieme doelen met het oog waarop de godsdienstvrijheid kan worden beperkt echter de ‘bescherming van het karakter en de goede gewoonten van het openbaar leven’. Dat is geen toeval of onvolledigheid, maar volgt uit de ijzeren logica van het grondrecht en de mensenrechten. Immers, indien de vrijheid van godsdienst of mensenrechten slechts die keuzes zouden beschermen die de meerderheid verstandig, correct of aanvaardbaar acht, waren zij overbodig.

Het kabinetsstandpunt gaf dus uitdrukking aan een filosofie die strijdig is met de essentie van de vrijheid van godsdienst en de achterliggende vrijheidsgedachte die inherent is aan de mensenrechten. Het beoogde door middel van strafbaarstelling individuen te dwingen zich aan te passen aan de meerderheid. Maar goedschiks of kwaadschiks, de tolerantie tegenover afwijkende meningen is juist een wezenskenmerk van de democratische rechtsstaat. Ondanks een bijzonder kritisch advies van de Raad van State, is het wetsvoorstel op 3 februari 2012 echter toch ingediend bij de Tweede Kamer.

Ongetwijfeld roept de gezichtsbedekkende kleding daadwerkelijke praktische problemen op, bijvoorbeeld bij identiteitscontroles op vliegvelden of ter voorkoming van tentamenfraude bij onderwijsinstellingen. Maar dit zou kunnen worden verholpen door voor die situaties te verplichten dat degene die gezichtsbedekkende kleding draagt haar gelaat laat zien aan veiligheids- of onderwijspersoneel van hetzelfde geslacht. Dergelijke wettelijke vereisten laten zich wel rechtvaardigen onder de beperkingsclausules en zijn proportioneel en subsidiair. Dit geldt ook voor het argument van de vrouwenemancipatie: indien men het strafbaar zou stellen dat een man zijn vrouw dwingt haar gelaat te bedekken zou men in volledige overeenstemming met de vrijheidsgedachte achter de mensenrechten handelen. Het verbieden van het dragen van de boerka op zich raakt echter ook vrouwen (waaronder alleenstaanden) die een eigen keuze hebben gemaakt hun gelaat te bedekken op een disproportionele manier.

Be Sociable, Share!